Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026
U voorkomt onduidelijkheid in een dienstverleningsovereenkomst door schriftelijk en concreet vast te leggen welke diensten worden geleverd, tegen welke prijs, binnen welke termijn en wie waarvoor verantwoordelijk is. Wat u niet regelt, vult de wet aan met de regels voor de overeenkomst van opdracht in artikel 7:400 en verder BW, en die sluiten niet altijd aan bij wat u bedoelde.
Een mondelinge afspraak is in beginsel ook bindend, maar bij een geschil moet u dan bewijzen wat er is afgesproken. Hieronder leest u welke onderdelen in een goede dienstverleningsovereenkomst horen en hoe u discussie voorkomt.
Inhoudsopgave
Wat is een dienstverleningsovereenkomst?
Het is een contract waarin de ene partij, de dienstverlener, werkzaamheden verricht voor de andere partij, de opdrachtgever, zonder dat er een arbeidsovereenkomst ontstaat. Juridisch is het meestal een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW.
Bij een dienstverleningsovereenkomst gaat het om kennis, tijd en vakmanschap, niet om de levering van een product. Denk aan advies, marketing, schoonmaak, IT-beheer of administratie. Voor IT-diensten gelden vaak nog aanvullende afspraken; daarover leest u meer in ons artikel over de IT-dienstverleningsovereenkomst.
Wat is het verschil met andere contracten?
Het verschil zit in wat er geleverd wordt. Bij een koopovereenkomst gaat het om een zaak, bij een arbeidsovereenkomst om werk in loondienst en bij een dienstverleningsovereenkomst om een dienst.
| Soort contract | Waar het om gaat | Resultaat |
|---|---|---|
| Dienstverleningsovereenkomst | Diensten verrichten | Kennis, tijd, expertise |
| Koopovereenkomst | Goederen verkopen | Fysieke producten |
| Arbeidsovereenkomst | Werk in dienst van een werkgever | Dienstverband |
Bij een opdracht heeft de dienstverlener meestal een inspanningsverplichting. Volgens artikel 7:401 BW moet hij de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen, maar hij garandeert niet altijd een bepaald resultaat. Wilt u wel een resultaat afspreken, bijvoorbeeld een werkende website op een vaste datum, zet dat dan uitdrukkelijk in het contract. Gaat het om het maken van een stoffelijk werk, zoals een verbouwing, dan is er vaak sprake van aanneming van werk, waarvoor andere regels gelden.
Let ook op het verschil met een arbeidsovereenkomst. Werkt een zelfstandige in de praktijk onder gezag van de opdrachtgever, tegen loon en persoonlijk, dan kan de rechter oordelen dat er toch een arbeidsovereenkomst is, ongeacht hoe het contract heet. Meer daarover leest u in ons artikel over de vraag of iemand zzp’er of werknemer is.
Wie zijn de partijen en wat zijn hun rollen?
De opdrachtgever neemt de dienst af en betaalt ervoor; de dienstverlener voert het werk uit. Beide partijen hebben verplichtingen, en het contract moet die duidelijk verdelen.
De opdrachtgever kan een particulier zijn, een bedrijf of een andere organisatie. Hij betaalt, levert tijdig de benodigde informatie en materialen aan en neemt op tijd beslissingen. Volgens artikel 7:402 BW moet de dienstverlener tijdige en verantwoorde aanwijzingen van de opdrachtgever volgen. De dienstverlener kan een zelfstandige zijn, een bedrijf of een specialist. Hij levert de afgesproken diensten, houdt zich aan de planning en meldt problemen op tijd.
Is de opdracht gegeven met het oog op een bepaalde persoon, dan moet die persoon het werk in beginsel zelf doen. Dat volgt uit artikel 7:404 BW. Wilt u dat de dienstverlener het werk mag uitbesteden, of juist niet, leg dat dan vast.
Welke onderdelen horen in de overeenkomst?
In elk geval een concrete omschrijving van de diensten, de prijs en betaling, de planning, de verdeling van verantwoordelijkheden, aansprakelijkheid, geheimhouding en de manier waarop het contract eindigt. Hoe concreter u bent, hoe minder ruimte er is voor discussie.
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding; welke elementen daarvoor nodig zijn, leest u in ons artikel over wat een contract rechtsgeldig maakt. Hieronder gaan wij in op de onderdelen die in de praktijk het vaakst tot onduidelijkheid leiden.
