Gepubliceerd op 7 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Tegen een last onder dwangsom van de gemeente maakt u binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit bezwaar. Let op: dat bezwaar houdt de dwangsom niet tegen. Wilt u dat de dwangsom stilvalt terwijl uw bezwaar loopt, dan vraagt u de bestuursrechter om een voorlopige voorziening.
Een last onder dwangsom is geen boete. Het is een opdracht om een overtreding te herstellen, met een geldbedrag als stok achter de deur. Herstelt u de overtreding binnen de termijn die de gemeente u geeft, dan betaalt u niets. Doet u dat niet, dan bent u de dwangsom automatisch verschuldigd. Hieronder leest u wat de wet zegt, hoe de procedure verloopt en welke stappen u op welk moment kunt zetten.
Inhoudsopgave
Wat is een last onder dwangsom?
Een last onder dwangsom is een herstelsanctie: een opdracht om een overtreding te beëindigen, gekoppeld aan een geldbedrag als u die opdracht niet op tijd uitvoert. De regels staan in afdeling 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Volgens artikel 5:31d Awb bestaat een last onder dwangsom altijd uit twee delen. Het eerste deel is de last zelf: de opdracht om de overtreding geheel of gedeeltelijk te herstellen. Het tweede deel is de dwangsom: de verplichting om een geldsom te betalen als u de last niet of niet op tijd uitvoert.
De last kan op verschillende dingen gericht zijn. De gemeente kan u opdragen iets te doen, bijvoorbeeld een illegale aanbouw verwijderen of een erfafscheiding terugplaatsen. De gemeente kan u ook opdragen iets te laten, zoals een pand niet langer bewonen in strijd met het omgevingsplan of een bedrijfsactiviteit staken waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend. Een last kan ook preventief zijn: de gemeente mag al optreden als een overtreding dreigt en het gevaar daarvan klaarblijkelijk is.
Het doel is herstel, niet straf. Daarin verschilt de last onder dwangsom van de bestuurlijke boete. De gemeente wil dat de illegale situatie verdwijnt. Het geld is alleen een prikkel om dat te bereiken.
Wanneer mag de gemeente een last onder dwangsom opleggen?
De gemeente mag een last onder dwangsom opleggen als zij ook bevoegd is om bestuursdwang toe te passen. Dat volgt uit artikel 5:32 Awb.
Voor die bevoegdheid moet er om te beginnen een overtreding zijn. Er moet dus een wettelijk voorschrift zijn geschonden, bijvoorbeeld een regel uit de Omgevingswet, het omgevingsplan van de gemeente, de Algemene plaatselijke verordening (APV) of de Woningwet. De bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen staat meestal in de bijzondere wet zelf. Voor de gemeente is artikel 125 van de Gemeentewet de algemene grondslag.
Artikel 5:32, tweede lid, Awb bevat een belangrijke beperking. De gemeente kiest niet voor een dwangsom als het belang dat het voorschrift beschermt zich daartegen verzet. Denk aan een acuut gevaar voor de veiligheid. Dan is het niet verantwoord om de overtreder eerst nog een termijn te geven en wijkt de gemeente uit naar bestuursdwang, eventueel met spoed.
De gemeente moet de last bovendien richten aan de overtreder. Dat is degene die de overtreding pleegt of kan beëindigen. Dat kan de eigenaar van een pand of perceel zijn, maar ook een huurder, een gebruiker of een onderneming. Particulieren, bedrijven, verenigingen en stichtingen kunnen allemaal een last krijgen. Of u de overtreding bewust hebt begaan, doet voor het opleggen van de last in beginsel niet ter zake. Wel moet u de last in feite en in rechte kunnen uitvoeren. Een huurder kan bijvoorbeeld niet zonder toestemming van de eigenaar een aanbouw slopen.
Heeft de gemeente een plicht om te handhaven?
Ja, in beginsel wel. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet een bestuursorgaan bij een overtreding in de regel handhavend optreden.
Daar zijn twee uitzonderingen op. De eerste is concreet zicht op legalisatie: kan de overtreding binnen afzienbare tijd worden gelegaliseerd, bijvoorbeeld omdat een vergunning kan worden verleend, dan hoeft de gemeente niet te handhaven. De tweede is dat handhaving onevenredig zou zijn in verhouding tot de belangen die ermee zijn gediend. Die uitzonderingen worden streng uitgelegd. Een beroep op bijvoorbeeld de hoge kosten van herstel slaagt zelden.
