Huurrecht bedrijfsruimte: welke regels gelden voor uw pand?

huurrecht bedrijfsruimte huurcontract

Gepubliceerd op 27 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026

Huurt u een winkel, restaurant of hotel, dan geeft de wet u als huurder veel bescherming: het contract loopt in beginsel twee keer vijf jaar en de verhuurder kan alleen via de rechter en op beperkte gronden beëindigen. Huurt u een kantoor, bedrijfshal of opslagruimte, dan geldt die bescherming niet; daar beslist vooral wat u in het contract afspreekt. In dit artikel leggen wij uit welke regels voor welk pand gelden, waar u bij het sluiten van een huurovereenkomst op let en hoe u een geschil met de verhuurder aanpakt.

Inhoudsopgave

Kort overzicht

OnderwerpWat geldt
Soort pand bepalenWinkel, horeca, ambacht met publieksruimte, hotel of camping: artikel 7:290 BW en verder. Kantoor, hal of opslag: artikel 7:230a BW met alleen beperkte ontruimingsbescherming.
Looptijd winkelruimteVijf jaar, daarna van rechtswege nog eens vijf jaar (artikel 7:292 BW). Een contract van twee jaar of korter valt buiten die regeling (artikel 7:301 BW).
OpzeggenBij exploot of aangetekende brief, met een opzegtermijn van ten minste een jaar (artikel 7:293 BW).
Huurprijs laten herzienVia de rechter, op basis van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse over de afgelopen vijf jaar (artikel 7:303 BW).
Afwijken van de wetBij winkelruimte alleen ten nadele van de huurder met goedkeuring van de rechter (artikel 7:291 BW). Laat bijzondere bedingen vooraf toetsen door een gespecialiseerde vastgoedrechtadvocaat.

Wat valt onder huurrecht bedrijfsruimte?

Huurrecht bedrijfsruimte zijn de regels voor het huren en verhuren van panden die u voor uw onderneming gebruikt. De wet maakt daarbij een scherp onderscheid tussen twee soorten bedrijfsruimte, met heel verschillende rechten voor de huurder.

De regels staan in Boek 7, titel 4 van het Burgerlijk Wetboek. Dat is huurrecht en dus een onderdeel van het verbintenissenrecht. De algemene huurregels uit die titel gelden voor elke huurovereenkomst. Daarnaast zijn er aparte regels voor woonruimte en voor de bedrijfsruimte die de wet in artikel 7:290 BW omschrijft.

Welke wetsartikelen gelden voor uw pand?

Dat hangt af van wat er in het pand gebeurt. Artikel 7:290 BW geldt alleen voor de daar genoemde bedrijven; voor alle andere bedrijfsruimte gelden de algemene huurregels en artikel 7:230a BW.

Volgens artikel 7:290 lid 2 BW gaat het om:

  • een kleinhandelsbedrijf, restaurant- of cafébedrijf, afhaal- of besteldienst of ambachtsbedrijf, maar alleen als in het gehuurde een voor het publiek toegankelijk lokaal is voor rechtstreekse levering van zaken of voor dienstverlening;
  • een hotelbedrijf;
  • een kampeerbedrijf.

In de praktijk heet dit vaak “winkelruimte” of “middenstandsbedrijfsruimte”. Volgens lid 3 van hetzelfde artikel vallen ook de grond, de aanhorigheden en een bijbehorende bedrijfswoning onder de regeling. Een kantoor, bedrijfshal, werkplaats zonder publieksruimte of opslagloods valt er niet onder. Dat noemt men “overige bedrijfsruimte” of “230a-ruimte”. Bepalend is wat partijen in de huurovereenkomst als bestemming hebben afgesproken, niet alleen hoe het pand er feitelijk uitziet.

Hoeveel bescherming heeft u als huurder?

Bij winkelruimte veel, bij overige bedrijfsruimte weinig. In beide gevallen is de bescherming minder dan bij woonruimte: er is geen huurcommissie en geen wettelijk maximum voor de huurprijs.

Voor winkelruimte zijn de regels van afdeling 6 grotendeels dwingend. Volgens artikel 7:291 lid 1 BW mag een contract daar niet ten nadele van de huurder van afwijken. Een afwijkend beding is alleen veilig als de rechter het vooraf heeft goedgekeurd. De rechter doet dat alleen als het beding de rechten van de huurder niet wezenlijk aantast, of als de huurder door zijn maatschappelijke positie die bescherming redelijkerwijs niet nodig heeft (artikel 7:291 lid 3 BW).

