Verjaring van vorderingen: termijnen, start en stuiting

Verjaring van vorderingen begrijpelijk uitgelegd

Gepubliceerd op 9 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026

Een vordering verjaart in de meeste gevallen vijf jaar nadat zij opeisbaar is geworden; daarna kan de schuldeiser betaling niet meer via de rechter afdwingen. Alleen als de wet geen kortere termijn geeft, geldt de algemene termijn van twintig jaar uit artikel 3:306 BW, en de schuld zelf blijft ook na verjaring bestaan.

De vijfjaarstermijnen staan in de artikelen 3:307 tot en met 3:311 BW. Verjaring neemt alleen de afdwingbaarheid weg. Bovendien werkt zij niet vanzelf: de schuldenaar moet er zelf een beroep op doen. In dit artikel leest u welke termijn geldt, wanneer die begint en hoe u de verjaring stuit.

Kalender en dossier bij de verjaring van vorderingen

Inhoudsopgave

Wat houdt verjaring van vorderingen in?

Verjaring betekent dat u nakoming na een bepaalde tijd niet meer kunt afdwingen. De regel bestaat om twee redenen: bewijs en rechtszekerheid.

Na jaren zijn e-mails gewist, medewerkers vertrokken en herinneringen vervaagd. Een schuldenaar kan zich dan niet meer goed verweren. Daarnaast moet op een bepaald moment duidelijk zijn dat een oud dossier gesloten is.

De verbintenis verdwijnt niet. Volgens artikel 6:3 BW wordt een verjaarde vordering een natuurlijke verbintenis: een verplichting die bestaat, maar die u niet via de rechter kunt afdwingen. Dat heeft een concreet gevolg. Betaalt de schuldenaar toch, ook zonder te weten dat de vordering verjaard was? Dan is dat geen onverschuldigde betaling en kan hij het bedrag niet terugvorderen.

De rechter past verjaring niet uit zichzelf toe. Volgens artikel 3:322 BW moet de schuldenaar zelf een beroep op verjaring doen. Wie wordt gedagvaard voor een oude vordering en dat verweer vergeet, wordt gewoon veroordeeld. Hetzelfde artikel bepaalt dat u pas afstand van verjaring kunt doen als de verjaring is voltooid. Vooraf afspreken dat iemand zich er niet op zal beroepen, kan dus niet.

Verwar verjaring niet met verval. Een vervaltermijn laat het recht zelf tenietgaan. De rechter past zo’n termijn wél uit zichzelf toe, en u kunt hem niet stuiten of verlengen. Denk aan de termijn van twee maanden om een ontslag aan te vechten of aan de termijn voor hoger beroep. Wat het verschil in de praktijk betekent, werken wij uit in ons artikel over wat een vordering is en hoe verjaring, stuiting en rente samenhangen.

Welke verjaringstermijnen kent de wet?

De wet kent een algemene termijn van twintig jaar en een reeks kortere termijnen, waarvan vijf jaar de belangrijkste is. Voor de meeste vorderingen in de praktijk geldt die vijfjaarstermijn.

Volgens artikel 3:306 BW verjaart een rechtsvordering na twintig jaar, tenzij de wet anders bepaalt. Die restcategorie is kleiner dan zij lijkt. Voor de meest voorkomende vorderingen heeft de wetgever namelijk wel iets anders bepaald.

Artikel 3:307 BW geldt voor de nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen. Denk aan de onbetaalde factuur en de niet-geleverde prestatie. Artikel 3:308 BW geldt voor periodieke betalingen, zoals rente, huur, pacht, dividend en loon. Elke afzonderlijke termijn verjaart dan apart, zodat een huurachterstand langzaam van achteren af verdampt.

Artikel 3:309 BW ziet op onverschuldigde betaling, artikel 3:310 BW op schadevergoeding en boete, en artikel 3:311 BW op ontbinding wegens een tekortkoming. Bij de meeste van die vijfjaarstermijnen hoort een absolute grens van twintig jaar.

Bij schadevergoeding verjaart de vordering bijvoorbeeld hoe dan ook twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte, ook als de benadeelde van niets wist. Voor schade door verontreiniging van lucht, water of bodem en door gevaarlijke stoffen geldt in plaats daarvan een absolute termijn van dertig jaar.

