Lege bestuurskamer met vergadertafel en stoelen

Advocaat bestuurdersaansprakelijkheid

Lege bestuurskamer met vergadertafel en stoelen

Er ligt een brief waarin u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld, of u wilt juist een bestuurder aanspreken. Beide beginnen bij dezelfde vraag: waarop berust die aansprakelijkheid?

Kort antwoord

Een bestuurder is in beginsel niet privé aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Dat verandert pas als hem persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken. Binnen de vennootschap loopt die aansprakelijkheid via artikel 2:9 BW, tegenover derden via artikel 6:162 BW en bij faillissement via artikel 2:138 BW voor de NV en artikel 2:248 BW voor de BV. Daarnaast kan de Belastingdienst een bestuurder aanspreken op grond van artikel 36 Invorderingswet 1990. Law & More staat zowel bestuurders bij die worden aangesproken als vennootschappen en curatoren die een bestuurder willen aanspreken.

Wat er speelt

Bestuurdersaansprakelijkheid kent verschillende vormen. Welke vorm speelt, bepaalt wat bewezen moet worden en door wie.

Interne aansprakelijkheid gaat over de verhouding tussen de bestuurder en de rechtspersoon zelf. Artikel 2:9 BW bepaalt dat elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Wordt die taak onbehoorlijk vervuld, dan kan de vennootschap de schade op de bestuurder verhalen. Dat een besluit achteraf verkeerd uitpakte, is daarvoor niet genoeg. Vereist is een persoonlijk ernstig verwijt.

Die maatstaf is streng, en dat is bewust zo. Een bestuurder moet kunnen ondernemen en dus risico nemen. Van een ernstig verwijt is pas sprake als hij heeft gehandeld op een wijze waarop geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld. Alle omstandigheden tellen mee: de aard van de onderneming, de taakverdeling, de statuten en de informatie die de bestuurder had of behoorde te hebben.

Externe aansprakelijkheid gaat over de verhouding tot derden, meestal schuldeisers. De grondslag is dan artikel 6:162 BW, de onrechtmatige daad. Vaak gaat het om twee situaties. De bestuurder gaat namens de vennootschap een verplichting aan terwijl hij weet of behoort te begrijpen dat zij die niet zal nakomen en geen verhaal biedt. Of hij zorgt ervoor dat een bestaande verplichting niet wordt nagekomen, bijvoorbeeld door selectief te betalen of vermogen weg te halen. Ook hier geldt het ernstig verwijt als drempel.

Bij faillissement gelden aparte regels. Artikel 2:248 BW geeft de curator van een BV een vordering tegen het bestuur als het zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Voor de NV staat dezelfde regeling in artikel 2:138 BW. Slaagt de vordering, dan zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de boedel.

Twee verplichtingen zijn daarbij beslissend. Artikel 2:10 BW verplicht het bestuur een administratie te voeren waaruit de rechten en verplichtingen te allen tijde kunnen worden gekend, jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een balans en een staat van baten en lasten op te maken en die stukken zeven jaren te bewaren. Artikel 2:394 BW verplicht tot openbaarmaking van de jaarrekening binnen de wettelijke termijn. Is een van beide geschonden, dan staat in een faillissementsprocedure vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

Voor belastingschulden geldt artikel 36 Invorderingswet 1990. Kan de vennootschap loonheffingen of omzetbelasting niet betalen, dan moet zij dat melden bij de Belastingdienst. Die melding van betalingsonmacht is aan een korte termijn gebonden. Is tijdig gemeld, dan is de bestuurder alleen aansprakelijk als de ontvanger aannemelijk maakt dat de niet-betaling het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Zo niet, dan wordt kennelijk onbehoorlijk bestuur vermoed en komt de bestuurder maar beperkt aan tegenbewijs toe.

Aansprakelijkheid werkt door naar de natuurlijke persoon. Artikel 2:11 BW bepaalt dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan daarvan bestuurder is. Een holdingstructuur biedt dus geen extra afscherming.

Wat wij doen

Wij beginnen bij de grondslag. Gaat het om artikel 2:9 BW, artikel 6:162 BW, artikel 2:248 BW of artikel 36 Invorderingswet 1990? Elke grondslag heeft een eigen maatstaf en bewijslastverdeling.

Daarna brengen wij de feiten in kaart. Wij nemen statuten, notulen, besluiten, jaarstukken en correspondentie door en reconstrueren wie wanneer welke beslissing nam, en op welke informatie. Bij een meerhoofdig bestuur kijken wij of een bestuurder zich kan disculperen.

