Portaal boven een lege snelweg met een camera

Te hard rijden en snelheidsovertredingen

Portaal boven een lege snelweg met een camera

Een snelheidsovertreding valt in de meeste gevallen onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), in de praktijk de Wet Mulder genoemd: de overtreding wordt dan administratiefrechtelijk afgedaan met een sanctie, zonder dat dit als strafrechtelijke veroordeling geldt. Zodra het rijgedrag zelf verwijtbaar is in de zin van gevaarzetting of roekeloosheid, kan de zaak in plaats daarvan strafrechtelijk worden afgedaan op grond van artikel 5 of artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Welk traject van toepassing is, hangt dus niet af van de bestuurder, maar van de aard en de omstandigheden van de overtreding.

Administratieve boete via de Wet Mulder of een strafzaak

De Wahv regelt de afdoening van lichte verkeersovertredingen, waaronder de meeste snelheidsovertredingen, via een administratiefrechtelijke procedure in plaats van het strafrecht. De politie of een geautomatiseerd systeem, zoals een flitspaal, registreert de overtreding, waarna een administratieve sanctie wordt opgelegd. Dit is geen strafrechtelijke veroordeling en leidt niet tot een aantekening op een strafblad.

Dat verandert zodra het rijgedrag zelf onderwerp van het verwijt wordt. Wanneer de gereden snelheid gepaard gaat met gevaarzetting of roekeloosheid, kan het Openbaar Ministerie de zaak strafrechtelijk vervolgen op grond van artikel 5 of artikel 5a WVW 1994. In dat geval is niet langer de Wahv van toepassing, maar het commune strafproces, met onder meer een dagvaarding en een zitting bij de strafrechter. Meer achtergrond over deze strafrechtelijke kant van verkeersovertredingen staat op de pagina van Law & More over de advocaat verkeersstrafrecht.

Bezwaar en beroep tegen een Mulder-beschikking

Tegen een sanctie die is opgelegd op grond van de Wahv staat geen bezwaar open bij een bestuursorgaan, maar administratief beroep bij de officier van justitie. Artikel 6 Wahv bepaalt dat degene tot wie de beschikking is gericht, beroep kan instellen bij de officier van justitie. Het beroepschrift moet volgens artikel 6, tweede lid, Wahv onder meer de geboortegegevens, het rekeningnummer en het nummer van de beschikking vermelden. Voor de termijn waarbinnen dit beroep moet worden ingesteld, sluit de Wahv aan bij de Algemene wet bestuursrecht. Die termijn bedraagt zes weken (artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht) en vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 6:8, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht).

Wijst de officier van justitie het beroep af, dan kan op grond van artikel 9 Wahv beroep worden ingesteld bij de rechtbank; dit beroep wordt behandeld en beslist door de kantonrechter. Voor dit beroep kan een zekerheidstelling worden verlangd. Artikel 11 Wahv bepaalt dat de betrokkene binnen twee weken na verzending van de mededeling daarover zekerheid moet stellen. Gebeurt dat niet binnen die termijn, dan verklaart de kantonrechter het beroep in beginsel niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Zeer grote snelheidsoverschrijdingen

Bij een forse overschrijding van de toegestane snelheid kan het Openbaar Ministerie besluiten de zaak niet via de Wahv, maar strafrechtelijk af te doen. Dat speelt met name wanneer de mate van overschrijding, de locatie of de overige omstandigheden waaronder is gereden, wijzen op gevaarzetting in de zin van artikel 5 WVW 1994 of op roekeloos rijgedrag in de zin van artikel 5a WVW 1994. Voor een strafrechtelijke procedure gelden andere regels en waarborgen dan voor de Wahv-procedure. Bij een strafrechtelijke veroordeling kan de rechter op grond van artikel 179 WVW 1994 de bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen; dit artikel verleent de rechter die bevoegdheid, zonder dat daarmee op voorhand vaststaat of, en in welke vorm, daarvan in een concrete zaak gebruik wordt gemaakt. Wanneer het rijbewijs al in een eerder stadium is ingevorderd, is de pagina van Law & More over een ingevorderd rijbewijs relevant voor de vervolgstappen.

