Gepubliceerd op 14 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026
De rechter bepaalt de straf aan de hand van drie dingen: wat de wet toestaat, hoe ernstig het feit is en wie de verdachte is. Er is geen vaste rekenformule; de wet geeft alleen een maximum, en de rechter moet in het vonnis uitleggen waarom hij voor deze straf kiest (artikel 359 lid 5 Wetboek van Strafvordering).
Inhoudsopgave
Wat bepaalt de straf?
De straf volgt uit de wet, de richtlijnen en de omstandigheden van de zaak en van de verdachte. De rechter weegt die factoren samen en heeft daarbij veel ruimte.
Waarom is het belangrijk dit te weten?
Als u verdachte bent, helpt het om te weten waar de rechter op let. U kunt dan inschatten wat u te wachten staat en welke informatie over uzelf u op de zitting naar voren wilt brengen. Ook voor slachtoffers is het nuttig om te begrijpen waarom een bepaalde straf is opgelegd.
Een advocaat gebruikt deze kennis om uw verweer op te bouwen en u eerlijk te adviseren over de mogelijke uitkomst. Een strafzaak kan grote gevolgen hebben voor uw werk, uw gezin en uw toekomst. Daarom loont het om het proces goed te begrijpen.
Welke basisbegrippen moet u kennen?
De belangrijkste begrippen zijn de tenlastelegging, het bewijsminimum en het legaliteitsbeginsel. Ze bepalen waarvoor u kunt worden veroordeeld en hoeveel bewijs daarvoor nodig is.
- De tenlastelegging is de beschuldiging waarmee het Openbaar Ministerie (OM) u voor de rechter brengt. De rechter beoordeelt alleen wat daarin staat.
- Het bewijsminimum houdt onder meer in dat de rechter het bewijs niet alleen mag baseren op de verklaring van één getuige (artikel 342 lid 2 Wetboek van Strafvordering). Er moet ander bewijs zijn dat die verklaring ondersteunt.
- Het legaliteitsbeginsel betekent dat een feit alleen strafbaar is als de wet dat al bepaalde op het moment dat het feit werd gepleegd (artikel 1 Wetboek van Strafrecht).
- Het OM moet bewijzen dat u het feit heeft gepleegd. U hoeft uw onschuld niet te bewijzen. Is de rechter niet overtuigd, dan volgt vrijspraak.
Hoe spelen de wet en de richtlijnen mee?
De wet bepaalt wat strafbaar is en wat de hoogste straf is. Richtlijnen van het OM en afspraken tussen rechters geven daarbinnen houvast, maar binden de rechter niet.
Wat zegt de wet over de hoogte van de straf?
Het Wetboek van Strafrecht noemt per delict de maximale straf. Dat maximum laat zien hoe zwaar de wetgever het feit vindt. Binnen dat maximum bepaalt de rechter zelf de hoogte van de straf; hij mag dus ook ver onder het maximum blijven.
Het Wetboek van Strafvordering regelt hoe de strafzaak verloopt. Daarin staan de rechten van de verdachte en de regels voor het verzamelen van bewijs. Gaat er bij het onderzoek iets mis, bijvoorbeeld bij een doorzoeking of een verhoor, dan spreken we van een vormverzuim. Volgens artikel 359a Wetboek van Strafvordering kan de rechter daaraan een gevolg verbinden. Dat kan een lagere straf zijn, het uitsluiten van bewijs of, in uitzonderlijke gevallen, het einde van de zaak. Valt door uitsluiting van bewijs te weinig bewijs over, dan kan dat tot vrijspraak leiden.
Welke richtlijnen gebruiken het OM en de rechter?
Het OM heeft richtlijnen voor strafvordering opgesteld. De officier van justitie gebruikt ze om te bepalen welke straf hij eist, met aandacht voor omstandigheden die de straf zwaarder of lichter maken. De rechter is niet gebonden aan de eis van de officier en kan een lagere of hogere straf opleggen.
