Artikel 8 WVW 1994

Autosleutels naast een glas water op een caféterras in de avond

Artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) verbiedt het besturen van een voertuig onder invloed van alcohol, drugs of andere stoffen die de rijvaardigheid kunnen verminderen. Het artikel bevat de wettelijke alcoholgrenzen voor ervaren en beginnende bestuurders.

Wat verbiedt artikel 8 WVW 1994?

Het eerste lid verbiedt rijden onder zodanige invloed van een stof dat u niet meer tot behoorlijk besturen in staat bent. Dit geldt ook als begeleider bij begeleid rijden en voor wie een ander laat rijden.

Welke alcoholgrenzen gelden?

Voor de meeste bestuurders ligt de grens op 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht of 0,5 milligram per milliliter bloed. Voor beginnende bestuurders geldt een grens van 88 microgram respectievelijk 0,2 milligram.

  • U bent beginnend bestuurder in de eerste vijf jaar na afgifte van uw eerste rijbewijs.
  • Kreeg u een rijbewijs AM of T voor uw achttiende, dan geldt de lagere grens zeven jaar.
  • De lagere grens geldt ook voor wie een motorrijtuig bestuurt zonder dat hem een rijbewijs is afgegeven.

Voor bepaalde drugs gelden daarnaast vaste grenswaarden in het bloed, die bij algemene maatregel van bestuur zijn vastgesteld.

Hoe verloopt een zaak in de praktijk?

De politie gebruikt eerst een blaastest en daarna een ademanalyse op het bureau of een bloedonderzoek. Het Openbaar Ministerie handelt de zaak af met een strafbeschikking of brengt haar voor de politierechter.

Bij hoge waarden kan de politie uw rijbewijs direct invorderen op grond van artikel 164 WVW 1994. Daarnaast kan het CBR los van de strafzaak een cursus of onderzoek naar uw rijgeschiktheid opleggen.

Hoe werkt dit in een concreet geval?

Een bestuurder heeft sinds drie jaar een rijbewijs B en blaast na een feest 150 microgram per liter. Dat ligt onder de algemene grens van 220, maar boven de grens van 88 voor beginners. Hij overtreedt daarom artikel 8, derde lid. De hoogte van de straf hangt af van de gemeten waarde en eventuele eerdere overtredingen.

Wat staat er in artikel 8 lid 5 WVW?

Artikel 8 lid 5 WVW 1994 verbiedt rijden na gebruik van bepaalde drugs als de concentratie in uw bloed hoger is dan een wettelijke grenswaarde. Of u daadwerkelijk slechter rijdt, hoeft dan niet te worden bewezen.

Deze regel geldt sinds 1 juli 2017. De drugs en grenswaarden staan in een algemene maatregel van bestuur (Staatsblad 2016, 529). De politie gebruikt een speekseltest als eerste selectie; het bewijs komt uit bloedonderzoek.

Welke grenswaarden gelden voor drugs in het verkeer?

Bij gebruik van één middel gelden per liter bloed onder meer deze grenswaarden:

  • amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA en MDA: 50 microgram;
  • cannabis: 3,0 microgram THC;
  • heroïne en morfine: 20 microgram morfine;
  • GHB: 10 milligram.

Gebruikt u meerdere drugs tegelijk, of drugs in combinatie met alcohol, dan gelden lagere grenswaarden. Voor cannabis is dat 1,0 microgram THC en voor cocaïne 10 microgram. Alcohol telt in combinatie met drugs al vanaf 0,2 milligram per milliliter bloed.

Wat als u medicijnen gebruikt?

Voor gewone geneesmiddelen zijn geen grenswaarden vastgesteld; daarvoor geldt de algemene norm van artikel 8 lid 1. Medicinale cannabis, amfetamine of morfine vallen wel onder de grenswaarden van lid 5.

Komt de concentratie in uw bloed overeen met uw voorschrift, dan volgt volgens het CBR geen straf. U toont dat aan met een verklaring of recept van uw arts.

Veelgestelde vragen

Welke straf staat op rijden onder invloed van drugs?

Sinds 1 januari 2020 maximaal 1 jaar gevangenisstraf. De rechter kan een rijontzegging tot 5 jaar opleggen, en tot 10 jaar bij herhaling binnen 5 jaar na een eerdere ontzegging (artikel 179 WVW 1994).

Kan het CBR ook maatregelen nemen?

Ja. Los van de strafzaak kan het CBR een onderzoek naar uw rijgeschiktheid opleggen.

Waar vindt u meer informatie?

Lees verder bij rijden onder invloed. De wettekst staat op wetten.overheid.nl.