Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Een strafuitsluitingsgrond is een omstandigheid waardoor een bewezen strafbaar feit toch niet tot straf leidt, omdat de daad niet onrechtmatig was of omdat u niets te verwijten valt. Slaagt het beroep, dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging: het feit staat vast, maar u krijgt geen straf, al kan de rechter bij ontoerekeningsvatbaarheid nog wel een maatregel zoals tbs opleggen.
De wettelijke gronden staan in de artikelen 39 tot en met 43 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Daarnaast heeft de Hoge Raad twee ongeschreven gronden aanvaard. Hieronder leest u welke gronden er zijn, hoe de rechter ze toetst en hoe u een beroep erop onderbouwt.
Inhoudsopgave
Welke strafuitsluitingsgronden kent de Nederlandse wet?
De wet kent vijf strafuitsluitingsgronden. De rechter behandelt ze pas nadat hij heeft vastgesteld dat het ten laste gelegde feit bewezen is.
- artikel 39 Sr: ontoerekeningsvatbaarheid wegens een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap
- artikel 40 Sr: overmacht, als noodtoestand of als psychische overmacht
- artikel 41 Sr: noodweer (lid 1) en noodweerexces (lid 2)
- artikel 42 Sr: het uitvoeren van een wettelijk voorschrift
- artikel 43 Sr: het opvolgen van een ambtelijk bevel
De wetteksten zijn kort. Artikel 39 Sr zegt niet meer dan dat niet strafbaar is wie een feit begaat dat hem wegens een stoornis, aandoening of handicap niet kan worden toegerekend. Wat dat in een concrete zaak betekent, is in ruim een eeuw rechtspraak uitgewerkt. Voor de andere gronden geldt hetzelfde: de wet geeft het kader, de Hoge Raad de maatstaf.
Wat is het verschil tussen een rechtvaardigingsgrond en een schulduitsluitingsgrond?
Een rechtvaardigingsgrond maakt de daad zelf rechtmatig. Een schulduitsluitingsgrond laat de daad onrechtmatig, maar neemt het persoonlijke verwijt aan de dader weg.
Rechtvaardigingsgronden zijn noodtoestand, noodweer, het uitvoeren van een wettelijk voorschrift en het opvolgen van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel. Schulduitsluitingsgronden zijn ontoerekeningsvatbaarheid, psychische overmacht, noodweerexces, het te goeder trouw opvolgen van een onbevoegd gegeven bevel (artikel 43 lid 2 Sr) en de ongeschreven afwezigheid van alle schuld. In beide gevallen luidt de uitspraak ontslag van alle rechtsvervolging, maar de motivering verschilt.
Het onderscheid heeft gevolgen. Wie meewerkt aan een gerechtvaardigde gedraging, is niet strafbaar. Wie meewerkt aan het feit van iemand die alleen persoonlijk niet strafbaar is, kan dat wel zijn. Tegen een gerechtvaardigde gedraging bestaat bovendien geen noodweer, omdat zij niet wederrechtelijk is. Ook civielrechtelijk verschilt het: een gerechtvaardigde handeling is in de regel geen onrechtmatige daad. Een psychische of lichamelijke tekortkoming staat volgens artikel 6:165 BW daarentegen niet in de weg aan aansprakelijkheid. Hoe de rechter het vonnis opbouwt, leest u in ons artikel over straftoemeting.
Wanneer slaagt een beroep op noodweer?
Noodweer slaagt als u zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van uw eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed, en die verdediging noodzakelijk was. De verdediging moet bovendien in verhouding staan tot de aanval.
De Hoge Raad heeft de maatstaf uitgewerkt in het overzichtsarrest van 22 maart 2016 (ECLI:NL:HR:2016:456). Dat arrest is nog altijd het vertrekpunt in elke noodweerzaak. Een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding kan al voldoende zijn; u hoeft niet te wachten tot de eerste klap valt.
De rechter toetst daarna twee eisen. De eerste is subsidiariteit: kon en moest u zich aan de aanval onttrekken, bijvoorbeeld door weg te lopen? De tweede is proportionaliteit: stond de verdediging in redelijke verhouding tot de ernst van de aanranding? Een dreiging kan reëel zijn en het beroep toch mislukken, omdat het gekozen middel te ver ging. Wie de confrontatie zelf heeft gezocht, kan zich bovendien moeilijker op noodweer beroepen. De grens tussen zelfverdediging en mishandeling bespreken wij in ons artikel over noodweer of mishandeling en in zelfverdediging: wat mag wel en niet.
