Artikel 14 Vw 2000

Artikel 14 Vreemdelingenwet 2000 geeft de minister de bevoegdheid om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verlenen, te verlengen, te wijzigen of in te trekken.

Wettelijke basis

Artikel 14 Vreemdelingenwet 2000 noemt in het eerste lid de bevoegdheden rond de aanvraag: inwilligen, afwijzen of niet in behandeling nemen, wijzigen wegens veranderde omstandigheden en intrekken. Het tweede lid bepaalt dat de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf binnen twee weken na aanmelding ambtshalve een verblijfsvergunning krijgt onder dezelfde beperking. Het derde lid schrijft voor dat de vergunning wordt verleend onder een beperking die verband houdt met het doel van het verblijf.

Waarom dit telt

De beperking bepaalt wat u met de vergunning mag: werken, studeren of bij een gezinslid verblijven. Verandert uw situatie, dan is een wijziging van de beperking nodig. Zie verblijfsvergunning.