Komt u er met de wederpartij niet uit, dan blijft de gang naar de civiele rechter over: een dagvaarding, een schriftelijke ronde, een zitting en een vonnis. Bij de rechtbank moet u zich daarbij door een advocaat laten vertegenwoordigen. Law & More beoordeelt eerst of procederen verstandig is, stelt de dagvaarding op en voert de procedure van begin tot eind.
Wat er speelt
U heeft gebeld, gemaild en een laatste brief gestuurd. De wederpartij betaalt niet, levert niet, of blijft bij een standpunt waar u niet mee verder kunt. De vraag is dan niet meer of u gelijk heeft, maar of u het wilt halen. Daar begint de bodemprocedure: de rechter beoordeelt het geschil in volle omvang en maakt er met een vonnis een einde aan.
De eerste vraag is bij welke rechter u terechtkomt. Geldvorderingen tot een bepaald bedrag en arbeids-, huur- en consumentenkoopzaken horen bij de kantonrechter; daar mag u zelf procederen. De overige zaken horen bij de rechtbank, waar verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De bevoegdheid van de kantonrechter staat in artikel 93 Rv, met een competentiegrens van € 25.000; dat u zich in de overige zaken door een advocaat moet laten vertegenwoordigen volgt uit artikel 79 Rv. Ook waar dat niet hoeft, loont het de stukken te laten opstellen: wat u in de eerste ronde niet aanvoert, krijgt u later moeizaam alsnog op tafel.
De procedure begint met de dagvaarding: geen brief, maar een stuk dat de deurwaarder bij de wederpartij bezorgt. Artikel 111 Rv stelt daar eisen aan. Naast formaliteiten als de aanduiding van partijen en de zittingsdag moet zij de eis en de gronden daarvan bevatten, plus de verweren die de wederpartij al heeft gevoerd en de bewijsmiddelen waarover u beschikt. Een dagvaarding die alleen zegt dat er betaald moet worden, is dus niet klaar.
De wederpartij reageert met een conclusie van antwoord en kan een tegenvordering instellen. De conclusie van antwoord is geregeld in artikel 128 Rv; een eis in reconventie moet dadelijk bij dat antwoord worden ingesteld (artikel 137 Rv). Daarna volgt vrijwel altijd een mondelinge behandeling, waarin de rechter vragen stelt en onderzoekt of een schikking mogelijk is. De rechter kan in elke stand van het geding een mondelinge behandeling bevelen (artikel 87 Rv; zie ook artikel 131 Rv). Die zitting is het zwaartepunt; veel zaken eindigen daar met een vaststellingsovereenkomst.
Waar het op aankomt, is bewijs. Wie iets stelt, moet het in beginsel bewijzen; de rechter bepaalt of en hoe hij bewijs toelaat. Die verdeling van de bewijslast staat in artikel 150 Rv. Liggen de stukken die u nodig heeft bij de wederpartij of bij een derde, dan kunt u inzage, afschrift of een uittreksel vorderen. Sinds 1 januari 2025 staat dat inzagerecht in artikel 194 Rv, met een nadere regeling in de artikelen 195 en 195a Rv; in oudere stukken heet dit nog artikel 843a (oud) Rv. De drempel is niet laag: u moet een concreet belang hebben, de stukken voldoende bepaald omschrijven en een rechtsbetrekking aannemelijk maken. Een verzoek om het hele dossier van de tegenpartij haalt het niet.
Uiteindelijk komt het vonnis: toewijzing, afwijzing, of beide gedeeltelijk. In datzelfde vonnis beslist de rechter over de proceskosten. Artikel 237 Rv bepaalt dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld in de kosten kan worden veroordeeld. Het salaris van de advocaat wordt dan berekend volgens het liquidatietarief, een forfaitaire staffel gekoppeld aan het belang van de zaak en het aantal proceshandelingen. Dat tarief blijft ver achter bij wat u uw eigen advocaat betaalt. Daarnaast betaalt u bij aanvang griffierecht, waarvan de hoogte afhangt van uw vordering en van de vraag of u particulier of onderneming bent. De grondslag daarvoor is de Wet griffierechten burgerlijke zaken; de tarieven staan in de bijlage bij die wet en worden jaarlijks gewijzigd (artikel 2 Wgbz). Raadpleeg voor de actuele bedragen het tarievenoverzicht van de Rechtspraak.
Bent u het niet eens met het vonnis, dan staat hoger beroep open: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, in kort geding binnen vier weken (artikel 339 Rv). Bij vorderingen van niet meer dan € 1.750 staat geen hoger beroep open (artikel 332 Rv).
