In dit begrippenkader leggen wij de termen uit die in de Nederlandse rechtspraktijk het vaakst voorbijkomen. Elk begrip geeft een korte definitie, de wettelijke basis, hoe de regel in de praktijk uitpakt en waar het doorgaans misgaat. De uitleg is geschreven voor cliënten en hun adviseurs, niet voor specialisten, en van elk begrip bestaat ook een Engelstalige versie op onze internationale site.
Het begrippenkader bestrijkt tien rechtsgebieden met elk twintig begrippen: ondernemingsrecht, arbeidsrecht, familierecht, civiel recht, immigratierecht, energierecht, vastgoedrecht, strafrecht, IT-recht en bestuursrecht.
Ondernemingsrecht
Lees ook onze pagina over ondernemingsrecht.
- Aandeelhoudersovereenkomst — Overeenkomst tussen aandeelhouders over zeggenschap, overdracht van aandelen, uittreding en impasses, die naast de statuten geldt.
- Aandelenoverdracht — Een aandelenoverdracht is de levering van aandelen in een BV, die op straffe van nietigheid bij notariele akte moet plaatsvinden.
- Actio Pauliana — Met de actio pauliana kan een curator of schuldeiser rechtshandelingen vernietigen die schuldeisers onverplicht hebben benadeeld.
- Activa-passivatransactie — Bij een activa-passivatransactie worden bezittingen en schulden afzonderlijk overgedragen in plaats van de aandelen in de vennootschap.
- Agentuurovereenkomst — Een handelsagent bemiddelt tegen provisie bij het tot stand komen van overeenkomsten en heeft bij het einde recht op een klantenvergoeding.
- Algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) — Het orgaan waarin aandeelhouders hun rechten uitoefenen: het stelt de jaarrekening vast, benoemt en ontslaat bestuurders en besluit over uitkeringen.
- Besloten vennootschap (B.V.) — De standaard Nederlandse rechtsvorm: een rechtspersoon met niet vrij overdraagbare aandelen, opgericht bij notariële akte en zonder minimumkapitaal.
- Bestuurdersaansprakelijkheid — De persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder jegens de vennootschap, de boedel of derden, waarvoor een ernstig persoonlijk verwijt nodig is.
- Certificering van aandelen (STAK) — Bij certificering gaan aandelen naar een stichting administratiekantoor die certificaten uitgeeft; zeggenschap en belang worden gescheiden.
- Dividenduitkering en uitkeringstoets — Een BV mag alleen dividend uitkeren als het bestuur na een uitkeringstoets vaststelt dat de vennootschap haar opeisbare schulden kan blijven betalen.
- Drag along en tag along — Drag along verplicht minderheidsaandeelhouders mee te verkopen; tag along geeft hun het recht om onder dezelfde voorwaarden mee te liften.
- Due diligence (boekenonderzoek) — Het onderzoek van de koper naar een doelvennootschap vóór een transactie, en het tegenwicht tegen de mededelingsplicht van de verkoper.
- Earn-out — Een earn-out is een deel van de koopprijs dat pas na de overname wordt betaald en afhangt van de resultaten van de onderneming.
- Enquêteprocedure — De enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer is het onderzoek naar het beleid van een vennootschap, met de mogelijkheid van onmiddellijke voorzieningen.
- Faillissement — Een faillissement is het algemeen beslag op het vermogen van een schuldenaar die is opgehouden te betalen, uitgesproken door de rechtbank.
- Franchiseovereenkomst — De Wet franchise stelt dwingende eisen aan de precontractuele informatie, aan wijziging van de formule en aan het concurrentiebeding na afloop.
- Handelsregister (KVK) — Het openbare register van Nederlandse ondernemingen bij de Kamer van Koophandel, waarop derden in beginsel mogen afgaan bij zaken doen.
- Jaarrekening en deponering — Een BV moet jaarlijks een jaarrekening opmaken, vaststellen en deponeren; te laat deponeren telt mee bij bestuurdersaansprakelijkheid.
- Juridische fusie en splitsing — Bij een juridische fusie of splitsing gaat het vermogen onder algemene titel over, zonder afzonderlijke levering van elk vermogensbestanddeel.
- Ontbinding en vereffening — Het beëindigen van een rechtspersoon: een ontbindingsbesluit, gevolgd door vereffening van het vermogen en uitkering van een eventueel overschot.
- Raad van commissarissen — De raad van commissarissen houdt toezicht op het bestuur van een vennootschap en staat het bestuur daarnaast met raad terzijde.
- Statuten — Het constituerende document van een rechtspersoon, vastgelegd bij notariële akte en openbaar gedeponeerd, met naam, zetel, doel en interne inrichting.
- Tegenstrijdig belang — Een bestuurder met een persoonlijk belang dat strijdt met het vennootschapsbelang mag niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming.
- Turboliquidatie — Ontbinding van een vennootschap zonder baten, waarbij het bestuur stukken moet deponeren en de schuldeisers vooraf moet informeren.
- UBO-register — In het UBO-register staan de uiteindelijk belanghebbenden van entiteiten; inschrijving is verplicht, maar het register is niet meer openbaar.
- Vennootschap onder firma (vof) — Een vof is een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid waarin de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden.
- Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) — De WBTR harmoniseert sinds 1 juli 2021 de regels over bestuur en toezicht voor verenigingen en stichtingen met die voor de BV en NV.
- WHOA-akkoord — Met de WHOA kan een onderneming buiten faillissement een dwangakkoord met schuldeisers tot stand brengen dat de rechter homologeert.
Arbeidsrecht
Lees ook onze pagina over arbeidsrecht.
- Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd — Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op de afgesproken datum, met een aanzegplicht van een maand.
- Billijke vergoeding — Aanvullende vergoeding bovenop de transitievergoeding, toe te kennen wanneer de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
- Collectief ontslag — Wie binnen drie maanden twintig of meer werknemers in een werkgebied wil ontslaan, moet dat melden en de vakbonden raadplegen.
- Collectieve arbeidsovereenkomst (cao) — Een cao is de collectieve overeenkomst tussen werkgevers en vakbonden over arbeidsvoorwaarden, die dwingend doorwerkt in individuele arbeidsovereenkomsten.