Welke korte termijnen gelden bij consumentenkoop?

Bij consumentenkoop van een roerende zaak verjaart uw vordering twee jaar nadat u over het gebrek heeft geklaagd (artikel 7:23 BW).

Daarnaast kent de wet korte, bijzondere termijnen. De bekendste staat in artikel 7:23 BW bij consumentenkoop van een roerende zaak. De koper moet binnen bekwame tijd klagen. Een melding binnen twee maanden na ontdekking is in elk geval op tijd. De rechtsvordering verjaart vervolgens twee jaar na die melding.

Deze tweemaandenregel geldt niet bij de koop van een woning. Daar blijft de maatstaf de bekwame tijd van artikel 7:23 BW, zonder vaste termijn. Hoe dat uitpakt bij een auto met gebreken, leest u in ons artikel over uw rechten na de aankoop van een tweedehands auto.

Wanneer verjaart een vordering die op een vonnis berust?

Hebt u een veroordeling in handen? Dan verjaart de bevoegdheid om het vonnis ten uitvoer te leggen volgens artikel 3:324 BW pas na twintig jaar. Het vonnis vervangt daarmee de oorspronkelijke, vaak veel kortere termijn. Daarom kan het lonen om een oude vordering nog snel door de rechter te laten vaststellen voordat zij verjaart.

Overzicht van wettelijke verjaringstermijnen in het Burgerlijk Wetboek

Wanneer begint de verjaringstermijn te lopen?

Bij een vordering uit overeenkomst begint de termijn op de dag na die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Bij schadevergoeding begint de termijn pas als u zowel de schade als de aansprakelijke persoon kent.

Voor de vijfjaarstermijn bij overeenkomsten staat die hoofdregel in artikel 3:307 lid 1 BW. Stuurt u een factuur met een betaaltermijn van dertig dagen? Dan is de vordering opeisbaar zodra die dertig dagen zijn verstreken, en begint de verjaring de dag daarna te lopen. Is er geen betaaltermijn afgesproken, dan is de vordering in beginsel direct opeisbaar.

Soms moet een verbintenis pas worden nagekomen nadat de schuldeiser haar opeist. Denk aan een lening zonder aflossingsschema. Volgens artikel 3:307 lid 2 BW begint de termijn dan pas te lopen op de dag na die waartegen de schuldeiser heeft laten weten tot opeising over te gaan. De wet stelt wel een grens. De vordering verjaart hoe dan ook twintig jaar na de dag waarop opeising op zijn vroegst mogelijk was, ook als er nooit is opgeëist.

Voor schadevergoeding geldt een subjectieve start. Volgens artikel 3:310 BW gaat de vijfjaarstermijn pas lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk bekend is geworden met de schade én met de aansprakelijke persoon. Daadwerkelijk bekend betekent volgens vaste rechtspraak: voldoende zekerheid hebben om een vordering in te stellen, niet alleen een vermoeden.

Een voorbeeld ter illustratie: u ontdekt pas na acht jaar dat een constructiefout de oorzaak is van scheuren in uw pand. De termijn begint dan pas op dat moment te lopen, binnen de absolute grens van twintig jaar.

Het startmoment verschilt dus per soort vordering. Het vaststellen ervan is daarom de eerste en belangrijkste stap. Bij een huurachterstand heeft iedere maandtermijn een eigen startdatum. Bij een verborgen gebrek in een geleverde zaak begint de termijn niet bij de levering maar bij de ontdekking. Bij een contractuele boete loopt de termijn vanaf het moment dat u van de overtreding wist. Wie de verkeerde startdatum kiest, rekent zich rijk of laat een vordering onnodig verlopen.

Hoe stuit u de verjaring van een vordering?

U stuit de verjaring met een procedure, met een schriftelijke aanmaning of mededeling, of doordat de schuldenaar de schuld erkent. Stuiting onderbreekt de lopende termijn en laat een nieuwe termijn beginnen.

Hoe stuit u de verjaring met een procedure?

Artikel 3:316 BW noemt het instellen van een eis en iedere andere daad van rechtsvervolging door de schuldeiser. Een dagvaarding of een verzoekschrift stuit dus de verjaring. Dat geldt wel alleen als de procedure tot toewijzing leidt of op tijd wordt voortgezet. Wordt de zaak ingetrokken of afgewezen, dan geldt de stuiting onder voorwaarden alsnog niet.