Vervolgens toetsen wij de formele kant. Is de administratie op orde volgens artikel 2:10 BW? Is de jaarrekening openbaar gemaakt volgens artikel 2:394 BW? Is de betalingsonmacht gemeld? Deze punten zijn vaak doorslaggevend.

Daarna bepalen wij de strategie. Wij beoordelen of verweer, verjaring, decharge of dekking onder een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering aan de orde is. Waar een schikking realistisch is, onderhandelen wij daarover; is een procedure nodig, dan voeren wij die. Staat u aan de andere kant, dan bouwen wij het dossier op en stellen wij de bestuurder aansprakelijk.

Wat het kost

Wij werken op basis van een uurtarief van 250 tot 350 euro exclusief btw voor een advocaat en van 300 tot 400 euro exclusief btw voor een partner, afhankelijk van de aard en de complexiteit van de zaak. Law & More werkt niet op basis van gefinancierde rechtsbijstand (toevoeging).

Het kennismakingsgesprek is gratis. Daarin bespreken wij uw situatie en een mogelijke vervolgstap. Wilt u alleen een juridisch oordeel, zonder verdere behandeling, dan kunt u kiezen voor een los adviesgesprek van 300 euro inclusief btw. Wat de totale kosten worden, hangt af van het verloop van het dossier; vaste prijsafspraken maken wij niet. U ontvangt vooraf een opdrachtbevestiging met het tarief.

Direct contact

Bent u als bestuurder aansprakelijk gesteld, of wilt u een bestuurder aanspreken? Neem contact met ons op. Ons hoofdkantoor staat in Eindhoven, met een bezoeklocatie in Amsterdam; Law & More werkt door heel Nederland. Bel of mail voor een gratis kennismakingsgesprek.

  • Telefoon: 040 – 369 06 80
  • E-mail: info@lawandmore.nl

Veelgestelde vragen

Wanneer ben ik als bestuurder persoonlijk aansprakelijk?

Uitgangspunt is dat de vennootschap aansprakelijk is en niet u persoonlijk. Dat verandert pas als u een ernstig verwijt kan worden gemaakt van uw handelen als bestuurder. Tegenover de vennootschap loopt dat via artikel 2:9 BW, tegenover schuldeisers via artikel 6:162 BW. Bij faillissement gelden de regels van artikel 2:248 BW voor de BV en artikel 2:138 BW voor de NV.

Wat betekent de maatstaf ernstig verwijt?

Ernstig verwijt betekent meer dan een achteraf verkeerde beslissing. Het gaat erom of u heeft gehandeld op een wijze waarop geen redelijk denkend bestuurder in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld. Alle omstandigheden wegen mee: de aard van de onderneming, de taakverdeling, de statuten en de informatie waarover u beschikte. De drempel ligt bewust hoog, omdat ondernemen risico met zich brengt.

Ben ik na mijn aftreden nog aansprakelijk?

Aftreden neemt de aansprakelijkheid over de achterliggende periode niet weg. U kunt nog worden aangesproken voor handelen uit de tijd dat u bestuurder was; bij faillissement kijkt de curator ook naar oud-bestuurders. Decharge werkt alleen intern en reikt niet verder dan wat uit de jaarstukken en de vergadering kenbaar was. Leg bij vertrek vast hoe u de administratie overdraagt.

De jaarrekening is te laat gedeponeerd. Wat nu?

Openbaarmaking van de jaarrekening is verplicht op grond van artikel 2:394 BW. Wordt die verplichting geschonden, dan staat in een faillissementsprocedure vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Hetzelfde geldt bij schending van de administratieplicht van artikel 2:10 BW. Het bestuur mag dat vermoeden weerleggen door een andere belangrijke oorzaak aannemelijk te maken. Dat vraagt om een onderbouwd feitelijk verhaal.

Hoe zit het met de melding van betalingsonmacht?

Kan de vennootschap loonheffingen of omzetbelasting niet betalen, dan moet zij dat melden bij de Belastingdienst op grond van artikel 36 Invorderingswet 1990. De termijn is kort, dus stel de melding niet uit. Is tijdig gemeld, dan moet de ontvanger aannemelijk maken dat de niet-betaling aan kennelijk onbehoorlijk bestuur te wijten is. Zo niet, dan wordt kennelijk onbehoorlijk bestuur vermoed en is tegenbewijs alleen onder voorwaarden mogelijk. Leg twijfel over een melding snel aan ons voor.