Hoe omschrijft u de diensten?
Zo concreet mogelijk, met de op te leveren resultaten en wat uitdrukkelijk niet onder de opdracht valt. De omschrijving van de diensten is het hart van de overeenkomst.
Schrijf dus niet “marketingdiensten”, maar bijvoorbeeld “maandelijks acht berichten op sociale media, een wekelijkse nieuwsbrief en elk kwartaal een rapportage over het websiteverkeer”. Noem de op te leveren stukken, zoals rapporten, software, trainingen of adviezen, met hun eisen. Leg de werkwijze vast: welke middelen de dienstverlener gebruikt, hoe partijen communiceren en wanneer de opdrachtgever een update krijgt.
Zet ook op papier wat niet onder de opdracht valt. Zo voorkomt u dat de opdracht ongemerkt groter wordt zonder afspraak over tijd en geld. Kwaliteitseisen, zoals een reactietijd bij storingen, maken verwachtingen meetbaar.
Hoe legt u prijs en betaling vast?
Spreek een vaste prijs of een uurtarief af, met een maximum aantal uren of een bandbreedte voor de kosten, en leg de betaaltermijn vast. Heeft u niets over de prijs afgesproken, dan heeft de dienstverlener volgens artikel 7:405 BW recht op het gebruikelijke of een redelijk loon.
Leg ook vast wanneer en hoe er wordt gefactureerd, welke extra kosten mogelijk zijn en wat er gebeurt bij meerwerk. Heeft u tussen bedrijven geen betaaltermijn afgesproken, dan geldt volgens artikel 6:119a BW een termijn van 30 dagen. Een langere termijn dan 60 dagen is alleen toegestaan als die niet kennelijk onbillijk is voor de dienstverlener, en een grote onderneming mag een mkb-dienstverlener niet langer dan 30 dagen laten wachten. Betaalt de opdrachtgever te laat, dan is de wettelijke handelsrente verschuldigd.
Hoe regelt u aansprakelijkheid?
Leg vast voor welke schade de dienstverlener aansprakelijk is en tot welk bedrag. Zonder afspraak geldt de wettelijke regeling, en dan kan de dienstverlener voor de volledige schade aansprakelijk zijn als hij tekortschiet.
Een beperking van aansprakelijkheid, bijvoorbeeld tot het bedrag van de opdracht of tot de uitkering van de verzekering, is tussen bedrijven in beginsel toegestaan. Voor opzet of bewuste roekeloosheid kan de aansprakelijkheid niet worden uitgesloten. Zijn er meerdere opdrachtgevers voor dezelfde opdracht, dan zijn zij volgens artikel 7:407 BW ieder voor het geheel aansprakelijk voor de betaling, tenzij anders is afgesproken.
Hoe regelt u wijzigingen tijdens de opdracht?
Spreek een vaste procedure af: een wijziging wordt schriftelijk voorgesteld, met de gevolgen voor planning en prijs, en gaat pas in na akkoord van beide partijen. Zo weet iedereen waar hij aan toe is.
Wijzigingen ontstaan vaak in de loop van een samenwerking, bijvoorbeeld in een e-mail of tijdens een overleg. Leg ze altijd vast en bewaar die bevestiging bij het contract. Mondelinge wijzigingen zijn niet ongeldig, maar achteraf zijn ze moeilijk te bewijzen.
Hoe houdt u de samenwerking helder?
Door vaste afspraken over communicatie, voortgang en het melden van problemen. Een goed contract werkt het best als beide partijen weten wie wanneer wat doet.
Leg vast wie de contactpersonen zijn en welke vorm u gebruikt: e-mail voor formele zaken, telefoon voor spoed, rapportages voor de voortgang en overleg voor belangrijke beslissingen. Vaste overlegmomenten helpen. Volgens artikel 7:403 BW moet de dienstverlener de opdrachtgever op de hoogte houden van zijn werkzaamheden en verantwoording afleggen over de uitvoering. Ziet de dienstverlener een probleem aankomen, dan moet hij dat direct melden.
Omschrijf ook wat de opdrachtgever moet doen: informatie en materialen op tijd aanleveren, duidelijke instructies geven, tijdig beslissen en op tijd betalen. Levert de opdrachtgever te laat aan, dan kan de dienstverlener zijn eigen deadlines niet halen. Regel daarom dat de planning in dat geval opschuift.
Welke wettelijke regels moet u kennen?
