Gepubliceerd op 13 januari 2023 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Smaad en laster verschillen op één punt: wetenschap. Bij smaad beschuldigt iemand u van een concreet feit en verspreidt hij die beschuldiging (artikel 261 Sr); bij laster doet hij dat terwijl hij weet dat het niet waar is (artikel 262 Sr), en daarop staat een zwaardere straf. Beide zijn klachtdelicten: zonder uw klacht binnen drie maanden volgt geen vervolging.
Inhoudsopgave
Waar staan smaad en laster in de wet?
In het Wetboek van Strafrecht, in de titel over belediging. Smaad en smaadschrift staan in artikel 261 Sr, laster in artikel 262 Sr en de eenvoudige belediging in artikel 266 Sr.
Bij smaad en laster gaat het om een telastlegging: de beschuldiging van een bepaald feit. Iemand zegt dus niet alleen dat u een naar mens bent, hij zegt dat u iets gedaan hebt. Denk aan de bewering dat u geld uit de kas van de vereniging hebt genomen, of dat u een klant hebt opgelicht.
De beschuldiging moet bovendien uw eer of goede naam aantasten, en de ander moet dat opzettelijk doen (artikel 261 lid 1 Sr). Een feitelijke mededeling die u niet in een kwaad daglicht stelt, is dus geen smaad.
Daar komt nog een eis bij: de ander moet het kennelijke doel hebben om ruchtbaarheid aan de beschuldiging te geven. De uiting moet erop gericht zijn dat anderen ervan kennisnemen. Een verwijt onder vier ogen levert daarom zelden smaad op. Hetzelfde verwijt in een groepsapp, in een online recensie of op sociale media wel. Pas de combinatie van een concrete beschuldiging en de verspreiding ervan maakt het tot smaad.
Welke straffen staan op smaad, laster en belediging?
Op smaad staat een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. Bij smaadschrift is de maximale gevangenisstraf een jaar, bij dezelfde boetecategorie. Laster en belediging hebben eigen maxima. De boetecategorieën staan in artikel 23 Sr en worden periodiek geïndexeerd.
| Delict | Maximale gevangenisstraf | Maximale geldboete per 1 januari 2026 |
|---|---|---|
| Smaad (artikel 261 lid 1 Sr) | 6 maanden | Derde categorie: € 11.000 |
| Smaadschrift (artikel 261 lid 2 Sr) | 1 jaar | Derde categorie: € 11.000 |
| Laster (artikel 262 Sr) | 2 jaar | Vierde categorie: € 27.500 |
| Eenvoudige belediging (artikel 266 Sr) | 3 maanden | Tweede categorie: € 5.500 |
Bron boetebedragen: Rijksoverheid, Hoe hoog zijn de boetes in Nederland? (geraadpleegd op 29 oktober 2026).
Smaadschrift is smaad door middel van een geschrift of afbeelding die wordt verspreid, openlijk getoond of aangeplakt. Een bericht op een website, een e-mail aan een groep of een post op sociale media valt daaronder. Dit zijn maximumstraffen. De straf die de rechter oplegt, hangt af van het bereik van de uiting, de ernst van de beschuldiging en de schade; in de praktijk blijft die ver onder het maximum.
Wanneer is het laster en geen smaad meer?
Als de ander wist dat de beschuldiging niet waar was. De kern zit in één woord uit de wettekst van artikel 262 Sr: wetende. Laster vraagt meer dan onvoorzichtigheid of een verkeerde aanname; het vraagt bewuste onwaarheid. Dat is in de praktijk het moeilijkst te bewijzen onderdeel. Het is ook de reden dat veel aangiften eindigen bij smaad in plaats van bij laster.
Het bewijs van die wetenschap komt meestal uit eerdere berichten of gesprekken waaruit blijkt dat de ander beter wist. Een voorbeeld ter illustratie: een oud-zakenpartner die in een e-mail erkent dat de rekening betaald is, en daarna online beweert dat u nooit betaalt.
Mag iemand een beschuldiging uiten die wel waar is?
Soms. Volgens artikel 261 lid 3 Sr is er geen smaad als de ander handelde uit noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw kon aannemen dat de beschuldiging waar was en dat het algemeen belang de openbaarmaking eiste.
