Stuiting is het onderbreken van een lopende verjaringstermijn. Doet u dat op tijd en op de juiste manier, dan vervalt de verstreken tijd en begint een nieuwe termijn te lopen. Stuiting moet plaatsvinden vóórdat de verjaring is voltooid; daarna is er niets meer te onderbreken. De wet stelt eisen aan de vorm en aan de inhoud van de stuitingshandeling.
Wettelijke basis
Artikel 3:317 BW regelt stuiting door een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling. In die mededeling moet u zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehouden, zodat de wederpartij begrijpt dat u uw aanspraak handhaaft. Artikel 3:316 BW regelt stuiting door het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging: door te dagvaarden onderbreekt u de verjaring. Welke route passend is, hangt af van de vordering en van de resterende tijd binnen de termijnen van artikel 3:307 BW en artikel 3:310 BW.
Waarom dit telt
Een stuitingsbrief die te vaag is, stuit niet. Een brief die wel aan de eisen voldoet maar niet aantoonbaar is verzonden, evenmin. Leg daarom vast wat u schrijft, aan wie en wanneer, en herhaal de stuiting zolang de zaak loopt. Bij openstaande vorderingen bewaken wij die termijnen binnen onze incassopraktijk; loopt de termijn af, dan kan dagvaarden in een civiele procedure de aangewezen weg zijn.