- Concurrentiebeding — Beding dat de werknemer na het dienstverband beperkt in werken bij een concurrent; schriftelijk, en bij tijdelijke contracten gemotiveerd.
- Eenzijdig wijzigingsbeding — Met een eenzijdig wijzigingsbeding kan de werkgever arbeidsvoorwaarden wijzigen, maar alleen bij een zwaarwichtig belang dat zwaarder weegt.
- Ketenregeling — De regel dat een reeks tijdelijke contracten na drie contracten of zesendertig maanden van rechtswege overgaat in een contract voor onbepaalde tijd.
- Loondoorbetaling bij ziekte — Bij ziekte betaalt de werkgever twee jaar lang ten minste zeventig procent van het loon door, met in het eerste jaar het minimumloon als ondergrens.
- Ondernemingsraad — De ondernemingsraad is het medezeggenschapsorgaan dat verplicht is bij vijftig of meer werknemers, met advies- en instemmingsrechten.
- Ontbinding van de arbeidsovereenkomst — Ontbinding is de route langs de kantonrechter om een arbeidsovereenkomst te beëindigen, op een van de wettelijke ontslaggronden.
- Ontslag op staande voet — Onmiddellijke beëindiging wegens een dringende reden, alleen geldig bij onverwijlde opzegging en gelijktijdige mededeling van die reden.
- Oproepovereenkomst — Bij een oproepovereenkomst staat de arbeidsomvang niet vast; de werkgever moet vier dagen vooraf oproepen en na twaalf maanden een vaste omvang aanbieden.
- Opzegtermijn — De termijn bij beëindiging: één maand voor de werknemer en één tot vier maanden voor de werkgever, afhankelijk van de duur van het dienstverband.
- Opzegverbod tijdens ziekte — Tijdens de eerste twee ziektejaren mag de werkgever de arbeidsovereenkomst niet opzeggen, met een beperkt aantal uitzonderingen.
- Ouderschapsverlof en geboorteverlof — Ouders hebben recht op geboorteverlof, aanvullend geboorteverlof en 26 weken ouderschapsverlof, waarvan negen weken deels betaald.
- Overgang van onderneming — Bij overgang van onderneming gaan de werknemers met behoud van al hun arbeidsvoorwaarden van rechtswege over op de verkrijgende partij.
- Payrolling — Bij payrolling is de werknemer in dienst bij een payrollbedrijf maar werkt hij exclusief bij de opdrachtgever, met dezelfde arbeidsvoorwaarden.
- Proeftijd — Korte beginperiode waarin beide partijen direct kunnen beëindigen; alleen schriftelijk geldig en niet bij contracten van zes maanden of korter.
- Relatiebeding — Beding dat een vertrekkende werknemer verbiedt relaties van de werkgever te benaderen; een smallere variant van het concurrentiebeding.
- Schijnzelfstandigheid — Van schijnzelfstandigheid is sprake als een opdrachtnemer formeel zzp’er is maar feitelijk onder gezag werkt, zodat er een arbeidsovereenkomst bestaat.
- Studiekostenbeding — Sinds 2022 mogen kosten van verplichte scholing niet meer op de werknemer worden verhaald; voor andere opleidingen gelden strenge eisen.
- Transitievergoeding — De wettelijke ontslagvergoeding bij beëindiging door de werkgever: een derde maandsalaris per dienstjaar, vanaf de eerste werkdag.
- UWV-ontslagprocedure — De bestuursrechtelijke route voor ontslag om bedrijfseconomische redenen of na twee jaar ziekte, waarbij het UWV vooraf toestemming moet geven.
- Vakantiedagen en verlof — Wettelijke vakantiedagen vervallen zes maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd; bovenwettelijke dagen verjaren pas na vijf jaar.
- Vaststellingsovereenkomst — Schriftelijke overeenkomst waarmee partijen het dienstverband met wederzijds goedvinden beëindigen, met een bedenktijd van veertien dagen.
- Werkgeversaansprakelijkheid — De werkgever is aansprakelijk voor schade van de werknemer in de uitoefening van het werk, tenzij hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
- Wet verbetering poortwachter — De Wet verbetering poortwachter schrijft voor welke re-integratiestappen werkgever en werknemer in de eerste twee ziektejaren moeten zetten.
- WIA-uitkering — Na twee jaar ziekte beoordeelt het UWV of er recht bestaat op een WIA-uitkering; de drempel ligt bij 35 procent verlies aan verdiencapaciteit.
Immigratierecht
Lees ook onze pagina over immigratierecht.
- Bezwaar en beroep in vreemdelingenzaken — Tegen reguliere besluiten van de IND staat bezwaar open, tegen asielbesluiten rechtstreeks beroep, met korte termijnen en vaak zonder schorsende werking.
- Dublinprocedure — De Dublinverordening bepaalt welke lidstaat een asielverzoek behandelt; is dat een andere staat, dan volgt overdracht zonder inhoudelijke beoordeling.
- Erkend referent — Een erkend referent staat in het register van de IND en kan versneld verblijfsaanvragen indienen, tegen een zware informatie- en zorgplicht.
- Europese blauwe kaart — De Europese blauwe kaart is een verblijfs- en werkvergunning voor hoogopgeleiden van buiten de Unie, met een eigen salarisdrempel.
- Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid — De gvva bundelt verblijfsrecht en het recht op arbeid bij één werkgever in een enkele vergunning, na een arbeidsmarkttoets door het UWV.
- Gezinshereniging — Gezinshereniging is de toelating van een partner of minderjarig kind bij een referent, onder voorwaarden van inkomen en huisvesting.
- Inburgering — Inburgeringsplichtige nieuwkomers moeten binnen drie jaar het inburgeringsexamen halen; sinds 2022 regisseert de gemeente het traject.
- Inreisverbod — Een inreisverbod ontzegt een vreemdeling voor bepaalde tijd de toegang tot Nederland en het Schengengebied, meestal naast een terugkeerbesluit.
- Intrekking van de verblijfsvergunning — Een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken bij onjuiste gegevens, het niet meer voldoen aan de voorwaarden of gevaar voor de openbare orde.
