Artikel 257e van het Wetboek van Strafvordering bevat het rechtsmiddel tegen een strafbeschikking: het verzet.
Wettelijke basis
Tegen een strafbeschikking kan verzet worden gedaan binnen veertien dagen nadat het afschrift in persoon is uitgereikt of zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de strafbeschikking bekend is. Betreft het uitsluitend een geldboete van niet meer dan driehonderdveertig euro, dan geldt een termijn van zes weken.
Waarom dit telt
De termijn is kort en loopt door, ook wanneer de post laat wordt geopend. Zie advocaat bij een strafbeschikking.