Deze beginselplicht werkt in twee richtingen. Een buurman die last heeft van een illegale situatie, kan de gemeente verzoeken om handhavend op te treden. Weigert de gemeente dat, dan kan hij daartegen bezwaar maken. Als overtreder krijgt u dus niet alleen met de gemeente te maken, maar soms ook met een derde die het besluit juist wil laten uitvoeren.
Hoe verloopt de procedure bij de gemeente?
De procedure begint meestal met een controle en een vooraankondiging. Daarna volgt het besluit tot oplegging, met een termijn waarin u de overtreding kunt herstellen.
Een toezichthouder van de gemeente stelt eerst de overtreding vast, bijvoorbeeld bij een controle ter plaatse. Hij legt zijn bevindingen vast in een rapport, vaak met foto’s. Dat rapport is de feitelijke basis van het latere besluit. Vraag altijd een kopie op als u die niet hebt gekregen.
Daarna stuurt de gemeente meestal een vooraankondiging: een brief waarin staat dat zij van plan is een last onder dwangsom op te leggen. Op grond van artikel 4:8 Awb krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze te geven, schriftelijk of mondeling. De gemeente bepaalt zelf de termijn. In de praktijk is dat vaak twee weken. De juiste termijn staat in de brief.
Na de zienswijze neemt de gemeente het besluit. Dat besluit moet volgens artikel 5:32a Awb precies omschrijven welke herstelmaatregelen u moet nemen. Ook bevat het de begunstigingstermijn, de hoogte van de dwangsom en het maximum. Een last die te vaag is, bijvoorbeeld omdat niet duidelijk is wat er precies weg moet, houdt bij de rechter vaak geen stand.
Wat is de begunstigingstermijn en wat is redelijk?
De begunstigingstermijn is de periode waarin u de overtreding kunt herstellen zonder dat u een dwangsom verbeurt. Artikel 5:32a, tweede lid, Awb schrijft voor dat de gemeente zo’n termijn geeft als de last inhoudt dat u iets moet doen.
De termijn moet redelijk zijn. Daarbij telt vooral hoeveel tijd u objectief nodig hebt om de last uit te voeren. Het verwijderen van een tuinhuisje vraagt minder tijd dan het afbreken van een aanbouw waarvoor u een aannemer moet inschakelen. Moet u eerst een vergunning aanvragen of een bedrijfspand ontruimen, dan past een langere termijn. Een termijn die te kort is, kan de rechter aanpassen of kan leiden tot vernietiging van het besluit.
Een last die inhoudt dat u iets moet laten, zoals een verboden gebruik staken, kan soms direct ingaan. Voor een verbod is vaak geen voorbereiding nodig.
Verloopt de termijn terwijl u daadwerkelijk bezig bent met herstel, bijvoorbeeld omdat een aannemer uitvalt, vraag de gemeente dan tijdig en schriftelijk om verlenging. De gemeente kan de begunstigingstermijn verlengen. Doe dat verzoek vóór het einde van de termijn en onderbouw het met stukken, zoals een offerte of een planning.
Hoe hoog mag de dwangsom zijn?
De wet noemt geen vast bedrag. Volgens artikel 5:32b Awb moet de dwangsom in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.
De gemeente kan kiezen voor een bedrag ineens, een bedrag per tijdseenheid (bijvoorbeeld per week) of een bedrag per overtreding. In de laatste twee gevallen moet het besluit ook een maximumbedrag noemen. Boven dat maximum verbeurt u niets meer. Veel gemeenten werken met een eigen handhavingsbeleid waarin standaardbedragen staan, maar zij moeten ook naar de omstandigheden van het concrete geval kijken.
Met de beoogde werking wordt bedoeld dat het bedrag hoog genoeg moet zijn om u tot herstel te bewegen. Een dwangsom die lager is dan de kosten van herstel of dan de opbrengst van de overtreding, prikkelt niet. De rechter toetst terughoudend: alleen als het bedrag duidelijk buiten verhouding is, grijpt hij in. De rechter laat uw persoonlijke financiële draagkracht bij de hoogte van de dwangsom meestal buiten beschouwing, omdat u de dwangsom kunt voorkomen door de last uit te voeren.
