Gepubliceerd op 27 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Een financieringsovereenkomst is het contract waarin een geldverstrekker en een geldnemer de afspraken over een lening vastleggen: het bedrag, de rente, de looptijd, de aflossing, de zekerheden en wat er gebeurt als het misgaat. De wet stelt voor een zakelijke lening geen algemene schriftelijkheidseis, maar zonder getekend contract kunt u de afspraken later nauwelijks bewijzen. Voor enkele onderdelen geldt wel een vormvereiste, bijvoorbeeld voor rente tussen twee particulieren en voor een borgtocht door een particulier.
In dit artikel leest u welke onderdelen in een financieringsovereenkomst horen, welke clausules het meeste gewicht hebben, welke zekerheden een financier kan vragen en wat u kunt doen als er een geschil ontstaat. Wij richten ons op zakelijke financiering. Voor leningen aan consumenten gelden aanvullende beschermingsregels die hier niet worden besproken.
Inhoudsopgave
Wat is een financieringsovereenkomst precies?
Juridisch is een financieringsovereenkomst meestal een overeenkomst van geldlening. Volgens artikel 7:129 BW is dat de kredietovereenkomst waarbij de uitlener zich verbindt een som geld te verstrekken en de lener zich verbindt dat bedrag terug te betalen.
U kunt de financieringsovereenkomst zien als de bouwtekening van uw financieringsproject. Zonder een gedetailleerd plan wordt de constructie wankel. Een mondelinge afspraak over een lening is als bouwen zonder tekening: het werkt zolang iedereen het eens is, maar bij het eerste meningsverschil weet niemand meer precies wat er was afgesproken.
Het contract legt niet alleen de cijfers vast. Het beschrijft ook de rechten en plichten van de geldverstrekker en de geldnemer. Daarmee is het voor beide partijen het vaste houvast tijdens de hele looptijd.
Waarom legt u de afspraken schriftelijk vast?
Een schriftelijk contract geeft zekerheid en voorkomt discussies achteraf. Ontstaat er toch een conflict, dan is een getekende overeenkomst het belangrijkste bewijsstuk.
Een zorgvuldig opgestelde overeenkomst heeft vier functies:
- Heldere afspraken: het contract legt ondubbelzinnig vast wat partijen zijn overeengekomen. Daardoor blijft er weinig ruimte voor verschillende uitleg.
- Risicobeheersing: het contract beschrijft wat de gevolgen zijn als een van de partijen de afspraken niet nakomt.
- Bewijs: het getekende stuk dient als bewijs in een eventuele procedure bij de rechter of in arbitrage.
- Transparantie: beide partijen weten vanaf het begin waar zij aan toe zijn.
Er is ook een wettelijke reden om op papier te werken. Lenen twee natuurlijke personen aan elkaar buiten een beroep of bedrijf, dan is volgens artikel 7:129c BW alleen rente verschuldigd als dat schriftelijk is bedongen. In andere gevallen is de lener in beginsel wel rente verschuldigd, tenzij anders is afgesproken. Hebben partijen niets afgesproken over de hoogte van de rente, dan geldt volgens artikel 7:129d BW de rentevoet van de wettelijke rente.
Een goed contract voorkomt conflicten. Het dwingt partijen om vooraf na te denken over alle scenario's, van vervroegd aflossen tot wat er gebeurt bij wanbetaling. Juist dat denkproces is de basis van een gezonde financiële relatie.
Welke onderdelen staan in elke financieringsovereenkomst?
Vrijwel elke financieringsovereenkomst regelt de partijen, de hoofdsom, de rente, de looptijd, de aflossing, de zekerheden en de gevolgen van wanbetaling.
Elke financieringsovereenkomst is anders, maar vrijwel alle overeenkomsten rusten op dezelfde bouwstenen. Wie deze onderdelen kent, kan een aangeboden contract beter beoordelen en gerichter onderhandelen.
De tabel hieronder geeft een overzicht van de onderdelen die u in bijna elk contract tegenkomt. Samen vormen zij het juridische en financiële raamwerk van uw lening.
Wat regelen deze onderdelen precies?
De tabel hieronder laat per onderdeel zien wat het inhoudt en waarom het telt.
| Onderdeel | Omschrijving | Waarom het belangrijk is |
|---|---|---|
| Partijen | De volledige en juiste gegevens van de geldverstrekker en de geldnemer. | Voorkomt onduidelijkheid over wie de verplichtingen precies aangaat. |
| Hoofdsom | Het totale bedrag dat wordt uitgeleend. | Dit is de basis van de lening en de grondslag voor alle renteberekeningen. |
| Rente | Het percentage dat over de hoofdsom wordt betaald, met afspraken over een vaste of variabele rente. | Bepaalt de totale kosten van de lening en de hoogte van de periodieke lasten. |
| Looptijd | De periode waarbinnen de lening volledig moet zijn terugbetaald. | Geeft een duidelijke einddatum voor de financiële verplichting. |
| Aflossingsschema | De planning van alle terugbetalingen, met data en bedragen. | Zorgt voor voorspelbaarheid en is nodig voor een goede liquiditeitsplanning. |
| Zekerheden | Pandrechten, hypotheekrechten of persoonlijke garanties die de geldverstrekker extra zekerheid geven. | Beperkt het risico voor de financier en kan een lagere rente opleveren. |
| Gevolgen wanbetaling | De maatregelen die de geldverstrekker mag nemen als de lener zijn verplichtingen niet nakomt. | Legt de gevolgen vooraf vast en beschermt de positie van beide partijen. |
Het goed vastleggen van deze onderdelen is geen formaliteit. Het is de voorwaarde voor een financieringstraject zonder onaangename verrassingen.
