Gepubliceerd op 29 juni 2026 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Bij een aandeelhoudersgeschil heeft u grofweg vijf routes: afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst, mediation, een kort geding, de wettelijke geschillenregeling (uitstoting of uittreding) en de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer. Welke route past, hangt af van wat u wilt: blijven, vertrekken of de ander laten vertrekken. Dreigt onherstelbare schade, dan kunt u daarnaast direct een spoedvoorziening vragen. In dit artikel zetten wij de opties op een rij, zodat u uw positie bij ondernemingsrechtelijke conflicten goed kunt inschatten.
Inhoudsopgave
Wanneer is er sprake van een aandeelhoudersgeschil?
Er is sprake van een aandeelhoudersgeschil zodra de verhouding tussen aandeelhouders zo verstoord is dat de besluitvorming vastloopt. Dat kan gaan over de strategie, over dividend of over de beloning van een aandeelhouder die ook bestuurder is. Het kan ook gaan om een aandeelhouder die de vennootschap concurrentie aandoet of informatie achterhoudt.
Onderling overleg blijft de goedkoopste oplossing. Elke week dat een conflict voortduurt, kost de onderneming tijd, geld en rust. Maak daarbij wel onderscheid tussen een aandeelhoudersconflict en een bestuursconflict, want dat bepaalt welke route openstaat. Een aandeelhouder oefent zeggenschap uit in de algemene vergadering. Een bestuurder voert het beleid uit en is daarvoor verantwoordelijk. In het midden- en kleinbedrijf is dat vaak dezelfde persoon, en juist dan lopen de conflicten door elkaar. Sinds de Wagevoe telt gedrag in die andere rol, bijvoorbeeld als bestuurder, uitdrukkelijk mee bij een verzoek tot uitstoting.
Stap 1: wat staat er in de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten?
Kijk eerst naar de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten. Daar staan vaak al afspraken die het conflict kunnen oplossen. Goede afspraken regelen de besluitvorming, een geschillenregeling, een exit- of aanbiedingsregeling en vaak een manier om een impasse te doorbreken. Denk aan een verplichte overlegronde, een bindend advies van een deskundige of een regeling waarbij de ene aandeelhouder de andere uitkoopt tegen een vooraf bepaalde prijsmethode. Wie hier vooraf goed over heeft nagedacht, staat bij een conflict duidelijk sterker.
Een voorbeeld ter illustratie: twee aandeelhouders met ieder 50% van de aandelen worden het niet eens over de verkoop van een bedrijfsonderdeel. Bevat hun overeenkomst een duidelijke geschillenregeling, bijvoorbeeld eerst overleg en daarna bindend advies, dan kan de impasse vaak worden doorbroken zonder dat een van beiden naar de rechter hoeft.
Stap 2: is mediation zinvol?
Mediation is vaak een verstandige eerste stap voordat u naar de rechter gaat. Het is meestal sneller en goedkoper dan een procedure, het is vertrouwelijk en de relatie tussen partijen blijft waar mogelijk intact. Een ervaren mediator bij aandeelhoudersgeschillen helpt de onderliggende belangen boven tafel te krijgen. Samen zoekt u naar een oplossing waarmee beide partijen verder kunnen, bijvoorbeeld een geregelde uitkoop of nieuwe afspraken over de besluitvorming.
Wanneer is mediation geen goede optie?
Mediation werkt niet altijd. Bij vermoedens van fraude, bij een volledig verstoorde verhouding of wanneer een partij niet te goeder trouw onderhandelt, is een formele procedure soms onvermijdelijk. Mediation werkt ook minder goed als er snel iets moet gebeuren, bijvoorbeeld omdat geld uit de vennootschap verdwijnt.
Wanneer vraagt u een kort geding of onmiddellijke voorzieningen?
Loopt de dagelijkse gang van zaken vast of dreigt onherstelbare schade, dan hoeft u het einde van een procedure niet af te wachten. Deze spoedroute loopt naast de andere stappen en kunt u op elk moment inzetten.
In kort geding kan de voorzieningenrechter op korte termijn een ordemaatregel treffen. Denk aan het schorsen van een besluit van de algemene vergadering, een verbod op concurrerende activiteiten of een bevel om de administratie af te geven. Loopt er een enquêteprocedure, dan kan de Ondernemingskamer verder gaan met onmiddellijke voorzieningen. Voorbeelden zijn de schorsing van een bestuurder, de benoeming van een tijdelijke bestuurder of commissaris, of de tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer. Die laatste maatregel kan een impasse doorbreken: de stemrechten komen dan bij een onafhankelijke beheerder te liggen, zodat de algemene vergadering weer besluiten kan nemen.
Stap 3: wanneer gebruikt u de wettelijke geschillenregeling?
Komt u er onderling niet uit, dan biedt de wet een eigen route: de geschillenregeling in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Die regeling is bedoeld voor aandeelhouders die niet meer met elkaar verder kunnen, maar aan elkaar vastzitten omdat niemand vrijwillig zijn aandelen overdraagt. Zij geldt voor besloten vennootschappen en naamloze vennootschappen die niet beursgenoteerd zijn. Verwar de geschillenregeling niet met de uitkoopregeling van artikel 2:201a BW. Die regeling is er voor een aandeelhouder met ten minste 95% van het kapitaal en vraagt geen verwijt. Uitstoting en uittreding draaien juist om gedrag.