Hoe stuit u de verjaring met een brief?

De tweede manier wordt in de praktijk het meest gebruikt. Volgens artikel 3:317 BW stuit een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 november 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0418) verduidelijkt wat dat inhoudt. De mededeling moet de schuldenaar voldoende duidelijk waarschuwen dat hij, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening moet houden met de mogelijkheid dat hij de vordering nog moet betalen. Hij moet daarom zijn gegevens en bewijsmateriaal blijven bewaren, zodat hij zich later kan verweren.

Een bruikbare stuitingsbrief benoemt daarom concreet om welke vordering het gaat: bedrag, factuurnummer of contract. Daarnaast bevat de brief de uitdrukkelijke mededeling dat de schuldeiser zich zijn recht op nakoming ondubbelzinnig voorbehoudt. Een gewone herinnering of een aanbod om er samen uit te komen is niet genoeg.

Bewijs van ontvangst is minstens zo belangrijk als de inhoud. Verstuur de brief aangetekend of vraag om een schriftelijke bevestiging. De schuldeiser moet namelijk aantonen dat de mededeling de schuldenaar heeft bereikt.

Wanneer stuit de schuldenaar zelf de verjaring?

De derde manier komt van de schuldenaar zelf. Volgens artikel 3:318 BW stuit erkenning van het recht van de schuldeiser de verjaring. Een betaling van een deel van de schuld, een voorstel voor een betalingsregeling of een e-mail met een verzoek om uitstel zijn allemaal erkenningen. Voor een schuldenaar die zich op verjaring wil beroepen, is dat een valkuil. Eén zin waarin hij de schuld bevestigt, zet de teller weer op nul.

Startmoment van een verjaringstermijn bepalen

Hoe lang loopt de nieuwe termijn na stuiting?

Na stuiting begint een nieuwe termijn die even lang is als de oorspronkelijke, maar nooit langer dan vijf jaar. Leidt een procedure tot een onherroepelijke toewijzing, dan geldt daarna de termijn van twintig jaar voor het vonnis.

Die hoofdregel staat in artikel 3:319 BW. Voor een vordering met een termijn van twintig jaar betekent stuiting dus dat er daarna nog vijf jaar resteert. Voor de gewone vijfjaarsvordering begint de termijn van vijf jaar opnieuw.

Leidt de stuiting door een daad van rechtsvervolging tot een onherroepelijke toewijzing van de vordering? Dan geldt voor de tenuitvoerlegging van die uitspraak de twintigjaarstermijn van artikel 3:324 BW. Ook die executieverjaring kunt u stuiten, onder meer door het vonnis te laten betekenen of door een daad van tenuitvoerlegging.

Wanneer wordt de verjaring verlengd?

Naast stuiting kent de wet verlenging. Artikel 3:321 BW noemt een aantal situaties waarin de verjaring niet kan worden voltooid. Voorbeelden zijn de vordering tussen echtgenoten of geregistreerde partners tijdens het huwelijk of partnerschap, de vordering tussen een wettelijke vertegenwoordiger en degene die hij vertegenwoordigt, en de situatie waarin de schuldenaar het bestaan van de schuld opzettelijk verborgen houdt. Is er zo’n grond, dan loopt de verjaringstermijn volgens artikel 3:320 BW door tot zes maanden nadat die grond is weggevallen.

Wilt u zeker zijn dat een vordering blijft bestaan? Houd dan een eenvoudige agenda bij met de startdatum, de termijn, de datum van iedere stuiting en de nieuwe einddatum. Stuit ruim vóór de einddatum en niet in de laatste week, want u moet de tijdige ontvangst bewijzen. Bij een groot debiteurenbestand is een halfjaarlijkse controle op naderende verjaringen goedkoper dan één afgeschreven vordering.

Wat zijn de gevolgen van een voltooide verjaring?

Beroept de schuldenaar zich op een voltooide verjaring, dan wijst de rechter de vordering af. Rente, boete en kosten verjaren mee, maar verrekening blijft onder voorwaarden mogelijk.

