Gepubliceerd op 5 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
Inhoudsopgave
Zzp of schijnzelfstandigheid: waar de grens ligt
Een zzp’er is in werkelijkheid werknemer als hij persoonlijk werkt, daarvoor loon krijgt en onder gezag van de opdrachtgever staat (artikel 7:610 BW). Het contract is daarbij niet beslissend: de rechter en de Belastingdienst kijken naar hoe de samenwerking feitelijk verloopt, en of de zzp’er zich ook echt als ondernemer gedraagt.Om dit te bepalen, is het belangrijk om te kijken naar de wijze waarop werkzaamheden worden uitgevoerd, de contractuele afspraken en de economische relatie tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer. Hierbij spelen de Belastingdienst en wetgeving, zoals de Wet DBA, een centrale rol. Deze factoren zijn cruciaal bij het beoordelen of er sprake is van schijnzelfstandigheid of daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap.Met name in het licht van recente jurisprudentie, zoals het bekende Deliveroo-arrest, is het voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers van groot belang om deze balans scherp te houden. Het correct inschatten van de situatie helpt om onbedoelde juridische en financiële risico’s te vermijden.De definitie van een werknemer versus een zelfstandige

Wanneer is er een arbeidsovereenkomst?
Er is een arbeidsovereenkomst als iemand persoonlijk arbeid verricht, daarvoor loon krijgt en onder gezag werkt (artikel 7:610 BW). Ontbreekt een van deze drie elementen, dan is er geen arbeidsovereenkomst.Het verschil tussen een werknemer en een zzp’er of zelfstandig ondernemer is vastgelegd in de wet. Dit verschil draait vooral om de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Ook een zzp’er krijgt betaald voor zijn werk. Het verschil zit daarom vooral in de gezagsverhouding.Dit wettelijk kader bepaalt in de praktijk of iemand wordt gezien als werknemer of zelfstandige. Dit heeft grote gevolgen, bijvoorbeeld voor werknemersverzekeringen en fiscale verplichtingen.Wat betekent een gezagsverhouding?
De gezagsverhouding is het belangrijkste kenmerk dat een werknemer onderscheidt van een zelfstandige. Dit houdt in dat de opdrachtgever – vaak de toekomstige werkgever – het recht heeft om aanwijzingen te geven over het werk, de manier waarop het moet worden uitgevoerd, de werktijden en de locatie van de werkzaamheden. Dit wordt ook wel het instructierecht genoemd.Daarnaast moet een werknemer het werk persoonlijk uitvoeren; hij kan zich niet zomaar laten vervangen. De opdrachtgever heeft daarbij het recht om toezicht te houden en eventueel sancties op te leggen als de taken niet goed worden uitgevoerd. Bij zzp’ers ontbreekt dit gezag meestal, omdat zij onafhankelijk en zelfstandig opereren in het economisch verkeer. Zij werken zonder directe aansturing en hiërarchische controle vanuit de opdrachtgever. Het vaststellen van deze gezagsrelatie is daarom vaak doorslaggevend bij het beoordelen van schijnzelfstandigheid en de vraag of er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst.Wat zijn de gevolgen als een zzp’er werknemer blijkt?

Welke voordelen verliest de zzp’er?
Wanneer een zzp’er volgens de Belastingdienst of rechter als werknemer wordt aangemerkt, heeft dit verstrekkende gevolgen. De voordelen die zzp’ers normaal gesproken genieten, zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling, vervallen dan.Daarnaast kunnen er grote naheffingen volgen, bijvoorbeeld voor terug te betalen btw en belasting over eerdere jaren waarin men ten onrechte als ondernemer werd gezien. Ook vervalt het recht om zelfstandig tarieven en voorwaarden te bepalen, wat de vrijheid van de zzp’er aanzienlijk beperkt. Op arbeidsrechtelijk vlak betekent het dat de opdrachtgevende organisatie verantwoordelijk wordt voor het afdragen van loonheffingen en sociale premies, en dat de zzp’er aanspraak kan maken op rechten en beschermingen als werknemer, zoals werknemersverzekeringen.Dit zorgt voor een aanzienlijke financiële en juridische risicoverzwaring voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers.Hoe toetst de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid?