Welke clausules verdienen de meeste aandacht?
De financiële kernbepalingen en de convenanten hebben de meeste invloed op uw onderneming. De eerste bepalen wat de lening kost, de tweede bepalen hoeveel bewegingsvrijheid u tijdens de looptijd houdt.
Elke financieringsovereenkomst bestaat uit een reeks clausules. Sommige bepalingen lijken standaard, maar de details kunnen grote gevolgen hebben voor de financiële gezondheid en de bewegingsvrijheid van uw onderneming. Lees ze daarom niet alleen, maar zorg dat u begrijpt wat ze in de praktijk betekenen.
Elke clausule regelt een ander aspect van de lening: van basale elementen zoals het leenbedrag tot voorwaarden die bepalen wat u als ondernemer wel en niet mag doen. Hieronder bespreken wij de belangrijkste.
Wat zijn de financiële kernbepalingen?
De financiële kernbepalingen zijn de concrete afspraken die de lening definiëren. Zij vormen meestal het startpunt van de onderhandelingen en bepalen direct uw periodieke lasten.
Het gaat om de volgende onderdelen:
- De hoofdsom: het bedrag dat u leent. Dit moet exact en ondubbelzinnig in het contract staan, inclusief de wijze en het moment van verstrekking.
- Het rentepercentage: wat u betaalt voor het lenen van het geld. Is de rente vast of variabel? Aan welke referentierente is een variabele rente gekoppeld? Een kleine afwijking in het percentage kan over de hele looptijd een groot verschil maken.
- De looptijd: de periode waarbinnen de lening volledig moet zijn terugbetaald. Een langere looptijd verlaagt de periodieke aflossing, maar verhoogt vaak de totale rentekosten.
- Het aflossingsschema: hoe vaak en hoeveel u aflost. Gaat het om een lineaire of een annuïtaire aflossing? Is er een aflossingsvrije periode?
Deze elementen bepalen direct uw liquiditeit. Een aflossingsschema dat niet aansluit bij de inkomsten van uw bedrijf kan snel tot betalingsproblemen leiden. Een zorgvuldige analyse en goede onderhandelingen over deze punten zijn daarom noodzakelijk.
Let ook op wat het contract zegt over opeising. Volgens artikel 7:129e BW moet de lener terugbetalen binnen zes weken nadat de uitlener heeft meegedeeld dat hij tot opeising overgaat. Dat artikel is regelend recht: in de meeste zakelijke financieringsovereenkomsten staan eigen afspraken over looptijd en opeisbaarheid, en die gaan dan voor.
Wat zijn convenanten en waarom zijn ze zo belangrijk?
Convenanten zijn voorwaarden waaraan u als lener gedurende de hele looptijd moet blijven voldoen. Voldoet u er niet aan, dan kan de financier ingrijpen, ook als u wel netjes rente en aflossing betaalt.
U kunt convenanten zien als de vangrails die de geldverstrekker plaatst om zijn geld te beschermen. Zij beperken uw bewegingsvrijheid en leggen prestatie-eisen op. Zij zijn bedoeld om de financier vroeg te waarschuwen als uw bedrijf financieel in moeilijkheden komt.
Convenanten zijn de periodieke gezondheidscontrole van de geldverstrekker. Zij meten hoe uw onderneming er financieel voor staat. Voldoet u er niet aan, dan geldt dat als een serieus signaal en kan dat een tekortkoming onder het contract opleveren.
De meeste convenanten vallen in drie categorieën:
- Financiële convenanten: deze meten direct de financiële prestaties. Denk aan een minimale solvabiliteit (de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen) of een minimale Debt Service Coverage Ratio (DSCR). De DSCR meet of uw operationele kasstroom voldoende is om rente en aflossing te betalen.
- Informatieconvenanten: deze verplichten u om de geldverstrekker regelmatig financiële informatie te sturen, zoals kwartaalcijfers en de jaarrekening.
- Gedragsconvenanten: deze beperken wat u als ondernemer mag doen. Voorbeelden zijn een verbod om belangrijke bedrijfsmiddelen zonder toestemming te verkopen of een beperking van dividenduitkeringen.
Een voorbeeld ter illustratie. In uw financieringsovereenkomst staat een DSCR-convenant van 1,2. Dat betekent dat uw operationele kasstroom minimaal 20% hoger moet zijn dan uw rente- en aflossingsverplichtingen over dezelfde periode. Zakt de kasstroom daaronder, bijvoorbeeld door een tegenvallende omzet, dan schendt u het convenant.
Een schending heet in financieringscontracten vaak een 'event of default'. De gevolgen staan in het contract en kunnen ingrijpend zijn. De geldverstrekker kan bijvoorbeeld de rente verhogen, extra zekerheden eisen of de volledige lening direct opeisen. Onderhandel daarom over de hoogte en de definitie van de convenanten, zodat u voldoende ruimte houdt. Zorg dat de afgesproken ratio's ook in een minder jaar haalbaar zijn.
Welke soorten financieringsovereenkomsten komt u tegen?