De belangrijkste regels staan in Boek 6 en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Boek 6 bevat de algemene regels voor overeenkomsten; de overeenkomst van opdracht is geregeld in artikel 7:400 tot en met 7:413 BW.
Enkele kernbepalingen uit het Burgerlijk Wetboek Boek 7:
- artikel 7:400 BW: wat een overeenkomst van opdracht is;
- artikel 7:401 BW: de zorgplicht van de dienstverlener;
- artikel 7:405 BW: het recht op loon;
- artikel 7:408 BW: de opzegging van de opdracht.
Veel van deze regels zijn aanvullend recht: u mag ervan afwijken in het contract. Is de opdrachtgever een consument, dan zijn meer regels dwingend en mag u minder afwijken. Daarnaast kunnen sectorregels gelden, zoals beroepsregels voor accountants of advocaten.
Hoe regelt u geheimhouding en privacy?
Neem een geheimhoudingsbepaling op en maak, als de dienstverlener persoonsgegevens voor u verwerkt, een verwerkersovereenkomst. Die laatste is verplicht volgens artikel 28 van de AVG.
Partijen krijgen bij een dienstverlening vaak toegang tot elkaars vertrouwelijke informatie. Een goede geheimhoudingsbepaling omschrijft wat vertrouwelijk is, hoe lang de geheimhouding duurt, welke uitzonderingen gelden en wat de gevolgen zijn van een schending, bijvoorbeeld een boete. Meer daarover leest u in ons artikel over de geheimhoudingsovereenkomst.
Verwerkt de dienstverlener persoonsgegevens namens u, bijvoorbeeld bij een salarisadministratie of klantenservice, dan bent u als opdrachtgever meestal de verwerkingsverantwoordelijke. U moet dan in een verwerkersovereenkomst vastleggen wat de dienstverlener met de gegevens mag doen, hoe hij ze beveiligt en wat er bij een datalek gebeurt.
Moet de overeenkomst worden ondertekend?
Niet per se: een dienstverleningsovereenkomst is vormvrij en komt ook mondeling of per e-mail tot stand. Een ondertekend contract maakt het wel veel eenvoudiger om te bewijzen wat er is afgesproken.
Laat het contract ondertekenen door iemand die bevoegd is om de onderneming te vertegenwoordigen. Dat controleert u in het handelsregister van de KVK. Vermeld naam, functie en datum en bewaar beide partijen een getekend exemplaar. Een elektronische handtekening is ook geldig. Volgens artikel 3:15a BW heeft een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening, als de gebruikte methode voldoende betrouwbaar is. Meer daarover leest u in ons artikel over de vraag of een digitale handtekening juridisch geldig is.
Hoe eindigt een dienstverleningsovereenkomst?
Door het voltooien van de opdracht, door het verstrijken van de afgesproken looptijd of door opzegging. Volgens artikel 7:408 BW mag de opdrachtgever de opdracht in beginsel altijd opzeggen; de dienstverlener alleen om gewichtige redenen, tenzij de opdracht voor onbepaalde tijd geldt.
Tussen bedrijven kan het opzeggingsrecht van de opdrachtgever in het contract worden beperkt, bijvoorbeeld met een vaste looptijd en een opzegtermijn. Is de opdrachtgever een consument, dan kan dat niet. Leg daarom vast welke opzegtermijn geldt, wat er gebeurt met werk dat nog niet af is en wat er dan betaald moet worden.
Regel ook de overdracht bij het einde: welke documenten, bestanden en toegangsgegevens de dienstverlener moet teruggeven, en wie de rechten heeft op wat er is gemaakt. Zo raakt u bij de beëindiging geen belangrijke informatie kwijt.
Hoe voorkomt u onduidelijkheid bij het opstellen?
Schrijf in gewone taal, gebruik steeds dezelfde termen en laat het contract controleren voordat u tekent. Veel geschillen ontstaan niet door kwade wil, maar door slordig geformuleerde afspraken.
Gebruik eenvoudige woorden en leg vaktermen uit. Gebruik in het hele document dezelfde term voor hetzelfde begrip, dus niet de ene keer “opdracht” en dan weer “dienst” als u hetzelfde bedoelt. Maak vage termen concreet: niet “tijdige levering”, maar “levering binnen vijf werkdagen na de opdracht”. Woorden als “redelijk”, “gebruikelijk” of “indien nodig” vult iedereen anders in.
