Wanneer is een moedermaatschappij aansprakelijk voor schulden van haar dochters?
Wanneer gaat een bedrijf failliet en blijven de schuldeisers met lege handen achter, rijst vaak de vraag: kan de moedermaatschappij aansprakelijk worden gesteld? In dit artikel leest u alles over concern- en groepsaansprakelijkheid in Nederland. We leggen in heldere taal uit wanneer een moedermaatschappij moet opdraaien voor schulden van dochterondernemingen, en welke verweren mogelijk zijn.
Of u nu schuldeiser bent die verhaal zoekt, directeur van een moedermaatschappij die risico’s wil beperken, of adviseur die concernstructuren begeleidt – deze complete gids biedt praktische handvatten en actuele juridische inzichten.
In dit artikel leest u:
- Wanneer moedermaatschappijen aansprakelijk zijn voor schulden van dochters
- Het verschil tussen de 403-verklaring en groepsaansprakelijkheid
- Praktische verweren voor concernvennootschappen
- Hoe schuldeisers optimaal verhaal kunnen halen
- Actuele rechtspraak en recente ontwikkelingen (2025)
- Verjaringstermijnen en hoe u die kunt stuiten
Wat is concern- en groepsaansprakelijkheid?
Voordat we in de details duiken, eerst de basis. Concern- en groepsaansprakelijkheid zijn juridische mechanismen die voorkomen dat bedrijven zich verschuilen achter ingewikkelde concernstructuren.
In het kort:
- Concernaansprakelijkheid = Een moedermaatschappij wordt aansprakelijk voor schulden van haar dochterondernemingen
- Groepsaansprakelijkheid = Meerdere bedrijven binnen een groep zijn samen aansprakelijk voor schade die zij gezamenlijk veroorzaken
Deze regels beschermen schuldeisers die anders het nakijken zouden hebben bij faillissementen binnen concernstructuren.
De Juridische Basis: Welke Wetten Regelen Dit?
De Nederlandse wet kent twee belangrijke routes voor aansprakelijkheid binnen concernstructuren. Beide staan in het Burgerlijk Wetboek, maar werken heel verschillend.
Route 1: De 403-verklaring (Artikel 2:403 BW)
Dit is de meest bekende vorm van concernaansprakelijkheid. Een moedermaatschappij verklaart zich vrijwillig hoofdelijk aansprakelijk voor schulden van haar dochterondernemingen.
Waarom zou een moeder dit doen?
Vaak is dit een voorwaarde voor bepaalde boekhoudkundige voordelen. De dochter mag dan een verkorte jaarrekening publiceren, wat administratief voordeliger is.
Gevolg voor schuldeisers:
U kunt rechtstreeks bij de (meestal vermogendere) moedermaatschappij verhaal halen. Geen gedoe met lege dochters – de moeder betaalt.
Belangrijke artikelen:
- Artikel 2:403 BW: De 403-verklaring zelf
- Artikel 2:404 BW: Wanneer deze aansprakelijkheid eindigt
- Artikel 2:24a en 2:24b BW: Definities van moeder, dochter en groep
Route 2: Groepsaansprakelijkheid (Artikel 6:166 BW)
Deze route werkt anders. Hier gaat het om onrechtmatig gedrag door meerdere bedrijven samen.
Wanneer geldt dit?
Als bedrijven binnen een groep samen iets doen waardoor schade ontstaat, zijn ze allemaal hoofdelijk aansprakelijk. Ook als niet elk bedrijf individueel die schade heeft veroorzaakt.
Voorwaarde:
De kans op schade had hen moeten weerhouden van hun gedrag. Met andere woorden: ze hadden kunnen en moeten voorzien dat hun gezamenlijke handelen tot schade zou leiden.
Praktijkvoorbeeld:
Stel, drie bedrijven binnen een concern dumpen samen chemisch afval. Eén bedrijf voert het transport uit, één levert de vaten, één geeft de opdracht. Alle drie kunnen aansprakelijk zijn voor de totale milieuschade, ook al heeft elk bedrijf maar een klein onderdeel gedaan.
Wat Betekent “Hoofdelijk Aansprakelijk”?
