Artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) geeft de minister, in de praktijk de IND, de bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, te verlengen, te wijzigen of in te trekken. Het artikel is de basis voor vrijwel elke tijdelijke verblijfsvergunning, zoals voor werk, studie of verblijf bij een partner.
Inhoudsopgave
Welke bevoegdheden regelt artikel 14 Vw 2000?
Artikel 14, eerste lid, Vw 2000 noemt het inwilligen, afwijzen of niet in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening of verlenging, het wijzigen van de vergunning wegens veranderde omstandigheden en het intrekken ervan. De IND kan een vergunning ook ambtshalve verlenen of verlengen.
Wat gebeurt er als u een mvv heeft?
Volgens het tweede lid krijgt de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) binnen twee weken na aanmelding ambtshalve een verblijfsvergunning. Die vergunning heeft dezelfde beperking als de mvv, bijvoorbeeld verblijf bij een partner.
Wat is een beperking?
Het derde lid bepaalt dat de vergunning wordt verleend onder een beperking die verband houdt met het doel van het verblijf. Aan de vergunning kunnen ook voorschriften worden verbonden, en volgens het vierde lid is zij ten hoogste vijf achtereenvolgende jaren geldig.
Wat betekent dit in de praktijk?
De beperking bepaalt wat u met de vergunning mag: werken, studeren of bij een gezinslid verblijven. Verandert uw situatie, dan vraagt u bij de IND een wijziging van de beperking aan, met nieuwe leges en een beslistermijn van negentig dagen (artikel 25 Vw 2000).
Hoe werkt dit in een concreet geval?
Een Mexicaanse student rondt haar master af aan de TU Eindhoven. Haar vergunning met de beperking studie loopt af, maar zij wil hier werk zoeken. Zij vraagt daarom een wijziging aan naar het zoekjaar hoogopgeleiden, dat haar een jaar de tijd geeft. Vindt zij een baan als kennismigrant, dan volgt opnieuw een wijziging. Zie ook verblijfsvergunning.