Hoe laat u een mede-aandeelhouder gedwongen vertrekken?
Met een uitstotingsprocedure vraagt u dat een mede-aandeelhouder zijn aandelen overdraagt (artikel 2:336 BW). De maatstaf is dat hij door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zo schaadt dat zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet langer kan worden geduld. Dat is een hoge drempel. Incidentele wrijving of een verschil van inzicht over het beleid is niet genoeg. Structurele obstructie van de besluitvorming, concurrerende activiteiten of het onttrekken van geld aan de vennootschap kunnen wel voldoende zijn.
Sinds 1 januari 2025 telt daarbij ook gedrag mee dat de aandeelhouder in een andere rol heeft vertoond, bijvoorbeeld als bestuurder of als privépersoon. Onder het oude recht moest het gaan om gedragingen als aandeelhouder. Dat was in de praktijk een lastige horde.
Hoe dwingt u af dat uw aandelen worden overgenomen?
Wilt u zelf vertrekken, dan is de uittredingsprocedure de aangewezen weg (artikel 2:343 BW). U vraagt dan dat uw mede-aandeelhouders of de vennootschap uw aandelen overnemen. De grond is dat u door hun gedragingen zo in uw rechten of belangen bent geschaad dat van u niet langer kan worden gevergd dat u aandeelhouder blijft. Denk aan een minderheidsaandeelhouder die jaren geen dividend ziet, terwijl de meerderheid zichzelf via managementvergoedingen betaalt.
Worden partijen het niet eens over de prijs, dan stelt de rechter die vast. Daarvoor benoemt hij in de regel een of meer deskundigen die de aandelen waarderen. Zijn partijen het wel eens over het vertrek, maar niet over de prijs, dan kan de rechter ook alleen worden gevraagd de prijs vast te stellen. Houd er rekening mee dat een waardering tijd en geld kost. Een goed onderbouwd standpunt over de waarde helpt om die fase beperkt te houden.
Wat is er sinds de Wagevoe veranderd?
De Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, kortweg de Wagevoe, geldt sinds 1 januari 2025. Voor de praktijk zijn vier wijzigingen van belang:
- de procedure begint met een verzoekschrift in plaats van een dagvaarding, waardoor de Ondernemingskamer ook andere aandeelhouders en belanghebbenden bij de zaak kan betrekken;
- de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam is exclusief bevoegd en oordeelt als eerste en enige feitelijke instantie; tegen haar beslissing staat alleen cassatie bij de Hoge Raad open, geen hoger beroep;
- de eis dat het bij uitstoting moet gaan om gedrag als aandeelhouder is vervallen, zodat ook gedrag als bestuurder of als privépersoon kan meewegen;
- samenhangende vorderingen, zoals een vordering tot schadevergoeding, kunnen in dezelfde procedure worden meegenomen in plaats van in een aparte zaak.
Daardoor is de geschillenregeling, die lang als traag en omslachtig gold, een reëel alternatief geworden voor de enquêteprocedure. Weeg daarom beide routes naast elkaar voordat u kiest. Ook certificaathouders met vergaderrecht kunnen sinds de Wagevoe een uittredingsverzoek doen.
Stap 4: wat levert een enquête bij de Ondernemingskamer op?
Een enquête levert een onafhankelijk onderzoek naar het beleid op. Stelt de Ondernemingskamer daarna wanbeleid vast, dan kan zij maatregelen treffen zoals de schorsing van een bestuurder of de tijdelijke overdracht van aandelen (artikel 2:356 BW).
De Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam is gespecialiseerd in geschillen binnen ondernemingen. Bij ernstige aandeelhoudersgeschillen kan zij via de enquêteprocedure een onderzoek laten doen naar het beleid en de gang van zaken binnen een vennootschap. Stelt het onderzoek wanbeleid vast, dan kan zij daarna ingrijpende maatregelen treffen.
“De ondernemingskamer kan een of meer personen benoemen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon.” — Artikel 2:350 BW, lid 1
Wie kan een enquête vragen?
Voor een enquête gelden twee voorwaarden. Er moeten gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen. Daarnaast moet de verzoeker genoeg aandelen hebben: in de regel ten minste 10% van het geplaatste kapitaal, of aandelen met een nominale waarde van €225.000. Voor beursvennootschappen gelden lagere drempels: 1% van het geplaatste kapitaal of een beurswaarde van ten minste €20 miljoen. De Wagevoe heeft deze ontvankelijkheidseisen verduidelijkt.
Een voorbeeld ter illustratie: een minderheidsaandeelhouder wordt stelselmatig buiten de besluitvorming gehouden en krijgt geen informatie meer. Hij kan de Ondernemingskamer vragen een enquête te gelasten en tegelijk onmiddellijke voorzieningen te treffen, bijvoorbeeld de benoeming van een onafhankelijke commissaris. Of dat verzoek slaagt, hangt af van de feiten en het bewijs.