Dit juridische begrip is cruciaal. Het betekent: de schuldeiser mag elk van de aansprakelijke partijen aanspreken voor het volledige bedrag.
Voordeel voor schuldeisers: U hoeft niet van elk bedrijf een stukje te innen. U kiest gewoon de partij met de diepste zakken.
Gevolg voor bedrijven: Als één partij de volledige schade betaalt, kan deze partij de andere aansprakelijken aanspreken voor hun deel (dit heet “regres”).
Belangrijke Rechtspraak: Wanneer Wordt Je Aansprakelijk?
De wet geeft het kader, maar de rechter bepaalt hoe dit in de praktijk werkt. Deze uitspraken zijn essentieel om te begrijpen wanneer aansprakelijkheid ontstaat.
Het Comsys-arrest: “Wanneer Moet een Moeder Ingrijpen?”
Wat was er aan de hand?
Een dochteronderneming ging failliet. De schuldeisers vroegen zich af: had de moedermaatschappij niet moeten ingrijpen?
Wat oordeelde de Hoge Raad? (ECLI:NL:HR:2009:BH4033)
Een moedermaatschappij heeft alleen in bijzondere omstandigheden een zorgplicht jegens schuldeisers van haar dochter. Bijvoorbeeld wanneer:
✓ De moeder actief betrokken is bij het beleid van de dochter
✓ De moeder bewust risico’s laat ontstaan voor schuldeisers
✓ De moeder schuldeisers misleidt over de financiële situatie
Praktische betekenis:
Een moeder hoeft niet altijd in te grijpen bij problemen bij de dochter. Maar wie bewust risico’s laat lopen of schuldeisers misleidt, kan wel aansprakelijk zijn – ook zonder 403-verklaring.
Groepsaansprakelijkheid: “Samen Doen = Samen Betalen”
Recent arrest 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1055)
De Hoge Raad bevestigde: als bedrijven binnen een groep samen schade veroorzaken, zijn ze allemaal hoofdelijk aansprakelijk. Ook als niet elk bedrijf individueel die schade heeft veroorzaakt.
De regel:
Het gaat om het gezamenlijke gedrag en de voorzienbaarheid van schade. Hadden ze moeten begrijpen dat hun gezamenlijke handelen tot schade zou leiden? Dan zijn ze alle aansprakelijk.
Belangrijke vervolgvragen:
- Moet elk bedrijf even veel hebben bijgedragen? Nee
- Moet elk bedrijf de schade direct hebben veroorzaakt? Nee
- Moet elk bedrijf betrokken zijn geweest bij de beslissing? Nee
Wat wel moet: elk bedrijf moet een relevante bijdrage hebben geleverd aan het groepsgedrag dat tot schade leidde.
Verdere Rechtsontwikkeling
De arresten ECLI:NL:HR:2015:837 en ECLI:NL:HR:2018:1899 hebben verduidelijkt waar de grenzen liggen. De rode draad: toerekenbaarheid is het sleutelwoord.
Aansprakelijkheid ontstaat alleen als het gedrag dat tot schade leidde daadwerkelijk aan het bedrijf kan worden toegerekend. Louter onderdeel zijn van een concern is niet genoeg.
Wanneer is een Moedermaatschappij NIET Aansprakelijk?
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag voor moedermaatschappijen: wanneer hoef je niet te betalen voor de schulden of fouten van je dochter?
De Drie Hoofdregels
1. Geen Feitelijke Leiding = Geen Aansprakelijkheid
Als een moedermaatschappij geen feitelijke leiding heeft gegeven aan het gedrag dat tot schade leidde, is zij niet aansprakelijk.
Praktijkvoorbeeld:
Een dochter dumpt illegaal afval. De moeder was niet betrokken bij deze beslissing en wist er niets van. De moeder is dan niet aansprakelijk, tenzij ze had moeten ingrijpen (zie Comsys-arrest).
2. Geen Bewuste Bijdrage = Geen Aansprakelijkheid
De moeder moet bewust hebben bijgedragen aan het risicovolle gedrag. “Het niet weten” kan een verweer zijn, maar let op: als je het had móeten weten, kan je toch aansprakelijk zijn.
