Overmacht in het strafrecht: wanneer bent u niet strafbaar?

Een vrouwelijke advocaat bespreekt documenten met een mannelijke cliënt in een kantoor met boeken en juridische symbolen.

Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026

Wie een strafbaar feit pleegt omdat hij door overmacht werd gedrongen, is niet strafbaar (artikel 40 Wetboek van Strafrecht). Het beroep slaagt alleen bij een van buiten komende drang waaraan u redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden, of bij een noodtoestand waarin u een zwaarder wegend belang redde; wie de situatie zelf heeft veroorzaakt, kan zich er meestal niet op beroepen.

Slaagt het beroep, dan volgt geen vrijspraak maar ontslag van alle rechtsvervolging (artikel 352 lid 2 Wetboek van Strafvordering): het feit is bewezen, maar u bent niet strafbaar. Hieronder leest u welke vormen van overmacht er zijn, welke eisen de rechter stelt en hoe u het verweer voert.

Een vrouwelijke advocaat bespreekt documenten met een mannelijke cliënt in een kantoor met boeken en juridische symbolen.

Wat zegt de wet over overmacht?

Artikel 40 Sr luidt: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen.” De wet zegt niet wat overmacht is; de invulling komt uit de rechtspraak van de Hoge Raad.

Overmacht is een van de algemene strafuitsluitingsgronden, naast onder meer noodweer (artikel 41 Sr), het uitvoeren van een wettelijk voorschrift (artikel 42 Sr) en een ambtelijk bevel (artikel 43 Sr). Een overzicht leest u in ons artikel over strafuitsluitingsgronden.

Welke vormen van overmacht zijn er?

De rechtspraak onderscheidt psychische overmacht en noodtoestand. Het verschil is belangrijk: psychische overmacht neemt de schuld weg, noodtoestand neemt de wederrechtelijkheid van het feit weg.

Een mannelijke advocaat die in een moderne rechtszaal juridische documenten bestudeert, met rechtsboeken en een weegschaal op de achtergrond.

Psychische overmacht

Bij psychische overmacht stond de verdachte onder een van buiten komende drang waaraan hij redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden. Het is een schulduitsluitingsgrond: het feit blijft onrechtmatig, maar de verdachte valt niets te verwijten.

Het klassieke geval is een ernstige bedreiging met geweld tegen de verdachte of zijn naasten. De rechter toetst objectief: zou een redelijk mens in dezelfde omstandigheden ook zijn gezwicht? Daarbij weegt mee of de drang in verhouding stond tot de ernst van het feit en of er een uitweg was, zoals vluchten of de politie inschakelen. Een drang die uit de verdachte zelf voortkomt, zoals een verslaving of een psychische stoornis, valt er niet onder; daarvoor is de regeling van artikel 39 Sr (ontoerekenbaarheid) bedoeld.

Noodtoestand

Bij noodtoestand staat de verdachte voor een conflict van plichten of belangen en kiest hij voor het zwaarst wegende belang, waarbij hij een wettelijk voorschrift overtreedt. Het is een rechtvaardigingsgrond: het handelen was in die omstandigheden niet onrechtmatig.

De Hoge Raad erkende noodtoestand in het Opticien-arrest (HR 15 oktober 1923, ECLI:NL:HR:1923:243, NJ 1923, p. 1329): een opticien die na sluitingstijd een bril verkocht aan een klant die zonder bril vrijwel niets zag, was niet strafbaar. Een bekend voorbeeld uit de medische praktijk is het Schoonheim-arrest, ook bekend als Euthanasie Alkmaar (HR 27 november 1984, ECLI:NL:HR:1984:AC8615, NJ 1985/106). Daarin oordeelde de Hoge Raad dat een arts die op verzoek het leven had beëindigd, zich op noodtoestand kon beroepen, en verwees hij de zaak terug omdat het hof dat verweer onvoldoende had gemotiveerd verworpen; inmiddels regelt de Wet toetsing levensbeëindiging en hulp bij zelfdoding dat, via een bijzondere strafuitsluitingsgrond in artikel 293 lid 2 Sr.

Absolute overmacht

Van absolute overmacht is sprake als iemand fysiek geen keuze had, bijvoorbeeld omdat een ander hem duwde. In zo’n geval is er meestal al geen strafbare gedraging van de verdachte zelf, zodat artikel 40 Sr niet aan bod komt.

Aan welke eisen moet een beroep op overmacht voldoen?

De rechter toetst vooral subsidiariteit en proportionaliteit. Was er een minder ingrijpende uitweg, of stond het feit niet in verhouding tot het belang dat werd beschermd, dan faalt het beroep.