Gevaarlijk en roekeloos rijgedrag: artikel 5 en artikel 5a WVW 1994

Artikel 5 WVW 1994 verbiedt het een ieder zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt, of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Dit is een ruim geformuleerde bepaling die op uiteenlopende situaties van toepassing kan zijn, ook op rijgedrag dat op zichzelf niet als zeer roekeloos geldt maar wel gevaar oplevert voor andere weggebruikers.

Artikel 5a WVW 1994 ziet specifiek op roekeloos rijgedrag en noemt een aantal gedragingen die daaronder kunnen vallen, zoals onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen, gevaarlijk inhalen, doorrijden bij rood licht, tegen de verkeersrichting inrijden en te dicht achter een ander voertuig rijden. Of in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van dit artikel, hangt af van de omstandigheden van het geval. Overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW 1994 behoort tot de gronden die de rechter op grond van artikel 179 WVW 1994 de bevoegdheid geven om de rijbevoegdheid te ontzeggen.

Melding aan het CBR bij zeer grote overschrijdingen

Naast het strafrechtelijke of administratiefrechtelijke traject kan een snelheidsovertreding ook gevolgen hebben voor de rijgeschiktheid op grond van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 130 WVW 1994 bepaalt dat de daartoe aangewezen personen schriftelijk mededeling doen aan het CBR wanneer het vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid of de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die voor het besturen van motorrijtuigen is vereist. Naar aanleiding van die mededeling besluit het CBR op grond van artikel 131 WVW 1994 tot het opleggen van een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid, of tot een onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid. Werkt de houder van het rijbewijs niet mee aan een opgelegd onderzoek, dan kan het CBR op grond van artikel 132 WVW 1994 het rijbewijs ongeldig verklaren. Deze CBR-procedure loopt los van een eventuele strafzaak of Mulder-procedure en kan daar dus naast spelen. Meer informatie over deze procedure staat op de pagina van Law & More over een onderzoek door het CBR.

De rol van een advocaat per fase

In de fase van de Mulder-beschikking beoordeelt een advocaat of er gronden zijn om beroep in te stellen bij de officier van justitie op grond van artikel 6 Wahv, en of het beroepschrift voldoet aan de vormvereisten van artikel 6, tweede lid, Wahv. Wordt het beroep afgewezen, dan wordt bekeken of doorprocederen bij de kantonrechter op grond van artikel 9 Wahv zinvol is, en wordt tijdig actie ondernomen op de zekerheidstelling van artikel 11 Wahv, zodat het beroep niet om die reden niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Wordt de zaak strafrechtelijk afgedaan, bijvoorbeeld naar aanleiding van een verdenking op grond van artikel 5 of artikel 5a WVW 1994, dan beoordeelt een advocaat het dossier, de wijze van snelheidsmeting en de onderbouwing van het verwijt, en begeleidt bij het contact met het Openbaar Ministerie en, waar nodig, bij de zitting. Loopt er daarnaast een procedure bij het CBR op grond van de artikelen 130 tot en met 132 WVW 1994, dan wordt in kaart gebracht hoe deze zich verhoudt tot de strafzaak of de Mulder-procedure en welke stappen daarin aan de orde zijn. Ook bij invordering van het rijbewijs wordt bekeken welke vervolgstappen relevant zijn.

Heeft u te maken met een snelheidsovertreding, een strafzaak wegens gevaarlijk of roekeloos rijgedrag, of een melding aan het CBR, dan kunt u contact opnemen met Law & More. Ons kantoor is gevestigd in Eindhoven en heeft een bezoeklocatie in Amsterdam. U bereikt ons telefonisch op 040 – 369 06 80 of per e-mail via info@lawandmore.nl.