Wat als u ten onrechte dacht dat u werd aangevallen?
Dan kan een beroep op putatief noodweer slagen. Daarvoor moet uw vergissing verontschuldigbaar zijn: u mocht redelijkerwijs menen dat u zich moest verdedigen.
De Hoge Raad noemt in het arrest van 2016 twee situaties. U heeft zich het dreigende gevaar verontschuldigbaar ingebeeld, of u heeft de aard van de dreiging verkeerd ingeschat. Er was dan geen echte aanranding en dus geen noodweer. Slaagt het beroep, dan valt u niets te verwijten en volgt ontslag van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld. Of de vergissing begrijpelijk was, moet blijken uit de feiten, zoals wat de ander vlak voor het incident zei of deed.
Wat houdt noodweerexces in?
Noodweerexces is een verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van noodweer, veroorzaakt door een hevige gemoedsbeweging die het directe gevolg is van de aanranding. U ging te ver, maar dat valt u niet te verwijten.
De rechtspraak kent twee vormen. Bij intensief exces is de verdediging te zwaar, bijvoorbeeld doordat harder of langer wordt teruggeslagen dan nodig was. Bij extensief exces gaat de verdediging door nadat de aanval al voorbij is, omdat de hevige emotie nog voortduurt. Er moet wel eerst een noodweersituatie zijn geweest. In het arrest van 2016 benadrukt de Hoge Raad dat de gemoedsbeweging van doorslaggevend belang moet zijn geweest voor de gedraging. Was de reactie vooral het gevolg van woede, wraak of een al bestaand conflict, dan faalt het verweer.
Wanneer leiden overmacht en noodtoestand tot straffeloosheid?
Artikel 40 Sr kent twee vormen van overmacht. Bij noodtoestand koos u in een conflict van plichten of belangen voor het zwaarstwegende belang; bij psychische overmacht stond u onder een druk van buitenaf waaraan u redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden.
Noodtoestand is een rechtvaardigingsgrond. Een voorbeeld is een automobilist die te hard rijdt om een ernstig gewonde naar het ziekenhuis te brengen. De rechter toetst ook hier of er geen minder ingrijpende uitweg was en of de gekozen weg in verhouding stond tot het gevaar.
Psychische overmacht is een schulduitsluitingsgrond. De maatstaf is streng: niet elke ernstige druk is genoeg. De rechter weegt mee wat van iemand in uw positie mocht worden gevergd. Van iemand met een bijzondere beroepsverantwoordelijkheid, zoals een politieambtenaar of militair, mag meer weerstand worden verwacht dan van een willekeurige burger. Hoe die drempel in de rechtspraak uitpakt, leest u in onze bespreking van overmacht door psychische druk.
Wanneer beschermen een wettelijk voorschrift of een ambtelijk bevel u?
Als u een strafbaar feit begaat om een wettelijke taak uit te voeren, of op bevel van het bevoegde gezag. Dit zijn de rechtvaardigingsgronden van artikel 42 en artikel 43 Sr.
Artikel 42 Sr speelt vooral bij ambtenaren. Een opsporingsambtenaar die een verdachte aanhoudt op grond van het Wetboek van Strafvordering, beneemt iemand de vrijheid, maar handelt rechtmatig. De bescherming reikt niet verder dan de bevoegdheid die het voorschrift geeft.
Artikel 43 lid 1 Sr beschermt wie een ambtelijk bevel uitvoert dat door het bevoegde gezag is gegeven. Was het bevel onbevoegd gegeven, dan blijft u volgens lid 2 alleen straffeloos als u het te goeder trouw voor bevoegd hield en het uitvoeren ervan binnen uw ondergeschiktheid viel. Een opdracht van een particuliere werkgever is geen ambtelijk bevel.
Hoe beoordeelt de rechter ontoerekeningsvatbaarheid?
De rechter beslist daar zelf over, op basis van gedragskundig onderzoek. Volledige ontoerekeningsvatbaarheid komt zelden voor; verminderde toerekeningsvatbaarheid is geen strafuitsluitingsgrond.
De rechter laat zich voorlichten door een rapportage pro Justitia van een psychiater of psycholoog. In zwaardere zaken volgt soms een klinische observatie in het Pieter Baan Centrum. De deskundige beschrijft de stoornis en het verband met het feit; de juridische conclusie trekt de rechter.