3. Geen Beslissende Invloed = Geen Aansprakelijkheid
Vooral relevant bij Europees mededingingsrecht: een moeder is alleen aansprakelijk als zij beslissende invloed uitoefende op het gedrag van de dochter.
Bewijslast: De moeder moet aantonen dat zij geen invloed uitoefende. Dit kan door te laten zien dat:
- De dochter zelfstandig opereerde
- Besluiten zonder medeweten van de moeder werden genomen
- Er geen bemoeienis was met het dagelijks beleid
Wat Betekent “Toerekenbaarheid”?
Dit juridische begrip is de kern van de beperking van aansprakelijkheid. Artikel 6:166 BW vereist dat:
- Het schadetoebrengende gedrag aan de moeder kan worden toegerekend
- De kans op schade de moeder had moeten weerhouden van dat gedrag
Praktische vertaling:
- Had de moeder invloed op de beslissing? → Ja = toerekenbaarheid
- Kon de moeder de schade voorzien? → Ja = had moeten weerhouden
- Speelde de moeder geen rol? → Nee = geen toerekenbaarheid = geen aansprakelijkheid
Europees Mededingingsrecht: Speciale Regels
In kartelzaken gelden aanvullende regels (ECLI:NL:HR:2023:965):
Vermoeden van invloed:
Als een moeder 100% van de aandelen bezit, wordt vermoed dat zij beslissende invloed uitoefent.
Dit vermoeden weerleggen:
Dit kan door aan te tonen dat de dochter feitelijk zelfstandig opereerde. Bewijs leveren is dan cruciaal:
- Aparte managementteams
- Zelfstandige besluitvorming
- Geen bemoeienis moeder met strategie
- Eigen marktbenadering
Recente Ontwikkeling: Strengere Toets (2020-2025)
In ECLI:NL:HR:2020:1726 benadrukte de Hoge Raad dat toerekenbaarheid de absolute grens is.
Wat betekent dit in de praktijk?
Rechters kijken nu kritischer naar de feitelijke betrokkenheid. Formele verhoudingen (zoals aandeelhouderschap) zijn niet genoeg. Er moet échte invloed zijn geweest op het schadetoebrengende gedrag.
Goed nieuws voor moederbedrijven: Als je kunt aantonen dat je niet betrokken was, heb je een steeds sterkere positie.
Verweren voor Individuele Groepsmaatschappijen: “Ik Heb Niets Gedaan!”
Een individuele groepsmaatschappij zit vaak in een lastige positie. Je maakt deel uit van een concern, er is schade ontstaan door groepsgedrag, maar jij hebt niet direct meegedaan. Ben je dan toch aansprakelijk?
Het Belangrijkste Verweer: “Geen Relevante Bijdrage”
De regel uit het TVM-arrest (ECLI:NL:HR:2015:2914):
Je bent alleen aansprakelijk als je een relevante bijdrage hebt geleverd aan het gedrag dat tot schade leidde.
Wat is NIET genoeg voor aansprakelijkheid?
❌ Alleen maar lid zijn van de groep
❌ Geld ontvangen van andere groepsleden
❌ Aanwezig zijn bij vergaderingen
❌ Achteraf profiteren van het gedrag
Wat is WEL vereist voor aansprakelijkheid?
✓ Daadwerkelijke deelname aan gedragingen die het gevaar op schade vergrootten
✓ Weten of behoren te begrijpen dat dit gevaar bestond
✓ Een actieve rol spelen in het schadetoebrengende proces
Praktijkvoorbeeld uit Rechtspraak (2025)
Casus: Drie bedrijven binnen een concern worden beschuldigd van groepsaansprakelijkheid. Bedrijf A nam de beslissingen, Bedrijf B voerde ze uit, Bedrijf C ontving alleen geld.
Uitspraak (ECLI:NL:PHR:2025:659):
- Bedrijf A: aansprakelijk (beslissingen genomen)
- Bedrijf B: aansprakelijk (uitgevoerd)
- Bedrijf C: niet aansprakelijk (alleen geld ontvangen is geen relevante bijdrage)
Hoe Voer Je Dit Verweer?