Voor overige bedrijfsruimte geldt vooral contractvrijheid. Na het einde van de huur kan de huurder de rechter alleen vragen de ontruimingstermijn te verlengen. Dat verzoek moet volgens artikel 7:230a lid 1 BW binnen twee maanden na de schriftelijke ontruimingsaanzegging worden ingediend. De rechter kan de termijn met ten hoogste een jaar verlengen, en op verzoek nog twee keer met telkens ten hoogste een jaar. Tegen die beslissing staat geen hoger beroep open.

Waarom moet u als ondernemer de regels kennen?

Omdat uw pand vaak de basis van uw onderneming is. Een onduidelijk contract kan leiden tot onverwachte kosten, een procedure of in het ergste geval een gedwongen verhuizing.

Veel risico’s ontstaan al bij het tekenen. Wie een kantoor huurt in de veronderstelling dat hij huurbescherming heeft, kan aan het einde van de looptijd voor een verrassing komen te staan. Andersom kan een verhuurder van winkelruimte ontdekken dat een afgesproken korte looptijd of opzegmogelijkheid niet geldig is, omdat de wet dwingend anders bepaalt.

Hoe beschermt u uw bedrijfsvoering?

Door de afspraken die voor uw onderneming het belangrijkst zijn uitdrukkelijk en duidelijk in het contract op te nemen. Dat geldt zeker bij overige bedrijfsruimte, waar de wet weinig invult.

Let in ieder geval op:

  • de bestemming: welk gebruik is toegestaan en mag u dat later uitbreiden of wijzigen;
  • de looptijd en eventuele verlengingsopties;
  • afspraken over huurprijswijzigingen en indexatie;
  • wie welk onderhoud en welke reparaties betaalt;
  • wat u mag verbouwen en wat u bij vertrek moet terugbrengen in de oorspronkelijke staat;
  • beperkingen van aansprakelijkheid, bijvoorbeeld voor schade door gebreken.

Wilt u het pand wijzigen of inrichten? Volgens artikel 7:215 lid 1 BW heeft u daarvoor in beginsel schriftelijke toestemming van de verhuurder nodig. Dat geldt niet voor veranderingen die u aan het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten ongedaan kunt maken.

Welke financiële afspraken vragen aandacht?

Vooral de huurprijs, de bijkomende kosten en de zekerheid die de verhuurder vraagt. Samen bepalen die uw vaste lasten voor de hele looptijd.

Besteed bijzondere aandacht aan:

  • de jaarlijkse indexatie van de huurprijs en de index die daarvoor geldt;
  • de mogelijkheden om het pand onder te verhuren of de huur aan een opvolger over te dragen;
  • investeringen die u in het pand doet en wat daarmee gebeurt bij het einde van de huur;
  • de mogelijkheden om tussentijds te stoppen en wat dat kost;
  • servicekosten, een bankgarantie of waarborgsom.

Een huurovereenkomst kan ook fiscale gevolgen hebben, bijvoorbeeld bij btw-belaste verhuur. Laat dat onderdeel door uw fiscalist beoordelen. Juridisch is het vooral van belang dat de financiële afspraken volledig en eenduidig op papier staan. Een goed onderhandeld contract voorkomt veel discussie achteraf.

Hoe verloopt een huur van bedrijfsruimte in de praktijk?

De huur begint met onderhandelingen en een schriftelijke huurovereenkomst, en eindigt met opzegging of met wederzijds goedvinden. Bij winkelruimte geeft de wet een vaste structuur voor looptijd en beëindiging.

Partijen gebruiken vaak een standaardmodel, zoals de modellen van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) met de bijbehorende algemene bepalingen. Zo’n model is een goed vertrekpunt, maar geen garantie dat het contract past bij uw situatie. Lees ook de algemene bepalingen en de bijzondere bepalingen goed door.

Wat legt u vast bij het sluiten van de huurovereenkomst?

Leg in ieder geval vast wat u huurt, voor welk gebruik, voor hoe lang en tegen welke prijs. Hoe nauwkeuriger de omschrijving, hoe kleiner de kans op een geschil.

Belangrijke onderdelen zijn:

  • een nauwkeurige omschrijving van de ruimte, bij voorkeur met plattegrond en een opleveringsrapport;
  • de bestemming van het gehuurde;
  • de huurperiode;
  • de huurprijs, de indexatie en de servicekosten;
  • de verdeling van onderhouds- en reparatieverplichtingen;
  • verzekeringen en zekerheden.