- Kennismigrant — Een kennismigrant werkt voor een door de IND erkende referent tegen een salaris boven het criterium, met een versnelde toelatingsprocedure.
- Machtiging tot voorlopig verblijf — Een machtiging tot voorlopig verblijf is het inreisvisum dat bepaalde nationaliteiten nodig hebben voor een verblijf van meer dan negentig dagen.
- Nareis — Nareis is de gezinshereniging voor gezinsleden van een asielstatushouder, met soepeler voorwaarden mits binnen drie maanden aangevraagd.
- Naturalisatie — Naturalisatie is de verlening van het Nederlanderschap op verzoek, na in beginsel vijf jaar hoofdverblijf en het inburgeringsexamen.
- Schengenvisum — Met een Schengenvisum mag een vreemdeling maximaal negentig dagen binnen honderdtachtig dagen in het Schengengebied verblijven.
- Terugkeerbesluit — Een terugkeerbesluit verplicht een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf Nederland te verlaten, meestal binnen een termijn van vier weken.
- Tewerkstellingsvergunning — Een tewerkstellingsvergunning is nodig om een vreemdeling zonder vrije toegang tot de arbeidsmarkt te laten werken; de werkgever vraagt haar aan.
- Verblijf op humanitaire gronden — Een verblijfsvergunning op humanitaire gronden kan worden verleend bij schrijnende omstandigheden, medische noodzaak of na huiselijk geweld.
- Verblijfsrecht Chavez-Vilchez — Een ouder van een Nederlands kind kan een afgeleid verblijfsrecht hebben als het kind anders gedwongen zou zijn de Unie te verlaten.
- Verblijfsrecht van EU-burgers — Burgers van de Unie hebben een rechtstreeks verblijfsrecht in Nederland; na vijf jaar verblijf ontstaat een duurzaam verblijfsrecht.
- Verblijfsvergunning asiel — De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend aan wie bescherming nodig heeft; zij geldt voor vijf jaar en kent eigen procedureregels.
- Verblijfsvergunning regulier — De verblijfsvergunning regulier is de titel voor niet-asielgerelateerde doelen zoals arbeid, studie of gezinsleven, met een vast verblijfsdoel.
- Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd — Na vijf jaar rechtmatig verblijf kan een vergunning voor onbepaalde tijd worden aangevraagd, mits aan inburgering en middelen is voldaan.
- Verblijfsvergunning voor startende ondernemers — De startupvergunning geeft een ondernemer een jaar de tijd om met begeleiding van een erkende facilitator een innovatieve onderneming op te bouwen.
- Verblijfsvergunning voor studie — De studievergunning wordt aangevraagd door de onderwijsinstelling als erkend referent; de student moet voldoende studievoortgang boeken.
- Vreemdelingenbewaring — Vreemdelingenbewaring is vrijheidsontneming met het oog op uitzetting; zij mag alleen als een lichter middel niet toereikend is.
- Zoekjaar — Het zoekjaar is een verblijfsvergunning van twaalf maanden waarin afgestudeerden vrij mogen werken en een baan of onderneming mogen zoeken.
Familierecht
Lees ook onze pagina over familierecht.
- Adoptie — Adoptie verbreekt de familierechtelijke band met de oorspronkelijke ouders en schept een nieuwe band; alleen de rechter kan haar uitspreken.
- Beschermingsbewind — Beschermingsbewind is de maatregel waarbij de kantonrechter het beheer over iemands vermogen opdraagt aan een benoemde bewindvoerder.
- Co-ouderschap — Co-ouderschap is de feitelijk gelijke verdeling van de zorg voor de kinderen na een scheiding; het is geen wettelijke term maar heeft wel gevolgen.
- Echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek — Echtscheiding die beide echtgenoten samen aanvragen via één advocaat, op de grond dat het huwelijk duurzaam ontwricht is geraakt.
- Echtscheidingsconvenant — In een echtscheidingsconvenant leggen partners hun afspraken vast over vermogen, alimentatie en pensioen; de rechter hecht het aan de beschikking.
- Echtscheidingsprocedure — Een echtscheiding loopt via een verzoekschrift bij de rechtbank, met verplichte bijstand van een advocaat en inschrijving in de registers.
- Erkenning van een kind — De rechtshandeling waardoor iemand juridisch ouder wordt van een kind dat hij niet heeft gebaard; sinds 2023 ontstaat daardoor ook gezamenlijk gezag.
- Gemeenschap van goederen — Het wettelijke huwelijksvermogensregime; sinds 2018 beperkt, waardoor voorhuwelijks vermogen, giften en erfenissen privé blijven.
- Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap — Erkent een vader het kind niet, dan kan de rechter het vaderschap vaststellen, met terugwerkende kracht tot de dag van de geboorte.
- Geregistreerd partnerschap — Het geregistreerd partnerschap lijkt sterk op het huwelijk, maar kan zonder minderjarige kinderen buiten de rechter om worden beëindigd.
- Gezagsbeeindigende maatregel — De rechter kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouder dat niet kan afwenden.
- Huwelijkse voorwaarden — Notariële afspraken waarmee echtgenoten afwijken van het wettelijke huwelijksvermogensregime, te maken vóór of tijdens het huwelijk.
- Internationale kinderontvoering — Het ongeoorloofd overbrengen of achterhouden van een kind over de grens, met teruggeleiding via de rechtbank Den Haag onder het Haags Verdrag.
- Kinderalimentatie — De bijdrage van een ouder in de kosten van verzorging en opvoeding van een kind, berekend uit de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders.
- Naamswijziging van een kind — De geslachtsnaam van een kind kan worden gewijzigd via een verzoek aan de Koning, met eigen voorwaarden en verzorgingstermijnen.
- Omgangsregeling — De afgesproken of door de rechter vastgestelde regeling voor het contact tussen een kind en de ouder bij wie het niet zijn hoofdverblijf heeft.
- Ondertoezichtstelling — Een ondertoezichtstelling is de kinderbeschermingsmaatregel waarbij een gezinsvoogd wordt aangesteld terwijl de ouders het gezag houden.