De beoordeling door de Belastingdienst of er sprake is van schijnzelfstandigheid richt zich vooral op de feitelijke situatie, niet alleen op de contractuele afspraken. Centrale vragen zijn onder meer of de zzp’er meerdere opdrachtgevers heeft, of hij zelf onderhandelt over tarieven en werktijden, en of er sprake is van een gezagsverhouding.Ook het gebruik van bedrijfsmiddelen van de opdrachtgever en de mate van inbedding in de organisatie worden meegewogen. Sinds 2025 is de Belastingdienst strenger gaan handhaven en worden opdrachtgevers die onterecht zzp’ers inhuren en eigenlijk een arbeidsovereenkomst hebben, aansprakelijk gesteld voor het afdragen van loonheffingen.Dit betekent dat zorgvuldig beoordelen en vastleggen van de arbeidsrelatie, met het juiste contract en een heldere opzet van de werkzaamheden, cruciaal is om risico’s op naheffingen en sancties te voorkomen.Hoe oordelen rechters over schijnzelfstandigheid?
Wat zeggen recente uitspraken?
Rechters kijken naar de feitelijke werkwijze en oordelen geregeld dat een zzp’er toch werknemer is. Een contract dat zelfstandigheid vastlegt, verandert daar niets aan.Sinds de opheffing van het handhavingsmoratorium op 1 januari 2025 zien we een groeiend aantal rechterlijke uitspraken over de vraag of een zzp’er in werkelijkheid een werknemer is. Diverse rechtbanken hebben geoordeeld dat zzp’ers — ondanks contracten die zelfstandigheid veronderstellen — toch onder de definitie van werknemer kunnen vallen. Dit geeft hen recht op cao-loon, pensioenopbouw en andere werknemersrechten, vaak met terugwerkende kracht.Een spraakmakend voorbeeld is het Deliveroo-arrest, (HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443). De Hoge Raad oordeelde dat de maaltijdbezorgers werknemers waren. Hij gaf daarbij een reeks gezichtspunten, waaronder de vraag of iemand zich ook als ondernemer gedraagt. Dit arrest heeft geleid tot een strengere toetsing van de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Tegelijkertijd werkt de overheid aan nieuwe wetgeving om het criterium van een gezagsverhouding explicieter te maken. Daarbij wordt ook een vermoeden van werknemerschap geïntroduceerd bij lagere uurtarieven.In welke sectoren speelt schijnzelfstandigheid?
Schijnzelfstandigheid speelt onder meer in de landbouw, de cultuursector, het transport en de maaltijdbezorging.De kwestie van schijnzelfstandigheid speelt in uiteenlopende sectoren. In de agrarische sector bijvoorbeeld, waar zzp’ers vaak worden ingezet tijdens piekperiodes, oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch recentelijk dat een situatie waarin de zzp’er feitelijk werkte onder gezag van de opdrachtgever kan leiden tot een verkapte dienstbetrekking.In de creatieve sector zijn er ook relevante uitspraken. Zo werden orkestleden, die formeel als zelfstandige werkten, juridisch erkend als werknemers vanwege de manier waarop zij hun werkzaamheden binnen de organisatie uitvoerden. Dit probleem speelt ook in de transportsector en bij maaltijdbezorgers, zoals in de Deliveroo-zaak.In alle gevallen geldt dat de feitelijke beoordeling van de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, de manier waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd, en de economische context waarin dit gebeurt, bepalend zijn voor de kwalificatie als zelfstandige of werknemer.Hoe voorkomt u schijnzelfstandigheid?
U voorkomt schijnzelfstandigheid door de samenwerking zo in te richten dat de zzp’er feitelijk zelfstandig werkt, en dat ook vast te leggen. Wat op papier staat, moet overeenkomen met de praktijk.Het verschil tussen een zzp’er en een werknemer is zowel juridisch als praktisch van groot belang, vooral vanwege de risico’s rondom schijnzelfstandigheid. De beoordeling hiervan hangt af van hoe de werkzaamheden feitelijk worden uitgevoerd, of er sprake is van een gezagsverhouding, en hoe de economische realiteit zich manifesteert in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.Zowel opdrachtgevers als zzp’ers doen er verstandig aan om zorgvuldig te controleren of hun samenwerking voldoet aan de criteria voor zelfstandig ondernemerschap. Dit is extra belangrijk gezien de strikte handhaving door de belastingdienst en de recente uitspraken in de jurisprudentie.Het opstellen van een correct contract en het maken van heldere afspraken zijn cruciaal om schijnzelfstandigheid te voorkomen en rechtszekerheid te garanderen.Waar let u als zzp’er op?