Bij winkelruimte schrijft artikel 7:292 lid 1 BW een looptijd van ten minste vijf jaar voor. Na die vijf jaar wordt de huur van rechtswege met nog eens vijf jaar verlengd (artikel 7:292 lid 2 BW). Heeft u een looptijd tussen vijf en tien jaar afgesproken, dan volgt een tweede termijn die zoveel korter is dan vijf jaar als de eerste termijn langer was.

Een uitzondering is de korte huur. Een overeenkomst van twee jaar of korter valt volgens artikel 7:301 lid 1 BW buiten de beschermingsregels. Blijft de huurder na die twee jaar het pand gebruiken, dan geldt van rechtswege alsnog een overeenkomst voor vijf jaar, waarop de verstreken twee jaar in mindering komen (artikel 7:301 lid 2 BW). Wilt u dat voorkomen, dan moeten partijen vóór het einde van de twee jaar een nieuwe afspraak maken.

Hoe eindigt de huur en wanneer moet u opzeggen?

Bij winkelruimte kan elke partij opzeggen tegen het einde van de eerste of tweede termijn. De opzegging moet bij deurwaardersexploot of aangetekende brief gebeuren, met een opzegtermijn van ten minste een jaar (artikel 7:293 lid 2 BW).

Zegt de verhuurder op, dan eindigt de huur niet vanzelf. Volgens artikel 7:295 BW blijft de overeenkomst doorlopen, tenzij de huurder schriftelijk instemt met de beëindiging. Heeft de verhuurder zes weken na de opzegging geen instemming ontvangen, dan kan hij de rechter vragen te bepalen wanneer de huur eindigt. Tot die rechter onherroepelijk heeft beslist, blijft de huurovereenkomst van kracht.

Tegen het einde van de eerste vijf jaar mag de rechter de beëindiging volgens artikel 7:296 lid 1 BW alleen toewijzen als:

  • de huurder zijn bedrijf niet heeft gevoerd zoals een goed huurder betaamt, of
  • de verhuurder aannemelijk maakt dat hij of een naast familielid het pand dringend nodig heeft voor eigen, duurzaam gebruik. Renovatie die zonder beëindiging niet mogelijk is, telt daarbij mee; verkoop van het pand niet.

Na de eerste tien jaar weegt de rechter de belangen van verhuurder en huurder tegen elkaar af (artikel 7:296 lid 3 BW). Partijen kunnen de huur ook altijd met wederzijds goedvinden beëindigen; dan is geen opzegging nodig (artikel 7:293 lid 3 BW). Leg zo’n afspraak wel schriftelijk vast.

Bij overige bedrijfsruimte gelden deze regels niet. Daar eindigt de huur zoals het contract en de algemene huurregels dat bepalen. U heeft dan alleen de beperkte ontruimingsbescherming van artikel 7:230a BW.

Tijdens de looptijd moeten beide partijen de afspraken nakomen. Denk aan tijdige betaling van de huur, onderhoud, het naleven van de bestemming en duidelijke communicatie over wijzigingen. Komt een partij haar verplichtingen niet na, dan kan de andere partij nakoming, schadevergoeding of in ernstige gevallen ontbinding vorderen.

Welke begrippen komt u tegen in het contract?

De belangrijkste begrippen gaan over de duur, het gebruik, het onderhoud en de prijs. Als u deze begrippen kent, kunt u het contract beter beoordelen en gerichter onderhandelen.

Wat zijn de juridische kernbegrippen?

De huurovereenkomst zelf is het uitgangspunt. Die bepaalt niet alleen hoe u het pand mag gebruiken, maar ook de hele verhouding met de verhuurder. Waar het contract zwijgt, vult de wet aan.

Begrippen die u vaak tegenkomt:

Infographic met drie iconen: contract, geld, onderhoud gereedschap

  • Huurperiode en verlenging: de afgesproken looptijd en wat er daarna gebeurt.
  • Bestemming: het gebruik dat volgens het contract is toegestaan.
  • Onderhoud en herstel: welke reparaties voor rekening van de verhuurder komen en welke voor de huurder.
  • Gebrek: een staat of eigenschap van het pand waardoor u niet het genot heeft dat u mocht verwachten. Contracten beperken de aansprakelijkheid van de verhuurder hiervoor vaak.
  • Indeplaatsstelling: het overdragen van de huur aan een opvolger die uw bedrijf overneemt.
  • Beëindigingsclausules: afspraken over opzegging en tussentijds stoppen.