- Ouderlijk gezag — De juridische verantwoordelijkheid voor opvoeding, vermogen en vertegenwoordiging van een minderjarig kind; erkenning geeft nu ook gezag.
- Ouderschapsplan — De schriftelijke afspraken over zorg, informatie en kinderalimentatie die scheidende ouders verplicht bij hun verzoek moeten indienen.
- Partneralimentatie — Alimentatie voor een ex-partner die niet in eigen onderhoud kan voorzien; zij duurt in beginsel de helft van het huwelijk, maximaal vijf jaar.
- Pensioenverevening — Bij scheiding heeft de ex-partner recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen; melden moet binnen twee jaar.
- Samenlevingscontract — Een samenlevingscontract legt afspraken vast tussen samenwoners; de wet regelt voor hen vrijwel niets, dus zonder contract ontstaat weinig.
- Scheidingsmediation — Bij scheidingsmediation begeleidt een neutrale mediator beide partners naar afspraken die daarna in een convenant worden vastgelegd.
- Vervangende toestemming voor verhuizing — Ouders met gezamenlijk gezag hebben elkaars toestemming nodig om met een kind te verhuizen; ontbreekt die, dan beslist de rechter.
- Voogdij — Voogdij is het gezag over een minderjarige door iemand anders dan de ouder, bijvoorbeeld na overlijden of na een gezagsbeëindigende maatregel.
- Wijziging van alimentatie — Alimentatie kan worden gewijzigd bij een wijziging van omstandigheden of als zij van meet af aan op onjuiste gegevens berustte.
Energierecht
Lees ook onze pagina over energierecht.
- Aansluit- en transportovereenkomst — De aansluit- en transportovereenkomst regelt tussen aangeslotene en netbeheerder de aansluiting en het gecontracteerde transportvermogen.
- Aansluitcapaciteit — De aansluitcapaciteit is het vermogen waarvoor een aansluiting is gerealiseerd; zij bepaalt het tarief en staat los van het transportvermogen.
- ACM-toezicht in de energiesector — De Autoriteit Consument en Markt reguleert de tarieven van netbeheerders, stelt de codes vast en beslecht geschillen tussen aangeslotenen en netbeheerders.
- Afsluitbeleid — Een kleinverbruiker mag niet zomaar worden afgesloten: er gelden waarschuwingstermijnen, een aanbod voor schuldhulp en een winterperiode.
- Congestiemanagement — Congestiemanagement is het geheel van maatregelen waarmee een netbeheerder schaarse transportcapaciteit verdeelt en extra ruimte op het net creeert.
- Emissiehandel (ETS) — Het Europese emissiehandelssysteem stelt een plafond aan broeikasgasuitstoot; deelnemende bedrijven moeten jaarlijks rechten inleveren voor hun emissies.
- Energiebesparingsplicht — Bedrijven met een groot energieverbruik moeten alle maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder treffen en daarover rapporteren.
- Energiecontract voor consumenten — Consumenten hebben recht op duidelijke contractvoorwaarden, een modelcontract en bescherming bij opzegging en bij faillissement van de leverancier.
- Energiegemeenschap — Een energiegemeenschap is een samenwerkingsverband van burgers of bedrijven dat energie opwekt, deelt, opslaat of levert met een maatschappelijk doel.
- Energielabel — Het energielabel geeft de energieprestatie van een gebouw weer; voor kantoorgebouwen geldt sinds 2023 een wettelijk minimumniveau C.
- Energieopslag — Energieopslag zoals batterijen kent een eigen positie in het net; de aansluiting, de tarieven en de rol als marktdeelnemer vragen aparte afspraken.
- Energiewet — De Energiewet is de kaderwet voor de elektriciteits- en gasmarkt en verving per 1 januari 2026 de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet.
- Garantie van oorsprong — Een garantie van oorsprong bewijst dat één megawattuur uit een hernieuwbare bron komt en is los van de stroom zelf verhandelbaar.
- Laadinfrastructuur — Voor laadpalen gelden eigen regels over de aanleg, de plaatsing in de openbare ruimte, transparante prijzen en de rechten van de gebruiker.
- Leveringsvergunning — Een leveringsvergunning van de ACM is nodig om elektriciteit of gas aan kleinverbruikers te leveren en stelt eisen aan de organisatie.
- Netbeheerder — De netbeheerder is de bij wet aangewezen beheerder van een elektriciteits- of gasnet, wettelijk gescheiden van productie en levering.
- Netcongestie — Netcongestie is de situatie waarin de vraag naar transportcapaciteit groter is dan het net aankan, waardoor aanvragen worden geweigerd.
- Power purchase agreement (PPA) — Een power purchase agreement is een langlopend contract waarbij een afnemer de productie van één installatie koopt tegen een vaste prijs.
- Programmaverantwoordelijkheid — Programmaverantwoordelijkheid is de plicht om vraag en aanbod van elektriciteit vooraf te voorspellen en afwijkingen financieel te verrekenen.
- Salderingsregeling — De salderingsregeling laat eigenaren van zonnepanelen teruggeleverde stroom wegstrepen tegen afgenomen stroom en stopt op 1 januari 2027.
- SDE++-subsidie — De SDE++ vergoedt de onrendabele top van duurzame energieproductie en CO2-reductie over een vaste periode, per ronde op volgorde van rangschikking.
- Slimme meter — De netbeheerder biedt iedere kleinverbruiker een slimme meter aan; de klant mag weigeren of de meetgegevens administratief laten uitzetten.
- Terugleverkosten — Leveranciers mogen terugleverkosten in rekening brengen aan bezitters van zonnepanelen, mits die op werkelijke kosten berusten en navolgbaar zijn.
- Vergunningen voor zonneparken en windparken — Een zonne- of windpark vraagt een omgevingsvergunning, vaak een milieueffectrapportage en een aansluiting die in congestiegebieden schaars is.
- Waterstofregulering — Het Europese waterstof- en gasdecarbonisatiepakket bouwt een gereguleerde waterstofmarkt op, met aangewezen netbeheerders en ontvlechting.
- Wet collectieve warmte — De Wet collectieve warmte herziet de markt voor warmtenetten: gemeenten wijzen kavels aan en de tarieven worden kostengebaseerd.
