Artikel 5 WVW 1994

Handen aan het stuur van een auto met stadslichten op een natte voorruit

Artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) verbiedt iedereen zich zo te gedragen dat gevaar op de weg ontstaat of kan ontstaan, of dat het verkeer wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Het is de algemene bepaling voor gevaarlijk of hinderlijk verkeersgedrag.

Wat verbiedt artikel 5 WVW 1994?

Artikel 5 verbiedt gedrag dat gevaar of hinder op de weg veroorzaakt of kan veroorzaken. Er hoeft dus geen ongeval te gebeuren en geen schade te ontstaan.

Het artikel geldt voor iedereen op de weg: automobilisten, fietsers en voetgangers. Overtreding is een overtreding en geen misdrijf.

Wanneer gebruikt het Openbaar Ministerie artikel 5?

Het Openbaar Ministerie gebruikt artikel 5 vooral als gedrag verder gaat dan een gewone verkeersfout, maar niet de zwaardere eisen van artikel 5a of artikel 6 haalt. Vaak staat artikel 5 als lichtere variant naast een van die artikelen in de dagvaarding.

  • Artikel 5a WVW 1994 vraagt opzet en ernstig gevaar voor anderen.
  • Artikel 6 WVW 1994 ziet op een ongeval met letsel of de dood door schuld.

Hoe verloopt een zaak in de praktijk?

De politie maakt een proces-verbaal op. Het Openbaar Ministerie kan daarna een strafbeschikking opleggen, meestal een geldboete, of u dagvaarden voor de kantonrechter.

Tegen een strafbeschikking kunt u binnen veertien dagen verzet doen. De zaak komt dan alsnog bij de rechter, die zelf beoordeelt of uw gedrag gevaar of hinder kon veroorzaken.

Hoe werkt dit in een concreet geval?

Een bestuurder keert op een drukke provinciale weg midden op de rijbaan om. Een tegenligger moet hard remmen, maar er ontstaat geen aanrijding. De politie ziet het gebeuren en maakt proces-verbaal op voor artikel 5. Het verweer kan zich richten op de verkeerssituatie, het zicht en de afstand tot de tegenligger.

Waar vindt u meer informatie?

Lees verder bij te hard rijden en verkeersstrafrecht. De wettekst staat op wetten.overheid.nl.