Europees recht is geen apart hoekje van het recht. Het werkt door in gewone Nederlandse zaken: welke rechter bevoegd is, welk recht geldt, of een beding standhoudt en welke verplichtingen er op uw onderneming rusten.Op deze pagina leest u:
- hoe Europees recht in een Nederlandse procedure doorwerkt;
- welke rechter bevoegd kan zijn bij een grensoverschrijdend geschil;
- welk recht op uw overeenkomst van toepassing kan zijn;
- hoe u stukken betekent en bewijs verzamelt over de grens;
- welke Europese procedures er zijn om een vordering te innen;
- welke digitale verplichtingen er gelden en vanaf wanneer;
- waar het mededingings- en staatssteunrecht in de weg kan zitten;
- wat er speelt bij detachering en bij strafrechtelijke samenwerking.
Deze pagina geeft algemene informatie. Welke regel in uw zaak geldt, hangt af van het toepassingsgebied van het betrokken instrument en van de concrete feiten.
Verordening, richtlijn en voorrang
Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie onderscheidt verschillende rechtshandelingen. Voor de praktijk zijn er twee die er het meest toe doen.Een verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten waarop zij van toepassing is. Omzetting in nationale wetgeving is daarvoor niet nodig. Het toepassingsgebied en eventuele uitzonderingen volgen uit de verordening zelf: sommige instrumenten gelden bijvoorbeeld niet of niet volledig voor Denemarken of Ierland.Een richtlijn is verbindend wat het te bereiken resultaat betreft en laat de vorm en de middelen aan de lidstaten. U beroept zich dan in beginsel op de Nederlandse wet waarin de richtlijn is omgezet. Is de omzetting uitgebleven of gebrekkig, dan moet de nationale rechter het nationale recht zoveel mogelijk uitleggen in het licht van de richtlijn. Tegenover de staat kan een particulier zich onder voorwaarden rechtstreeks op een voldoende duidelijke en onvoorwaardelijke richtlijnbepaling beroepen. Tussen private partijen onderling ligt dat anders.Valt een situatie binnen het toepassingsgebied van het Unierecht en is een nationale bepaling daarmee onverenigbaar, dan blijft die nationale bepaling in dat geval buiten toepassing. Zij wordt daarmee niet ongeldig of ingetrokken: zij werkt alleen in dat concrete geval niet.
Prejudiciële vragen
Rijst in een procedure de vraag hoe een Unierechtelijke bepaling moet worden uitgelegd, dan kan de rechter die vraag voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dat is geregeld in artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.Er is een verschil tussen kunnen en moeten. Voor een rechter tegen wiens beslissing nog een gewoon rechtsmiddel openstaat, is verwijzing een bevoegdheid. Voor een rechterlijke instantie waarvan de beslissingen niet vatbaar zijn voor hoger beroep of cassatie, is verwijzing in beginsel een verplichting. Die verplichting vervalt wanneer de vraag niet relevant is voor de beslissing, wanneer het Hof de bepaling al heeft uitgelegd, of wanneer de juiste toepassing zo evident is dat redelijkerwijs geen twijfel bestaat. Aan dat laatste stelt het Hof strenge eisen.Een verwijzing kost tijd, vaak meer dan een jaar. Tegelijk kan zij een zaak beslissen. Of u erom vraagt, is dus een strategische afweging die vroeg in de procedure thuishoort.
