Het liquidatietarief is het forfaitaire tarief waarmee de rechter het salaris van de advocaat begroot bij een proceskostenveroordeling. Het werkt met punten en met tariefgroepen: elke proceshandeling, zoals een dagvaarding, een conclusie of een zitting, levert punten op, en het belang van de zaak bepaalt de waarde per punt. De uitkomst is een vast bedrag dat losstaat van de uren die feitelijk aan de zaak zijn besteed.
Wettelijke basis
Het liquidatietarief staat niet in de wet. Het is een landelijke afspraak binnen de rechtspraak waarmee invulling wordt gegeven aan de kostenveroordeling van artikel 237 Rv: dat artikel bepaalt dát de in het ongelijk gestelde partij in de kosten wordt veroordeeld, maar niet hoe het salaris wordt berekend. De tarieven worden periodiek herzien en verschillen per gerecht en per type zaak. De rechter is er niet strikt aan gebonden, maar volgt het in de praktijk vrijwel altijd. In een beperkt aantal zaaksoorten geldt een volledige kostenvergoeding buiten het liquidatietarief om.
Waarom dit telt
Het liquidatietarief verklaart waarom een gewonnen zaak zelden kostenneutraal is: het toegewezen bedrag dekt gewoonlijk maar een deel van wat de behandeling van de zaak kost. Dat is relevant bij de afweging of een vordering het procederen waard is, zeker bij kleinere belangen. Wij rekenen die verhouding met u door voordat de civiele procedure start en bij de vraag of hoger beroep zinvol is.