Rechters hebben zelf ook oriëntatiepunten voor straftoemeting. Die worden opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), een overleg van de strafsectoren van de rechtbanken en gerechtshoven. De oriëntatiepunten geven voor veelvoorkomende delicten een vertrekpunt. Zo krijgen vergelijkbare zaken een vergelijkbare straf. Volgens de Rechtspraak binden ze de individuele strafrechter in een concrete zaak niet.
Hoe wegen eerdere uitspraken en de feiten van de zaak mee?
Eerdere uitspraken zorgen voor lijn in de straffen. Doorslaggevend zijn echter de feiten van uw eigen zaak.
Wat leren vergelijkbare zaken?
Rechters kijken naar straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Nederland kent geen strikte precedentwerking: een eerdere uitspraak bindt de rechter niet. Uitspraken van de Hoge Raad zijn wel richtinggevend voor de uitleg van de wet. Door te vergelijken worden straffen voorspelbaarder en beter uit te leggen. Uw advocaat kan met vergelijkbare uitspraken laten zien welke straf in uw zaak passend is.
Welke omstandigheden van de zaak tellen zwaar?
Geen twee strafzaken zijn gelijk. De ernst van het feit weegt meestal het zwaarst: hoeveel schade is er, hoeveel slachtoffers zijn er en is er geweld gebruikt? Een gewapende overval weegt veel zwaarder dan een eenvoudige winkeldiefstal.
Ook uw rol telt mee. Was u de hoofddader of alleen medeplichtig? Verder kijkt de rechter naar opzet en naar uw strafblad. Bent u eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld, dan valt de straf vaak hoger uit. De rechter weegt al deze factoren samen en komt zo tot een straf op maat.
Hoe telt uw persoonlijke situatie mee?
Uw persoonlijke omstandigheden kunnen de straf duidelijk beïnvloeden. De rechter beoordeelt niet alleen het feit, maar ook de persoon die het heeft gepleegd.
Welke persoonlijke omstandigheden zijn van belang?
Denk aan uw leeftijd, gezinssituatie, werk, opleiding en gezondheid. Zo kan een jonge verdachte met een opleiding of baan anders worden behandeld dan iemand zonder enig toekomstperspectief. Een gevangenisstraf kan bijvoorbeeld leiden tot verlies van uw baan, en ook dat weegt de rechter mee.
Ook uw houding is van belang. Toont u oprecht spijt, werkt u mee of heeft u de schade al vergoed, dan kan dat tot een lagere straf leiden. De rechter kan zich daarbij laten informeren door een rapport van de reclassering. Wat u op de zitting over uzelf vertelt, kan dus echt verschil maken.
Speelt de rechter zelf ook een rol?
Rechters streven naar objectiviteit. Toch wegen zij de feiten zelf en kunnen twee rechters in dezelfde zaak tot een iets andere straf komen. De oriëntatiepunten en de plicht om de straf te motiveren beperken die verschillen.
Ook maatschappelijke ontwikkelingen spelen mee. Wat vroeger als minder ernstig gold, kan nu zwaarder worden bestraft, bijvoorbeeld doordat de wetgever een strafmaximum verhoogt of de oriëntatiepunten worden aangepast. Omdat de rechter in het vonnis de redenen voor de straf moet geven, kunt u controleren welke afwegingen zijn gemaakt.
Welke uitkomsten zijn mogelijk?
Een strafzaak kan eindigen in een straf, een maatregel, een schuldigverklaring zonder straf, vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging. Welke uitkomst volgt, hangt af van het bewijs en van de vraag of het feit en de dader strafbaar zijn.
Welke straffen kan de rechter opleggen?
De wet kent vier hoofdstraffen: gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete (artikel 9 Wetboek van Strafrecht).
- Gevangenisstraf is de zwaarste straf. Een tijdelijke gevangenisstraf duurt minimaal één dag en maximaal 25 jaar, in bepaalde gevallen 30 jaar; daarnaast bestaat levenslang (artikel 10 Wetboek van Strafrecht).
