Voortgezet verblijf is de voortzetting van het verblijfsrecht onder een zelfstandig verblijfsdoel wanneer de oorspronkelijke grond, bijvoorbeeld een relatie, is weggevallen.
Wettelijke basis
Voortgezet verblijf loopt via een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet 2000 naar het verblijfsdoel humanitair niet-tijdelijk. De uitwerking van de voorwaarden staat in het Vreemdelingenbesluit 2000; de IND publiceert per situatie welke stukken nodig zijn.
Waarom dit telt
De hoofdregel is dat de aanvrager vijf jaar een verblijfsvergunning bij de partner heeft gehad en aan de inburgeringsplicht voldoet. Op die termijn bestaan uitzonderingen, onder meer bij huiselijk of eergerelateerd geweld, achterlating en overlijden van de partner. Zie verblijfsvergunning.