De schuldeiser kan geen betaling meer afdwingen en geen beslag meer leggen op grond van die vordering. Hij kan de schuld ook niet meer als drukmiddel gebruiken. De vordering blijft als natuurlijke verbintenis bestaan, maar de weg naar de rechter is afgesloten.

Verjaren rente, boete en kosten mee?

Ja, nevenvorderingen delen het lot van de hoofdvordering. Volgens artikel 3:312 BW verjaart met de hoofdvordering ook de vordering tot betaling van de bijbehorende rente, boete en kosten. Andersom kan de rente al eerder zijn verjaard. Rente is een periodieke betaling in de zin van artikel 3:308 BW. Rentetermijnen die meer dan vijf jaar oud zijn, kunnen daardoor vaak niet meer worden opgeëist, terwijl de hoofdsom nog wel afdwingbaar is.

Wat gebeurt er met een hypotheek of pandrecht?

Een vordering met hypotheek verjaart niet voordat twintig jaar zijn verstreken sinds de hypotheek eraan is verbonden. Verjaart de vordering toch, dan gaan ook het pand- en hypotheekrecht teniet.

Bij zekerheden ligt het anders dan vaak wordt gedacht. Volgens artikel 3:323 lid 3 BW verjaart een vordering waarvoor een hypotheek tot zekerheid strekt, niet voordat twintig jaar zijn verstreken sinds de hypotheek aan de vordering is verbonden. Daardoor kunnen banken oude hypotheekschulden vaak nog lang innen. Die verlengde termijn geldt voor hypotheek, niet voor pand.

Verjaart de vordering toch, dan gaan volgens artikel 3:323 lid 1 BW ook de pand- en hypotheekrechten teniet die haar zekerden. Gaat de hypotheek teniet doordat de woning is verkocht en geleverd, dan is er voor de restschuld geen hypotheek meer. Voor die restschuld geldt dan in beginsel de gewone termijn van vijf jaar. Dat onderscheid is voor restschulden na een gedwongen verkoop van groot belang.

Kunt u een verjaarde vordering nog verrekenen?

Verrekening blijft wel mogelijk. Ook nadat een vordering is verjaard, kan de schuldeiser haar volgens artikel 6:131 BW nog verrekenen met een tegenvordering. Voorwaarde is dat de vordering vóór de verjaring al voor verrekening vatbaar was. De verjaring sluit dus de weg naar de rechter af, maar niet elke route.

Stuitingsbrief opstellen om verjaring te stuiten

Hoe gaat u om met verjaring bij zakelijke vorderingen en incasso?

Een openstaande factuur verjaart vijf jaar na de dag waarop zij opeisbaar werd. Iedere deelbetaling, regeling of stuitingsbrief laat een nieuwe termijn van vijf jaar beginnen.

Voor ondernemers is de vijfjaarstermijn van artikel 3:307 BW daarom de belangrijkste maatstaf. Vijf jaar lijkt ruim. Toch gaat het mis in dossiers die jarenlang op de stapel blijven liggen, met wisselende contactpersonen en een debiteur die telkens om uitstel vraagt. Leg daarom vast wanneer u aanmaande, wat er is toegezegd en wanneer er is betaald.

Betaalt een debiteur een deel van de openstaande post, dan is dat een erkenning en begint een nieuwe termijn van vijf jaar. Vraagt hij om een regeling, dan geldt hetzelfde. Blijft het stil, dan is een aangetekende stuitingsbrief het goedkoopste middel dat u hebt. Levert dat niets op, dan is dagvaarden de volgende stap. Bij een buitenlandse debiteur binnen de Europese Unie kan de Europese betalingsbevelprocedure een snellere route zijn.

Hoe verhoudt de klachtplicht zich tot verjaring?

Let ook op de wisselwerking met andere termijnen. Volgens de klachtplicht van artikel 6:89 BW moet de schuldeiser binnen bekwame tijd protesteren nadat hij een gebrek in de prestatie heeft ontdekt of had moeten ontdekken. Doet hij dat niet, dan verliest hij zijn rechten, los van de verjaring. Een vordering kan dus sneuvelen op de klachtplicht terwijl zij nog niet is verjaard, of andersom. Houd daarom beide termijnen tegelijk in de gaten.

Speelt verjaring ook buiten geldvorderingen?