Vastgoedrecht
Lees ook onze pagina over vastgoedrecht.
- Aannemingsovereenkomst — Bij aanneming van werk verbindt de aannemer zich tot het tot stand brengen van een werk; oplevering is het scharnierpunt voor aansprakelijkheid.
- Appartementsrecht en VvE — Een appartementsrecht geeft een aandeel in een gesplitst gebouw met exclusief gebruik van een privégedeelte en lidmaatschap van de VvE.
- Bedrijfsruimte 230a — Kantoren, opslag en praktijkruimte vallen onder artikel 7:230a BW en kennen alleen ontruimingsbescherming, geen huurbescherming.
- Bedrijfsruimte 290 — Huur van winkel- en horecaruimte valt onder artikel 7:290 BW, met vijf plus vijf jaar en opzeggingsbescherming voor de huurder.
- Bodemverontreiniging — Bodemverontreiniging raakt de waarde en de bruikbaarheid van grond; sinds de Omgevingswet ligt de regeling in het omgevingsrecht.
- Burenrecht — Het burenrecht regelt de verhouding tussen eigenaren van naburige erven, van erfafscheidingen en overhangende takken tot uitzicht en hinder.
- Erfdienstbaarheid — Een erfdienstbaarheid is een last op het ene perceel ten behoeve van het andere, zoals overpad, en gaat van rechtswege mee met de grond.
- Erfpacht — Erfpacht is het zakelijk recht om grond van een ander te gebruiken tegen betaling van een canon; de akte van uitgifte bepaalt de voorwaarden.
- Financieringsvoorbehoud — Met een financieringsvoorbehoud kan de koper de koop zonder boete ontbinden als hij tijdig en gedocumenteerd aantoont geen hypotheek te krijgen.
- Huurbescherming woonruimte — Huurders van woonruimte zijn sterk beschermd: opzegging kan alleen op wettelijke gronden en huurprijzen tot een puntengrens zijn gereguleerd.
- Huurprijsherziening bedrijfsruimte — Huurder en verhuurder van 290-bedrijfsruimte kunnen na vijf jaar nadere vaststelling van de huurprijs vragen aan de hand van vergelijkbare panden.
- Huurverhoging — Voor gereguleerde woonruimte gelden wettelijke maxima voor de jaarlijkse huurverhoging; in de vrije sector geldt het contract.
- Hypotheekrecht — Het hypotheekrecht is een beperkt recht op een registergoed dat de schuldeiser voorrang geeft en het recht van parate executie.
- Indeplaatsstelling — Bij indeplaatsstelling machtigt de rechter de huurder van bedrijfsruimte om een derde in zijn plaats te stellen bij overdracht van het bedrijf.
- Juridische levering — Overdracht van een onroerende zaak vraagt een notariële akte van levering en inschrijving in de openbare registers; pas dan gaat eigendom over.
- Kettingbeding en kwalitatieve verplichting — Een kettingbeding verplicht de koper de verplichting door te geven aan opvolgers; een kwalitatieve verplichting gaat van rechtswege mee met de zaak.
- Koopovereenkomst onroerende zaak — De koopovereenkomst van een woning moet bij een consument schriftelijk zijn en bevat meestal een waarborgsom en een boetebeding.
- Non-conformiteit bij woningkoop — Een woning is non-conform als zij niet de eigenschappen bezit die de koper mocht verwachten, waarbij normaal gebruik de maatstaf is.
- Omgevingsplan — Het omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan en bevat alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving binnen de gemeentegrens.
- Omgevingsvergunning — De omgevingsvergunning is de toestemming die de Omgevingswet vereist voor bouwen, slopen en andere activiteiten in de leefomgeving.
- Ontruiming — Ontruiming van gehuurde ruimte vraagt een rechterlijk vonnis; alleen daarmee kan de deurwaarder het pand feitelijk leegmaken.
- Opstalrecht — Het opstalrecht doorbreekt de natrekking: de opstaller wordt eigenaar van gebouwen, werken of beplantingen op andermans grond.
- Ouderdomsclausule — Een ouderdomsclausule beperkt de aansprakelijkheid van de verkoper voor gebreken die met de leeftijd van de woning samenhangen.
- Servicekosten — Servicekosten zijn de vergoedingen voor leveringen en diensten naast de kale huur; de verhuurder moet daarvan jaarlijks afrekenen.
- Verkrijgende en bevrijdende verjaring — Wie een stuk grond langdurig als eigenaar bezit, kan het door verjaring verkrijgen; de bestolen eigenaar kan dan schadevergoeding vorderen.
- Wet kwaliteitsborging voor het bouwen — Sinds 2024 controleert een onafhankelijke kwaliteitsborger nieuwbouw in gevolgklasse 1 en is de aannemer na oplevering langer aansprakelijk.
- Wettelijke bedenktijd — De wettelijke bedenktijd geeft een consument die een woning koopt drie dagen om de koop zonder opgaaf van redenen te ontbinden.
- Woningwaarderingsstelsel — Het woningwaarderingsstelsel kent punten toe aan een huurwoning en bepaalt daarmee de maximale huurprijs; sinds 2024 geldt het ook in het middensegment.
Strafrecht
Lees ook onze pagina over strafrecht.
- Aangifte — Een aangifte is de melding van een strafbaar feit bij politie of openbaar ministerie; het openbaar ministerie beslist daarna zelf over vervolging.
- Benadeelde partij — Een slachtoffer kan zich als benadeelde partij voegen in het strafproces om zijn schade rechtstreeks van de verdachte te vorderen.
- Bewijs in strafzaken — Een veroordeling vereist wettig en overtuigend bewijs uit ten minste twee bronnen; een enkele getuige of bekentenis is niet genoeg.
- Dagvaarding — De dagvaarding roept de verdachte voor de strafrechter op; de tenlastelegging daarin bepaalt de omvang van het onderzoek ter zitting.
- Economisch strafrecht — Het economisch strafrecht bestrijkt overtredingen van ordeningswetgeving door ondernemingen, van milieu tot arbeidsomstandigheden en financieel toezicht.
