Artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 is de kernbepaling voor rijden onder invloed.
Wettelijke basis
Het eerste lid verbiedt het besturen van een voertuig onder invloed van een stof waarvan de bestuurder weet of redelijkerwijs moet weten dat die de rijvaardigheid kan verminderen. Het tweede lid noemt de grenzen voor alcohol: 220 microgram per liter uitgeademde lucht of 0,5 milligram per milliliter bloed. Het derde lid stelt voor beginnende bestuurders lagere grenzen vast, 88 microgram respectievelijk 0,2 milligram, en het vierde lid verklaart die lagere grens ook van toepassing op wie zonder geldig rijbewijs rijdt. Het vijfde lid ziet op bij algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen, zoals bepaalde drugs.
Waarom dit telt
Zie rijden onder invloed.