Voor de tweede uitzondering moeten dus twee voorwaarden allebei vervuld zijn. De ander moest redelijkerwijs kunnen denken dat de beschuldiging klopte, en het algemeen belang moest om openbaarmaking vragen. Een journalist die een misstand blootlegt of een klokkenluider die aan de bel trekt, kan zich daarop beroepen. Iemand die uit wrok een oud verhaal over u in een buurtapp gooit, kan dat veel moeilijker.
Noodzakelijke verdediging speelt bijvoorbeeld als iemand zich tegenover zijn werkgever verweert tegen een beschuldiging en daarbij iets over een collega zegt. Waar precies de grens ligt bij kritiek op ondernemers, leest u bij online reviews en smaad.
Wat is het verschil met belediging?
Bij belediging wordt geen concreet feit gesteld. Artikel 266 Sr gaat over schelden, iemand wegzetten of een kwetsende opmerking. Het verschil is dus of er een feit wordt gesteld. ‘U bent een oplichter’ zonder verdere invulling blijft eerder belediging. ‘Hij heeft in maart twaalfduizend euro van de vereniging weggenomen’ is een telastlegging en kan smaad zijn.
Hoe scherp die grens is, liet het gerechtshof Den Haag zien op 28 mei 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:1802). Een opiniemaker had een oud-Kamerlid in een tweet met een zwaar beledigend woord aangeduid en gesteld dat dit waar was. Het hof sprak haar vrij van smaad, omdat geen concreet feit werd genoemd, maar veroordeelde haar wel voor eenvoudige belediging en, voor een andere tweet, voor groepsbelediging (artikel 137c Sr). Zij kreeg een deels voorwaardelijke taakstraf van 30 uur en moest € 550 materiële schade vergoeden.
Scherpe kritiek op bestuurders en op het openbaar bestuur valt vaak onder de vrijheid van meningsuiting en is dan niet strafbaar. Hoe die afweging bij online verontwaardiging uitpakt, leest u bij online schelden, shamen en cancelen.
Waarom gebeurt er niets als u geen klacht indient?
Omdat smaad, laster en belediging klachtdelicten zijn. Volgens artikel 269 Sr vervolgt het openbaar ministerie alleen op klacht van degene tegen wie het feit is gepleegd.
Zonder uw uitdrukkelijke klacht komt er dus geen vervolging, hoe duidelijk de zaak ook lijkt. Artikel 64 Sr regelt wie die klacht mag indienen. Een klacht is meer dan verhaal doen aan de balie van het politiebureau: het is de verklaring dat u vervolging wenst, en dat moet ook zo worden vastgelegd. Vraag bij de aangifte dus uitdrukkelijk of uw klacht is opgenomen.
Binnen welke termijn dient u de klacht in?
Volgens artikel 66 Sr heeft u drie maanden, gerekend vanaf de dag waarop u van het feit kennis kreeg. Woont u buiten Nederland, dan is dat negen maanden.
Bent u te laat, dan kan het openbaar ministerie niet meer vervolgen, ook niet als de zaak verder glashelder is. Wacht dus niet af hoe het zich ontwikkelt. Bedenkt u zich na het indienen, dan kunt u de klacht volgens artikel 67 Sr binnen acht dagen intrekken; daarna kan dat niet meer.
Geldt er iets anders bij een ambtenaar of de Koning?
Ja. Artikel 267 Sr verhoogt de gevangenisstraffen met een derde als de belediging is gericht tegen het openbaar gezag, een openbaar lichaam of instelling, de Koning en zijn naaste familie of een ambtenaar tijdens of vanwege zijn werk.
Onder de Koning en zijn naaste familie vallen ook de echtgenoot van de Koning, de vermoedelijke opvolger en de Regent. Het artikel verhoogt alleen de gevangenisstraf, niet de geldboete. En bij belediging van het openbaar gezag of van een ambtenaar is geen klacht nodig: het openbaar ministerie kan dan uit eigen beweging vervolgen.
Dat geldt ook bij belediging van Kamerleden, gemeenteraadsleden en andere leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen (artikel 269 Sr). Voor hen geldt geen strafverhoging, maar ook geen klachtvereiste.