Verjaring speelt niet alleen bij geld. Ook een vordering om een onrechtmatige toestand op te heffen of een inbreuk te beëindigen kent een termijn. Verjaring kan zelfs leiden tot het verkrijgen van eigendom. Hoe dat werkt bij een stuk grond dat jarenlang door de buurman wordt gebruikt, behandelen wij in ons artikel over verjaring van de erfgrens. In het strafrecht gelden weer eigen termijnen; daarover leest u meer in ons artikel over de verjaringstermijnen in het strafrecht.

Welke regels gelden voor vorderingen van en aan de overheid?

Voor geldschulden die uit een besluit voortvloeien geldt niet Boek 3 BW maar de Algemene wet bestuursrecht. Ook daar is de termijn vijf jaar, maar de overheid kan de verjaring op meer manieren stuiten.

Volgens artikel 4:104 Awb verjaart de vordering tot betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld vijf jaar nadat de betalingstermijn is verstreken. Dat raakt bijvoorbeeld subsidies die worden teruggevorderd, bestuurlijke boetes, leges en dwangsommen.

De stuitingsregels wijken ook af. Volgens artikel 4:105 Awb stuit een bestuursorgaan de verjaring door een daad van rechtsvervolging of door erkenning van de schuld. Artikel 4:106 Awb voegt daar een aanmaning (als bedoeld in artikel 4:112 Awb), een beschikking tot verrekening, een dwangbevel en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel aan toe. Dat maakt de positie van de overheid als schuldeiser sterker dan die van een gewone schuldeiser. U hebt een aangetekende brief met een ondubbelzinnig voorbehoud nodig; voor een bestuursorgaan volstaat een aanmaning.

Wanneer verjaart een belastingschuld?

Voor belastingschulden geldt weer een eigen regeling. Volgens artikel 27 van de Invorderingswet 1990 verjaart het recht om een belastingaanslag met dwang in te vorderen vijf jaar na de dag waarop de aanslag geheel invorderbaar is geworden. Die termijn wordt verlengd zolang uitstel van betaling loopt of de invordering wordt belemmerd. Ontvangt u een aanmaning voor een oude aanslag? Ga dan niet uit van de gewone vijfjaarsregel, maar reken de verlengingsgronden mee.

Welke termijnen gelden voor verkeersboetes en andere sancties?

Voor het innen van verkeersboetes en andere sancties gelden aparte termijnen uit de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en het Wetboek van Strafrecht. Dat is een ander stelsel dan de civiele verjaring van Boek 3 BW, met eigen termijnen en eigen stuitingsgronden. Reken een sanctie of boete dus nooit door met de vijfjaarsregel van artikel 3:307 BW. Dat leidt bijna altijd tot een verkeerde uitkomst, en de invordering kan aanzienlijk langer doorlopen dan u op grond van het civiele recht zou verwachten.

Wat gebeurt er met verjaring bij faillissement en schuldsanering?

Gaat uw debiteur failliet, dan verandert de route maar niet de termijn. Na een schone lei in de schuldsanering is de vordering niet langer afdwingbaar.

Bij een faillissement meldt u uw vordering bij de curator aan ter verificatie. Daarmee stelt u uw aanspraak veilig en voorkomt u dat de termijn ongemerkt doorloopt. Wordt de vordering erkend en op de lijst van erkende schuldeisers geplaatst? Dan levert het proces-verbaal van de verificatievergadering na het einde van het faillissement een executoriale titel op voor het deel dat onbetaald is gebleven.

Eindigt het faillissement bij gebrek aan baten, dan herleeft uw vordering voor het onbetaalde deel en kunt u opnieuw verhaal zoeken. Ook dan blijft verjaring een aandachtspunt: de termijn loopt door en moet zo nodig opnieuw worden gestuit. Bij een rechtspersoon die na het faillissement wordt ontbonden, heeft dat vaak weinig praktische betekenis. Bij een natuurlijke persoon, of bij een bestuurder die u aansprakelijk houdt, is dat anders.