De rechter gaat daarbij in stappen te werk. Hij stelt vast of er ten tijde van het feit sprake was van een stoornis, onderzoekt of en in welke mate die stoornis de gedraging heeft beïnvloed, en beslist dan of het feit de verdachte kan worden toegerekend. Of de stoornis in een classificatiesysteem als de DSM voorkomt, is niet beslissend. De rechter is niet gebonden aan de conclusie van de deskundigen, maar moet wel motiveren waarom hij daarvan afwijkt. Weigert de verdachte mee te werken aan onderzoek, dan beslist de rechter op basis van de overige informatie in het dossier.
Verminderde toerekeningsvatbaarheid leidt niet tot ontslag van alle rechtsvervolging. Zij werkt door in de hoogte van de straf en soms in de keuze voor een maatregel. Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid blijft straf achterwege, maar kan de rechter nog wel een maatregel opleggen, zoals terbeschikkingstelling. Meer daarover leest u in ons artikel over de grijze zone tussen verminderd en volledig ontoerekeningsvatbaar en in wanneer iemand niet toerekeningsvatbaar is.
Wie zichzelf verwijtbaar in de toestand heeft gebracht waarin hij het feit beging, kan zich in de regel niet op ontoerekeningsvatbaarheid beroepen. Dat speelt bijvoorbeeld bij een psychose na vrijwillig gebruik van drugs of alcohol, of bij het bewust stoppen met voorgeschreven medicatie terwijl de gevolgen bekend waren. Juristen spreken dan van culpa in causa: eigen schuld aan de toestand.
Welke ongeschreven strafuitsluitingsgronden erkent de Hoge Raad?
Twee: de afwezigheid van alle schuld (avas) en het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. Beide zijn in de rechtspraak ontwikkeld en worden terughoudend toegepast.
Wanneer valt u niets te verwijten?
Als u zich begrijpelijk vergiste, het feit niet kon voorkomen of alle zorg betrachtte die van u kon worden gevergd. Dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld.
De Hoge Raad aanvaardde deze grond in 1916 in het zogenoemde Melk-en-waterarrest. Een melkhandelaar werd vervolgd omdat zijn knecht, buiten zijn medeweten, aangelengde melk had geleverd. Hem viel geen enkel verwijt te maken, en daarom bleef straf achterwege, hoewel de wet was overtreden.
In de rechtspraak worden drie vormen onderscheiden. Bij verontschuldigbare dwaling vergiste de verdachte zich over de feiten of het recht, en was die vergissing begrijpelijk. Een beroep op rechtsdwaling slaagt zelden; meestal is nodig dat de verdachte vertrouwde op een uitdrukkelijk advies van een persoon of instantie met voldoende gezag. Bij verontschuldigbare onmacht kon de verdachte het feit niet voorkomen, bijvoorbeeld door een plotselinge, onvoorzienbare lichamelijke reactie. Bij maximaal te vergen zorg heeft de verdachte alles gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht. Van een professional die met risicovolle activiteiten werkt, mag daarbij meer worden verwacht dan van een particulier.
Wanneer ontbreekt de materiële wederrechtelijkheid?
Als u de letter van de wet overtrad, maar daarmee juist het belang diende dat die wet beschermt. De rechter aanvaardt deze grond zelden.
Deze grond is aanvaard in het Veeartsarrest van 1933. Een dierenarts bracht gezonde koeien opzettelijk in contact met besmette dieren, zodat zij een lichte vorm van de ziekte zouden doormaken en daarna immuun zouden zijn. De Hoge Raad oordeelde dat een gedraging die naar de letter onder de delictsomschrijving valt, toch niet wederrechtelijk hoeft te zijn als juist het doel van de wet ermee wordt gediend. Sindsdien is deze grond zeer terughoudend toegepast. Wie erop steunt, moet precies laten zien welk belang de norm beschermt en waarom dat belang hier beter af was.
Wat betekent ontslag van alle rechtsvervolging voor u?
U krijgt geen straf, maar het feit is wel bewezen. Dat is het verschil met vrijspraak, waarbij de rechter het feit niet bewezen acht.
De rechter komt tot die uitkomst via de beslisvragen van artikel 350 Sv en spreekt het ontslag uit op grond van artikel 352 Sv. Meer over het verschil leest u in ons artikel over vrijspraak.