Stap 1: Stel én bewijs
Het is niet genoeg om te zeggen “ik heb niets gedaan”. Je moet concrete feiten aandragen:
- Notulen waaruit blijkt dat je niet betrokken was
- E-mails die aantonen dat je niet op de hoogte was
- Organogrammen die laten zien dat je geen bevoegdheid had
- Getuigenverklaringen van betrokkenen
Stap 2: Weerleg de aanname van betrokkenheid
Als je deel uitmaakt van een groep, neemt de rechter al snel aan dat je betrokken was. Doorbreek die aanname met bewijs van:
- Gescheiden besluitvorming
- Eigen managementstructuur
- Geen kennis van de activiteiten
- Geen profijt van het gedrag (behalve normale dividenden)
Stap 3: Toon aan dat je niet kon weten van het risico
Ook als je iets hebt gedaan, ben je alleen aansprakelijk als je het risico kende of had moeten kennen.
Voorbeeld:
Je verkoopt producten aan een zusterbedrijf. Je wist niet dat dit zusterbedrijf deze producten gebruikte voor illegale praktijken. Je kunt dan aantonen dat je geen reden had om dit te vermoeden.
Bewijslast: Wie Moet Wat Bewijzen?
Stap 1 – Schuldeiser:
Moet feiten stellen waaruit groepsaansprakelijkheid kan volgen.
Stap 2 – Jouw bedrijf:
Moet aannemelijk maken dat je geen relevante bijdrage hebt geleverd.
Let op: “Aannemelijk maken” is minder zwaar dan “hard bewijzen”. Je hoeft niet 100% zeker te zijn, maar moet wel overtuigend onderbouwen dat je niet betrokken was.
Gids voor Schuldeisers: Welke Route Kies Je?
Als schuldeiser binnen een concernstructuur heb je een belangrijke keuze: ga je voor de 403-verklaring (artikel 2:403 BW) of voor groepsaansprakelijkheid (artikel 6:166 BW)? En mag je beide routes tegelijk bewandelen?
Goed Nieuws: Je Mag Kiezen (en Combineren!)
Bevestigd in rechtspraak (ECLI:NL:PHR:2025:1328):
- Je bent bevoegd tot beide routes
- Je bent niet verplicht te kiezen
- Je mag beide routes naast elkaar gebruiken
- Je mag beide routes na elkaar proberen
Route 1: De 403-verklaring
Wanneer kies je deze route?
✓ Er is een 403-verklaring afgegeven
✓ Je wilt rechtstreeks naar de moedermaatschappij
✓ Je wilt geen bewijs van betrokkenheid leveren
✓ Je zoekt de meest vermogende partij
Voordelen:
- Directe aansprakelijkheid van de moeder – geen discussie over betrokkenheid
- Duidelijke grondslag – moeder heeft zich zelf aansprakelijk gesteld
- Verhaal bij rijkste partij – moedermaatschappijen zijn vaak vermogender
- Eenvoudiger bewijs – je hoeft alleen de 403-verklaring en de schuld te tonen
Nadelen:
- Alleen mogelijk als er een 403-verklaring is
- Verklaring kan zijn ingetrokken (let op overgangstermijn artikel 2:404 BW)
- Beperkt tot de partijen die onder de verklaring vallen
Route 2: Groepsaansprakelijkheid
Wanneer kies je deze route?
✓ Er is geen 403-verklaring
✓ Meerdere bedrijven waren betrokken bij de schade
✓ Er is sprake van onrechtmatige daad
✓ Je wilt alle betrokken partijen aanspreken
Voordelen:
- Bredere kring van aansprakelijke partijen
- Geen 403-verklaring nodig – werkt altijd bij groepsgedrag
- Alle betrokkenen aansprakelijk – ook als één partij blut is
- Hoofdelijke aansprakelijkheid – ieder voor het geheel
Nadelen:
- Je moet bewijzen dat er groepsgedrag was
- Je moet aantonen dat schade voorzienbaar was
- Bedrijven kunnen zich verweren (geen relevante bijdrage)
- Meer processtof en discussie
De Slimme Strategie: Combineren
Waarom niet beide?
Je mag beide routes gelijktijdig bewandelen. Dit vergroot je kansen aanzienlijk.