De vorm van de financiering hangt af van het doel. Een investering in machines vraagt om een andere overeenkomst dan het opvangen van tijdelijke tekorten in de dagelijkse bedrijfsvoering.
Elke situatie vraagt om een eigen financieringsovereenkomst, afgestemd op wat uw onderneming nodig heeft. De juiste financieringsvorm kiezen is net als het juiste gereedschap pakken: u kiest geen langlopende lening als u alleen een paar maanden krap bij kas zit.
In de praktijk komt u verschillende vormen tegen. Als u de kenmerken, voordelen en nadelen van elke vorm kent, kunt u een keuze maken die past bij uw bedrijfsstrategie.
Wat is een onderhandse lening?
Bij een onderhandse lening leent u rechtstreeks van een andere partij, zonder bank. Denk aan een familielid, een bevriende ondernemer of een particuliere investeerder.
Het grootste voordeel is de flexibiliteit. U kunt vaak vrij onderhandelen over de rente en het aflossingsschema. Zo maakt u afspraken die passen bij uw situatie, zonder de vaste voorwaarden van een bank.
Juist hier is het belangrijk om alles schriftelijk vast te leggen. Omdat de relatie vaak persoonlijk is, kunnen zakelijke meningsverschillen snel escaleren. Een helder contract voorkomt misverstanden en beschermt beide partijen. Is de uitlener een particulier, dan is ook de regel van artikel 7:129c BW over schriftelijk bedongen rente van belang.
Wat is een rekening-courantkrediet?
Een rekening-courantkrediet is een kredietlijn waarmee u tot een afgesproken limiet rood mag staan op uw zakelijke rekening. Het is bedoeld om schommelingen in de dagelijkse kasstroom op te vangen.
U betaalt rente over het bedrag dat u daadwerkelijk opneemt. Dat maakt het een handige manier om tijdelijke tekorten op te vangen zonder direct een grote, langlopende lening af te sluiten.
Een rekening-courantkrediet geeft lucht. U kunt salarissen betalen of voorraad inkopen, ook als een grote klant nog niet heeft betaald.
De keerzijde is dat de rente op een rekening-courantkrediet meestal hoger is dan bij een gewone lening. Het krediet is daarom bedoeld voor de korte termijn, niet voor grote, structurele investeringen. Let ook op de voorwaarden waaronder de bank de limiet mag verlagen of het krediet mag opzeggen.
Hoe worden bedrijfsovernames gefinancierd?
Bij een bedrijfsovername is een banklening vaak niet genoeg om de hele koopprijs te betalen. Daarom financiert de verkoper regelmatig zelf een deel, via een verkoperslening of een earn-out.
Dat maakt de financieringsstructuur ingewikkelder. Naast de bank zijn er dan meer partijen met eigen belangen, en hun afspraken moeten op elkaar aansluiten. Achtergrondinformatie over de ontwikkelingen op dit gebied vindt u in een artikel over financiering bij bedrijfsovernames op Consultancy.nl.
Twee vormen die u vaak tegenkomt:
- Verkoperslening (vendor loan): de verkoper leent een deel van de koopprijs aan de koper. Deze lening is meestal achtergesteld bij de bankfinanciering: bij problemen krijgt de bank eerst haar geld terug. Voor de koper verlaagt dit de drempel om extern geld te lenen. De verkoper ontvangt daar meestal een hogere rente tegenover.
- Earn-outregeling: een deel van de koopprijs hangt af van de toekomstige resultaten van het bedrijf. Haalt de onderneming de afgesproken doelen, dan ontvangt de verkoper een extra bedrag. Zo overbruggen partijen een verschil van mening over de waarde, en blijft de verkoper betrokken.
Zulke constructies vragen om een zorgvuldig opgestelde financieringsovereenkomst. Alle voorwaarden, meetmomenten en definities moeten precies zijn vastgelegd. Wat telt bijvoorbeeld als 'winst', en wie stelt die vast? Ook de rangorde tussen bank en verkoper moet in een achterstellingsafspraak duidelijk zijn geregeld.
Welke zekerheden kan een financier vragen?
Een financier vraagt meestal zakelijke zekerheden, zoals een pandrecht of hypotheekrecht op bezittingen van uw onderneming. Daarnaast vraagt hij soms een persoonlijke zekerheid, zoals een borgtocht of hoofdelijke aansprakelijkheid, waarmee u met uw privévermogen instaat voor de schuld van uw bedrijf.
Een financier die geld uitleent, loopt altijd een risico. Zekerheden geven hem een tweede route om zijn geld terug te krijgen als uw onderneming de lening niet kan terugbetalen.
Voor u als ondernemer is het belangrijk om het verschil tussen de soorten zekerheden te kennen. De ene vorm legt beslag op uw bedrijfsmiddelen, de andere raakt direct uw privévermogen. Deze clausules zijn geen kleine lettertjes. Zij hebben grote gevolgen en verdienen uw volle aandacht.
Hoe werken zakelijke zekerheden?
Bij een zakelijke zekerheid wijst u bezittingen van uw onderneming aan als onderpand. Komt u uw betalingsverplichtingen niet na, dan mag de financier die bezittingen laten verkopen en zich uit de opbrengst voldoen.
