Artikel 18 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) somt de gronden op waarop de IND een aanvraag om verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan afwijzen. Verlenging is dus geen formaliteit: de IND toetst opnieuw of u aan de voorwaarden voldoet.
Inhoudsopgave
Welke afwijzingsgronden noemt artikel 18 Vw 2000?
Artikel 18, eerste lid, Vw 2000 noemt onder meer: uw hoofdverblijf ligt buiten Nederland, u heeft geen geldig paspoort, of u heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de eerdere aanvraag zouden hebben geleid. Ook onvoldoende zelfstandige en duurzame middelen van bestaan, een gevaar voor de openbare orde en het niet langer voldoen aan de beperking of de voorschriften van de vergunning zijn afwijzingsgronden.
Daarnaast kan de IND afwijzen als u werkt zonder dat aan de Wet arbeid vreemdelingen is voldaan, of als de verklaring van een referent ontbreekt.
Welke grond wordt vaak onderschat?
In de praktijk is het hoofdverblijf de meest onderschatte grond. Langdurig verblijf in het buitenland, zeker in combinatie met uitschrijving uit de Basisregistratie Personen, is voor de IND al een signaal dat u uw hoofdverblijf heeft verplaatst.
Hoe verloopt een verlenging?
U dient de verlengingsaanvraag in vóór de einddatum van uw huidige vergunning. De IND beslist in beginsel binnen negentig dagen (artikel 25 Vw 2000). Tegen een afwijzing maakt u binnen vier weken bezwaar; zie bezwaar tegen een IND-beslissing.
Hoe werkt dit in een concreet geval?
Een vrouw verblijft bij haar Nederlandse partner, die na een reorganisatie een uitkering krijgt. Bij de verlenging na vijf jaar stelt de IND vast dat het inkomen niet meer aan de norm voldoet. De aanvraag wordt afgewezen op grond van het middelenvereiste. In bezwaar kan het stel aantonen dat de partner inmiddels een nieuwe baan heeft en het inkomen weer voldoende is. Lees meer over de verblijfsvergunning.