Artikel 28d van het Wetboek van Strafvordering (Sv) regelt de verhoorbijstand: het recht van de verdachte om zijn advocaat het politieverhoor te laten bijwonen en daaraan te laten deelnemen. Het recht geldt voor de aangehouden verdachte en voor de verdachte die is uitgenodigd voor een verhoor.
Inhoudsopgave
Hoe vraagt u verhoorbijstand aan?
U doet het verzoek bij de verhorende ambtenaar of de hulpofficier van justitie. Daarna kan uw advocaat bij het verhoor aanwezig zijn, vragen stellen en opmerkingen maken.
Mag het verhoor worden onderbroken voor overleg?
Ja, de verdachte of de advocaat kan vragen om het verhoor te onderbreken voor overleg. De verhorende ambtenaar mag dat alleen weigeren als herhaalde verzoeken de orde of de voortgang van het verhoor verstoren.
Is er geen advocaat bij het verhoor, dan kan de verdachte vragen om een onderbreking om alsnog een advocaat te raadplegen (tweede lid). Een afwijzing geldt alleen voor dat verhoor en komt met de redenen in het proces-verbaal. De tekst staat op wetten.overheid.nl.
Wat betekent dit in de praktijk?
Verhoorbijstand verschilt van consultatiebijstand. Consultatiebijstand is het gesprek met de advocaat vóór het eerste verhoor (artikel 28c Sv); verhoorbijstand gaat over het verhoor zelf. De nadere regels over de inrichting en de orde van het verhoor staan in het Besluit inrichting en orde politieverhoor.
De advocaat let tijdens het verhoor onder meer op de cautie en op ongeoorloofde druk, die artikel 29 Sv verbiedt.
Hoe werkt dit in een concreet geval?
Een ondernemer wordt per brief uitgenodigd voor een verhoor over vermeende valsheid in geschrifte. Hij vraagt verhoorbijstand aan en zijn advocaat zit naast hem. Als de rechercheur een stuk voorlegt dat niet eerder is besproken, vraagt de advocaat een korte onderbreking voor overleg. Daarna besluit de ondernemer of hij op de vragen over dat stuk ingaat.
Meer over bijstand bij een verhoor leest u op onze pagina advocaat bij politieverhoor.