Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
De wettelijke ontslagvergoeding, de transitievergoeding, bedraagt een derde bruto maandsalaris per dienstjaar, naar rato berekend vanaf de eerste werkdag (artikel 7:673 BW). In 2026 is de vergoeding maximaal € 102.000, of één bruto jaarsalaris als dat hoger is; u heeft geen recht op de vergoeding als u zelf ontslag neemt of het ontslag het gevolg is van uw eigen ernstig verwijtbaar handelen.
Bij een vaststellingsovereenkomst geldt geen wettelijk bedrag: u onderhandelt dan over de vergoeding, en de transitievergoeding is meestal het vertrekpunt. Hieronder leest u hoe u het bedrag zelf uitrekent en welke looncomponenten meetellen. Op onze pagina transitievergoeding berekenen vindt u meer rekenvoorbeelden.
Inhoudsopgave
Wanneer heeft u recht op een transitievergoeding?
U heeft recht op een transitievergoeding als de werkgever het contract opzegt, de rechter het ontbindt op verzoek van de werkgever, of de werkgever een tijdelijk contract niet verlengt. Ook als u zelf opzegt of ontbinding vraagt omdat de werkgever ernstig verwijtbaar handelde, heeft u er recht op (artikel 7:673 lid 1 BW).
U heeft geen recht op een transitievergoeding in deze situaties:
- U neemt zelf ontslag zonder ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.
- Het ontslag volgt uit uw eigen ernstig verwijtbaar handelen, zoals bij een terecht ontslag op staande voet.
- Het contract eindigt bij of na het bereiken van de AOW-leeftijd.
- U bent jonger dan 18 jaar en werkt gemiddeld niet meer dan 12 uur per week.
- Het contract eindigt door faillissement, surseance of schuldsanering van de werkgever (artikel 7:673c BW).
Hoe berekent u de transitievergoeding?
U vermenigvuldigt uw bruto maandsalaris met een derde en met het aantal dienstjaren, inclusief het deel van een onvolledig jaar. De formule is: maandsalaris × 1/3 × dienstjaren.
Een voorbeeld ter illustratie: u verdient € 4.000 per maand inclusief vakantiegeld en vaste toeslagen, en bent 6 jaar en 6 maanden in dienst. De vergoeding is dan € 4.000 × 1/3 × 6,5 = € 8.667 bruto.
| Maandsalaris | 2 jaar in dienst | 5 jaar in dienst | 10 jaar in dienst |
|---|---|---|---|
| € 3.000 | € 2.000 | € 5.000 | € 10.000 |
| € 4.500 | € 3.000 | € 7.500 | € 15.000 |
| € 6.000 | € 4.000 | € 10.000 | € 20.000 |
De dienstjaren tellen vanaf het begin van het dienstverband tot de einddatum. Eerdere contracten bij dezelfde werkgever tellen mee als er niet meer dan zes maanden tussen zat.
Welke looncomponenten tellen mee?
Het maandsalaris voor de berekening bestaat uit het vaste loon plus een aantal vaste en variabele onderdelen. Dat staat in het Besluit loonbegrip vergoedingen.
- Het vaste bruto maandloon volgens uw contract.
- Vakantiegeld en een vaste eindejaarsuitkering of dertiende maand.
- Vaste looncomponenten die in het contract zijn afgesproken, zoals een vaste ploegentoeslag.
- Variabele onderdelen zoals overwerk, bonussen, provisie en winstdelingen.
Onkostenvergoedingen, zoals reiskosten en telefoonkosten, tellen niet mee. Ook werkgeversbijdragen aan pensioen en de waarde van een leaseauto horen niet bij het maandsalaris.
Over welke periode rekent u variabel loon?
Variabele looncomponenten berekent u als gemiddelde over de 36 maanden vóór het einde van het contract. Was u korter in dienst, dan neemt u het gemiddelde over de hele duur van het dienstverband.
Het totaal van die periode deelt u door 36, of door het aantal maanden dat u in dienst was. Dat bedrag telt u op bij het vaste maandsalaris.
Mag de werkgever kosten aftrekken?
De werkgever mag bepaalde kosten aftrekken van de transitievergoeding, maar alleen met uw schriftelijke instemming vooraf. Het gaat om kosten om u naar ander werk te begeleiden, of kosten voor uw bredere inzetbaarheid, zoals een opleiding die niet alleen voor uw huidige functie nodig is (artikel 7:673 lid 6 BW).
