Opheffing van beslag is het laten beëindigen van een gelegd conservatoir beslag. Wie met beslag wordt geconfronteerd, hoeft niet te wachten op de bodemprocedure: hij kan de voorzieningenrechter vragen het beslag op te heffen. De rechter weegt daarbij de belangen van beide partijen. Wordt het beslag opgeheven, dan komt het getroffen vermogen weer vrij.
Wettelijke basis
Artikel 705 Rv regelt de opheffing. Het beslag kan worden opgeheven wanneer summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht, wanneer aan vormvoorschriften niet is voldaan, of wanneer voor de vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. Ook onnodigheid van het beslag kan grond voor opheffing zijn. De opheffing wordt in de regel gevraagd in kort geding bij de voorzieningenrechter, op grond van artikel 254 Rv. Daarnaast vervalt het beslag van rechtswege als de eis in de hoofdzaak niet binnen de door de voorzieningenrechter bepaalde termijn van artikel 700 Rv is ingesteld.
Waarom dit telt
Beslag op een bankrekening of op bedrijfsmiddelen kan een onderneming snel in de problemen brengen, terwijl er nog geen rechterlijk oordeel over de vordering is. Handelen op korte termijn is dan van belang, en het aanbieden van zekerheid is soms een snellere route dan de inhoudelijke discussie. Wij beoordelen het beslagrekest en de gelegde beslagen op onze pagina over beslaglegging en voeren de opheffing waar nodig als kort geding.