Praktische aanpak:
Stap 1: Onderzoek of er een 403-verklaring is
- Check de jaarrekening van de dochter
- Raadpleeg het Handelsregister
- Vraag het concern rechtstreeks
Stap 2: Inventariseer alle betrokken groepsmaatschappijen
- Wie heeft beslist?
- Wie heeft uitgevoerd?
- Wie heeft geprofiteerd?
Stap 3: Dagvaarding opstellen voor beide grondslagen
- Primair: 403-aansprakelijkheid moedermaatschappij
- Subsidiair: groepsaansprakelijkheid alle betrokkenen
- Meer subsidiair: directe aansprakelijkheid per bedrijf
Belangrijke beperking:
Je kunt niet méér dan volledige schade krijgen. Als één partij betaalt, zijn de anderen bevrijd (artikel 6:7 BW).
Vergelijkingstabel: Welke Route Past Bij Jou?
| Aspect | 403-verklaring | Groepsaansprakelijkheid |
|---|---|---|
| Vereiste | 403-verklaring aanwezig | Groepsgedrag + schade |
| Bewijslast | Laag (alleen verklaring + schuld) | Hoger (gedrag + voorzienbaarheid) |
| Aansprakelijke partijen | Moeder + dochters onder verklaring | Alle betrokken groepsleden |
| Verweren mogelijk? | Beperkt | Ja (geen relevante bijdrage) |
| Snelheid procedure | Meestal sneller | Vaak complexer |
| Slagingskans | Hoog (bij geldige verklaring) | Afhankelijk van bewijs |
Praktijkvoorbeeld: Hoe Kies Je?
Situatie:
Je bent leverancier. Een dochteronderneming heeft je niet betaald en is failliet. De moedermaatschappij heeft een 403-verklaring afgegeven. Je vermoedt dat drie groepsmaatschappijen bewust hebben samengewerkt om jou te benadelen.
Slimme aanpak:
- Primaire vordering: 403-aansprakelijkheid tegen moeder (makkelijkste route)
- Subsidiaire vordering: Groepsaansprakelijkheid tegen alle drie betrokken bedrijven (voor het geval 403 niet slaagt)
- Meer subsidiaire vordering: Directe aansprakelijkheid per bedrijf
Resultaat: Je maximaliseert je kansen en houdt alle opties open.
Omvang van Verhaalsmogelijkheden
Bij Keuze voor 2:403 BW
Kiest de benadeelde partij voor aansprakelijkstelling op grond van artikel 2:403 BW, dan kan zij zich verhalen op:
- De moedermaatschappij die een 403-verklaring heeft afgegeven
- Alle groepsmaatschappijen waarvoor deze verklaring geldt
De moeder is hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de groepsmaatschappijen die onder de verklaring vallen, ongeacht haar feitelijke betrokkenheid. Dit biedt de benadeelde een ruime verhaalsmogelijkheid.
Bij Keuze voor 6:166 BW
Bij aansprakelijkstelling op grond van artikel 6:166 BW zijn alle groepsleden die aan het schadetoebrengende groepsgedrag hebben deelgenomen hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schade. De verhaalsmogelijkheid is breed, maar beperkt tot groepsleden die daadwerkelijk betrokken waren bij het onrechtmatig handelen.
Cumulatie van Vorderingen
Een benadeelde partij kan in beginsel gelijktijdig vorderingen instellen op grond van zowel artikel 2:403 BW als artikel 6:166 BW tegen verschillende groepsmaatschappijen. De wet kent geen verbod op deze cumulatie (ECLI:NL:HR:2017:546; ECLI:NL:HR:2025:1055).
Belangrijke beperking: De benadeelde partij kan niet méér dan volledige schadevergoeding verkrijgen. Nakoming door één hoofdelijk aansprakelijke bevrijdt de anderen voor het geheel (artikel 6:7 BW).
Verjaringstermijnen en Stuiting
Invloed van Aansprakelijkheidsgrondslag op Verjaring
De keuze van de aansprakelijkheidsgrondslag heeft directe invloed op de verjaringstermijn:
Voor artikel 2:403 BW geldt in beginsel de algemene verjaringstermijn van vijf jaar uit artikel 3:311 BW, te rekenen vanaf het moment dat de schuldeiser bekend is met de tekortkoming.