- Hoger beroep in strafzaken — Tegen een vonnis van de rechtbank staat binnen veertien dagen hoger beroep open bij het gerechtshof, dat de zaak opnieuw behandelt.
- Inbeslagneming — Inbeslagneming is het onder zich nemen van voorwerpen voor het onderzoek of voor verbeurdverklaring; teruggave kan met een klaagschrift worden gevraagd.
- Inverzekeringstelling — Inverzekeringstelling is een bevel waarmee een verdachte in het belang van het onderzoek maximaal drie dagen kan worden vastgehouden.
- Ontneming — De ontnemingsmaatregel verplicht de veroordeelde het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen, in een aparte procedure.
- Opiumwet — De Opiumwet verbiedt de handel in en productie van drugs; lijst I betreft harddrugs, lijst II softdrugs, met eigen strafmaxima.
- Raadsman bij het politieverhoor — Iedere verdachte heeft recht op een advocaat voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor; van dat recht kan alleen bewust afstand worden gedaan.
- Rijden onder invloed — Rijden onder invloed van alcohol of drugs is strafbaar; naast een boete of taakstraf volgt vaak een rijontzegging of een educatieve maatregel.
- Schadevergoeding na vrijspraak — Na een sepot of vrijspraak kan een gewezen verdachte binnen drie maanden vergoeding vragen voor ondergane detentie en voor de kosten van de advocaat.
- Sepot — Een sepot is de beslissing van het openbaar ministerie om niet te vervolgen, wegens onvoldoende bewijs of op gronden van beleid.
- Strafbeschikking — Een strafbeschikking is een straf van het openbaar ministerie zonder rechter; het enige middel ertegen is verzet binnen veertien dagen.
- Taakstraf — Een taakstraf verplicht tot onbetaalde arbeid van ten hoogste tweehonderdveertig uur; bij niet-uitvoeren volgt vervangende hechtenis.
- Tbs — Terbeschikkingstelling is een maatregel voor verdachten met een stoornis die een ernstig misdrijf pleegden en een gevaar vormen.
- Tijdelijk huisverbod — De burgemeester kan iemand tien dagen uit huis plaatsen bij een ernstig vermoeden van huiselijk geweld, met verlenging tot vier weken.
- Valsheid in geschrifte — Valsheid in geschrifte is het vervalsen of valselijk opmaken van een geschrift met bewijsbestemming, met het oogmerk het als echt te gebruiken.
- Verdachte — Verdachte is degene tegen wie uit feiten een redelijk vermoeden van schuld voortvloeit; vanaf dat moment gelden zwijgrecht en recht op bijstand.
- Verklaring omtrent het gedrag (VOG) — Een VOG verklaart dat justitiële gegevens geen bezwaar vormen voor een functie; Justis kijkt terug over een periode die per functie verschilt.
- Voorlopige hechtenis — Voorlopige hechtenis is vrijheidsbeneming op bevel van de rechter vóór de inhoudelijke behandeling, alleen op de wettelijke gronden.
- Voorwaardelijke straf en proeftijd — Een voorwaardelijke straf wordt niet uitgevoerd zolang de veroordeelde zich tijdens de proeftijd aan de gestelde voorwaarden houdt.
- Vormverzuim — Een vormverzuim is een onherstelbaar gebrek in het vooronderzoek; de rechter kan daaraan strafvermindering of bewijsuitsluiting verbinden.
- Witwassen — Witwassen is het verhullen of gebruiken van voorwerpen die uit misdrijf afkomstig zijn; het vermoeden ontstaat vaak uit onverklaarbaar vermogen.
- Zwijgrecht en cautie — Een verdachte hoeft niet te antwoorden en moet daarop vóór het verhoor worden gewezen; zonder cautie is de verklaring meestal onbruikbaar.
Civiel recht
Lees ook onze pagina over civiel recht.
- Algemene voorwaarden — Standaardbedingen voor herhaald gebruik; zij binden de wederpartij alleen als zij vóór of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld.
- Bewijslastverdeling — Wie zich op de rechtsgevolgen van feiten beroept, draagt daarvan de bewijslast, tenzij een bijzondere regel of de redelijkheid anders meebrengt.
- Boetebeding — Een boetebeding verplicht tot betaling van een vast bedrag bij tekortkoming; de rechter kan die boete matigen bij een buitensporig resultaat.
- Borgtocht — Bij borgtocht verbindt een derde zich tot nakoming van de schuld van een ander; particuliere borgen genieten extra bescherming.
- Buitengerechtelijke incassokosten — Bij een onbetaalde geldvordering mag een vergoeding voor incassokosten worden gevorderd; bij consumenten geldt een verplichte aanmaning van veertien dagen.
- Cessie — Cessie is de overdracht van een vordering aan een ander; openbare cessie vereist mededeling aan de schuldenaar, stille cessie registratie van de akte.
- Conservatoir beslag — Beslag op vermogen vóór het vonnis, met verlof van de rechter, om verhaal veilig te stellen; de eis in de hoofdzaak moet snel volgen.
- Dagvaardingsprocedure — De dagvaardingsprocedure is de gewone civiele bodemprocedure, ingeleid met een exploot van de deurwaarder waarin de vordering en de gronden staan.
- Dwaling — Een overeenkomst die is gesloten onder een onjuiste voorstelling van zaken door toedoen of zwijgen van de wederpartij kan worden vernietigd.
- Dwangsom — De dwangsom is een bedrag dat de rechter oplegt voor elke dag dat een veroordeling niet wordt nagekomen; niet bij een geldvordering.
- Eigendomsvoorbehoud — Met een eigendomsvoorbehoud blijft de verkoper eigenaar van geleverde zaken totdat de koper de koopprijs volledig heeft betaald.
- Executoriaal beslag — Met een executoriale titel kan een schuldeiser beslag leggen en het beslagen vermogen laten verkopen om zijn vordering te voldoen.
- Exoneratieclausule — Een exoneratieclausule beperkt of sluit aansprakelijkheid uit; zij blijft buiten toepassing als een beroep erop onaanvaardbaar zou zijn.
- Hoger beroep in civiele zaken — Hoger beroep is de volledige herbeoordeling van een civiele zaak door het gerechtshof, in te stellen binnen drie maanden na het vonnis.
