Artikel 8 RWN

Kinderhand in een volwassen hand op een dijkpad met molens in de verte

Artikel 8 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) bevat de voorwaarden waaraan u moet voldoen om door naturalisatie Nederlander te worden. Een inkomenseis hoort daar niet bij.

Welke voorwaarden stelt artikel 8 RWN?

Volgens artikel 8, eerste lid, RWN moet u meerderjarig zijn en mogen er geen bedenkingen zijn tegen uw verblijf voor onbepaalde tijd. U moet ten minste vijf jaar onafgebroken toelating en hoofdverblijf hebben, ingeburgerd zijn en bereid zijn een verklaring van verbondenheid af te leggen.

Inburgering toont u meestal aan met een inburgeringsdiploma of een naturalisatietoets; zie inburgering. De verklaring van verbondenheid legt u af tijdens de naturalisatieceremonie bij de gemeente.

Wanneer geldt een kortere termijn?

Het tweede lid stelt onder meer oud-Nederlanders en wie ten minste drie jaar getrouwd is met en samenwoont met een Nederlander vrij van de termijn van vijf jaar. Het derde lid verkort de termijn tot twee jaar bij in totaal tien jaar toelating en hoofdverblijf; het vierde en vijfde lid noemen een termijn van drie jaar, onder meer voor ongehuwde partners van een Nederlander en voor staatlozen.

Speelt inkomen een rol?

De wet stelt geen inkomenseis voor naturalisatie. Wel moet uw verblijfsrecht op orde zijn, en daarbij kan inkomen een rol spelen, bijvoorbeeld bij een verblijfsvergunning als partner.

Hoe werkt dit in een concreet geval?

Een Indiase ingenieur woont sinds vijf jaar met een verblijfsvergunning als kennismigrant in Eindhoven. Hij heeft het inburgeringsexamen gehaald en dient zijn verzoek in bij de gemeente. Hij betaalt de leges en tekent ook een verklaring over afstand van zijn Indiase nationaliteit (artikel 9 RWN). De IND beoordeelt daarna of hij aan alle voorwaarden voldoet. Lees meer bij naturalisatie.