Voor artikel 6:166 BW (onrechtmatige daad) geldt de verjaringstermijn van:
- Vijf jaar na bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon
- Uiterlijk twintig jaar na de gebeurtenis (artikel 3:310 BW)
Gelijktijdig Lopende Verjaringstermijnen
Het is mogelijk dat verschillende verjaringstermijnen gelijktijdig lopen bij cumulatieve vorderingen op grond van artikel 2:403 BW en artikel 6:166 BW. Beide grondslagen kennen juridisch zelfstandige vorderingen, waardoor de verjaringstermijnen afzonderlijk kunnen aanvangen en verlopen.
Stuiting van Verjaring
Een benadeelde partij kan de verjaringstermijn stuiten door een schriftelijke aanmaning aan zowel de moedermaatschappij als aan de groepsmaatschappij, mits de aanmaning aan ieder van deze partijen afzonderlijk wordt gericht (artikel 3:317 BW).
Belangrijk: Het stuiten van de verjaringstermijn op één grondslag heeft geen automatisch effect op de verjaringstermijn van een vordering op een andere grondslag, tenzij de stuitingshandeling ook ondubbelzinnig is gericht aan de groepsmaatschappij die op die andere grondslag wordt aangesproken (ECLI:NL:HR:2015:3018; ECLI:NL:HR:2024:1311).
Praktische Tip voor Schuldeisers
Om alle verhaalsmogelijkheden open te houden, moet een schuldeiser bij het stuiten van de verjaring:
- Alle relevante groepsmaatschappijen afzonderlijk aanschrijven
- Expliciet beide grondslagen (2:403 BW en 6:166 BW) vermelden
- De schade en het causaal verband duidelijk omschrijven
- Bewijs van verzending zorgvuldig bewaren
Intrekking van de 403-verklaring
Geen Terugwerkende Kracht
De intrekking van een 403-verklaring door de moedermaatschappij heeft geen terugwerkende kracht voor reeds bestaande vorderingen. Voor schulden uit rechtshandelingen die zijn verricht vóórdat de intrekking jegens de schuldeiser kan worden ingeroepen, blijft de aansprakelijkheid van de moeder bestaan (artikel 2:404 BW; ECLI:NL:HR:2017:546).
Gevolgen voor Verjaringstermijnen
De verjaringstermijn voor bestaande vorderingen wordt niet beïnvloed door de intrekking zelf. Deze termijn wordt beheerst door de gewone regels van het Burgerlijk Wetboek (artikel 3:316 BW; artikel 3:319 BW).
Toekomstige Vorderingen
Voor vorderingen uit rechtshandelingen die na het moment van intrekking zijn verricht, geldt dat de moedermaatschappij daarvoor niet langer aansprakelijk is. De verjaringstermijn voor deze toekomstige vorderingen loopt uitsluitend jegens de dochtermaatschappij zelf.
Regres en Onderlinge Verhoudingen
Regresrecht tussen Groepsmaatschappijen
Na betaling door één groepsmaatschappij ontstaat een regresrecht jegens de andere groepsleden. Volgens artikel 6:166 BW moeten groepsleden onderling voor gelijke delen bijdragen, tenzij de billijkheid anders vereist.
Contractuele Beperkingen
Een groepsmaatschappij kan zich bij een interne regresvordering in beginsel beroepen op een contractuele beperking van aansprakelijkheid, mits deze beperking voortvloeit uit een geldige overeenkomst tussen de betrokken groepsvennootschappen (ECLI:NL:HR:2023:295; ECLI:NL:RBAMS:2025:5391).
Let op: Een dergelijke contractuele beperking werkt alleen in de interne verhouding en kan niet aan derden (zoals de oorspronkelijke benadeelde partij) worden tegengeworpen.
Interne Verrekeningsafspraken
Een interne verrekeningsafspraak tussen groepsmaatschappijen kan de omvang en verdeling van het regresrecht na hoofdelijke betaling wezenlijk beïnvloeden. De Hoge Raad heeft in ECLI:NL:HR:2023:295 bevestigd dat interne afspraken bepalend zijn voor de vraag welk deel van de schuld uiteindelijk door welke groepsmaatschappij moet worden gedragen.