Wat gebeurt er als u de last niet op tijd uitvoert?
Dan verbeurt u de dwangsom van rechtswege. Dat volgt uit artikel 5:33 Awb: de gemeente hoeft daarvoor geen nieuw besluit te nemen om het bedrag verschuldigd te maken.
Voor het innen van het geld is wel een apart besluit nodig. Artikel 5:37 Awb bepaalt dat de gemeente een beschikking tot invordering neemt. Tegen die invorderingsbeschikking kunt u opnieuw bezwaar maken, binnen zes weken. In die procedure gaat het niet meer om de vraag of de last zelf terecht was, maar om de vraag of u de dwangsom werkelijk hebt verbeurd en of er bijzondere omstandigheden zijn om van invordering af te zien. Het bestuursorgaan heeft ook bij invordering een beginselplicht: alleen in bijzondere omstandigheden mag het geheel of gedeeltelijk van invordering afzien.
Betaalt u na een invorderingsbeschikking niet, dan kan de gemeente een dwangbevel uitvaardigen. Met dat dwangbevel kan een deurwaarder beslag leggen, bijvoorbeeld op uw bankrekening, uw inkomen of uw roerende zaken, zonder dat de gemeente eerst naar de rechter hoeft. De kosten van aanmaning, dwangbevel en beslag komen voor uw rekening, net als eventuele wettelijke rente.
Daarnaast kan de gemeente alsnog bestuursdwang toepassen. Zij voert de herstelmaatregelen dan zelf uit, bijvoorbeeld door een bouwwerk te laten slopen, en verhaalt de kosten op u. De dwangsom en bestuursdwang kunnen niet tegelijk voor dezelfde overtreding lopen. De gemeente moet de last onder dwangsom eerst intrekken of laten aflopen voordat zij voor dezelfde overtreding bestuursdwang toepast.
Wanneer verjaart een verbeurde dwangsom?
De bevoegdheid om een verbeurde dwangsom in te vorderen verjaart na één jaar. Volgens artikel 5:35 Awb begint dat jaar te lopen op de dag na die waarop de dwangsom is verbeurd.
Die termijn is dus veel korter dan de vijf jaar die voor andere geldschulden aan de overheid geldt. Wel kan de gemeente de verjaring stuiten. Een beschikking tot invordering stuit de verjaring (artikel 5:37a Awb). Daarnaast loopt de verjaring sinds 2021 niet af zolang er nog een bezwaar, beroep of verzoek om voorlopige voorziening tegen de last loopt. De termijn wordt dan verlengd tot enige tijd na het einde van die procedure.
In de praktijk is dit een punt dat u altijd moet laten controleren. Een gemeente die pas na ruim een jaar een invorderingsbeschikking stuurt, zonder dat er een procedure liep, kan te laat zijn. Dan kan de gemeente het bedrag niet meer invorderen. Gaat het om een dwangsom per week, dan moet u per verbeurde termijn nagaan wanneer de verjaring is begonnen.
Wat is het verschil tussen een dwangsom, een bestuurlijke boete en strafvervolging?
Een dwangsom wil herstel afdwingen, een bestuurlijke boete wil straffen. Strafvervolging door het Openbaar Ministerie is een derde, afzonderlijk spoor.
Een bestuurlijke boete wordt opgelegd voor een overtreding die al heeft plaatsgevonden. U betaalt dan een bedrag, ook als u de overtreding inmiddels hebt beëindigd. Een dwangsom betaalt u alleen als u de last niet uitvoert. Daarom gelden voor de boete strengere waarborgen, zoals het zwijgrecht en de onschuldpresumptie.
Bij ernstige overtredingen, bijvoorbeeld van milieuregels, kan het Openbaar Ministerie strafrechtelijk vervolgen. Een last onder dwangsom kan naast een boete of strafvervolging bestaan, omdat het doel verschilt. Voor dezelfde gedraging mag u wel niet twee keer worden gestraft: een bestuurlijke boete en een strafvervolging voor hetzelfde feit sluiten elkaar in beginsel uit.
Hoe dient u een zienswijze in op de vooraankondiging?