Welke rechter is bevoegd
Bij een grensoverschrijdend geschil moet eerst worden vastgesteld of de zaak binnen het toepassingsgebied van de Brussel I-bis-verordening valt, Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Onder meer belastingzaken, faillissement, arbitrage en delen van het familierecht vallen daarbuiten en kennen een eigen regeling.Valt de zaak eronder, dan worden vervolgens vier vragen afzonderlijk beoordeeld.Is er een exclusieve bevoegdheidsgrond? Voor bijvoorbeeld zakelijke rechten op onroerend goed en voor de geldigheid van besluiten van vennootschappen wijst de verordening één rechter aan. Die gaat voor op alles, ook op een forumkeuze.Is er een geldig forumkeuzebeding? Een forumkeuze kan de bevoegdheid vastleggen, maar gaat niet zonder meer voor. De geldigheid, de vorm, de vraag of de keuze exclusief is bedoeld en de vraag of een beschermingsregeling in de weg staat, moeten los van elkaar worden beoordeeld. Bij consumenten, werknemers en verzekerden is de ruimte voor een forumkeuze beperkt.Geldt de hoofdregel? Die houdt in dat de verweerder wordt opgeroepen voor de rechter van de lidstaat waar hij woont of gevestigd is.Is er een alternatieve bevoegdheidsgrond? Bij een overeenkomst kan dat de rechter zijn van de plaats waar de verbintenis is of moest worden uitgevoerd: bij koop de plaats van levering van de zaken, bij diensten de plaats waar de diensten zijn of moesten worden verstrekt. Bij een verbintenis uit onrechtmatige daad kan het de rechter zijn van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen.Loopt over hetzelfde onderwerp tussen dezelfde partijen al een zaak in een andere lidstaat, dan geldt een regeling voor aanhangigheid: de later aangezochte rechter houdt de zaak in beginsel aan totdat de eerst aangezochte rechter over zijn bevoegdheid heeft beslist. Daarop bestaat een uitzondering wanneer een exclusieve forumkeuze is gemaakt voor de later aangezochte rechter. Het moment van dagvaarden kan dus meewegen, maar het is niet doorslaggevend: exclusieve bevoegdheid, een geldige forumkeuze en de voorwaarden voor aanhangigheid bepalen mede de uitkomst.Een beslissing uit een andere lidstaat wordt in Nederland erkend zonder dat daarvoor een procedure nodig is, en kan in beginsel ten uitvoer worden gelegd zonder aparte verlofprocedure. Daarvoor is wel een certificaat van het gerecht van herkomst nodig. De wederpartij kan om weigering verzoeken op een beperkt aantal gronden, waaronder strijd met de openbare orde en gebreken bij de oproeping van de niet-verschenen verweerder.
Welk recht is van toepassing
Bevoegdheid en toepasselijk recht zijn twee losse vragen. Een Nederlandse rechter kan Duits recht toepassen en een Duitse rechter Nederlands recht.Voor contractuele verbintenissen geldt in beginsel de Rome I-verordening, Verordening (EG) nr. 593/2008. Partijen kunnen een rechtskeuze maken. Die keuze wordt begrensd, onder meer door de beschermingsregels voor consumenten en werknemers en door bepalingen van bijzonder dwingend recht van het land van de rechter. Ontbreekt een rechtskeuze, dan wijst de verordening per contractsoort een recht aan: bij koop in beginsel het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft, bij diensten dat van de dienstverlener.Voor niet-contractuele verbintenissen geldt in beginsel de Rome II-verordening, Verordening (EG) nr. 864/2007. Uitgangspunt is het recht van het land waar de schade zich voordoet, met bijzondere regels voor onder meer productaansprakelijkheid en oneerlijke concurrentie, en met een beperkte mogelijkheid tot rechtskeuze.Let bij internationale koop ook op het Weens Koopverdrag. Bij handelskoop tussen partijen in verdragsstaten is het vaak van toepassing zonder dat partijen daar iets voor hoeven af te spreken, en het wijkt op punten af van het Nederlandse recht. Wilt u dat niet, sluit het dan uitdrukkelijk uit. Een rechtskeuze voor Nederlands recht is daarvoor niet genoeg, want het verdrag maakt deel uit van dat recht.
Stukken betekenen en bewijs verzamelen over de grens
Een procedure tegen een partij in een andere lidstaat begint met een correcte betekening. Daarvoor geldt Verordening (EU) 2020/1784 over de betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken. Gaat dat mis, dan kan dat later een grond zijn om de erkenning of tenuitvoerlegging van het vonnis te weigeren.Moet er bewijs worden verzameld in een andere lidstaat, bijvoorbeeld door het horen van een getuige, dan biedt Verordening (EU) 2020/1783 daarvoor de weg, met de mogelijkheid van rechtstreekse bewijsverkrijging en van videoverbinding.Verordening (EU) 2023/2844 over de digitalisering van de justitiële samenwerking voorziet in elektronische communicatie tussen de betrokken instanties en in een gefaseerde invoering daarvan. Laat per zaak nagaan welk kanaal op dat moment openstaat.
