Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in Nederland

Kan een in het buitenland gewezen vonnis in Nederland worden erkend dan wel ten uitvoer worden gelegd? In de juridische praktijk die regelmatig te maken heeft met internationale partijen en geschillen is dit een veel gestelde vraag. Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig. Het leerstuk van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen is door diverse wet- en regelgeving namelijk vrij complex. In deze blog volgt een korte uiteenzetting van de toepasselijke wet- en regelgeving in het kader van erkenning ten tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in Nederland. Aan de hand daarvan zal de bovengenoemde vraag worden beantwoord in deze blog.

Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in Nederland

Als het gaat om erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen, dan staat in Nederland artikel 431 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) centraal. Hierin is het volgende bepaald:

‘1. Behoudens het bepaalde in de artikelen 985-994, kunnen noch beslissingen, door vreemde rechters gegeven, noch buiten Nederland verleden authentieke akten binnen Nederland ten uitvoer worden gelegd.

2. De gedingen kunnen opnieuw bij de Nederlandse rechter worden behandeld en afgedaan.’

Artikel 431 lid 1 Rv – tenuitvoerlegging van buitenlands vonnis

Het eerste lid van art. 431 Rv handelt over de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen en is duidelijk: het uitgangspunt is dat buitenlandse vonnissen in Nederland niet ten uitvoer worden gelegd. Echter, het eerste lid van het bovengenoemde artikel gaat verder en bepaalt dat op het uitgangspunt ook een uitzondering bestaat, namelijk in de gevallen voorzien in artikelen 985-994 Rv.

In artikelen 985-994 Rv zijn algemene regels opgenomen voor de procedure inzake de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels. Deze algemene regels, ook wel de exequaturprocedure genoemd, gelden volgens artikel 985 lid 1 Rv overigens alleen in het geval dat ‘een beslissing, gegeven door de rechter van een vreemde Staat in Nederland uitvoerbaar is krachtens een verdrag of krachtens de wet’.

Op Europees (EU) niveau bestaat in dit kader bijvoorbeeld de volgende relevante regelgeving:

  • EEX-Verordening inzake internationale burgerlijke- en handelszaken
  • Ibis verordening inzake internationale echtscheiding en ouderlijke verantwoordelijkheid
  • Alimentatieverordening inzake internationale kinder- en partneralimentatie
  • Huwelijksvermogensrechtverordening inzake internationaal huwelijksvermogensrecht
  • Partnerschapsverordening inzake internationaal partnerschapsvermogensrecht
  • Erfrechtverordening inzake internationaal erfrecht

Als een buitenlands vonnis uitvoerbaar is in Nederland krachtens wet of verdrag, dan vormt die beslissing niet zondermeer een executoriale titel, zodat het ten uitvoer kan worden gelegd. Daarvoor dient de Nederlandse rechter eerst nog om het in artikel 985 Rv omschreven verlof tot tenuitvoerlegging worden verzocht. Dat betekent niet dat de zaak daarbij opnieuw wordt onderzocht. Dat is niet het geval, aldus artikel 985 Rv. Wel gelden er criteria op grond waarvan de rechter toetst of verlof al dan niet zal worden verleend. Welke criteria dat precies zijn, staat aangegeven in de wet of het verdrag op grond waarvan de beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

Artikel 431 lid 2 Rv – erkenning van buitenlands vonnis

In het geval dat een executieverdrag tussen Nederland en de vreemde Staat ontbreekt, dan komt een buitenlands vonnis ingevolge art. 431 lid 1 Rv in Nederland niet voor tenuitvoerlegging in aanmerking. Een voorbeeld daarvan is een Russisch vonnis. Tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Russische Federatie ontbreekt immers een verdrag waarin de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken is geregeld.

Indien een partij toch de tenuitvoerlegging wenst van een buitenlands veroordelend vonnis dat niet krachtens verdrag of wet uitvoerbaar is, dan biedt artikel 431 lid 2 Rv een alternatief. Het tweede lid van artikel 431 Rv bepaalt namelijk dat een partij, ten behoeve van wie de veroordeling in het vreemde vonnis is uitgesproken, het geding opnieuw bij de Nederlandse rechter aanhangig kan maken, om een vergelijkbare voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing te verkrijgen. Dat een vreemde rechter al over hetzelfde geschil heeft beslist, staat niet in de weg aan het opnieuw aanhangig maken van het geschil voor de Nederlandse rechter.

In deze nieuwe procedure ingevolge artikel 431 lid 2 Rv zal de Nederlandse rechter ‘in elk bijzonder geval beoordelen of en in hoeverre aan een vreemd vonnis door hem gezag moet worden toegekend’ (HR 14 november 1924, NJ 1925, Bontmantel). Het uitgangspunt daarbij is dat een buitenlands vonnis (die de kracht van gewijsde heeft verkregen) in Nederland wordt erkend indien aan de volgende minimumvereisten ontwikkeld in het arrest van de Hoge Raad van 26 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2838, Gazprombank) is voldaan:

  1. de bevoegdheid van de rechter die het buitenlandse vonnis heeft gewezen, berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is;
  2. het buitenlandse vonnis is tot stand gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging;
  3. de erkenning van het buitenlandse vonnis is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde;
  4. er is geen sprake van een situatie dat het buitenlandse vonnis onverenigbaar is met een tussen de partijen gegeven beslissing van de Nederlandse rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust.

Wordt aan de bovengenoemde voorwaarden voldaan, dan kan een inhoudelijke behandeling van de zaak achterwege blijven en kan de Nederlandse rechter kan volstaan met een veroordeling van de wederpartij tot datgene waartoe zij in het buitenlandse vonnis reeds was veroordeeld. Let wel, in dit, in de rechtspraak ontwikkelde, stelsel wordt het buitenlandse vonnis niet ‘uitvoerbaar’ verklaard, maar wordt in een Nederlands vonnis een nieuwe veroordeling gegeven die overeenkomt met de veroordeling in het buitenlandse vonnis.

Wordt aan de voorwaarden a) tot en met d) niet voldaan, dan zal de zaak alsnog inhoudelijk door de rechter moeten worden behandeld. Of en zo ja, welke bewijskracht aan het vreemde (niet voor erkenning in aanmerking komende) vonnis moet worden toegekend, is overgelaten aan de beoordelingsvrijheid van de rechter. Wel blijkt uit de jurisprudentie dat als het gaat om de voorwaarde van de openbare orde, de Nederlandse rechter waarde hecht aan het beginsel van hoor en wederhoor. Dat betekent dat wanneer het buitenlandse vonnis met schending van dit beginsel tot stand is gekomen, de erkenning daarvan waarschijnlijk in strijd met de openbare orde zal zijn.

Bent u verwikkeld in een internationaal geschil en heeft u wilt u dat uw buitenlandse vonnis in Nederland wordt erkend dan wel ten uitvoer gelegd? Neem dan contact op met Law & More. Bij Law & More begrijpen wij dat internationale geschillen complex zijn en vergaande gevolgen voor partijen kunnen hebben. Daarom hanteren de advocaten van Law & More een persoonlijke, maar adequate aanpak. Samen met u analyseren zij uw situatie en zetten de te nemen vervolgstappen uit. Indien nodig staan onze advocaten, die deskundig zijn op het gebeid van internationaal- en procesrecht, u verder ook graag bij in een eventuele erkennings- of tenuitvoerleggingsprocedure.

Share