Toerekenbaarheid is de vraag of een tekortkoming of een onrechtmatige daad voor rekening van de aangesprokene komt. Dat kan op drie manieren: door schuld, op grond van de wet, of op grond van wat in het verkeer als iemands risico geldt. Toerekenbaarheid is dus breder dan verwijtbaarheid; ook wie geen verwijt treft, kan aansprakelijk zijn omdat de oorzaak in zijn risicosfeer ligt, bijvoorbeeld een gebrekkig hulpmiddel of een ingeschakelde hulppersoon.
Wettelijke basis
Voor tekortkomingen in een overeenkomst staat de toerekeningsmaatstaf in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, in de afdeling over de gevolgen van niet nakomen; de wet omschrijft daar tegelijk het spiegelbeeld, de overmacht. Voor de onrechtmatige daad is toerekening een van de eisen van art. 6:162 BW: de daad moet aan de dader te wijten zijn door zijn schuld of op grond van wet of verkeersopvattingen. In beide gevallen draagt degene die zich op het ontbreken van toerekening beroept, daarvoor de bewijslast.
Waarom dit telt
Toerekenbaarheid bepaalt of de schade blijft liggen waar zij valt of wordt doorgeschoven. Zonder toerekening blijft de tekortkoming bestaan en kunt u nog steeds ontbinden, maar vervalt de aanspraak op schadevergoeding. In de praktijk gaat het debat vaak over hulppersonen, leveranciers en gebruikte zaken: fouten daarvan komen meestal voor rekening van uw wederpartij. Wie een claim wegens wanprestatie voorbereidt, doet er goed aan dit punt vooraf uit te werken, zeker in een groter civiel dossier.