De twee bekendste vormen zijn:
- Pandrecht: dit wordt gevestigd op roerende zaken en vorderingen. Denk aan voorraad, machines of de openstaande facturen van uw klanten. Een pandrecht kan worden gevestigd door de zaak in de macht van de financier te brengen (artikel 3:236 BW), maar in de zakelijke praktijk gaat het meestal om een bezitloos of stil pandrecht via een notariële of geregistreerde onderhandse akte (artikel 3:237 BW). Voor vorderingen kan dat zonder mededeling aan uw klanten (artikel 3:239 BW). U kunt dan gewoon doorwerken met de verpande zaken. Blijft u in gebreke, dan mag de pandhouder het onderpand verkopen en zich uit de opbrengst voldoen (artikel 3:248 BW).
- Hypotheekrecht: dit geldt voor registergoederen, zoals uw bedrijfspand of een stuk grond. Het wordt gevestigd bij notariële akte en ingeschreven in de openbare registers. Bent u in verzuim met de betaling, dan mag de hypotheekhouder het pand in het openbaar ten overstaan van een notaris laten verkopen (artikel 3:268 BW).
Bij deze zakelijke zekerheden blijft uw privévermogen in beginsel buiten schot, als de lening op naam van een BV of NV staat. Dat is anders bij een eenmanszaak of vof. Daar is juridisch geen scheiding tussen zakelijk en privévermogen, zodat u ook privé aansprakelijk bent voor de schulden van het bedrijf.
Wat betekent een persoonlijke zekerheid voor uw privévermogen?
Met een persoonlijke zekerheid staat u als ondernemer zelf in voor de schuld van uw bedrijf, met uw spaargeld en bezittingen. Kan de onderneming niet betalen en levert de verkoop van het onderpand te weinig op, dan kan de financier u persoonlijk aanspreken.
Een persoonlijke zekerheid haalt de scheiding tussen uw bedrijf en uw privéleven weg. De financier kan dan verhaal zoeken op uw spaargeld, uw woning of andere bezittingen om de restschuld te innen.
De twee belangrijkste vormen zijn:
- Borgtocht: u verbindt zich tegenover de financier om de schuld van uw bedrijf te voldoen (artikel 7:850 BW). Volgens artikel 7:855 BW hoeft u als borg pas te betalen als de onderneming zelf tekortschiet. Stelt de financier de onderneming in gebreke, dan moet hij u daarvan tegelijk op de hoogte brengen. De financier hoeft niet eerst al het onderpand van de onderneming te verkopen voordat hij u aanspreekt.
- Hoofdelijke aansprakelijkheid: u bent samen met uw bedrijf voor de gehele schuld aansprakelijk. De financier kan direct bij u het volledige bedrag vorderen, zonder eerst het bedrijf aan te spreken.
De wet beschermt de particuliere borg. Die extra regels gelden volgens artikel 7:857 BW alleen voor een natuurlijk persoon die niet handelde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Ook valt de bestuurder buiten die bescherming die zich borg stelt voor de normale bedrijfsuitoefening van een BV of NV waarvan hij, alleen of met zijn medebestuurders, de meerderheid van de aandelen heeft. Een directeur-grootaandeelhouder valt daardoor meestal niet onder de bescherming. Geldt de bescherming wel en staat het bedrag van de schuld bij het aangaan van de borgtocht nog niet vast, dan is de borgtocht volgens artikel 7:858 BW alleen geldig voor zover een maximumbedrag in geld is afgesproken.
Bent u getrouwd of heeft u een geregistreerd partnerschap? Dan heeft u voor een borgtocht in beginsel de toestemming van uw echtgenoot of partner nodig (artikel 1:88 BW). Volgens artikel 1:88 lid 5 BW geldt die eis niet voor de bestuurder van een BV of NV die alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt, mits de borgtocht wordt aangegaan ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van die vennootschap.
Een voorbeeld ter illustratie. Uw BV leent € 150.000 en u tekent als bestuurder voor hoofdelijke aansprakelijkheid. Komt de BV in betalingsproblemen, dan kan de bank het volledige bedrag van € 150.000 rechtstreeks van u vorderen, ook als er nog geen enkel bedrijfsmiddel is verkocht.
Waar let u op voordat u tekent?
Let vooral op de omvang van het onderpand, een maximumbedrag en een vaste duur voor een persoonlijke zekerheid, en de vraag of uw partner moet meetekenen.
Het afgeven van zekerheden, en zeker van een persoonlijke zekerheid, is geen formaliteit. Deze clausules kunnen uw financiële toekomst, zakelijk en privé, ingrijpend veranderen.
Stel uzelf voordat u tekent deze vragen:
- Welke bedrijfsmiddelen geef ik als onderpand?
- Staat de waarde van dit onderpand in verhouding tot de lening?
- Ben ik bereid om met mijn privévermogen in te staan voor de schuld?
- Wat zijn de precieze voorwaarden van de borgtocht of de hoofdelijke aansprakelijkheid, en is er een maximumbedrag?
- Heb ik de toestemming van mijn echtgenoot of partner nodig?
Onderhandel over de omvang en de vorm van de zekerheden. Probeer een persoonlijke zekerheid te vermijden of in ieder geval te beperken tot een maximumbedrag en een bepaalde duur. Het zorgvuldig afwegen van deze risico's is de kern van een verantwoorde bedrijfsfinanciering. Laat het contract daarom vooraf juridisch beoordelen, zodat u precies weet waar u aan begint.
Welke juridische valkuilen ziet u vaak over het hoofd?