Bij de wettelijke schuldsaneringsregeling ligt het anders. Eindigt de regeling met een schone lei, dan zijn de vorderingen die onder de sanering vielen niet langer afdwingbaar. Ook hier resteert een natuurlijke verbintenis. De regeling duurt sinds 1 juli 2023 in beginsel achttien maanden. Wat een schuldeiser daarna nog kan doen, hangt vooral af van zekerheden en van vorderingen die buiten de regeling zijn gebleven. Dat bespreken wij in ons artikel over verhaalsmogelijkheden na de schone lei.

Hoe bewaakt u verjaringstermijnen in de praktijk?

De meeste verjaringsproblemen ontstaan niet door onbekendheid met de wet, maar door de administratie. Een vast overzicht per vordering en een ruime planning voorkomen de meeste fouten.

Leg bij elke vordering drie gegevens vast: de datum waarop zij opeisbaar werd, de geldende termijn en de uiterste datum. Voeg daar de datum van elke stuiting en de nieuwe einddatum aan toe. Een eenvoudig overzicht met die vier kolommen voorkomt meer schade dan welke juridische kennis ook.

Plan de controle ruim. Wie pas in de laatste maand stuit, krijgt bewijsproblemen als de brief niet aankomt of het adres verouderd is. Controleer daarom vóór verzending het adres in het handelsregister of de basisregistratie personen. Verstuur aangetekend én per e-mail, en bewaar de verzendbewijzen bij het dossier. U moet immers bewijzen dat de mededeling de schuldenaar heeft bereikt.

Voor de schuldenaar geldt het omgekeerde. Bewaar oude facturen, betalingsbewijzen en correspondentie langer dan u geneigd bent. Een verjaringsverweer staat of valt met de vraag wanneer de vordering opeisbaar werd en of er tussentijds is gestuit. Reageer nooit inhoudelijk op een oude aanmaning zonder eerst na te gaan of de vordering nog afdwingbaar is. Eén toezegging is genoeg om er vijf jaar bij te krijgen.

Waar gaat het in verjaringsdossiers meestal mis?

Verjaring is een kwestie van data. Dossiers lopen vast op drie punten: het startmoment, de keuze van de juiste termijn en het tijdig en aantoonbaar stuiten.

Voor een schuldenaar geldt het spiegelbeeld. Een verjaringsverweer is vaak het snelste en goedkoopste verweer dat er is, maar u moet het wel uitdrukkelijk voeren.

Waar let u als schuldeiser op?

  • Noteer per vordering de datum waarop zij opeisbaar werd en de uiterste verjaringsdatum.
  • Stuur ruim vóór die datum een stuitingsbrief waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 BW).
  • Verstuur de brief aangetekend en per e-mail en bewaar de verzendbewijzen.
  • Leg deelbetalingen en verzoeken om uitstel vast; die gelden als erkenning (artikel 3:318 BW).
  • Laat een oude vordering zo nodig door de rechter vaststellen; een vonnis kunt u twintig jaar ten uitvoer leggen (artikel 3:324 BW).

Waar let u als schuldenaar op?

  • Ga bij een oude aanmaning na wanneer de vordering opeisbaar werd en of er tussentijds is gestuit.
  • Doe geen deelbetaling en vraag geen regeling of uitstel voordat u de verjaring heeft gecontroleerd.
  • Beroep u in een procedure uitdrukkelijk op verjaring; de rechter doet dat niet uit zichzelf (artikel 3:322 BW).
  • Controleer of rentetermijnen al eerder zijn verjaard dan de hoofdsom (artikel 3:308 BW).
  • Bewaar oude facturen, betalingsbewijzen en correspondentie.

Wat kunnen wij voor u doen bij verjaring van een vordering?

Wij staan schuldeisers en schuldenaren bij in zaken over verjaring, binnen het civiel recht en bij incasso.

  • Wij stellen vast welke verjaringstermijn geldt en wanneer die is gaan lopen (artikelen 3:306 tot en met 3:311 BW).
  • Wij stellen een stuitingsbrief op die voldoet aan artikel 3:317 BW en zorgen voor bewijs van ontvangst.
  • Wij beoordelen of een procedure, erkenning of verlengingsgrond de termijn heeft gestuit of verlengd (artikelen 3:316 tot en met 3:321 BW).
  • Wij dagvaarden de schuldenaar tijdig, zodat de vordering in een vonnis wordt vastgelegd.
  • Wij voeren voor schuldenaren het verjaringsverweer in een procedure (artikel 3:322 BW).
  • Wij melden uw vordering bij de curator aan als uw debiteur failliet is.