Indeplaatsstelling is bij winkelruimte wettelijk geregeld. Wilt u uw bedrijf verkopen en moet de koper de huur overnemen, dan kunt u volgens artikel 7:307 BW de rechter vragen u daarvoor te machtigen, als de verhuurder niet meewerkt. De rechter doet dat alleen als u een zwaarwichtig belang heeft bij de overdracht en de opvolger voldoende waarborgen biedt voor betaling en een behoorlijke bedrijfsvoering. Van dit artikel kan ook met goedkeuring van de rechter niet ten nadele van de huurder worden afgeweken (artikel 7:291 lid 2 BW).

Hoe werken huurprijs, indexatie en herziening?

De huurprijs spreken partijen vrij af. Bij winkelruimte kunnen zowel huurder als verhuurder de rechter vragen de prijs aan te passen als die niet meer overeenkomt met die van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse.

Begrippen die u moet kennen:

  • vaste huur of omzethuur, waarbij de huur deels afhangt van uw omzet;
  • indexatie: de jaarlijkse aanpassing aan de inflatie volgens het contract;
  • servicekosten en andere bijkomende kosten;
  • huurvrije perioden of bijdragen in inrichting als onderhandelingsresultaat;
  • bankgarantie of waarborgsom als zekerheid.

De herziening van de huurprijs staat in artikel 7:303 BW. Bij een contract voor bepaalde tijd kan dat na afloop van de afgesproken duur, en daarna telkens als ten minste vijf jaar zijn verstreken sinds de laatst vastgestelde huurprijs is ingegaan. De rechter kijkt naar het gemiddelde van de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse in de vijf jaar voor het instellen van de vordering. Verbeteringen die de huurder zelf heeft betaald, rechtvaardigen geen hogere huur (artikel 7:303 lid 3 BW). De rechter kan bepalen dat een aanpassing geleidelijk ingaat, over ten hoogste vijf jaar.

Welke geschillen komen voor en hoe lost u ze op?

De meeste geschillen ontstaan over onderhoud, gebreken, de huurprijs en het einde van de huur. Vaak komt dat doordat het contract op dat punt onduidelijk of onvolledig is.

Waar ontstaan geschillen meestal over?

Geschillen hebben meestal betrekking op afspraken die bij het sluiten van de huur niet goed zijn uitgewerkt. Een voorbeeld ter illustratie: een huurder van een winkel heeft lekkage en vindt dat de verhuurder het dak moet herstellen. De verhuurder wijst naar een clausule over onderhoud. Wie gelijk heeft, hangt af van de precieze tekst en de wet.

Veel voorkomende onderwerpen zijn:

  • onduidelijke onderhoudsverplichtingen;
  • onenigheid over huurprijsaanpassingen of indexatie;
  • gebruik in strijd met de bestemming;
  • gebreken in de bedrijfsruimte en huurvermindering;
  • vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst;
  • de staat van het pand bij oplevering.

Welke route kiest u bij een geschil?

Begin met overleg en leg uw standpunt schriftelijk vast. Lukt dat niet, dan zijn mediation, bindend advies, arbitrage of een procedure bij de rechter mogelijk.

Mogelijke routes zijn:

  • een minnelijke regeling tussen partijen;
  • mediation met een onafhankelijke mediator;
  • bindend advies, bijvoorbeeld van een deskundige over de huurprijs of de staat van het pand;
  • arbitrage, als het contract daarin voorziet;
  • een procedure bij de kantonrechter, die huurzaken behandelt.

Welke route past, hangt af van de aard van het geschil, de belangen en de tijd die u heeft. Een vordering tot beëindiging van winkelruimte of tot herziening van de huurprijs loopt in ieder geval via de rechter. Let ook op wettelijke termijnen: wie bij overige bedrijfsruimte meer tijd voor ontruiming wil, moet binnen twee maanden een verzoek indienen. Bij een geschil over bedrijfsruimte kan een advocaat huurrecht beoordelen welke stappen het meest kansrijk zijn.

Voorkomen is beter dan procederen. Een zorgvuldig opgesteld contract met heldere afspraken voorkomt veel geschillen. Blijf daarnaast tijdens de huur in gesprek met de andere partij en leg afspraken altijd schriftelijk vast.

bedrijfsruimte inspectie onderhoud

Waar let u als huurder op?