De grootste valkuilen zitten in vage definities, te strenge convenanten en een ruim geformuleerde 'event of default'-clausule. Zij geven de financier ruimte om in te grijpen op momenten die u niet had voorzien.
Een financieringsovereenkomst lijkt soms een standaarddocument, maar de details maken het verschil. Wie de risico's herkent voordat hij tekent, voorkomt kostbare fouten en houdt de regie over zijn onderneming.
Wat eruitziet als een onschuldige formulering, kan in de praktijk een grote beperking worden. Door deze valkuilen te kennen staat u sterker in de onderhandelingen en beschermt u de belangen van uw onderneming.
Waarom zijn vage definities gevaarlijk?
Een vage definitie geeft de financier veel ruimte om zelf te bepalen wanneer hij mag ingrijpen. Een bekend voorbeeld is de clausule over een "materiële negatieve verandering", ook wel Material Adverse Change– of MAC-clausule genoemd.
Zo'n clausule klinkt redelijk, maar wat de bank als een 'materiële' tegenvaller ziet, kan ver afstaan van uw eigen beoordeling. Wordt de clausule ingeroepen, dan kan de financier de lening opeisen of de voorwaarden aanscherpen.
Vraag daarom om een definitie die zo concreet en meetbaar mogelijk is. Spreek bijvoorbeeld af dat er pas sprake is van een 'materiële verandering' bij een vooraf vastgelegde daling van de omzet of de winstgevendheid.
Wanneer worden convenanten een probleem?
Convenanten worden een probleem als ze zo streng zijn dat u bij de eerste tegenvaller al in overtreding bent. Dan balanceert u voortdurend op de rand van een tekortkoming.
Te strenge convenanten beperken uw mogelijkheden om snel op veranderingen in de markt te reageren. Een convenant dat u verbiedt om zonder toestemming bedrijfsmiddelen boven een bepaald bedrag te verkopen, kan een verstandige strategische beslissing blokkeren.
Bespreek daarom realistische en haalbare convenanten. Zorg voor voldoende marge in de afspraken. Een te strakke financiële ratio leidt tot voortdurende druk en onzekerheid.
De 'event of default'-clausule is de noodrem van de financier. Zij beschrijft wanneer de bank mag ingrijpen. Zorg dat deze clausule niet te snel kan worden ingeroepen en dat er een redelijke herstelperiode in staat.
Een 'event of default' gaat niet alleen over een gemiste betaling. Afhankelijk van het contract kan ook het volgende een grond zijn:
- het schenden van een convenant, hoe klein ook;
- het te laat aanleveren van financiële rapportages;
- een wijziging in de zeggenschap over of de eigendom van uw bedrijf;
- het faillissement of de surseance van betaling van uw onderneming of een groepsmaatschappij.
De gevolgen kunnen groot zijn. Het contract kan de financier het recht geven de volledige lening direct op te eisen, de rente te verhogen of zijn zekerheden uit te winnen. Lees deze clausule daarom zorgvuldig en onderhandel waar nodig over herstelperiodes en drempels.
Wat betekenen duurzaamheidseisen in een financiering?
Steeds meer financiers koppelen de rente aan het behalen van duurzaamheidsdoelen, ook wel ESG-doelstellingen (Environmental, Social and Governance) genoemd. Haalt u de doelen, dan kunt u een rentekorting krijgen. Haalt u ze niet, dan volgt mogelijk een renteopslag.
Een voorbeeld uit de praktijk is de kredietfaciliteit van € 150 miljoen die ForFarmers in mei 2025 afsloot. Volgens het persbericht van het bedrijf loopt die faciliteit tot 31 juli 2030, met de mogelijkheid tot verlenging. De rente is gekoppeld aan prestatie-indicatoren over emissiereductie en het gebruik van circulaire materialen. Op basis van de resultaten kan een korting of een opslag op de rente gelden.
Zulke afspraken bieden kansen, maar ook risico's. De doelen moeten realistisch en meetbaar zijn. Vage doelstellingen of onhaalbare prestatie-indicatoren kunnen leiden tot onverwacht hogere financieringskosten. Zorg dat de meetmethode objectief is en dat u zelf voldoende invloed heeft op het behalen van de doelen. Laat deze clausules juridisch beoordelen voordat u tekent.
Wat kunt u doen bij een geschil of als de overeenkomst eindigt?
Komt een partij haar verplichtingen niet na, dan kan de andere partij nakoming vorderen, de lening opeisen voor zover het contract dat toelaat, of de overeenkomst ontbinden. Een geschil lost u bij voorkeur eerst in overleg op; daarna staan klachteninstanties, arbitrage of de rechter open.
Financieringsovereenkomsten kunnen om verschillende redenen eindigen. Het niet nakomen van verplichtingen door een van beide partijen is een veelvoorkomende oorzaak.
Wanneer kan een partij de overeenkomst ontbinden?
Volgens artikel 6:265 BW geeft iedere tekortkoming de wederpartij in beginsel het recht de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Dat geldt niet als de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding niet rechtvaardigt.
De kredietverstrekker kan de financieringsovereenkomst dus ontbinden als de kredietnemer niet betaalt, bijvoorbeeld bij het uitblijven van rente of aflossing. In de praktijk maakt een financier vaak gebruik van de opeisingsregeling in het contract.
Voorwaarden voor ontbinding:
- een tekortkoming die niet van geringe betekenis is, zoals een betalingsachterstand;
- of de schending van andere contractvoorwaarden;
- en, als nakoming nog mogelijk is, verzuim van de kredietnemer.