Vorderingen innen binnen de EU
Naast de gewone procedure bestaan er drie Europese instrumenten. Alle drie zijn beperkt tot grensoverschrijdende burgerlijke en handelszaken; belastingzaken, douanezaken en overheidsaansprakelijkheid voor handelen bij de uitoefening van openbaar gezag vallen erbuiten.Het Europees betalingsbevel, Verordening (EG) nr. 1896/2006, is bedoeld voor opeisbare geldvorderingen. U dient een formulier in, de rechter toetst aan de hand van dat formulier en geeft het bevel af. De verweerder kan binnen de gestelde termijn een verweerschrift indienen. Doet hij dat tijdig, dan wordt de procedure in beginsel voortgezet volgens het gewone burgerlijk procesrecht, tenzij de eiser vooraf heeft aangegeven dat hij die voortzetting niet wenst. Dient de verweerder geen verweerschrift in, dan wordt het bevel uitvoerbaar verklaard.De Europese procedure voor geringe vorderingen, Verordening (EG) nr. 861/2007, is een vereenvoudigde, in beginsel schriftelijke procedure. Zij geldt voor vorderingen tot en met 5.000 euro, exclusief rente en kosten; die grens geldt sinds de wijziging die op 14 juli 2017 van toepassing werd. De uitspraak wordt in de andere lidstaten erkend en ten uitvoer gelegd zonder aparte verlofprocedure.Het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen, Verordening (EU) nr. 655/2014, maakt het mogelijk banktegoeden in een andere lidstaat te bevriezen zonder dat de wederpartij vooraf wordt gehoord. Er bestaat een informatieverzoek om rekeningen te achterhalen. De voorwaarden zijn streng en de rechter verlangt doorgaans zekerheidstelling. Dit is het scherpste van de drie instrumenten en de risico’s bij een onterecht beslag liggen bij de verzoeker.Denemarken neemt bij deze instrumenten een eigen positie in. Ga er dus niet van uit dat elke route in de hele Unie op dezelfde manier openstaat.
De digitale regels uit Brussel
Op dit terrein is de afgelopen jaren het meeste veranderd, en het verandert nog steeds. Controleer per onderwerp de stand van zaken voordat u er conclusies aan verbindt.De Algemene verordening gegevensbescherming, Verordening (EU) 2016/679, kent een eigen materieel en territoriaal toepassingsgebied, beginselen voor de verwerking en verplichtingen rond de beveiliging van gegevens. Houd daarbij twee sporen uit elkaar: het toezicht door de Autoriteit Persoonsgegevens en de civiele vordering tot schadevergoeding. Een boete betekent niet dat iedere betrokkene een claim heeft, en het uitblijven van handhaving sluit een claim niet uit.De digitaledienstenverordening, Verordening (EU) 2022/2065, richt zich op aanbieders van tussenhandeldiensten. Zij bevat onder meer regels over bevelen van autoriteiten en over meldings- en actiemechanismen, met aanvullende verplichtingen voor zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines. Of u eronder valt, hangt af van de categorie waarin uw dienst valt, niet van uw omvang alleen.De digitalemarktenverordening, Verordening (EU) 2022/1925, geldt niet voor ieder groot platform, maar voor ondernemingen die door de Europese Commissie als poortwachter zijn aangewezen, en dan voor de aangewezen kernplatformdiensten. Bent u afhankelijk van zo’n dienst, dan kan dat uw positie veranderen.De dataverordening, Verordening (EU) 2023/2854, regelt onder meer de toegang tot gegevens die worden gegenereerd door verbonden producten en bijbehorende diensten, en stelt eisen aan het overstappen tussen aanbieders van dataverwerkingsdiensten. Dat raakt contracten die vaak jaren geleden zijn gesloten.Voor netwerk- en informatiebeveiliging geldt Richtlijn (EU) 2022/2555, de NIS2-richtlijn. Een richtlijn werkt via nationale omzetting. Of uw onderneming onder de verplichtingen valt, hangt af van de sector en de omvang, en vanaf wanneer hangt af van de stand van de Nederlandse implementatiewetgeving. Laat dat per geval nagaan.De AI-verordening, Verordening (EU) 2024/1689, kent een gefaseerde invoering. De verboden praktijken en de eisen rond AI-geletterdheid zijn van toepassing sinds februari 2025, de regels voor AI-modellen voor algemene doeleinden sinds augustus 2025. De toepassingsdata voor AI met een hoog risico zijn nadien verschoven. Volgens de informatie van de Europese Commissie gaan de verplichtingen voor de aangewezen hoogrisicogebieden, waaronder biometrie, kritieke infrastructuur, onderwijs, werkgelegenheid, migratie en grenstoezicht, gelden vanaf 2 december 2027, en voor AI die is ingebouwd in gereguleerde producten vanaf 2 augustus 2028. Deze data zijn gecontroleerd op 16 augustus 2026. Omdat op dit dossier vaker is geschoven, raden wij aan de actuele stand te laten bevestigen voordat u er planning op baseert.
