Het inzagerecht is de aanspraak op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens die een ander onder zich heeft. Het is bedoeld om uw bewijspositie te versterken wanneer de stukken die u nodig heeft zich bij uw wederpartij of bij een derde bevinden. Het gaat niet om een algemene zoektocht in andermans administratie: u moet de gegevens voldoende bepaald omschrijven en een rechtmatig belang hebben. Dit recht wordt ook wel de exhibitieplicht genoemd.
Wettelijke basis
Het inzagerecht staat in artikel 194 Rv, met een nadere regeling in artikel 195 Rv en artikel 195a Rv. Deze bepalingen zijn per 1 januari 2025 in werking getreden met de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht en vervangen het oude artikel 843a Rv, dat u nog tegenkomt in oudere rechtspraak en literatuur als “artikel 843a (oud) Rv”. In nieuwe zaken is artikel 194 Rv de grondslag. De vordering kan zelfstandig worden ingesteld en kan ook tijdens een lopende procedure aan de orde komen.
Waarom dit telt
Wie moet bewijzen, moet stukken hebben. Het inzagerecht is daarom vaak de sleutel in zaken waarin de administratie, de e-mailwisseling of de rapportage bij de ander ligt. De omschrijving van de gevraagde stukken bepaalt of de vordering slaagt; te ruim vragen leidt tot afwijzing. Wij bereiden zo’n vordering voor als onderdeel van de civiele procedure en beoordelen uw bewijspositie vanuit onze civiele praktijk.