  • Controleer of uw pand onder artikel 7:290 BW valt of onder artikel 7:230a BW; dat bepaalt uw huurbescherming.
  • Noteer de uiterste opzegdatum: opzeggen kan alleen tegen het einde van een termijn, met een opzegtermijn van ten minste een jaar (artikel 7:293 BW).
  • Vraag bij overige bedrijfsruimte binnen twee maanden na de schriftelijke ontruimingsaanzegging om verlenging van de ontruimingstermijn (artikel 7:230a BW).
  • Vraag schriftelijke toestemming voordat u het pand verbouwt (artikel 7:215 BW) en leg de staat bij oplevering vast in een rapport.
  • Controleer welke gebreken het contract voor uw rekening laat en of de aansprakelijkheid van de verhuurder is beperkt.

Waar let u als verhuurder op?

  • Laat een beding dat bij winkelruimte ten nadele van de huurder afwijkt vooraf door de rechter goedkeuren (artikel 7:291 BW).
  • Zeg op bij deurwaardersexploot of aangetekende brief, met een opzegtermijn van ten minste een jaar, en vermeld de gronden van de opzegging (artikel 7:294 BW).
  • Vraag de rechter om een einddatum als de huurder zes weken na de opzegging niet schriftelijk heeft ingestemd (artikel 7:295 BW).
  • Maak vóór het einde van een korte huur van twee jaar of korter een nieuwe afspraak; anders ontstaat een huur voor vijf jaar (artikel 7:301 BW).
  • Leg de indexatie en de zekerheid, zoals een bankgarantie of waarborgsom, duidelijk in het contract vast.

Wat kunnen wij voor u doen bij huur van bedrijfsruimte?

Bij het huren of verhuren van bedrijfsruimte kunnen wij onder meer het volgende doen.

  • Wij stellen vast of het pand onder artikel 7:290 BW of onder artikel 7:230a BW valt en wat dat betekent voor uw positie.
  • Wij beoordelen het huurcontract en de ROZ-bepalingen voordat u tekent, en stellen zo nodig een verzoek tot goedkeuring van een afwijkend beding op (artikel 7:291 lid 3 BW).
  • Wij stellen een opzegging op, of beoordelen een ontvangen opzegging op vorm, termijn en gronden (artikelen 7:293 en 7:294 BW).
  • Wij voeren de procedure bij de kantonrechter over beëindiging, huurprijsherziening (artikel 7:303 BW) of indeplaatsstelling (artikel 7:307 BW).
  • Wij dienen binnen twee maanden na de ontruimingsaanzegging een verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn in (artikel 7:230a BW).

Samengevat

  • Winkel-, horeca-, hotel- en campingruimte valt onder artikel 7:290 BW en verder; kantoren, hallen en opslag vallen onder artikel 7:230a BW met alleen beperkte ontruimingsbescherming.
  • Winkelruimte wordt in beginsel voor vijf jaar verhuurd en van rechtswege met vijf jaar verlengd; een contract van twee jaar of korter valt buiten die regeling.
  • Opzeggen gaat bij exploot of aangetekende brief, met ten minste een jaar opzegtermijn; de verhuurder heeft daarna nog de rechter nodig als de huurder niet instemt.
  • Huurprijsherziening bij winkelruimte loopt via de rechter, op basis van vergelijkbare panden ter plaatse over vijf jaar.
  • Bij overige bedrijfsruimte bepaalt vooral het contract uw rechten; laat het daarom vooraf beoordelen door een team gespecialiseerd in huurrecht bedrijfsruimte.

Veelgestelde Vragen

Wat is huurrecht bedrijfsruimte?

Huurrecht bedrijfsruimte betreft de wettelijke bepalingen, rechten en plichten bij het huren en verhuren van niet-residentiële ruimtes, zoals winkels en bedrijfspanden.

Waarom is huurrecht bedrijfsruimte belangrijk voor ondernemers?

Het huurrecht bedrijfsruimte biedt ondernemers de juridische basis voor hun bedrijfsactiviteiten, beschermt hun belangen en kan toekomstige geschillen voorkomen.

Hoe wordt een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte opgesteld?

Een huurovereenkomst wordt opgesteld door nauwkeurige onderhandelingen, waarbij essentiële elementen zoals huurprijs, looptijd en onderhoudsverplichtingen worden vastgelegd.

Wat zijn veelvoorkomende geschillen bij huurrecht bedrijfsruimte?

Veelvoorkomende geschillen zijn onduidelijke onderhoudsverplichtingen, huurprijsaanpassingen en gebreken in de bedrijfsruimte.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina huurrecht advocaat.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.