Rechtsverwerking en Verjaring
Rechtsverwerking bij Groepsaansprakelijkheid
Een concernvennootschap kan zich slechts onder strikte voorwaarden beroepen op rechtsverwerking indien de benadeelde partij nalaat tijdig te vorderen. Volgens vaste rechtspraak is enkel tijdsverloop of stilzitten onvoldoende (ECLI:NL:HR:2025:162).
Vereist is dat:
- Bij de concernvennootschap gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de benadeelde zijn recht niet meer zal uitoefenen
- De positie van de vennootschap onredelijk wordt benadeeld als het recht alsnog wordt ingeroepen
- Er bijkomende omstandigheden zijn naast louter tijdsverloop
Rechtsverwerking bij Regresvorderingen
Bij regresvorderingen tussen groepsmaatschappijen onderling geldt eveneens een strikte maatstaf. Een groepsmaatschappij kan zich slechts met succes beroepen op rechtsverwerking als:
- De regresnemer gedragingen heeft vertoond waaruit afstand van het regresrecht kan worden afgeleid
- De aangesproken groepsmaatschappij aantoonbaar bedrijfsbeslissingen heeft genomen in het vertrouwen dat geen regres meer zou volgen
- Er sprake is van expliciete communicatie over afstand van regres
Expliciete Afstandsverklaring
Een expliciete verklaring van afstand van regresrecht door de regresnemer is juridisch zeer zwaarwegend en kan doorslaggevend zijn voor rechtsverwerking. Volgens artikel 6:160 BW gaat een verbintenis teniet door een overeenkomst waarbij de schuldeiser uitdrukkelijk afstand doet van zijn vorderingsrecht.
Bewijslast en Bewijsvoering
Bewijslast bij Verjaringstermijn
De bewijslast voor het aantonen van het aanvangsmoment van de verjaringstermijn rust op de partij die zich op verjaring beroept—doorgaans de aangesproken concernvennootschap. Deze partij moet stellen én zo nodig bewijzen dat de benadeelde daadwerkelijk bekend was met zowel de schade als de aansprakelijke persoon (ECLI:NL:HR:2024:18; ECLI:NL:HR:2020:1603).
Bewijslast bij Groepsaansprakelijkheid
Bij groepsaansprakelijkheid moet de benadeelde partij feiten stellen waaruit kan volgen dat:
- Sprake was van gedragingen in groepsverband
- Deze gedragingen tot schade hebben geleid
- De kans op schade de groepsleden had moeten weerhouden
Vervolgens kan de groepsmaatschappij tegenbewijs leveren door aan te tonen dat zij geen relevante bijdrage heeft geleverd aan het schadetoebrengende groepsgedrag.
Bewijsmiddelen
De rechter kan alle bewijsmiddelen in aanmerking nemen, waaronder:
- Correspondentie tussen groepsmaatschappijen
- Notulen van vergaderingen
- Financiële administratie
- Verklaringen van betrokkenen
- Organisatiestructuren en bevoegdheidsregelingen
Praktische Implicaties voor Concernstructuren
Voor Moedermaatschappijen
Risico’s:
- Hoofdelijke aansprakelijkheid bij 403-verklaring voor alle schulden van dochters
- Zorgplicht jegens schuldeisers van dochters in bijzondere omstandigheden
- Aansprakelijkheid bij actieve bemoeienis met risicovolle activiteiten
Risicobeheer:
- Zorgvuldige afweging bij afgeven van 403-verklaring
- Documentatie van besluitvorming en betrokkenheid
- Duidelijke governance structuren
- Adequate verzekeringen
Voor Groepsmaatschappijen
Risico’s:
- Hoofdelijke aansprakelijkheid bij deelname aan schadetoebrengende groepsgedrag
- Regresrisico jegens andere groepsmaatschappijen
- Beperkte verweersmogelijkheden bij actieve betrokkenheid
Beschermingsmaatregelen:
- Documentatie van eigen rol en betrokkenheid
- Interne afspraken over aansprakelijkheidsverdeling
- Voorbehouden maken bij risicovolle groepsactiviteiten
- Tijdige communicatie over bezwaren
Voor Schuldeisers
Strategische Keuzes:
- Beoordeling welke grondslag (2:403 BW of 6:166 BW) meeste verhaal biedt
- Tijdige stuiting van verjaring jegens alle relevante partijen
- Combinatie van beide grondslagen waar mogelijk
- Verhaal zoeken bij meest vermogende partij
Aandachtspunten:
- Bewijs verzamelen van groepsgedrag en betrokkenheid
- Correspondentie zorgvuldig bewaren
- Juridische advisering in complexe concernstructuren
- Tijdige actie bij intrekking 403-verklaring
Recente Ontwikkelingen
Verscherping van Vereisten
Uit recente jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2025:1055) blijkt dat de rechter steeds meer nadruk legt op de daadwerkelijke betrokkenheid en toerekenbaarheid van het schadetoebrengende gedrag. Louter formele verhoudingen binnen een concern zijn onvoldoende voor aansprakelijkheid.