- Een taakstraf bestaat uit onbetaald werk en duurt maximaal 240 uur (artikel 22c Wetboek van Strafrecht).
- Bij een geldboete houdt de rechter rekening met uw draagkracht, zodat u niet onevenredig wordt getroffen (artikel 24 Wetboek van Strafrecht).
- Een gevangenisstraf van maximaal twee jaar, een taakstraf of een geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd (artikel 14a Wetboek van Strafrecht). U hoeft de straf dan niet uit te zitten of te betalen, zolang u zich aan de voorwaarden houdt.
Daarnaast kan de rechter bijkomende straffen en maatregelen opleggen, zoals een rijontzegging bij verkeersdelicten. Is het feit gering of zijn de omstandigheden bijzonder, dan kan de rechter ook bepalen dat er geen straf wordt opgelegd, ook al is het feit bewezen (artikel 9a Wetboek van Strafrecht).
Wanneer volgt vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging?
Niet elke strafzaak eindigt in een veroordeling. Vindt de rechter niet bewezen dat u het feit heeft gepleegd, dan spreekt hij u vrij (artikel 352 lid 1 Wetboek van Strafvordering). Twijfel over het bewijs komt dus in uw voordeel uit.
Is het feit wel bewezen, maar is het geen strafbaar feit of bent u niet strafbaar, bijvoorbeeld door noodweer, dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging (artikel 352 lid 2 Wetboek van Strafvordering). Dat is iets anders dan het besluit van het OM om niet te vervolgen; die keuze maakt het OM al vóór de zitting.
Bij meer feiten kan de rechter voor het ene feit vrijspreken en voor het andere veroordelen. Dat heeft direct gevolgen voor de totale straf: alleen bewezen feiten worden bestraft.
Hoe kunt u zich voorbereiden op de zitting?
Een goede voorbereiding kan het verschil maken tussen een gevangenisstraf en een taakstraf, of tussen een hoge en een lagere boete. Begin daarom op tijd.
Verzamel stukken over uw persoonlijke situatie, zoals een arbeidscontract, een verklaring van uw werkgever of bewijs van schadevergoeding aan het slachtoffer. Werk mee aan het gesprek met de reclassering als u daarvoor wordt uitgenodigd. Bespreek met uw advocaat welke verweren er zijn tegen het bewijs en of er vormverzuimen zijn gemaakt. Lees ook het vonnis goed: de motivering van de straf geeft aanknopingspunten als u wilt overwegen in hoger beroep te gaan.
Wat kunnen wij voor u doen bij de strafmaat in uw zaak?
Wij staan verdachten bij vanaf het eerste verhoor tot en met het hoger beroep. Bij de strafmaat doen wij onder meer het volgende:
- Wij beoordelen het dossier op vormverzuimen en voeren zo nodig verweer op grond van artikel 359a Sv.
- Wij vergelijken uw zaak met de LOVS-oriëntatiepunten, de richtlijnen van het OM en uitspraken in vergelijkbare zaken.
- Wij verzamelen stukken over uw persoonlijke situatie en bereiden het gesprek met de reclassering met u voor.
- Wij bepleiten op de zitting een passende straf, zoals een taakstraf of een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf.
- Wij beoordelen het vonnis en stellen zo nodig binnen veertien dagen hoger beroep in (artikel 408 Sv).
Samengevat
- De wet geeft per delict alleen een maximumstraf; daarbinnen heeft de rechter veel ruimte, maar hij moet de straf motiveren (artikel 359 lid 5 Sv).
- De richtlijnen van het OM en de LOVS-oriëntatiepunten geven een vertrekpunt, maar binden de rechter niet.
- De ernst van het feit, uw rol en uw strafblad wegen zwaar; uw persoonlijke situatie en houding kunnen de straf verlagen.
- Mogelijke uitkomsten zijn gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf, geldboete, een voorwaardelijke straf, geen straf, vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging.
- Vormverzuimen bij het onderzoek kunnen leiden tot strafvermindering of uitsluiting van bewijs (artikel 359a Sv).
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.