Artikel 28c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) regelt de consultatiebijstand: het recht van een aangehouden verdachte om vóór het eerste politieverhoor met een advocaat te overleggen. Het gesprek duurt in beginsel ten hoogste een half uur.
Inhoudsopgave
Wat regelt artikel 28c Sv?
De aangehouden verdachte voor wie op grond van artikel 28b Sv een advocaat beschikbaar is, krijgt de gelegenheid om die advocaat vóór het eerste verhoor te spreken. Het gesprek kan op het bureau plaatsvinden of via telefoon of video.
Kan het gesprek langer duren dan een half uur?
Ja, de hulpofficier van justitie kan de termijn op verzoek van de verdachte of de advocaat met ten hoogste een half uur verlengen. Dat gebeurt niet als het belang van het onderzoek zich ertegen verzet. De tekst staat op wetten.overheid.nl.
Kan de verdachte afzien van het gesprek?
In de gevallen van artikel 28b, eerste lid, Sv kan de verdachte pas afstand doen van het gesprek nadat een advocaat hem over de gevolgen heeft voorgelicht. Zo weet de verdachte wat hij opgeeft voordat het verhoor begint.
Wat betekent dit in de praktijk?
Dit half uur is vaak het enige moment waarop een verdachte zijn positie kan bespreken voordat hij iets verklaart. De advocaat legt uit wat de verdenking is, wat het zwijgrecht van artikel 29 Sv inhoudt en of het verstandig is te verklaren. Tijdens het verhoor zelf kan de advocaat aanwezig zijn op grond van artikel 28d Sv.
Hoe werkt dit in een concreet geval?
Een vrouw wordt ’s avonds aangehouden op verdenking van oplichting via een online marktplaats. Voordat de recherche haar verhoort, belt de piketadvocaat haar. Omdat het dossier omvangrijk is, vraagt de advocaat een verlenging van het gesprek, en de hulpofficier van justitie geeft een extra kwartier. Daarna begint het verhoor, waarbij de advocaat op haar verzoek aanwezig is.
Meer leest u op onze pagina advocaat bij politieverhoor.