Mededinging en staatssteun
De artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verbieden mededingingsbeperkende afspraken en misbruik van een machtspositie. Die verboden werken rechtstreeks: een beding dat onder het kartelverbod valt en niet is vrijgesteld, is nietig, ook als beide partijen het destijds hebben gewild.In de praktijk komt dit het vaakst voor bij distributie- en leveringsovereenkomsten: afspraken over doorverkoopprijzen, over gebieden en klanten en over exclusiviteit. Voor verticale overeenkomsten bestaat een groepsvrijstelling met eigen voorwaarden en marktaandeeldrempels. Blijft u daarbinnen en bevat de overeenkomst geen hardcorebeperking, dan is zij in beginsel vrijgesteld.Wie schade lijdt door een inbreuk op het mededingingsrecht kan die civiel vorderen. Een besluit van een mededingingsautoriteit kan die vordering ondersteunen, maar de schade en het oorzakelijk verband moeten nog steeds worden aangetoond.Bij grotere transacties kan een concentratiemelding verplicht zijn, bij de Europese Commissie of bij de Autoriteit Consument en Markt. Doorvoeren voordat toestemming is verkregen kan tot boetes leiden.Bij staatssteun geldt op grond van artikel 108 van het Verdrag een aanmeldingsplicht met een standstillverplichting: voorgenomen steun mag in beginsel niet tot uitvoering worden gebracht voordat de Commissie een besluit heeft genomen. Daarop bestaan uitzonderingen. Steun die binnen de de-minimisdrempel blijft wordt niet als staatssteun in de zin van het Verdrag aangemerkt, en steun die voldoet aan de voorwaarden van de algemene groepsvrijstellingsverordening is van aanmelding vrijgesteld, met een kennisgeving achteraf. Wordt steun in strijd met de standstillverplichting verleend, dan kan terugvordering met rente volgen, ook bij een ontvanger te goeder trouw.
Detachering en sociale zekerheid
Het vrije verkeer van diensten geeft een onderneming uit een andere lidstaat het recht hier tijdelijk werkzaamheden te verrichten. Daar staan verplichtingen tegenover.De detacheringsrichtlijn, zoals gewijzigd in 2018, en de handhavingsrichtlijn zijn in Nederland omgezet in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie. Voor de gedetacheerde werknemer geldt een kern van arbeidsvoorwaarden van het werkland, waaronder beloning, maximale werk- en minimale rusttijden, vakantie en veiligheid op het werk. Welke voorwaarden dat precies zijn, kan per sector verschillen doordat algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen meetellen. Bij langdurige detachering wordt dat pakket ruimer. Voor de arbeidsovereenkomst zelf blijft daarnaast het recht van het land van herkomst een rol spelen; de kernvoorwaarden komen daar bovenop voor zover zij gunstiger zijn.Daarnaast gelden meldings- en administratieve verplichtingen, en kan een opdrachtgever in de keten worden aangesproken voor achterstallig loon. Controlemaatregelen van de lidstaat moeten wel geschikt en evenredig zijn: het Hof van Justitie toetst of een verplichting verder gaat dan nodig is om werknemers te beschermen en fraude te bestrijden.Voor de sociale zekerheid wijst een A1-verklaring aan welk stelsel van toepassing is. Zo’n verklaring bindt in beginsel de organen van de ontvangende lidstaat. Die binding is echter niet onvoorwaardelijk. Bij aanwijzingen van fraude moet eerst de dialoog- en bemiddelingsprocedure met het afgevende orgaan worden gevolgd; pas wanneer dat orgaan niet binnen een redelijke termijn tot herziening overgaat, kan de rechter van de ontvangende lidstaat de verklaring onder voorwaarden buiten beschouwing laten.
