Voortgezet verblijf is de voortzetting van het verblijfsrecht onder een zelfstandig verblijfsdoel wanneer de oorspronkelijke grond, bijvoorbeeld een relatie, is weggevallen. U vraagt dit aan als wijziging van uw verblijfsvergunning op grond van artikel 14 Vreemdelingenwet 2000.
Inhoudsopgave
Hoe is voortgezet verblijf geregeld?
Voortgezet verblijf loopt via een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning naar het verblijfsdoel humanitair niet-tijdelijk. De voorwaarden staan in het Vreemdelingenbesluit 2000; de IND publiceert per situatie welke stukken nodig zijn.
Aan welke voorwaarden moet u voldoen?
De hoofdregel is dat u vijf jaar een verblijfsvergunning bij uw partner of echtgenoot hebt gehad en aan de inburgeringsplicht voldoet. Op die termijn bestaan uitzonderingen, onder meer bij huiselijk of eergerelateerd geweld, achterlating en overlijden van de partner.
Het verblijfsdoel humanitair niet-tijdelijk is vijf jaar geldig. U bent dan niet langer afhankelijk van uw voormalige partner voor uw verblijf.
Wat betekent dit in de praktijk?
Eindigt de relatie, dan vervalt de grond voor uw verblijf als partner. Dien de wijzigingsaanvraag daarom tijdig in, bij voorkeur voordat de IND uw vergunning intrekt. Wijst de IND de aanvraag af, dan kunt u binnen vier weken bezwaar maken.
Voldoet u nog niet aan de vijfjaarstermijn en geldt geen uitzondering, dan kan een ander verblijfsdoel uitkomst bieden, bijvoorbeeld werk of verblijf bij een kind in Nederland.
Hoe werkt dit in een concreet geval?
Een vrouw woont zes jaar in Nederland met een vergunning bij haar echtgenoot. Zij heeft haar inburgeringsexamen gehaald. Na de scheiding vraagt zij een wijziging naar humanitair niet-tijdelijk aan. Omdat zij aan de vijfjaarseis en de inburgeringsplicht voldoet, kan zij een zelfstandig verblijfsrecht krijgen. Had zij pas drie jaar verblijf gehad, dan had zij een uitzondering of een ander verblijfsdoel moeten aantonen.
Zie onze pagina over de verblijfsvergunning.