Samengevat

  • De meeste vorderingen verjaren na vijf jaar (artikelen 3:307 tot en met 3:311 BW); de algemene termijn van artikel 3:306 BW is twintig jaar.
  • De termijn begint meestal op de dag na het opeisbaar worden; bij schadevergoeding pas als u de schade en de aansprakelijke persoon kent.
  • U stuit de verjaring met een procedure, een schriftelijke aanmaning of mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud, of door erkenning van de schuldenaar. Daarna loopt een nieuwe termijn van hooguit vijf jaar.
  • Een verjaarde schuld blijft bestaan als natuurlijke verbintenis, en de rechter past verjaring alleen toe als de schuldenaar zich erop beroept.
  • Voor overheidsvorderingen, belastingschulden, vonnissen en hypotheekschulden gelden afwijkende regels.

Veelgestelde vragen over verjaring van vorderingen

Kan een schuldeiser een verjaarde vordering blijven aanmanen?

Aanmanen mag, innen via de rechter niet. Omdat de vordering als natuurlijke verbintenis blijft bestaan, is een herinnering op zichzelf niet onrechtmatig. Dat wordt anders als de schuldeiser dreigt met maatregelen die hij niet meer kan nemen, zoals beslag of een procedure, terwijl hij weet dat de vordering verjaard is. Reageer in dat geval schriftelijk met een uitdrukkelijk beroep op verjaring en bewaar dat bericht.

Moet ik zelf een beroep op verjaring doen?

Ja. Volgens artikel 3:322 BW mag de rechter verjaring niet uit zichzelf toepassen. Voert u het verweer niet, dan behandelt de rechter de vordering alsof zij nog gewoon afdwingbaar is. Voer het beroep op verjaring daarom al in de conclusie van antwoord, samen met uw andere verweren.

Geldt een betalingsregeling als erkenning?

Ja. Het aanbieden of aangaan van een betalingsregeling is een erkenning van het recht van de schuldeiser in de zin van artikel 3:318 BW en stuit de verjaring. Hetzelfde geldt voor een deelbetaling en voor een verzoek om uitstel. Twijfelt u of een oude vordering al verjaard is? Controleer dat dan eerst, voordat u iets toezegt.

Verjaart een loonvordering ook na vijf jaar?

Ja. Loon is een periodieke betaling en valt onder artikel 3:308 BW, met een termijn van vijf jaar per loontermijn. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt ook vijf jaar. Wettelijke vakantiedagen vervallen al zes maanden na afloop van het jaar waarin ze zijn opgebouwd, volgens artikel 7:640a BW. Dat verschil verklaart waarom oude verlofsaldi vaak maar gedeeltelijk worden uitbetaald.

Wat is het verschil tussen verjaring en verval?

Bij verjaring blijft de verbintenis bestaan, maar verdwijnt de mogelijkheid om nakoming via de rechter af te dwingen. De schuldenaar moet zich er zelf op beroepen, en de termijn kan worden gestuit en verlengd. Bij een vervaltermijn gaat het recht zelf teniet, past de rechter de termijn uit zichzelf toe en is stuiting niet mogelijk. De termijn van twee maanden om een ontslag aan te vechten en de beroepstermijnen in het procesrecht zijn vervaltermijnen.

Verjaart een vordering die in een vonnis is vastgelegd ook?

Ja, maar veel later. Artikel 3:324 BW geeft twintig jaar voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak, gerekend vanaf de dag na de uitspraak. Ook die termijn kan worden gestuit, bijvoorbeeld door betekening van het vonnis of door een executiehandeling van de deurwaarder. Voor bedragen die pas na de uitspraak opeisbaar worden, zoals doorlopende rente, gelden kortere termijnen.

Kan ik afspreken dat een partij zich niet op verjaring beroept?

Vooraf niet. Volgens artikel 3:322 BW kan pas afstand van verjaring worden gedaan als de verjaring is voltooid. Wel kunt u afspreken dat de schuldenaar erkent dat de vordering bestaat. Dat werkt als stuiting en levert een nieuwe termijn op. Bij langlopende onderhandelingen is zo’n erkenning vaak de praktische oplossing.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.