Bescherming van Schuldeisers
Tegelijkertijd blijft de rechter schuldeisers beschermen tegen constructies waarbij verhaalsmogelijkheden worden versluierd. De hoofdelijke aansprakelijkheid uit artikel 2:403 BW blijft een krachtig instrument voor schuldeisers.
Verduidelijking van Verjaringsregels
De rechtspraak heeft de afgelopen jaren meer duidelijkheid gebracht over de zelfstandige verjaringstermijnen bij verschillende grondslagen en de noodzaak van gerichte stuitingshandelingen per grondslag en per partij.
Vergelijking met Buitenlandse Regelingen
Doorkijkconstructies in Andere Rechtsstelsels
In verschillende rechtsstelsels bestaan vergelijkbare regelingen om door de rechtspersoonlijkheid van groepsmaatschappijen heen te kijken. Het Nederlandse systeem met de 403-verklaring is relatief uniek en biedt een helder kader voor partijen.
Europese Ontwikkelingen
Op Europees niveau zijn er initiatieven voor harmonisatie van concernaansprakelijkheidsregels, met name in het kader van mededingingsrecht en due diligence verplichtingen in productieketens.
Conclusie
Concern- en groepsaansprakelijkheid vormen een complex maar goed ontwikkeld rechtsgebied in Nederland. De wetgeving biedt schuldeisers belangrijke verhaalsmogelijkheden via artikel 2:403 BW (403-verklaring) en artikel 6:166 BW (groepsaansprakelijkheid), terwijl concernvennootschappen zich kunnen verweren indien zij geen relevante bijdrage hebben geleverd aan schadetoebrengende gedragingen.
Kernpunten:
- Moedermaatschappijen zijn niet automatisch aansprakelijk; vereist is feitelijke betrokkenheid of een 403-verklaring
- Groepsmaatschappijen kunnen zich verweren door aan te tonen dat zij geen relevante bijdrage hebben geleverd aan het groepsgedrag
- Benadeelde partijen hebben keuzevrijheid tussen verschillende grondslagen en kunnen deze cumuleren
- Verjaringstermijnen lopen per grondslag en per partij; gerichte stuiting is noodzakelijk
- Regres tussen groepsmaatschappijen wordt bepaald door onderlinge afspraken en billijkheid
- Rechtsverwerking wordt terughoudend aangenomen; vereist zijn bijzondere omstandigheden
Voor alle betrokken partijen is professionele juridische advisering in complexe concernstructuren sterk aan te raden. De rechtspraak ontwikkelt zich voortdurend en de feiten en omstandigheden van elk individueel geval zijn bepalend voor de uitkomst.
Laatste update: December 2025
Bronnen: Nederlandse wetgeving en jurisprudentie 2009-2025, waaronder ECLI:NL:HR:2009:BH4033 (Comsys), ECLI:NL:HR:2025:1055, ECLI:NL:HR:2023:965, ECLI:NL:HR:2015:2914 (TVM), ECLI:NL:PHR:2025:1328, en vele andere relevante uitspraken.