Strafrechtelijke samenwerking
Tussen de lidstaten verloopt de overdracht van personen niet via uitlevering maar via overlevering, op grond van het kaderbesluit over het Europees aanhoudingsbevel. De procedure is sneller en de toetsing beperkter dan bij uitlevering aan landen buiten de Unie. Naast en buiten het toepassingsbereik van dat kaderbesluit kunnen uitleveringsverdragen en andere regelingen relevant blijven.Overlevering is niet onvoorwaardelijk. Er zijn verplichte en facultatieve weigeringsgronden, en daarnaast kan de uitvoerende rechter de overlevering weigeren wanneer er een reëel gevaar bestaat dat het grondrecht op een eerlijk proces of het verbod op onmenselijke of vernederende behandeling wordt geschonden. Het Hof van Justitie verlangt daarvoor een toets in twee stappen: eerst of er structurele of fundamentele gebreken zijn, en vervolgens of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden zijn om aan te nemen dat de betrokkene daardoor in zijn concrete geval een reëel gevaar loopt.Voor strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden bestaat het Europees Openbaar Ministerie, dat in de deelnemende lidstaten zelf kan opsporen en vervolgen. Dat speelt onder meer bij fraude met Europese subsidies en bij grensoverschrijdende btw-fraude boven een drempelbedrag.
Veelgemaakte fouten in de praktijk
Een rechtskeuze maken en denken dat daarmee alles is geregeld. De keuze zegt niets over de bevoegde rechter, en zij kan de dwingende bescherming van consumenten en werknemers niet opzijzetten.Het Weens Koopverdrag niet uitsluiten in internationale handelscontracten.Een forumkeuze overnemen uit een oud model zonder te toetsen of die aan de vormvereisten voldoet en of een exclusieve of beschermde bevoegdheid in de weg staat.Slordig betekenen. Een gebrek in de oproeping kan zich jaren later wreken bij de tenuitvoerlegging.Een distributiecontract voortzetten zonder te toetsen of de prijs- en gebiedsafspraken nog binnen de groepsvrijstelling vallen.Aannemen dat de digitale verordeningen alleen voor grote techbedrijven gelden. Of u eronder valt, hangt af van de categorie waarin uw dienst of product valt.
Veelgestelde vragen
Mijn contract zegt Nederlands recht. Kan ik dan toch in het buitenland worden gedagvaard?
Ja. Toepasselijk recht en bevoegde rechter zijn twee losse vragen. Wilt u ook de rechter vastleggen, neem dan naast de rechtskeuze een forumkeuze op die aan de vormvereisten voldoet. Houd er rekening mee dat een exclusieve bevoegdheidsgrond of een beschermingsregeling voor consumenten of werknemers daar alsnog voor kan gaan.
Geldt een Europese verordening ook zonder Nederlandse wet?
Een verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten waarop zij van toepassing is, dus daarvoor is geen Nederlandse wet nodig. Een richtlijn moet worden omgezet; daar beroept u zich in beginsel op de Nederlandse wet waarin dat is gebeurd.
Kan ik een Nederlands vonnis in een andere lidstaat uitvoeren?
Valt de zaak onder de Brussel I-bis-verordening, dan in beginsel wel, en zonder aparte verlofprocedure. U hebt daarvoor een certificaat van de Nederlandse rechter nodig. De wederpartij kan in het land van tenuitvoerlegging om weigering verzoeken op een beperkt aantal gronden.
Vanaf wanneer moet mijn onderneming aan de AI-verordening voldoen?
