Artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) geeft de officier van justitie de bevoegdheid om zelf een straf op te leggen met een strafbeschikking, zonder tussenkomst van de rechter. Dat kan bij overtredingen en bij misdrijven waarop ten hoogste zes jaar gevangenisstraf staat.
Inhoudsopgave
Welke straffen kan de officier van justitie opleggen?
Het tweede lid noemt vijf mogelijkheden. Gevangenisstraf hoort daar niet bij.
- een taakstraf van ten hoogste 180 uur;
- een geldboete;
- onttrekking aan het verkeer van voorwerpen;
- een schadevergoedingsmaatregel ten gunste van het slachtoffer;
- een rijontzegging van ten hoogste zes maanden.
Kan een strafbeschikking ook aanwijzingen bevatten?
Ja, bijvoorbeeld afstand van in beslag genomen voorwerpen, betaling ter ontneming van voordeel of een storting in het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Ook gedragsaanwijzingen zijn mogelijk, met een proeftijd van ten hoogste een jaar. De tekst staat op wetten.overheid.nl.
Wat betekent dit in de praktijk?
De strafbeschikking is schriftelijk en vermeldt het feit, de opgelegde straf en de manier waarop u verzet kunt doen. Beheerst u het Nederlands onvoldoende, dan moet een strafbeschikking voor een misdrijf worden vertaald.
Een strafbeschikking is geen vrijspraak en geen sepot. Wie haar laat staan of betaalt, aanvaardt de afdoening en krijgt bij een misdrijf in de regel een vermelding in de justitiële documentatie. Bent u het niet eens, dan doet u verzet op grond van artikel 257e Sv.
Hoe werkt dit in een concreet geval?
Een bestuurder wordt staande gehouden met te veel alcohol op. De officier van justitie legt bij strafbeschikking een geldboete en een rijontzegging van vier maanden op. De bestuurder vindt de ademanalyse onbetrouwbaar en doet binnen veertien dagen verzet, waarna de politierechter de zaak behandelt.
Een slachtoffer dat het niet eens is met een strafbeschikking, kan beklag doen bij het gerechtshof (artikel 12 Sv). Meer leest u op onze pagina advocaat bij een strafbeschikking.