Welke andere strafbare feiten spelen vaak mee?
Een reputatiezaak blijft zelden bij smaad alleen. Vaak spelen ook belaging, doxing of de verspreiding van beeldmateriaal mee.
Gaat het om aanhoudend achtervolgen, benaderen of lastigvallen, dan komt belaging in beeld: artikel 285b Sr, ook een klachtdelict. Worden uw persoonsgegevens verspreid om u angst aan te jagen of ernstige overlast te bezorgen, dan is dat sinds 1 januari 2024 zelfstandig strafbaar als doxing (artikel 285d Sr). Groepsbelediging (artikel 137c Sr) is geen klachtdelict.
Sinds de Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024 in werking trad, vallen wraakporno en seksuele deepfakes onder artikel 254ba Sr, en onder artikel 252 Sr als het om minderjarigen gaat. Het vroegere artikel 139h Sr is per die datum vervallen. Bij een gemanipuleerde afbeelding of video loopt de zaak dus vaak langs meerdere delicten tegelijk, zoals wij toelichten bij deepfakes en smaad. Loopt het uit op stelselmatig lastigvallen, lees dan verder bij stalking en belaging.
Wat doet u zelf als er iets over u online staat?
Begin met vastleggen, daarna vraagt u om verwijdering. Pas als dat niet werkt, volgen het platform, de zoekmachine, de politie of de rechter.
- Maak schermafdrukken waarop de tekst, de naam van de plaatser, de datum en het volledige webadres zichtbaar zijn. Leg ook de reacties eronder vast en hoe vaak het bericht is gedeeld. Doe dat meteen, want berichten worden vaak aangepast of verwijderd zodra u erover begint.
- Vraag de plaatser schriftelijk om verwijdering en rectificatie, met een korte termijn.
- Reageert hij niet, benader dan het platform of de websitehouder met een gemotiveerde melding. Geef daarin precies aan welke zin onjuist is en waarom; een melding zonder onderbouwing wordt vrijwel altijd afgewezen.
- Staat de publicatie nog in de zoekresultaten terwijl zij van de site is verdwenen, vraag de zoekmachine dan de koppeling te verwijderen op grond van het recht op gegevenswissing (artikel 17 AVG). Wijst de zoekmachine dat af, dan kunt u terecht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Die route beschrijven wij bij het recht om vergeten te worden.
- Wilt u strafrechtelijke vervolging, doe dan aangifte met klacht bij de politie en houd de termijn van drie maanden in de gaten.
Schakel juridische hulp in zodra de schade oploopt of de zaak zich uitbreidt, bijvoorbeeld omdat klanten of uw werkgever ernaar vragen. Wat online reputatieschade praktisch aanricht en welke stappen dan werken, leest u bij cyberpesten en online reputatieschade.
Kunt u ook naar de civiele rechter?
Ja, en voor de meeste mensen is dat de belangrijkste route. Een strafzaak draait om de vraag of iemand gestraft moet worden; bij de civiele rechter vordert u zelf verwijdering, rectificatie en schadevergoeding.
De grondslag is de onrechtmatige daad van artikel 6:162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. U spreekt degene aan die de uiting deed en vordert verwijdering, een verbod op herhaling, schadevergoeding en zo nodig een dwangsom. Bij een spoedeisend belang kan dat in kort geding.
Daarnaast kan de rechter volgens artikel 6:167 BW veroordelen tot publicatie van een rectificatie op een door hem bepaalde manier. Het tweede lid maakt dat ook mogelijk als de plaatser niet aansprakelijk is, omdat de publicatie hem niet valt toe te rekenen. Wie te goeder trouw iets onjuists doorplaatst, kan dus toch tot rectificatie worden veroordeeld.
De rechter kijkt daarbij niet alleen naar u. Hij weegt uw belang bij bescherming van uw eer en goede naam af tegen de vrijheid van meningsuiting van de ander. Het kader daarvoor zijn de artikelen 8 en 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hoe concreter de beschuldiging, hoe minder feitelijke onderbouwing en hoe groter het bereik, hoe zwaarder uw belang weegt.
