Redelijkheid en billijkheid is de norm die bepaalt wat partijen bij een overeenkomst over en weer van elkaar mogen verwachten, ook als het contract daarover zwijgt. Zij werkt op twee manieren. Aanvullend: zij voegt verplichtingen toe die niet zijn opgeschreven, zoals waarschuwen, informeren en meewerken. Beperkend: zij zet een afgesproken regel opzij als toepassing daarvan in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn.
Wettelijke basis
De aanvullende en de beperkende werking zijn geregeld in art. 6:248 BW, in de afdeling over de rechtsgevolgen van overeenkomsten. Dat artikel bepaalt dat een overeenkomst niet alleen de overeengekomen gevolgen heeft, maar ook die welke voortvloeien uit de wet, de gewoonte en de redelijkheid en billijkheid, en dat een tussen partijen geldende regel niet van toepassing is voor zover dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het woord onaanvaardbaar geeft aan dat de rechter deze norm terughoudend toepast.
Waarom dit telt
De norm is geen algemene billijkheidsknop, maar wel het aanknopingspunt waarmee harde contractuele afspraken soms worden bijgestuurd: een boetebeding dat in geen verhouding staat tot de tekortkoming, een beroep op een vervaltermijn door een partij die zelf verwarring heeft veroorzaakt, of een exoneratie na ernstig verwijtbaar handelen. Een beroep hierop vraagt om concrete omstandigheden, niet om algemene redelijkheidsargumenten. In een civiel geschil is dit vaak het spoor naast de hoofdvraag of er sprake is van wanprestatie.