Kosten voor een opleiding die de werkgever wettelijk verplicht moet aanbieden, mogen niet worden afgetrokken.
Wanneer moet de werkgever betalen?
De transitievergoeding moet uiterlijk een maand na het einde van het dienstverband zijn betaald. Betaalt de werkgever niet, dan moet u binnen drie maanden na het einde van het contract een procedure bij de kantonrechter starten (artikel 7:686a lid 4 BW).
De vergoeding is loon voor de belasting; de werkgever houdt loonheffing in. Krijgt u na het ontslag een WW-uitkering, dan wordt de transitievergoeding daarop niet in mindering gebracht.
Kunt u meer krijgen dan de transitievergoeding?
Ja, op twee manieren. Bij een vaststellingsovereenkomst kunt u een hogere vergoeding uitonderhandelen, en als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, kan de rechter een billijke vergoeding toekennen bovenop de transitievergoeding (artikel 7:671b en 7:681 BW).
De kantonrechtersformule wordt sinds 1 juli 2015 niet meer gebruikt als maatstaf. Een sociaal plan of cao kan wel een eigen, hogere vergoeding bevatten. Controleer bij een vaststellingsovereenkomst ook of de afspraken uw recht op WW niet in gevaar brengen.
Waar let u als werknemer op?
- Controleer de begin- en einddatum en of eerdere contracten bij dezelfde werkgever meetellen.
- Reken vakantiegeld, dertiende maand en vaste toeslagen mee in het maandsalaris.
- Neem variabel loon mee als gemiddelde over 36 maanden.
- Teken niet voor aftrek van kosten zonder dat u weet om welke kosten het gaat (artikel 7:673 lid 6 BW).
- Start binnen drie maanden na het einde een procedure als de werkgever niet betaalt.
Waar let u als werkgever op?
- Bereken de vergoeding met alle looncomponenten uit het Besluit loonbegrip vergoedingen.
- Leg de instemming met aftrek van kosten vooraf schriftelijk vast.
- Betaal uiterlijk een maand na het einde van het dienstverband.
- Vraag na ontslag van een werknemer die twee jaar ziek was compensatie aan bij UWV.
Wat kunnen wij voor u doen bij de berekening van uw ontslagvergoeding?
Onze advocaten arbeidsrecht rekenen de vergoeding na en adviseren werknemers en werkgevers bij ontslag. Wij doen onder meer het volgende:
- Wij rekenen de transitievergoeding na volgens artikel 7:673 BW en het Besluit loonbegrip vergoedingen.
- Wij beoordelen of u recht heeft op een billijke vergoeding bovenop de transitievergoeding (artikel 7:681 BW).
- Wij beoordelen en onderhandelen over een vaststellingsovereenkomst, met aandacht voor uw WW-rechten.
- Wij controleren of kosten terecht zijn afgetrokken (artikel 7:673 lid 6 BW).
- Wij starten tijdig een procedure bij de kantonrechter, binnen de termijn van drie maanden.
Samengevat
- De transitievergoeding is een derde maandsalaris per dienstjaar, naar rato vanaf dag één.
- In 2026 is het maximum € 102.000, of een jaarsalaris als dat hoger is.
- Vakantiegeld, vaste toeslagen en variabel loon (gemiddelde over 36 maanden) tellen mee; onkostenvergoedingen niet.
- De kantonrechtersformule geldt sinds 1 juli 2015 niet meer.
- Een vordering moet u binnen drie maanden na het einde van het contract instellen.
Veelgestelde vragen
Heb ik recht op een transitievergoeding als mijn tijdelijke contract afloopt?
Ja, als de werkgever het contract niet verlengt. Biedt de werkgever verlenging aan en weigert u, dan heeft u geen recht.
Telt mijn bonus mee voor de transitievergoeding?
Ja, als variabele looncomponent. U neemt het gemiddelde over de 36 maanden vóór het einde van het contract, of over de kortere duur van uw dienstverband.
Krijg ik een transitievergoeding bij een vaststellingsovereenkomst?
Niet automatisch, want bij een vaststellingsovereenkomst bepaalt u samen het bedrag. In de praktijk is de transitievergoeding meestal de ondergrens van de onderhandeling.
Wordt de transitievergoeding gekort op mijn WW-uitkering?
Nee, de transitievergoeding wordt niet verrekend met een WW-uitkering. Wel moet de opzegtermijn in acht zijn genomen, anders kan de WW later ingaan.