Is nakoming nog mogelijk, dan ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding volgens artikel 6:265 lid 2 BW pas als de schuldenaar in verzuim is. Meestal is daarvoor eerst een ingebrekestelling nodig: een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn om alsnog te betalen. Die geeft de kredietnemer een laatste kans. Is er een borg, dan moet de financier de borg volgens artikel 7:855 lid 2 BW tegelijk op de hoogte brengen van de ingebrekestelling.
Ook de kredietnemer kan ontbinden als de kredietverstrekker zijn verplichtingen niet nakomt. Bijvoorbeeld als de bank het geld niet op het afgesproken moment beschikbaar stelt.
Gevolgen van ontbinding:
- de nog niet nagekomen verplichtingen vervallen;
- wat al is verstrekt, moet worden terugbetaald, zodat het uitstaande krediet direct moet worden voldaan;
- daarnaast kan een schadevergoeding verschuldigd zijn.
Hoe lost u een geschil op?
Begin met direct overleg. Lukt dat niet, dan kunt u een klacht indienen bij de financier zelf en daarna, onder voorwaarden, bij een klachteninstituut. Ook mediation, arbitrage of een procedure bij de rechter zijn mogelijk.
Veel financieringsovereenkomsten bevatten een clausule over geschiloplossing. Lees die goed: als er arbitrage is afgesproken, kunt u in beginsel niet meer naar de gewone rechter.
Opties voor geschiloplossing:
- direct overleg tussen partijen;
- mediation met een neutrale derde;
- arbitrage, als dat in het contract is afgesproken;
- een procedure bij de gewone rechter.
Banken en andere financiële dienstverleners hebben een interne klachtenprocedure. Die moet u eerst doorlopen voordat u bij een klachteninstituut terechtkunt.
Klachteninstanties en toezichthouders:
- Kifid behandelt klachten over financiële dienstverleners. Ook kleinzakelijke ondernemers kunnen daar onder voorwaarden terecht met een klacht over zakelijk krediet, onder meer als de vordering niet groter is dan € 1 miljoen. U moet de klacht eerst bij de financier zelf hebben ingediend en de financier acht weken de tijd hebben gegeven om te reageren. Na het definitieve standpunt van de financier heeft u drie maanden om naar Kifid te stappen.
- Voor sommige sectoren bestaan aparte geschillencommissies.
- Toezichthouders zoals de AFM en DNB lossen geen individuele geschillen op. Een melding bij de AFM wordt gebruikt als signaal voor het toezicht, maar levert u zelf geen uitspraak op.
Bij ingewikkelde geschillen is juridische bijstand verstandig. Een advocaat kan u bijstaan bij de onderhandelingen en in een procedure.
Hoe eindigt een financieringsovereenkomst?
Meestal eindigt de overeenkomst doordat het krediet volgens de afspraken volledig is afgelost. Daarnaast kan zij eindigen door vervroegde aflossing, opeising of ontbinding.
Gewoon einde:
- volledige aflossing van het krediet;
- het verstrijken van de looptijd;
- vervroegde aflossing door de kredietnemer, voor zover het contract dat toestaat.
Bij vervroegde aflossing rekent de kredietverstrekker soms een vergoeding. Daarmee compenseert hij de rente-inkomsten die hij misloopt. Kijk vooraf in het contract of en tegen welke vergoeding u vervroegd mag aflossen.
Einde of opeising door omstandigheden:
- Faillissement van de kredietnemer beëindigt de overeenkomst niet vanzelf, maar is in vrijwel elke financieringsovereenkomst een grond om de lening op te eisen.
- Overlijden van de kredietnemer beëindigt de overeenkomst evenmin vanzelf. De schuld valt in de nalatenschap en gaat over op de erfgenamen die de nalatenschap aanvaarden. Het contract kan bepalen dat de lening dan opeisbaar wordt.
- Ontbinding door een schriftelijke verklaring of door de rechter.
Na het einde moet u alle openstaande verplichtingen afwikkelen. Denk aan de restschuld, de verschuldigde rente en bijkomende kosten.
Zekerheden blijven meestal bestaan tot alles is afgelost. Daarna moet de kredietverstrekker ze vrijgeven. Een hypotheekrecht wordt dan doorgehaald in de openbare registers van het Kadaster. Vraag bij een pandrecht om een schriftelijke bevestiging dat het is vervallen.
Welke praktische vragen spelen tijdens de looptijd?
Tijdens de looptijd gaat het vooral om het aanpassen van het contract, het niet halen van convenanten en de vraag of een standaardsjabloon volstaat.
Zodra de financieringsovereenkomst is getekend, bent u eraan gebonden. Tijdens de looptijd ontstaan toch vaak vragen. Wat mag wel, en wat niet? Hieronder bespreken wij een aantal praktische kwesties waar ondernemers tegenaan kunnen lopen.
Wie de grenzen en de mogelijkheden van het contract kent, houdt de regie en voorkomt problemen.
Kan ik een financieringsovereenkomst nog aanpassen na het tekenen?
Een financieringsovereenkomst kan in beginsel niet eenzijdig worden aangepast. Voor een wijziging is de instemming van de geldverstrekker nodig, tenzij het contract of de toepasselijke algemene voorwaarden zelf een wijzigingsbeding bevatten.