Laat het concept lezen door een collega of een jurist; een frisse blik ziet tegenstrijdige bepalingen, onjuiste verwijzingen en ontbrekende afspraken. Meer daarover leest u in ons artikel over een contract laten controleren. Evalueer bij langlopende contracten regelmatig of de afspraken nog passen bij de praktijk en bij nieuwe wetgeving.
Wat doet u als er toch onduidelijkheid ontstaat?
Kijk eerst naar de definities in het contract en naar de correspondentie. Komt u er samen niet uit, dan legt de rechter het contract uit volgens de Haviltex-maatstaf: wat mochten partijen redelijkerwijs van elkaar verwachten?
Volgens het Haviltex-arrest van de Hoge Raad uit 1981 kijkt de rechter niet alleen naar de letterlijke tekst. Hij let ook op de omstandigheden, de onderhandelingen en de deskundigheid van partijen. E-mails en gespreksverslagen kunnen daarom belangrijk bewijs zijn. Bewaar ze.
Leidt overleg niet tot een oplossing, dan kunt u kiezen voor mediation of, als dat is afgesproken, voor arbitrage. Anders beslist de rechter; bij vorderingen tot 25.000 euro is dat de kantonrechter.
Waar let u als opdrachtgever op?
- Controleer of de omschrijving zegt wat wel en wat niet onder de opdracht valt.
- Controleer of er een maximum aan uren of kosten staat en hoe meerwerk vooraf wordt goedgekeurd.
- Controleer of de aansprakelijkheidsbeperking niet lager ligt dan de schade die u realistisch kunt lijden.
- Sluit een verwerkersovereenkomst (artikel 28 AVG) als de dienstverlener persoonsgegevens voor u verwerkt.
- Leg vast welke bestanden en toegangsgegevens u bij het einde terugkrijgt en wie de rechten heeft op het gemaakte werk.
Waar let u als dienstverlener op?
- Controleer of het contract een inspanningsverplichting bevat en geen resultaat belooft dat u niet kunt waarmaken.
- Leg een betaaltermijn vast; zonder afspraak geldt tussen bedrijven 30 dagen (artikel 6:119a BW).
- Neem een aansprakelijkheidsbeperking op, bijvoorbeeld tot het factuurbedrag of de uitkering van uw verzekering.
- Regel dat de planning opschuift als de opdrachtgever informatie te laat aanlevert.
- Spreek een opzegtermijn en een vergoeding voor al verricht werk af, omdat de opdrachtgever in beginsel altijd mag opzeggen (artikel 7:408 BW).
Wat kunnen wij voor u doen bij een dienstverleningsovereenkomst?
Wij helpen opdrachtgevers en dienstverleners voordat zij tekenen en als er onenigheid ontstaat over de uitvoering.
- Wij stellen de dienstverleningsovereenkomst op, met een concrete omschrijving van de diensten, de prijs, de planning en wat buiten de opdracht valt.
- Wij beoordelen een concept dat u heeft gekregen en wijzen aan waar het afwijkt van de regels voor opdracht in artikel 7:400 en verder BW.
- Wij controleren de aansprakelijkheidsbeperking, de geheimhouding en de opzegregeling, en stellen zo nodig een verwerkersovereenkomst op volgens artikel 28 AVG.
- Wij beoordelen of de samenwerking in de praktijk als arbeidsovereenkomst kan worden gezien en welke risico’s dat voor u heeft.
- Bij een geschil leggen wij het contract uit volgens de Haviltex-maatstaf, zetten wij uw standpunt in een brief uiteen en voeren wij zo nodig de procedure.
Samengevat
- Een dienstverleningsovereenkomst is meestal een overeenkomst van opdracht; wat u niet regelt, vult artikel 7:400 en verder BW aan.
- Omschrijf de diensten, de prijs, de betaaltermijn, de planning en wat niet onder de opdracht valt zo concreet mogelijk.
- Regel aansprakelijkheid, geheimhouding en, bij persoonsgegevens, een verwerkersovereenkomst.
- De opdrachtgever mag in beginsel altijd opzeggen; tussen bedrijven kunt u dat in het contract beperken.
- Leg wijzigingen schriftelijk vast; bij een geschil kijkt de rechter ook naar wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
Law & More stelt dienstverleningsovereenkomsten op, beoordeelt concepten en adviseert bij geschillen over de uitvoering; meer daarover leest u bij onze ondernemingsrechtpraktijk.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.