Twee kosten worden vooraf zelden goed ingeschat: tijd en geld. Tussen dagvaarding en vonnis zitten meerdere schriftelijke ronden en een zitting, en daarna kan de wederpartij nog in beroep. Daar staat tegenover dat een vonnis een executoriale titel geeft. Vaak is een schikking, ook een die minder oplevert dan uw volledige vordering, per saldo beter: sneller, goedkoper en zonder het risico dat de rechter anders oordeelt dan u hoopt. Wij zeggen het u eerlijk wanneer dat zo is. Is er haast, dan is een kort geding soms de betere route (artikel 254 Rv). Vreest u dat er straks niets te halen valt, dan kan conservatoir beslag verhaal veiligstellen (artikel 700 Rv). Gaat het om onbetaalde facturen zonder verweer, dan is incasso de kortste weg. Procederen hoort bij onze praktijk civiel recht.
Wat wij doen
- Wij beoordelen uw dossier en zeggen u wat uw positie waard is, ook wanneer procederen niet de verstandigste stap is.
- Wij stellen vast welke rechter bevoegd is en of een advocaat verplicht is.
- Wij proberen eerst een regeling te bereiken en leggen die vast in een vaststellingsovereenkomst.
- Wij stellen de dagvaarding op en schakelen de deurwaarder in.
- Wij voeren de schriftelijke ronden, bereiden u voor op de zitting en staan u daar bij.
- Wij zetten het bewijs op een rij en vorderen zo nodig inzage in bescheiden (artikel 194 Rv).
- Wij lichten het vonnis toe, bewaken de beroepstermijn en adviseren over executie.
Wat het kost
Wij werken met vaste uurtarieven, zodat u vooraf weet waar u aan toe bent.
- Advocaten: € 250 – € 350 per uur excl. btw.
- Partners: € 300 – € 400 per uur excl. btw.
- Kennismakingsgesprek: gratis.
- Los adviesgesprek: € 300 incl. btw.
Law & More werkt niet op toevoeging (pro deo). Naast het honorarium betaalt u griffierecht en deurwaarderskosten. Wij maken vooraf afspraken over de aanpak en koppelen tussentijds terug over het verloop en de kosten, zodat u kunt bijsturen. Houd er rekening mee dat een proceskostenveroordeling op grond van artikel 237 Rv volgens het liquidatietarief wordt berekend en dus lager uitvalt dan uw werkelijke advocaatkosten.
Direct contact
Overweegt u een procedure, of heeft u een dagvaarding ontvangen? Neem contact op voor een kennismakingsgesprek.
- Telefoon: +31 40 369 06 80
- E-mail: info@lawandmore.nl
- Adres: Marconilaan 13, 5612 HM Eindhoven
- Openingstijden: maandag tot en met vrijdag 08:00 – 22:00 uur, zaterdag 09:00 – 17:00 uur
Wij werken voor cliënten in heel Nederland. Een afspraak in Amsterdam is op verzoek mogelijk.
Veelgestelde vragen
Wanneer schakel ik een advocaat in voor een civiele procedure?
Het beste moment is voordat de dagvaarding er ligt. Daarin legt u feiten, gronden en bewijs vast; daar wijkt u later niet eenvoudig van af. Heeft u zelf een dagvaarding ontvangen, neem dan direct contact op: daarin staat een termijn waarbinnen u moet reageren.
Moet ik altijd een advocaat hebben om te procederen?
Niet altijd. Bij de kantonrechter mag u zelf procederen, bij de rechtbank geldt verplichte procesvertegenwoordiging. Ook in kantonzaken laten veel cliënten de stukken door een advocaat opstellen, omdat de eerste ronde bepaalt waar de zaak over gaat.
Wat kost een civiele procedure bij Law & More?
U betaalt per uur: € 250 – € 350 excl. btw bij een advocaat en € 300 – € 400 excl. btw bij een partner, plus griffierecht en deurwaarderskosten. Het kennismakingsgesprek is gratis. Wilt u alleen weten waar u staat, dan kan een los adviesgesprek van € 300 inclusief btw.
Krijg ik mijn advocaatkosten vergoed van de wederpartij?
Gedeeltelijk, als de rechter de wederpartij in de proceskosten veroordeelt (artikel 237 Rv). Het salaris van de advocaat wordt dan berekend volgens het liquidatietarief, dat losstaat van uw werkelijke rekening. Reken erop dat u een deel zelf draagt. Ook dat pleit voor een schikking.
Hoelang heb ik de tijd om te beginnen of om in beroep te gaan?
Voor een vordering tot nakoming van een verbintenis geldt een verjaringstermijn van vijf jaren (artikel 3:307 BW), te stuiten met een schriftelijke aanmaning of mededeling (artikel 3:317 BW). Tegen een vonnis staat hoger beroep open binnen drie maanden na de uitspraak, in kort geding binnen vier weken (artikel 339 Rv). Die termijnen zijn hard.