Een kleine administratieve fout is vaak eenvoudig te herstellen. Voor wezenlijke wijzigingen, zoals een andere looptijd of rente, gaat u opnieuw in overleg. Die wijziging legt u vast in een wijzigingsovereenkomst of addendum. De financier zal hier meestal alleen aan meewerken als hij er zelf belang bij heeft of als uw situatie wezenlijk is veranderd. Onderhandel daarom zo veel mogelijk uit voordat u tekent.
Controleer ook of het contract of de algemene bankvoorwaarden de financier het recht geven om bepaalde voorwaarden eenzijdig te wijzigen. Zo'n beding is niet onbegrensd: het moet redelijk worden toegepast.
Een getekende overeenkomst is als uitgehard beton. U kunt de vorm nog aanpassen, maar dat is ingewikkeld, kost geld en lukt alleen met medewerking van alle partijen. Zorg daarom dat de mal klopt voordat u het beton giet.
Wat gebeurt er als ik mijn convenanten niet nakom?
Het niet nakomen van convenanten is een tekortkoming die in het contract meestal als 'event of default' is aangemerkt. De financier krijgt dan de bevoegdheden die het contract hem geeft.
Waar moet u rekening mee houden? Afhankelijk van de afspraken:
- Een hogere rente: de financier kan een renteopslag in rekening brengen.
- Extra zekerheden: u wordt gevraagd om aanvullend onderpand te geven.
- Directe opeisbaarheid: in het uiterste geval kan de geldverstrekker de volledige lening in één keer terugvorderen.
Laat het daarom niet zover komen. Ziet u aankomen dat u een convenant niet gaat halen? Neem dan direct contact op met uw financier. Vaak is een tijdelijke aanpassing (een 'waiver') bespreekbaar. Samen zoeken naar een oplossing werkt in de regel beter dan afwachten tot de situatie escaleert.
Is een standaardsjabloon van internet niet voldoende?
Een gratis sjabloon lijkt een snelle en goedkope oplossing, maar is een groot risico. Geen financiering is hetzelfde. Elke situatie kent eigen afspraken, risico's en belangen, en een algemeen document houdt daar geen rekening mee.
Een standaardsjabloon mist precies de details die een sluitende financieringsovereenkomst nodig heeft. Het leidt gemakkelijk tot onduidelijkheden, geschillen of ongunstige voorwaarden. Ons advies is daarom: laat een overeenkomst op maat opstellen, of laat een aangeleverd contract zorgvuldig controleren voordat u tekent.
Veelgestelde vragen over de financieringsovereenkomst
Financieringsovereenkomsten bevatten vaste elementen zoals rente, zekerheden en aflossingsafspraken. Wie begrijpt hoe deze werken, maakt betere keuzes over financiering.
Wat zijn de kerncomponenten van een financieringsovereenkomst?
Een financieringsovereenkomst legt de hoofdsom vast die de geldverstrekker beschikbaar stelt, vaak samen met het doel waarvoor u het geld gebruikt. Verder regelt zij de looptijd, de rente en de aflossing.
De looptijd bepaalt hoe lang de overeenkomst duurt. Soms gaat het om enkele maanden, soms om jaren.
De rente geeft aan wat het geleende geld kost. Meestal wordt die uitgedrukt als een jaarlijks percentage van de hoofdsom.
De aflossingsvoorwaarden bepalen hoe en wanneer u terugbetaalt: hoe vaak u betaalt en hoe elke betaling wordt verdeeld over rente en hoofdsom.
Vaak vraagt de geldverstrekker zekerheden om zijn risico te beperken. Die beschermen de financier bij wanbetaling.
Hoe wordt de rente in een financieringsovereenkomst vastgesteld?
De rente is het resultaat van onderhandeling. Het risicoprofiel van de kredietnemer weegt daarbij zwaar.
Ook de financiële positie en de kredietwaardigheid van de aanvrager spelen een rol. Een onderneming met sterke cijfers krijgt meestal betere voorwaarden.
De marktrente bepaalt het basisniveau. Ontwikkelingen in de rente van centrale banken en de economie werken door in de tarieven.
De looptijd telt ook mee. Een langlopend contract kent vaak een ander tarief dan een kortlopende lening.
Het soort zekerheid dat u biedt, kan de rente verlagen. Leningen met goede zekerheden hebben doorgaans gunstigere voorwaarden dan leningen zonder zekerheid. Is er niets over de hoogte van de rente afgesproken, dan geldt volgens artikel 7:129d BW de wettelijke rente.
Welke zekerheden kan de financier vragen?
Vastgoed geldt vaak als onderpand, bijvoorbeeld een bedrijfspand. Daarop wordt een hypotheekrecht gevestigd.
Inventaris, machines en voorraden kunnen worden verpand. Hetzelfde geldt voor vorderingen op uw klanten.
Daarnaast kan de financier een persoonlijke zekerheid van eigenaren of bestuurders vragen, zoals een borgtocht of hoofdelijke aansprakelijkheid. Daarmee stelt u uw privévermogen bloot aan de schulden van het bedrijf.
Ook een bankgarantie of een borgstelling door een derde is mogelijk. De financier krijgt dan zekerheid zonder dat er een recht op specifieke bedrijfsmiddelen wordt gevestigd.
Wat riskeert u als u de afspraken niet nakomt?
Bij wanbetaling krijgt u te maken met financiële gevolgen. Denk aan vertragingsrente en kosten, waardoor de schuld snel oploopt.
