De bestuurlijke lus is het instrument waarmee de bestuursrechter een bestuursorgaan tijdens de procedure in de gelegenheid stelt een gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Zo wordt voorkomen dat een vernietiging tot een nieuwe ronde van bezwaar en beroep leidt.
Inhoudsopgave
Wettelijke basis
Artikel 8:51a Awb geeft de rechtbank de bevoegdheid het bestuursorgaan in de gelegenheid te stellen een gebrek te herstellen, met een tussenuitspraak waarin staat welk gebrek het betreft en binnen welke termijn herstel moet plaatsvinden. Artikel 8:51b regelt de gang van zaken daarna: het bestuursorgaan bericht de rechtbank, en partijen krijgen de gelegenheid daarop te reageren. Artikel 8:80a bepaalt dat de rechter in de einduitspraak beslist over het oorspronkelijke besluit en het herstelbesluit tegelijk. In hoger beroep geldt artikel 8:113 en verder. Naast de formele lus bestaat de informele variant, waarbij de rechter ter zitting aangeeft welk gebrek hij ziet en het bestuursorgaan dat zonder tussenuitspraak herstelt.
Hoe het in de praktijk werkt
De lus wordt vooral gebruikt bij motiveringsgebreken en bij onvoldoende onderzoek, minder bij gebreken die de bevoegdheid raken. Voor de burger betekent zij dat de procedure langer duurt, maar ook dat het geschil in één keer wordt afgedaan. Reageren op het herstelbesluit is belangrijk: wat daar niet wordt bestreden, staat in de einduitspraak vast.
Waar het misgaat
Partijen laten de reactietermijn op het herstelbesluit verlopen in de veronderstelling dat hun eerdere beroepsgronden vanzelf blijven gelden. Een tweede punt is dat het bestuursorgaan het gebrek herstelt met een nieuwe motivering die feitelijk een ander besluit inhoudt; daar moet tegen worden opgekomen. Ten derde wordt onderschat dat de rechter ook zonder lus zelf in de zaak kan voorzien.
Verwante begrippen
De lus hoort bij het beroep bij de bestuursrechter en raakt aan de proceskostenvergoeding.
Kreeg u een tussenuitspraak? Onze specialisten bestuursrecht beoordelen het herstelbesluit tijdig.