U geeft uw zienswijze schriftelijk of mondeling, binnen de termijn die in de vooraankondiging staat. De zienswijze is uw eerste en vaak beste kans om een last onder dwangsom te voorkomen. U reageert dan voordat de gemeente een besluit neemt.
Gebruik de zienswijze om de feiten recht te zetten. Klopt de beschrijving van de situatie niet, of bent u niet de overtreder, zeg dat dan direct en onderbouw het met foto’s, tekeningen of een koopakte. Wijs ook op een mogelijke legalisatie: is een vergunning aangevraagd of kan die worden verleend, dan kan dat een reden zijn om niet te handhaven. Vraag daarnaast om een ruimere begunstigingstermijn als de voorgestelde termijn niet haalbaar is. Een punt dat u niet in de zienswijze noemt, kunt u later nog wel in bezwaar aanvoeren. Toch is het verstandig om alles direct te noemen, omdat de gemeente dan al bij het eerste besluit rekening met uw argumenten kan houden.
Het is slim om advies van onze bestuursrechtadvocaten te vragen bij het opstellen van de zienswijze. De zienswijze bepaalt vaak al de richting van het dossier.
Hoe maakt u bezwaar tegen het besluit?
Tegen het besluit tot oplegging maakt u bezwaar bij het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester, afhankelijk van wie het besluit heeft genomen. De termijn is zes weken en begint op de dag na de bekendmaking van het besluit (artikel 6:7 en 6:8 Awb).
Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit en de gronden van het bezwaar bevatten (artikel 6:5 Awb). Hebt u nog geen tijd gehad om de gronden uit te werken, dan kunt u eerst een pro-formabezwaar indienen en de gemeente om een termijn vragen om de gronden aan te vullen. Een bezwaar dat te laat binnenkomt, verklaart de gemeente in beginsel niet-ontvankelijk. Er kijkt dan niemand meer inhoudelijk naar.
In bezwaar heroverweegt de gemeente het besluit volledig. Meestal volgt een hoorzitting, soms bij een onafhankelijke bezwaarcommissie. U kunt daar uw standpunt toelichten en nieuwe stukken inbrengen. De gemeente moet daarna binnen zes weken beslissen, of binnen twaalf weken als er een adviescommissie is. Die termijn kan worden verdaagd.
Bij de beoordeling spelen de volgende vragen een rol: is er echt een overtreding, bent u de juiste overtreder, is de last duidelijk en uitvoerbaar, is de begunstigingstermijn redelijk, staat de hoogte van de dwangsom in verhouding tot het geschonden belang, en is er een reden om van handhaving af te zien, zoals concreet zicht op legalisatie. Ook formele gebreken tellen mee, zoals een gebrekkige motivering of het niet horen van een belanghebbende.
Waarom houdt uw bezwaar de dwangsom niet tegen?
Bezwaar en beroep schorsen de werking van het besluit niet. Dat staat in artikel 6:16 Awb.
Loopt de begunstigingstermijn af terwijl uw bezwaar nog in behandeling is, dan verbeurt u dus gewoon dwangsommen. Wordt uw bezwaar later gegrond verklaard en het besluit herroepen, dan vervalt de grondslag voor die dwangsommen. Wordt het bezwaar ongegrond verklaard, dan blijven ze verschuldigd. Dat risico kunt u beperken met een voorlopige voorziening.
Hoe vraagt u een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter?
Met een voorlopige voorziening vraagt u de voorzieningenrechter van de rechtbank om het besluit te schorsen of de begunstigingstermijn te verlengen tot er op uw bezwaar is beslist. Volgens artikel 8:81 Awb kan dat zodra u bezwaar hebt gemaakt.
U hoeft het verzoek dus niet op dezelfde dag als het bezwaarschrift in te dienen, maar er moet wel een bezwaar lopen. Wacht niet te lang: hoe dichter het einde van de begunstigingstermijn nadert, hoe groter het belang. De voorzieningenrechter kijkt of er een spoedeisend belang is en maakt een voorlopige afweging van de rechtmatigheid van het besluit en van de belangen over en weer. Moet u bijvoorbeeld een aanbouw slopen die na sloop niet meer terug te zetten is, dan is het spoedeisend belang meestal duidelijk.