De geldverstrekker kan de lening opeisen of de overeenkomst ontbinden. De hele restschuld wordt dan in één keer opeisbaar.
Blijft betaling uit, dan kan de financier zijn zekerheden uitwinnen, bijvoorbeeld door het verpande of verhypothekeerde goed te laten verkopen.
De kredietverstrekker kan ook een procedure starten. Dat brengt extra kosten met zich mee, en beslag op uw bezittingen is dan mogelijk.
Ten slotte kan een betalingsachterstand uw kredietwaardigheid schaden. Daardoor wordt het lastiger om later nieuwe financiering te krijgen.
Hoe werkt de aflossing binnen een financieringsovereenkomst?
Bij annuïtaire aflossing betaalt u elke periode hetzelfde totaalbedrag. Het rentedeel wordt kleiner, terwijl u steeds meer aflost op de hoofdsom.
Bij lineaire aflossing lost u elke periode hetzelfde bedrag af op de hoofdsom. De rentelast daalt, omdat de rente wordt berekend over het bedrag dat nog openstaat.
Soms spreken partijen een aflossingsvrije periode af aan het begin. In die periode betaalt u alleen rente.
Bij een zogenoemde bullet-aflossing betaalt u de hele hoofdsom pas aan het einde terug. Tot dat moment betaalt u alleen rente.
Wilt u eerder aflossen? Dat kan als het contract het toestaat, maar houd rekening met een vergoeding voor vervroegde aflossing.
Hoe wijzigt u de overeenkomst?
Voor contractwijzigingen is in beginsel de instemming van alle partijen nodig, tenzij het contract zelf een wijzigingsregeling bevat. Leg elke wijziging schriftelijk vast.
Partijen leggen wijzigingen meestal vast in een addendum of een aanvullende overeenkomst. Dat document hoort dan bij het oorspronkelijke contract.
Raakt de wijziging een hypotheekrecht, bijvoorbeeld omdat het gezekerde bedrag wordt verhoogd? Dan is in de regel een nieuwe notariële akte nodig.
Komen partijen er niet uit en zijn de omstandigheden ingrijpend en onvoorzien veranderd, dan kan de rechter een overeenkomst in uitzonderlijke gevallen wijzigen of gedeeltelijk ontbinden. Die mogelijkheid wordt terughoudend toegepast.
Bij een ingewikkelde contractwijziging kan een advocaat civiel recht de gevolgen en risico's van de wijziging voor u in kaart brengen.
Waar let u als geldnemer op?
- Controleer of de convenanten en financiële ratio’s ook in een minder jaar haalbaar zijn.
- Lees de definitie van ‘event of default’ en kijk of er een herstelperiode in staat.
- Beperk een borgtocht of hoofdelijke aansprakelijkheid tot een maximumbedrag en een vaste duur.
- Kijk of en tegen welke vergoeding u vervroegd mag aflossen.
Waar let u als geldverstrekker op?
- Leent u als particulier aan een andere particulier? Leg de rente schriftelijk vast, anders is geen rente verschuldigd (artikel 7:129c BW).
- Laat een stil pandrecht vestigen bij notariële of geregistreerde onderhandse akte (artikel 3:237 BW).
- Vraag bij een borg die getrouwd is of een geregistreerd partnerschap heeft om de toestemming van de partner (artikel 1:88 BW), tenzij de uitzondering voor de bestuurder-meerderheidsaandeelhouder geldt.
- Breng de borg tegelijk op de hoogte als u de lener in gebreke stelt (artikel 7:855 lid 2 BW).
Wat kunnen wij voor u doen bij een financieringsovereenkomst?
Bij het opstellen, beoordelen of handhaven van een financieringsovereenkomst kunnen wij onder meer het volgende doen:
- Wij beoordelen een aangeboden overeenkomst op convenanten, opeisingsgronden en de ‘event of default’-clausule.
- Wij stellen een leningsovereenkomst op maat op, met afspraken over rente, aflossing, opeising en zekerheden.
- Wij toetsen of een borgtocht geldig is, onder meer aan de partnertoestemming van artikel 1:88 BW en het maximumbedrag van artikel 7:858 BW.
- Wij voeren namens u overleg met de financier over een waiver of aanpassing als een convenant dreigt te worden geschonden.
- Wij beoordelen een opeising of ontbinding (artikel 6:265 BW) en voeren zo nodig de procedure bij de rechter of in arbitrage.
Samengevat
- Een financieringsovereenkomst is meestal een overeenkomst van geldlening (artikel 7:129 BW). Leg alle afspraken over hoofdsom, rente, looptijd, aflossing, zekerheden en opeising schriftelijk vast.
- Convenanten en de 'event of default'-clausule bepalen wanneer de financier mag ingrijpen. Onderhandel over haalbare ratio's, concrete definities en een herstelperiode.
- Zakelijke zekerheden (pand en hypotheek) raken uw bedrijfsmiddelen; een borgtocht of hoofdelijke aansprakelijkheid raakt uw privévermogen.
- Voor een borgtocht is in beginsel toestemming van uw echtgenoot of partner nodig (artikel 1:88 BW), met een uitzondering voor de bestuurder-meerderheidsaandeelhouder van een BV of NV.
- Bij een geschil doorloopt u eerst de interne klachtenprocedure van de financier; daarna staan Kifid (onder voorwaarden), arbitrage of de rechter open.