- Hoofdelijke aansprakelijkheid — Bij hoofdelijke aansprakelijkheid kan de schuldeiser elk van de schuldenaren voor het geheel aanspreken; onderling volgt verdeling via regres.
- Ingebrekestelling — Schriftelijke aanmaning waarin de schuldenaar een laatste redelijke termijn krijgt om na te komen; de stap die verzuim doet intreden.
- Klachtplicht — Wie een gebrek in de prestatie ontdekt, moet binnen bekwame tijd protesteren bij de wederpartij; te laat klagen doet alle rechten vervallen.
- Kort geding — Snelle civiele procedure bij de voorzieningenrechter voor een spoedeisende voorlopige voorziening; het vonnis volgt meestal binnen enkele weken.
- Onrechtmatige daad — Een onrechtmatige daad is een inbreuk op een recht of strijd met een wettelijke plicht of de zorgvuldigheid, en verplicht tot schadevergoeding.
- Ontbinding van de overeenkomst — Beëindiging van een overeenkomst wegens een tekortkoming van de wederpartij; kan bij schriftelijke verklaring en werkt voor de toekomst.
- Opschortingsrecht — Het opschortingsrecht geeft een schuldenaar de bevoegdheid zijn eigen prestatie uit te stellen zolang de wederpartij niet nakomt.
- Overmacht — Van overmacht is sprake als een tekortkoming niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend; hij is dan geen schadevergoeding verschuldigd.
- Retentierecht — Het retentierecht geeft een schuldeiser de bevoegdheid de afgifte van een zaak op te schorten totdat zijn vordering volledig is voldaan.
- Schadevergoeding — Schadevergoeding strekt ertoe de benadeelde in de toestand te brengen waarin hij zou verkeren zonder de schadeveroorzakende gebeurtenis.
- Verjaring — De termijn waarna een vordering niet meer afdwingbaar is; vijf jaar voor de meeste contractuele en schadevorderingen, twintig jaar als buitengrens.
- Verrekening — Verrekening laat twee partijen die over en weer schuldenaar zijn hun schulden tegen elkaar wegstrepen tot het bedrag van de kleinste.
- Verzuim — De toestand waarin een schuldenaar komt na een ingebrekestelling of een verstreken fatale termijn; voorwaarde voor schadevergoeding.
- Wanprestatie — Een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een contractuele verbintenis, die recht geeft op schadevergoeding en in de meeste gevallen op ontbinding.
IT-recht
Lees ook onze pagina over IT-recht.
- AI-verordening — De AI-verordening reguleert kunstmatige intelligentie naar risiconiveau, met verboden praktijken en eisen aan hoog-risicosystemen.
- Auteursrecht op software — Software is auteursrechtelijk beschermd; het recht rust op de broncode en het voorbereidend materiaal, niet op de ideeën erachter.
- Bewaartermijnen — Persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan nodig; de fiscale bewaarplicht van zeven jaar is de bekendste vaste termijn.
- Broncode-escrow — Bij broncode-escrow bewaart een onafhankelijke derde de broncode van software en geeft die aan de gebruiker af als de leverancier wegvalt.
- Controle van werknemers — Controle van werknemers mag alleen met een gerechtvaardigd belang, na een proportionaliteitstoets en meestal met instemming van de OR.
- Cookietoestemming — Cookietoestemming is de vrije en ondubbelzinnige toestemming die nodig is voordat niet-noodzakelijke cookies worden geplaatst.
- Cyberbeveiligingswet (NIS2) — De Cyberbeveiligingswet verplicht essentiële en belangrijke entiteiten tot risicobeheersmaatregelen en een gelaagde meldplicht bij incidenten.
- Databankenrecht — Het databankenrecht beschermt de producent die substantieel heeft geïnvesteerd in het verkrijgen of presenteren van de inhoud van een databank.
- Datalek — Een datalek is een inbreuk op de beveiliging die leidt tot verlies van of ongeoorloofde toegang tot persoonsgegevens, meldplicht binnen 72 uur.
- Dataverordening (Data Act) — De dataverordening geeft gebruikers toegang tot de data van hun verbonden producten en maakt overstappen tussen clouddiensten eenvoudiger.
- Digitaledienstenverordening (DSA) — De digitaledienstenverordening legt online tussenpersonen plichten op over meldingen, transparantie en advertenties, zwaarder voor grote platforms.
- Direct marketing en het spamverbod — Commerciële e-mail en telemarketing mogen alleen met voorafgaande toestemming; voor bestaande klanten geldt een beperkte uitzondering.
- Domeinnaamgeschil — Een domeinnaamgeschil kan snel worden beslecht via de geschillenregeling voor .nl-domeinen of via de UDRP, in plaats van via de rechter.
- DPIA (gegevensbeschermingseffectbeoordeling) — Een DPIA is de verplichte beoordeling vooraf van de privacyrisico’s van een verwerking die waarschijnlijk een hoog risico oplevert voor betrokkenen.
- Elektronische handtekening — De eIDAS-verordening kent gewone, geavanceerde en gekwalificeerde handtekeningen; alleen de laatste staat gelijk aan een natte handtekening.
- Functionaris voor gegevensbescherming — De functionaris voor gegevensbescherming houdt intern toezicht op de naleving van de AVG en is verplicht bij overheden en bij grootschalige verwerking.
- Geautomatiseerde besluitvorming — U mag niet worden onderworpen aan een louter geautomatiseerd besluit met aanmerkelijke gevolgen, tenzij een uitzondering met waarborgen geldt.
- Handelsnaamrecht — Het recht op een handelsnaam ontstaat door gebruik, niet door inschrijving; een jongere naam die verwarring wekt kan worden verboden.
- ICT-projectgeschil — Bij een mislukt ICT-project draait het om de vraag wie waarvoor verantwoordelijk was, en om de waarschuwingsplicht van de leverancier.
- Internationale doorgifte van persoonsgegevens — Doorgifte buiten de Europese Economische Ruimte vereist een adequaatheidsbesluit, standaardcontractbepalingen of een andere passende waarborg.