Stap 5: wanneer stelt u een bestuurder aansprakelijk of treedt u samen op?
In ernstige gevallen kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor onbehoorlijk bestuur. Ook kunnen aandeelhouders samen optreden wanneer hun belangen gelijk lopen. Dit zijn zware middelen. Ze vragen een zorgvuldige voorbereiding en goed bewijs, zoals notulen, correspondentie en financiële stukken.
Hoe kiest u de juiste strategie?
De juiste route hangt af van uw situatie. Vier vragen helpen u op weg:
- Wat wilt u bereiken: blijven, vertrekken of de ander uitkopen?
- Hoe staat het met het bewijs van wanbeleid of benadeling?
- Hoeveel aandelen houdt u en welke rechten als aandeelhouder geeft u dat?
- Hoe dringend is ingrijpen: dreigt onherstelbare schade?
Hoe lang duurt het en wat kost het?
Doorlooptijd en kosten verschillen sterk per zaak. Mediation en een kort geding zijn meestal het snelst. Een onmiddellijke voorziening van de Ondernemingskamer kan binnen enkele weken worden getroffen. Een enquête en een uitstotings- of uittredingsprocedure duren doorgaans aanzienlijk langer, zeker als er deskundigen moeten worden benoemd voor een onderzoek of een waardering.
De kosten hangen vooral af van de omvang van het dossier, het aantal partijen en de vraag of er een onderzoek of waardering nodig is. Wij bespreken vooraf met u welke route bij uw doel past en wat u ongeveer kunt verwachten.
Een aandeelhoudersgeschil oplossen begint met een nuchtere beoordeling van uw positie: wat wilt u bereiken, wat kunt u bewijzen en welke route past daarbij. Vaak is het verstandig om al in een vroeg stadium de stukken te verzamelen, zoals notulen, jaarrekeningen en correspondentie.
Wat kunnen wij voor u doen bij een aandeelhoudersgeschil?
Ons team ondernemingsrecht staat meerderheids- en minderheidsaandeelhouders bij, ook buitenlandse aandeelhouders in Nederlandse vennootschappen, in het Nederlands of het Engels.
- Wij beoordelen de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst op regels voor een impasse, aanbieding en uitkoop.
- Wij vragen in kort geding een ordemaatregel, zoals de schorsing van een besluit van de algemene vergadering.
- Wij dienen een verzoek tot uitstoting (artikel 2:336 BW) of uittreding (artikel 2:343 BW) in bij de Ondernemingskamer, of voeren daartegen verweer.
- Wij stellen een enquêteverzoek op (artikel 2:345 BW), zo nodig met een verzoek om onmiddellijke voorzieningen (artikel 2:349a BW).
- Wij onderbouwen uw standpunt over de waarde van de aandelen als de rechter een deskundige benoemt.
Samengevat
- Kijk eerst naar de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten; daar staan vaak al regels voor een impasse.
- Mediation is meestal sneller en goedkoper, maar werkt niet bij fraude of een volledig verstoorde verhouding.
- Bij dreigende schade kunt u een kort geding of onmiddellijke voorzieningen bij de Ondernemingskamer vragen.
- Sinds 1 januari 2025 loopt uitstoting en uittreding via een verzoekschrift bij de Ondernemingskamer, met alleen cassatie daarna.
- Een enquête vraagt gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen en voldoende aandelen.
Veelgestelde vragen
Wat kan de Ondernemingskamer doen?
De Ondernemingskamer kan een onderzoek naar het beleid van de onderneming gelasten en onmiddellijke voorzieningen treffen. Denk aan het schorsen van een bestuurder, het tijdelijk overdragen van aandelen ten titel van beheer of het benoemen van een onafhankelijke bestuurder of commissaris. Sinds 2025 beslist zij ook over uitstoting en uittreding.
Wat zijn mijn rechten als minderheidsaandeelhouder?
Als minderheidsaandeelhouder heeft u onder meer recht op informatie, het recht om de algemene vergadering bij te wonen en te stemmen, en bij voldoende aandelen en gegronde redenen toegang tot de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer. Wordt u door de anderen benadeeld, dan kunt u ook uittreding vragen.
Wat is het verschil tussen mediation, arbitrage en de Ondernemingskamer?
Mediation is een vrijwillige, vertrouwelijke onderhandeling onder begeleiding van een mediator. Arbitrage is een private, bindende beslissing door een of meer arbiters. De Ondernemingskamer is de gespecialiseerde overheidsrechter die kan ingrijpen in de onderneming via de enquêteprocedure en die beslist over uitstoting en uittreding.
Kan ik een bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen?
Dat kan bij onbehoorlijk bestuur of onrechtmatig handelen. De lat ligt hoog: u moet aantonen dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft. Goede dossiervorming en bewijs zijn daarbij essentieel.
Werkt u ook voor buitenlandse aandeelhouders?
Ja. Wij staan ook internationale cliënten bij in geschillen rond Nederlandse vennootschappen en begeleiden hen in het Engels door de Nederlandse procedures.