Voor een verzoek om voorlopige voorziening betaalt u griffierecht. Vaak kunt u de gemeente ook eerst vragen om de begunstigingstermijn vrijwillig op te schorten tot na de beslissing op bezwaar. Stemt de gemeente daarmee in, dan is een procedure bij de rechter niet nodig. Leg zo’n toezegging altijd schriftelijk vast.
Wanneer stelt u beroep of hoger beroep in?
Na de beslissing op bezwaar kunt u binnen zes weken beroep instellen bij de rechtbank, sector bestuursrecht. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat in de meeste zaken hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ook binnen zes weken.
In beroep toetst de rechter het besluit aan de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De rechter kan het besluit vernietigen, en soms zelf in de zaak voorzien, bijvoorbeeld door een langere begunstigingstermijn vast te stellen of de dwangsom te verlagen.
Kan de gemeente de last opheffen of de dwangsom verlagen?
Ja. Volgens artikel 5:34 Awb kan de gemeente op uw verzoek de last opheffen, de looptijd opschorten of de dwangsom verminderen als het voor u blijvend of tijdelijk, geheel of gedeeltelijk onmogelijk is om aan de last te voldoen.
Denk aan een situatie waarin u de last niet kunt uitvoeren omdat een huurder weigert te vertrekken en u eerst een ontruimingsprocedure moet voeren. Ook kan de gemeente de last opheffen als het besluit ten minste een jaar van kracht is geweest zonder dat u een dwangsom hebt verbeurd. Een verzoek op grond van artikel 5:34 Awb is geen vervanging van bezwaar. De termijn van zes weken blijft dus gewoon gelden.
Hoe verloopt overleg met de gemeente in de praktijk?
Overleg levert vaak meer op dan u verwacht. Gemeenten willen vooral dat de overtreding verdwijnt, en een realistisch plan van de overtreder helpt daarbij.
Een eigenaar die een zonder vergunning geplaatste overkapping heeft, kan bijvoorbeeld voorstellen om binnen enkele weken een omgevingsvergunning aan te vragen en de uitkomst af te wachten. Een ondernemer die een activiteit uitvoert in strijd met het omgevingsplan, kan een gefaseerde afbouw voorstellen. Doe concrete voorstellen, noem haalbare data en leg afspraken altijd schriftelijk vast. Een mondelinge toezegging van een ambtenaar bindt de gemeente zelden.
Leidt het overleg nergens toe, dan houdt u uw rechtsmiddelen. Laat de bezwaartermijn tijdens het overleg niet verlopen. Dien zo nodig een pro-formabezwaar in, zodat uw positie beschermd is terwijl u praat.
Welke termijnen gelden bij een last onder dwangsom?
De belangrijkste zijn de termijn voor de zienswijze, de bezwaartermijn van zes weken en de begunstigingstermijn. Bij een last onder dwangsom volgen de termijnen elkaar snel op. Zet ze direct in uw agenda.
- Zienswijze op de vooraankondiging: de termijn uit de brief, vaak twee weken.
- Bezwaar tegen het besluit: zes weken na de bekendmaking.
- Herstel van de overtreding: de begunstigingstermijn uit het besluit.
- Voorlopige voorziening: zodra bezwaar is gemaakt en in elk geval ruim vóór het einde van de begunstigingstermijn.
- Beroep en hoger beroep: telkens zes weken na de uitspraak of beslissing.
- Verjaring van een verbeurde dwangsom: één jaar na verbeurte, tenzij de verjaring is gestuit of verlengd.
Wie vroeg in actie komt, heeft de meeste mogelijkheden. Bij een vooraankondiging kunt u de last soms nog voorkomen. Na het besluit gaat het vooral om bezwaar en schorsing. Na verbeurte gaat het om de vraag of de gemeente de dwangsom mag invorderen. Meer over de procedure leest u in onze bijdrage Een dwangsom van de gemeente? Zo vecht u die aan. De wettekst vindt u in de Algemene wet bestuursrecht op wetten.overheid.nl.
Wat kunnen wij voor u doen bij een last onder dwangsom?
Onze bestuursrechtadvocaten staan u bij vanaf de vooraankondiging tot en met de invordering. Wij doen onder meer het volgende:
- Wij stellen uw zienswijze op de vooraankondiging op en wijzen daarin op feitelijke onjuistheden en een mogelijke legalisatie (artikel 4:8 Awb).