Een recent voorbeeld is het arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 31 maart 2026 in kort geding (ECLI:NL:GHSHE:2026:855). Een adviseur had op X, LinkedIn en Instagram een ingekort voicemailbericht van een ondernemer geplaatst, waardoor dat dreigend leek, en de directeur was herkenbaar. Het hof vond de posts onrechtmatig: de eer en goede naam van de directeur wogen zwaarder dan de vrijheid van meningsuiting. De veroordeling tot verwijdering en rectificatie, met dwangsommen, bleef in stand.
Strafrecht of civiele rechter: welke route past bij uw doel?
| Uw doel | Strafrechtelijke route | Civiele route |
|---|---|---|
| Bericht offline | Indirect, geen eigen vordering | Verwijdering en verbod, zo nodig in kort geding (artikel 6:162 BW) |
| Rechtzetting | Niet | Rectificatie (artikel 6:167 BW) |
| Schadevergoeding | Als benadeelde partij in de strafzaak | Eigen vordering |
| Anonieme plaatser achterhalen | Politie heeft opsporingsbevoegdheden | Beperkt, via een vordering tegen het platform |
| Termijn | Klacht binnen drie maanden (artikel 66 Sr) | Geen klachttermijn |
Wilt u dat de publicatie verdwijnt en dat uw schade wordt vergoed, dan is de civiele weg meestal de snelste en meest gerichte. Gaat het om gedrag dat doorgaat, om bedreiging of om verspreiding van beelden, dan ligt het strafrecht meer voor de hand. Bij de civiele route bepaalt u zelf het tempo en wat u vordert, en u bent niet afhankelijk van een beslissing van het openbaar ministerie.
De routes sluiten elkaar niet uit. In de praktijk lopen ze vaak naast elkaar: een kort geding om het bericht offline te krijgen, en een aangifte met klacht om het gedrag te laten stoppen. Wordt u zelf verdacht van smaad of laster, dan draait het juist om de uitzonderingen van artikel 261 lid 3 Sr en om de vrijheid van meningsuiting.
Hoe wij u bijstaan bij smaad en laster
- Wij beoordelen of de uiting smaad, laster of belediging is (artikelen 261, 262 en 266 Sr) of onder de vrijheid van meningsuiting valt.
- Wij stellen een sommatie op aan de plaatser om de uiting te verwijderen en te rectificeren.
- Wij begeleiden u bij de aangifte met klacht en bewaken de klachttermijn van drie maanden uit artikel 66 Sr.
- Wij starten zo nodig een kort geding voor verwijdering, rectificatie (artikel 6:167 BW), een verbod en een dwangsom.
- Wordt u zelf verdacht, dan toetsen wij of een beroep op artikel 261 lid 3 Sr kan slagen en staan wij u bij in het politieverhoor.
Smaad en laster in vijf punten
- Smaad is het opzettelijk verspreiden van een concrete beschuldiging (artikel 261 Sr); laster is hetzelfde terwijl de dader weet dat het onwaar is (artikel 262 Sr).
- Zonder concreet feit is het geen smaad maar hooguit belediging, zoals het hof Den Haag op 28 mei 2026 oordeelde.
- Het zijn klachtdelicten: dien binnen drie maanden na kennisneming een klacht in (artikel 66 Sr).
- Via de civiele rechter vordert u verwijdering, rectificatie en schadevergoeding, zo nodig in kort geding.
- Leg alles direct vast met schermafdrukken, datum en webadres.
Veelgestelde vragen
Is kwaadsprekerij strafbaar?
Dat hangt af van wat er precies wordt gezegd. Een concrete beschuldiging die wordt verspreid, kan smaad of smaadschrift zijn, en laster als de verspreider wist dat het onwaar was. Roddel in kleine kring zonder concrete beschuldiging is strafrechtelijk vaak niet te vervolgen, maar kan civielrechtelijk wel onrechtmatig zijn (artikel 6:162 BW).
Hoe bewijst u smaad en laster?
Voor smaad toont u aan dat een concrete beschuldiging is geuit en verspreid; getuigen die het hebben gelezen, helpen daarbij. Voor laster moet ook blijken dat de ander wist dat het onwaar was, bijvoorbeeld uit eerdere berichten. Leg daarnaast uw schade vast, zoals opgezegde opdrachten of een afgebroken sollicitatie.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.