- Koop op afstand — Bij koop op afstand heeft de consument veertien dagen bedenktijd en gelden voor de verkoper uitgebreide informatieplichten vooraf.
- Licentieovereenkomst — Met een licentie geeft u een ander toestemming uw IE-recht te gebruiken; omvang, exclusiviteit en duur bepalen wat de licentienemer mag.
- Merkrecht — Een merk beschermt een teken dat uw waren of diensten onderscheidt; het recht ontstaat pas door inschrijving bij het BOIP of het EUIPO.
- Notice and takedown — Notice and takedown is de procedure waarmee onrechtmatige inhoud bij een hostingdienst wordt gemeld en zo nodig wordt verwijderd.
- Rechten van betrokkenen — De AVG geeft betrokkenen recht op inzage, rectificatie, verwijdering, beperking, overdraagbaarheid en bezwaar, met een reactietermijn van een maand.
- SaaS-overeenkomst — Een SaaS-overeenkomst geeft de klant online toegang tot software die bij de leverancier draait, zonder dat er een kopie wordt geleverd.
- Verwerkersovereenkomst — De verwerkersovereenkomst legt schriftelijk vast onder welke voorwaarden een verwerker persoonsgegevens verwerkt voor de verantwoordelijke.
Bestuursrecht
Lees ook onze pagina over bestuursrecht.
- Belanghebbende — Belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; alleen een belanghebbende kan bezwaar maken en beroep instellen.
- Beleidsregel — Een beleidsregel legt vast hoe een bestuursorgaan zijn bevoegdheid uitoefent; afwijken moet zodra toepassing onevenredig zou uitpakken.
- Beroep bij de bestuursrechter — Beroep bij de bestuursrechter is de gang naar de rechtbank na de beslissing op bezwaar, in te stellen binnen een termijn van zes weken.
- Besluit — Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan met publiekrechtelijk rechtsgevolg; alleen daartegen staat bezwaar open.
- Bestuurlijke boete — Een bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie van het bestuursorgaan zelf; daarbij gelden het zwijgrecht en de onschuldpresumptie.
- Bestuurlijke lus — Met de bestuurlijke lus geeft de rechter het bestuursorgaan de gelegenheid een gebrek in het besluit te herstellen tijdens de procedure.
- Bezwaarschrift — Een bezwaarschrift is het verzoek aan het bestuursorgaan zelf om zijn besluit te heroverwegen, in te dienen binnen zes weken na bekendmaking.
- Dwangsom bij niet tijdig beslissen — Beslist een bestuursorgaan te laat, dan verbeurt het na een ingebrekestelling een dwangsom van maximaal 1.442 euro over ten hoogste 42 dagen.
- Evenredigheidsbeginsel — Het evenredigheidsbeginsel verplicht het bestuursorgaan om de nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig te laten zijn ten opzichte van het doel.
- Gedogen — Gedogen is bewust afzien van handhaving; het mag alleen bij uitzondering, moet tijdelijk zijn en biedt de gedoogde weinig rechtszekerheid.
- Handhavingsverzoek — Met een handhavingsverzoek dwingt een belanghebbende het bestuursorgaan een besluit te nemen over optreden tegen een overtreding.
- Intrekking van een vergunning — Een vergunning kan worden ingetrokken bij onjuiste opgave, ongebruikt blijven of overtreding van voorschriften; er geldt een belangenafweging.
- Last onder bestuursdwang — Bij bestuursdwang beëindigt het bestuursorgaan de overtreding zelf en verhaalt het de kosten op de overtreder, na een begunstigingstermijn.
- Last onder dwangsom — Bij een last onder dwangsom verbeurt de overtreder een bedrag als hij de overtreding niet binnen de begunstigingstermijn beëindigt.
- Mandaat en delegatie — Bij mandaat neemt een ander namens het bestuursorgaan een besluit; bij delegatie gaat de bevoegdheid zelf over naar een ander orgaan.
- Medewerkingsplicht bij toezicht — Iedereen moet meewerken aan een toezichthouder die zijn bevoegdheid redelijkerwijs uitoefent; bij een boetetraject geldt wel het zwijgrecht.
- Motiveringsbeginsel — Een besluit moet berusten op een deugdelijke motivering die bij de bekendmaking wordt vermeld; ontbreekt die, dan houdt het besluit geen stand.
- Nadeelcompensatie — Nadeelcompensatie is de vergoeding van onevenredige schade door rechtmatig overheidshandelen, met een eigen regeling in de Awb sinds 2024.
- Proceskostenvergoeding in het bestuursrecht — Wie in bezwaar of beroep gelijk krijgt, kan een forfaitaire vergoeding krijgen van de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
- Schadevergoeding bij een onrechtmatig besluit — Is een besluit vernietigd of herroepen, dan kunt u de schade verhalen via een verzoekschrift bij de bestuursrechter of bij de civiele rechter.
- Subsidievaststelling — Met de subsidievaststelling stelt het bestuursorgaan het definitieve bedrag vast; een lagere vaststelling kan tot terugvordering leiden.
- Termijnoverschrijding — Bezwaar en beroep moeten binnen zes weken worden ingediend; te laat betekent niet-ontvankelijk, tenzij de overschrijding verschoonbaar is.
- Uniforme openbare voorbereidingsprocedure — Bij deze procedure ligt eerst een ontwerpbesluit ter inzage waarop zienswijzen kunnen worden ingediend, waarna beroep openstaat zonder bezwaarfase.
- Vertrouwensbeginsel — Het vertrouwensbeginsel beschermt wie gerechtvaardigd vertrouwde op een toezegging van de overheid; sinds 2019 geldt een driestappentoets.
- Voorlopige voorziening — Een voorlopige voorziening is de spoedmaatregel waarmee de bestuursrechter een besluit kan schorsen zolang bezwaar of beroep loopt.
- Wet Bibob — Met de Wet Bibob kan een bestuursorgaan een vergunning weigeren of intrekken bij ernstig gevaar dat die wordt misbruikt voor strafbare feiten.
- Wet open overheid (Woo) — De Wet open overheid geeft iedereen het recht om publieke informatie op te vragen bij bestuursorganen, met een beslistermijn van vier weken.