Een maatregel blijft mogelijk. Naast terbeschikkingstelling kan de rechter bijvoorbeeld voorwerpen onttrekken aan het verkeer. De uitspraak wordt geregistreerd in de justitiële documentatie. Of die registratie gevolgen heeft voor een aanvraag om een verklaring omtrent het gedrag (VOG), hangt af van de beleidsregels van Justis, het feit en de functie waarvoor u de VOG nodig heeft. Een civiele claim van het slachtoffer verdwijnt evenmin vanzelf. Een geslaagd beroep op een schulduitsluitingsgrond zegt op zichzelf niets over de aansprakelijkheid naar burgerlijk recht.
Hoe voert u verweer op een strafuitsluitingsgrond?
U voert de grond onderbouwd aan en maakt haar aannemelijk. U hoeft haar niet te bewijzen zoals het OM het feit moet bewijzen, maar een blote stelling is niet genoeg.
Voert u het verweer als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, dan moet de rechter volgens artikel 359 lid 2 Sv in het vonnis motiveren waarom hij ervan afwijkt. De manier waarop het verweer is opgebouwd, is daarom even belangrijk als de inhoud.
Bewijs is er vaak alleen in de eerste dagen. Letsel geneest, camerabeelden worden overschreven en getuigen raken uit beeld. Een persoon die na een incident zelf de politie inschakelt en zijn verwondingen laat vastleggen, staat later sterker dan iemand die pas op de zitting met een noodweerverhaal komt. Leg ook de precieze volgorde van de gebeurtenissen vast. Bij noodweer en noodweerexces draait bijna alles om de vraag wie wanneer wat deed.
Let op wat u in het politieverhoor verklaart. U heeft het recht om te zwijgen en om vóór het verhoor een advocaat te raadplegen. Een verklaring die u later moet bijstellen, kost geloofwaardigheid, en juist die bepaalt of het verweer standhoudt. Meer over dat recht leest u in ons artikel over het zwijgrecht.
Wat kunnen wij voor u doen bij een beroep op een strafuitsluitingsgrond?
Onze strafrechtadvocaten beoordelen vanaf het eerste verhoor of een strafuitsluitingsgrond speelt.
- Wij bereiden u voor op het politieverhoor en bespreken of u beter kunt zwijgen of verklaren.
- Wij zorgen dat bewijs snel wordt vastgelegd: letselverklaringen, camerabeelden en getuigen.
- Wij toetsen of noodweer, noodweerexces of overmacht (artikel 40 en 41 Sr) aannemelijk te maken is.
- Wij beoordelen een rapportage pro Justitia en vragen zo nodig een second opinion of contra-expertise aan.
- Wij voeren het verweer als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, zodat de rechter erop moet ingaan (artikel 359 lid 2 Sv).
Samengevat
- Een strafuitsluitingsgrond leidt tot ontslag van alle rechtsvervolging: het feit is bewezen, maar er volgt geen straf.
- Rechtvaardigingsgronden maken de daad rechtmatig; schulduitsluitingsgronden nemen alleen het persoonlijke verwijt weg.
- Noodweer vereist een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding en een noodzakelijke, proportionele verdediging (ECLI:NL:HR:2016:456).
- Bij ontoerekeningsvatbaarheid blijft straf achterwege, maar kan de rechter tbs of een andere maatregel opleggen.
- Onderbouw het verweer vroeg: leg letsel, beelden en getuigen direct vast en verklaar niet zonder overleg met een advocaat.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen vrijspraak en ontslag van alle rechtsvervolging?
Bij vrijspraak acht de rechter het feit niet bewezen. Bij ontslag van alle rechtsvervolging is het feit wel bewezen, maar is het feit of de dader niet strafbaar. In beide gevallen volgt geen straf, maar bij ontslag blijft de bewezenverklaring in het vonnis staan.
Kunt u zich op noodweer beroepen als u iemand anders verdedigde?
Ja. Artikel 41 Sr noemt uitdrukkelijk de verdediging van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed. Dezelfde eisen van noodzaak, subsidiariteit en proportionaliteit gelden dan.
Wie moet de strafuitsluitingsgrond aannemelijk maken?
De verdediging voert de grond aan en maakt haar aannemelijk; de rechter beslist. Er is geen omkering van de bewijslast, maar een verweer dat feitelijk niet is onderbouwd, houdt zelden stand.
Heeft u na ontslag van alle rechtsvervolging een strafblad?
De uitspraak wordt opgenomen in de justitiële documentatie. Het is geen veroordeling. Of de registratie een rol speelt bij een aanvraag om een VOG, hangt af van het feit, eventuele opgelegde maatregelen en de functie waarvoor u de verklaring nodig heeft.