Nakoming

Handen van een timmerman plaatsen een houten deurkozijn in een verbouwd huis

Nakoming is het daadwerkelijk verrichten van de prestatie die uit een verbintenis voortvloeit: leveren, betalen, herstellen of juist iets nalaten. Het woord duidt tegelijk op de vordering waarmee u die prestatie kunt afdwingen. Wie nakoming vordert, laat de overeenkomst dus in stand en verlangt alsnog uitvoering, in plaats van ontbinding of vervangende schadevergoeding.

Wettelijke basis

Het recht om nakoming te vorderen vloeit voort uit het verbintenissenrecht van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en uit het algemene vermogensrecht van Boek 3; de kernbepaling is artikel 3:296 BW: wie jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, wordt op vordering van die ander door de rechter daartoe veroordeeld. Wel bindt de wet de vordering aan een termijn: een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis verjaart door verloop van vijf jaren (art. 3:307 BW). Is er spoed, dan kan nakoming ook bij de voorzieningenrechter worden gevorderd in kort geding (art. 254 Rv).

Waarom dit telt

De keuze tussen nakoming en ontbinding bepaalt de rest van het dossier. Nakoming ligt voor de hand als de prestatie nog waarde voor u heeft en de wederpartij haar nog kan leveren; ontbinding als het vertrouwen weg is of levering niet meer mogelijk is. U kunt niet zowel nakoming als ontbinding toegewezen krijgen, maar u kunt ze in één procedure wel naast elkaar vorderen: primair nakoming, subsidiair ontbinding. Loopt de levering vast terwijl u onder druk staat, dan is een kort geding soms de snelste route; in andere gevallen hoort de vordering thuis in een gewone civiele procedure.