Een serieuze rechter of advocaat die in een moderne rechtszaal of kantoor juridische documenten bekijkt, met rechtsboeken en een weegschaal op de achtergrond.
  • Subsidiariteit: er was geen andere, minder ingrijpende manier om aan de drang of de nood te ontkomen, zoals hulp vragen aan de politie.
  • Proportionaliteit: het feit staat in een redelijke verhouding tot het gevaar of het belang dat werd beschermd. Bij noodtoestand moet het geredde belang zwaarder wegen dan het geschonden belang.
  • Geen eigen schuld aan de situatie (culpa in causa): wie zich vrijwillig in een criminele omgeving begeeft en daarna onder druk wordt gezet, kan zich moeilijk op psychische overmacht beroepen.
  • Functie of positie: van wie beroepshalve meer weerstand mag worden verwacht, zoals een politieagent of brandweerman, verwacht de rechter ook meer.

De grenzen blijken uit het Brongersma-arrest (HR 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772). Een arts die hulp bij zelfdoding gaf aan iemand die leed aan het leven zonder medische grondslag, kon zich niet op noodtoestand beroepen.

Hoe voert u een beroep op overmacht in de strafzaak?

De verdediging voert het verweer ter zitting en onderbouwt het met feiten. De rechter moet beoordelen of de overmacht aannemelijk is geworden; op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt moet hij in het vonnis gemotiveerd reageren (artikel 359 lid 2 Sv).

Het Openbaar Ministerie hoeft overmacht dus niet eerst te weerleggen, maar een kale stelling is ook niet genoeg. Bewijs van de dreiging, zoals berichten, aangiften, verklaringen van getuigen of medische stukken, maakt het verschil. Ook als het beroep niet slaagt, kan de rechter de druk waaronder u stond meewegen bij de straf; zie ook welke factoren de rechter meeweegt bij de straf.

Wat is het verschil met noodweer?

Noodweer (artikel 41 Sr) vraagt een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van lijf, eerbaarheid of goed, waartegen u zich mag verdedigen. Overmacht vraagt geen aanval: het gaat om dwang of een noodsituatie.

Bij noodweer is de verdediging gericht tegen de aanvaller. Bij noodtoestand wordt vaak het belang van een derde geschonden die niets heeft misdaan, en daarom stelt de rechter daar strenge eisen aan. Meer hierover leest u bij noodweer of mishandeling.

Wat kunnen wij voor u doen bij een beroep op overmacht?

  • Beoordelen of de feiten passen bij psychische overmacht, noodtoestand of een andere strafuitsluitingsgrond, als strafrecht advocaat.
  • U bijstaan bij het politieverhoor, zodat uw verklaring over de dreiging vanaf het begin is vastgelegd.
  • Bewijs van de dwang verzamelen en getuigen laten horen.
  • Het verweer schriftelijk uitwerken in een pleitnota.
  • Subsidiair pleiten voor strafvermindering als het beroep op overmacht niet slaagt.

Samengevat

  • Wie door overmacht wordt gedrongen tot een strafbaar feit, is niet strafbaar (artikel 40 Sr).
  • Psychische overmacht neemt de schuld weg, noodtoestand de wederrechtelijkheid.
  • De rechter toetst subsidiariteit, proportionaliteit en eigen schuld aan de situatie.
  • Slaagt het beroep, dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging, geen vrijspraak.

Veelgestelde vragen

Geldt financiële nood als overmacht?

In de regel niet. Schulden of geldgebrek zijn geen van buiten komende drang waaraan u geen weerstand kon bieden, en er zijn legale uitwegen zoals schuldhulpverlening. De rechter kan financiële nood wel meewegen bij de straf.

Kan een verslaving of psychische stoornis overmacht opleveren?

Nee, want die drang komt van binnen. Een stoornis kan wel leiden tot verminderde of volledige ontoerekenbaarheid (artikel 39 Sr), wat de rechter beoordeelt op basis van een rapport van een psycholoog of psychiater.

Ben ik niet strafbaar als ik onder bedreiging drugs heb vervoerd?

Alleen als de bedreiging ernstig en concreet was, u geen redelijke uitweg had en u zich niet zelf in die situatie had gebracht. Rechters zijn hier streng: wie wist dat hij met criminelen te maken had, of de politie had kunnen waarschuwen, krijgt meestal geen gelijk.

Wat is het verschil tussen ontslag van rechtsvervolging en vrijspraak?

Bij vrijspraak is het feit niet bewezen (artikel 352 lid 1 Sv). Bij ontslag van alle rechtsvervolging is het feit wel bewezen, maar is het niet strafbaar of is de verdachte niet strafbaar, bijvoorbeeld door overmacht (artikel 352 lid 2 Sv).

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.