- Werkt u voor meerdere opdrachtgevers, of vooral voor één?
- Bepaalt u zelf hoe, wanneer en waar u het werk doet?
- Mag u zich volgens de overeenkomst laten vervangen, en gebeurt dat ook?
- Draagt u zelf ondernemersrisico, bijvoorbeeld bij wanprestatie of niet-betaling?
- Gebruikt u eigen gereedschap, software en bedrijfsmiddelen?
Waar let u als opdrachtgever op?
- Komt de feitelijke werkwijze overeen met wat in de overeenkomst van opdracht staat?
- Geeft u de zzp’er geen aanwijzingen over werktijden en werkwijze zoals aan een werknemer?
- Doet de zzp’er hetzelfde werk als uw werknemers, in dezelfde organisatie?
- Bewaart u stukken waaruit het ondernemerschap blijkt, zoals KvK-inschrijving, offertes en facturen?
Wat kunnen wij voor u doen bij schijnzelfstandigheid?
Twijfelt u of een zzp’er eigenlijk werknemer is, dan kunnen onze advocaten arbeidsrecht de volgende stappen zetten.- Wij toetsen uw samenwerking aan de drie elementen van artikel 7:610 BW: arbeid, loon en gezag.
- Wij beoordelen de overeenkomst van opdracht en vergelijken die met de feitelijke werkwijze.
- Wij passen de overeenkomst en de werkafspraken aan, zodat die beter aansluiten bij zelfstandig ondernemerschap.
- Wij beoordelen uw positie bij een vraag of controle van de Belastingdienst over loonheffingen.
- Wij voeren de procedure als een zzp’er of opdrachtgever de rechter laat vaststellen of er een arbeidsovereenkomst is.
Samengevat
- Een zzp’er is werknemer als er sprake is van persoonlijke arbeid, loon en gezag (artikel 7:610 BW).
- De feitelijke werkwijze weegt zwaarder dan wat in het contract staat.
- Volgens de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest telt ook mee of iemand zich als ondernemer gedraagt.
- Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid; opdrachtgevers lopen het risico op naheffingen van loonheffingen.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de belangrijkste criteria om te bepalen wanneer een zzp’er eigenlijk een werknemer is?
De belangrijkste criteria om te bepalen of een zzp’er een werknemer is, zijn: de duur en aard van de arbeidsrelatie, de mate van vrijheid in werkuitvoering, gezagsverhouding, aantal opdrachtgevers, het lopen van commercieel risico, beloningshoogte (minimaal €33/€36 per uur), en inbedding in de organisatie. De Belastingdienst beoordeelt de praktijk boven contracten.
Welke juridische gevolgen kunnen ontstaan als een zzp’er achteraf als werknemer wordt aangemerkt?
Als een zzp’er achteraf als werknemer wordt aangemerkt, kunnen de volgende gevolgen optreden: loonbelasting– en premieplicht voor de ondernemer, doorbetaling bij ziekte, recht op vakantiedagen en -geld, ontslagbescherming, mogelijke toepassing van een cao, pensioenpremieafdracht en terugwerkende kracht op arbeidsrechtelijke bescherming, inclusief ketenregeling en ontslagrecht.
Hoe kan ik voorkomen dat een zzp-overeenkomst wordt gezien als een arbeidsovereenkomst?
Om te voorkomen dat een zzp-overeenkomst als arbeidsovereenkomst wordt gezien, is het essentieel dat er geen gezagsverhouding is. De zzp’er moet zelf bepalen hoe, wanneer en door wie het werk wordt gedaan. Er mag geen loonbetaling via een werkgever-werknemer-constructie plaatsvinden, en de zzp’er moet daadwerkelijk zelfstandig zijn en niet persoonlijk verplicht zijn het werk te verrichten.
Wat is de invloed van het Deliveroo-arrest en de wet VBAR op de status van zzp’ers?
Het Deliveroo-arrest introduceert een holistische toets voor zzp-arbeidsrelaties waarbij alle omstandigheden samen worden beoordeeld, zonder dat één criterium doorslaggevend is. Daarnaast erkent het ondernemerschap als een gelijkwaardig criterium. De Wet VBAR (Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) volgt dit kader en stuurt op intensievere handhaving door de Belastingdienst vanaf 2025, vooral bij opdrachtgevers. Zzp’ers moeten hun ondernemerschap aantoonbaar maken via contracten en praktijk om schijnzelfstandigheid te voorkomen.