- Wij toetsen of de last duidelijk genoeg is, de begunstigingstermijn redelijk is en de dwangsom in verhouding staat (artikelen 5:32a en 5:32b Awb).
- Wij dienen binnen zes weken bezwaar in en vragen zo nodig direct een voorlopige voorziening aan (artikel 8:81 Awb).
- Wij overleggen met de gemeente over opschorting van de begunstigingstermijn en leggen afspraken schriftelijk vast.
- Wij controleren bij een invorderingsbeschikking of de dwangsom echt is verbeurd en of de invordering is verjaard (artikel 5:35 Awb).
Samengevat
- Een last onder dwangsom is een herstelsanctie, geen straf: herstelt u de overtreding binnen de begunstigingstermijn, dan betaalt u niets.
- Tegen het besluit maakt u binnen zes weken bezwaar, maar dat bezwaar schorst de dwangsom niet.
- Een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter kan de dwangsom stilleggen zolang uw bezwaar loopt.
- De dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot het geschonden belang en het besluit moet een maximum noemen.
- De invordering van een verbeurde dwangsom verjaart in beginsel na één jaar.
Veelgestelde vragen
Welke stappen neemt u als u een last onder dwangsom van de gemeente hebt ontvangen?
Lees het besluit goed door. Daarin staat welke overtreding de gemeente u verwijt, wat u moet doen en binnen welke termijn.
Controleer of de feiten kloppen en of u de juiste overtreder bent. Kunt u de overtreding herstellen, doe dat dan binnen de begunstigingstermijn en leg het herstel vast met foto’s.
Bent u het niet eens met het besluit, dien dan binnen zes weken bezwaar in en overweeg een voorlopige voorziening als de termijn bijna afloopt.
Hoe maakt u bezwaar tegen een last onder dwangsom van de gemeente?
U stuurt een ondertekend bezwaarschrift naar het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen, meestal het college van burgemeester en wethouders. U doet dat binnen zes weken na de bekendmaking.
Vermeld uw naam en adres, de datum, het besluit waartegen u bezwaar maakt en de redenen. Voeg bewijs toe. Uw bezwaar schorst de dwangsom niet; daarvoor is een voorlopige voorziening nodig.
Binnen welke termijn reageert u op een vooraankondiging van een last onder dwangsom?
U dient uw zienswijze in binnen de termijn die in de vooraankondiging staat. Die termijn bepaalt de gemeente zelf; vaak is het twee weken.
Na het definitieve besluit geldt de begunstigingstermijn uit dat besluit voor het herstel. Voor bezwaar hebt u zes weken vanaf de bekendmaking. Mist u een termijn, dan kan dat grote gevolgen hebben voor uw zaak.
Wat is het verschil tussen een boete en een dwangsom van de gemeente?
Een bestuurlijke boete is een straf voor een overtreding die al heeft plaatsgevonden. U betaalt die ook als u de overtreding inmiddels hebt beëindigd.
Een dwangsom is bedoeld om herstel af te dwingen. U betaalt alleen als u de opdracht niet op tijd uitvoert: eenmalig of per tijdseenheid, tot het maximum dat in het besluit staat.
Op welke gronden kunt u een last onder dwangsom aanvechten?
U kunt aanvoeren dat er geen overtreding is of dat u niet de overtreder bent. Feitelijke onjuistheden in het rapport van de toezichthouder vormen vaak een sterke basis.
Ook kunt u wijzen op concreet zicht op legalisatie, een te korte begunstigingstermijn, een onduidelijke last, een dwangsom die niet in verhouding staat tot het geschonden belang of procedurele fouten, zoals het niet horen van belanghebbenden.
Kan een dwangsom worden opgeschort tijdens de bezwaar- of beroepsprocedure?
Niet automatisch. Bezwaar en beroep schorsen het besluit niet, dus u kunt dwangsommen verbeuren terwijl uw bezwaar loopt.
U kunt de gemeente vragen de begunstigingstermijn vrijwillig op te schorten. Weigert de gemeente dat, dan vraagt u de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Dat kan zodra u bezwaar hebt gemaakt.
De rechter kijkt of er een spoedeisend belang is en maakt een voorlopige afweging van de rechtmatigheid van het besluit.
Law & More staat particulieren en ondernemers bij in handhavingszaken, van zienswijze tot hoger beroep bij de Raad van State. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.