Dat hangt af van de categorie waarin uw toepassing valt en van uw rol daarbij. De verboden praktijken en de eisen rond AI-geletterdheid gelden al. Voor AI met een hoog risico zijn de data verschoven; laat de actuele toepassingsdatum bevestigen voordat u er planning op baseert. Begin met vaststellen in welke categorie uw toepassing valt, want daar volgt de rest uit.
Onze leverancier is een groot platform dat de voorwaarden eenzijdig wijzigt. Kan ik daar iets tegen doen?
Mogelijk wel. Naast het gewone contractenrecht kunnen de digitaledienstenverordening en, wanneer het platform als poortwachter is aangewezen, de digitalemarktenverordening verplichtingen opleggen. Bij een machtspositie kan het mededingingsrecht in beeld komen. Dat vraagt een beoordeling van de concrete positie van dat platform.
Uw Europees recht advocaat in Eindhoven en Amsterdam
Wij behandelen zaken waarin het Europese recht de uitkomst bepaalt, voor ondernemingen en voor particulieren:
- beoordelen welke rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is;
- forumkeuze- en rechtskeuzebedingen opstellen en toetsen;
- procederen in grensoverschrijdende geschillen en zo nodig aansturen op een prejudiciële vraag;
- stukken betekenen en bewijs verzamelen in een andere lidstaat;
- vorderingen innen met een Europees betalingsbevel, de procedure voor geringe vorderingen of conservatoir bankbeslag;
- distributie- en samenwerkingsovereenkomsten toetsen aan het mededingingsrecht;
- in kaart brengen welke digitale verplichtingen op uw onderneming rusten en vanaf welke datum;
- bijstand bij detachering, meldingsverplichtingen, A1-verklaringen en ketenaansprakelijkheid;
- bijstand bij een Europees aanhoudingsbevel of een onderzoek van het Europees Openbaar Ministerie.
Speelt er iets over de grens, laat dan eerst vaststellen waar de zaak thuishoort en welk recht geldt. Onze advocaten Europees recht in Eindhoven en Amsterdam brengen dat in kaart voordat er een termijn verstrijkt. Neem gerust contact met ons op.
Gebruikte regelgeving
Deze pagina verwijst naar de volgende instrumenten:
- Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in het bijzonder de artikelen 101, 102, 107, 108, 267 en 288;
- Verordening (EU) nr. 1215/2012, Brussel I-bis, bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging;
- Verordening (EG) nr. 593/2008, Rome I, toepasselijk recht op contractuele verbintenissen;
- Verordening (EG) nr. 864/2007, Rome II, toepasselijk recht op niet-contractuele verbintenissen;
- Verordening (EU) 2020/1784 over betekening en kennisgeving van stukken;
- Verordening (EU) 2020/1783 over bewijsverkrijging;
- Verordening (EU) 2023/2844 over digitalisering van de justitiële samenwerking;
- Verordening (EG) nr. 1896/2006, Europees betalingsbevel;
- Verordening (EG) nr. 861/2007, Europese procedure voor geringe vorderingen;
- Verordening (EU) nr. 655/2014, Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen;
- Verordening (EU) 2016/679, Algemene verordening gegevensbescherming;
- Verordening (EU) 2022/2065, digitaledienstenverordening;
- Verordening (EU) 2022/1925, digitalemarktenverordening;
- Verordening (EU) 2023/2854, dataverordening;
- Richtlijn (EU) 2022/2555, NIS2;
- Verordening (EU) 2024/1689, AI-verordening;
- Kaderbesluit 2002/584/JBZ over het Europees aanhoudingsbevel;
- Verordening (EU) 2017/1939 over het Europees Openbaar Ministerie;
- Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn (EU) 2018/957 over detachering, met de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie;
- Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009 over de sociale zekerheid.
Deze informatie is gecontroleerd op 16 augustus 2026. Wet- en regelgeving en rechtspraak kunnen wijzigen, en bij de Europese digitale wetgeving gebeurt dat regelmatig. Welke regel in uw zaak geldt, hangt af van het toepassingsgebied van het betrokken instrument en van de concrete feiten.