Gepubliceerd op 27 maart 2020 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Wie tijdens en na de echtscheiding in de echtelijke woning mag blijven wonen, bepaalt de rechter niet op grond van eigendom maar op grond van belangen. Tijdens de procedure loopt dat via een voorlopige voorziening (artikel 822 Rv), waarmee de rechtbank het uitsluitend gebruik van de woning aan een van de echtgenoten toekent. Na de inschrijving van de echtscheiding geldt artikel 1:165 BW: wie de woning dan bewoont, kan het gebruik nog zes maanden voortzetten.
Inhoudsopgave
Wie mag tijdens de echtscheidingsprocedure in de woning blijven?
Zodra duidelijk is dat het huwelijk eindigt, blijkt samenwonen vaak onhoudbaar. Komt u er samen niet uit, dan beslist de rechtbank. Belangrijk om te weten: het maakt in deze fase niet uit op wiens naam de woning staat, en ook niet of de woning tot de huwelijksgemeenschap behoort of privé-eigendom is gebleven. Het gaat om het feitelijke gebruik, niet om het eigendomsrecht.
De echtgenoot aan wie het uitsluitend gebruik wordt toegekend, mag in de woning blijven. De ander moet vertrekken en mag de woning daarna niet meer betreden zonder toestemming. Dat is een ingrijpende maatregel, en de rechter neemt hem dan ook niet lichtvaardig. Wie de woning tegen de beslissing in toch betreedt, riskeert een ontruimingsvordering of een dwangsom in een kort geding.
Is er sprake van huiselijk geweld of bedreiging, dan is er een snellere route. De burgemeester kan op grond van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod opleggen van tien dagen, dat verlengd kan worden tot ten hoogste vier weken. Die maatregel loopt buiten de echtscheidingsprocedure om en is bedoeld voor acute situaties.
Hoe vraagt u een voorlopige voorziening aan?
Een voorlopige voorziening is een aparte, snelle procedure naast de echtscheidingsprocedure zelf. Uw advocaat dient een verzoekschrift in bij de rechtbank. De mondelinge behandeling volgt kort daarna: de wet schrijft voor dat die niet later begint dan in de derde week na de week waarin het verzoekschrift is ingediend (artikel 821 Rv). Daarmee heeft u binnen enkele weken duidelijkheid, terwijl de echtscheidingsprocedure zelf maanden kan duren.
U kunt de voorziening ook vragen voordat het echtscheidingsverzoek is ingediend. In dat geval moet het verzoek tot echtscheiding binnen vier weken volgen; gebeurt dat niet, dan verliezen de voorzieningen hun kracht (artikel 821 Rv). Naast het gebruik van de woning kan de rechter in dezelfde procedure beslissen over het toevertrouwen van de kinderen, de omgang, de kinder- en partneralimentatie en de afgifte van goederen voor dagelijks gebruik (artikel 822 Rv). Meer over die combinatie leest u in ons artikel over voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.
Tegen een beslissing over voorlopige voorzieningen staat in beginsel geen hoger beroep open. Wel kunt u de rechtbank vragen de voorziening te wijzigen of in te trekken als de omstandigheden zijn veranderd of als de beslissing van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte (artikel 824 Rv). De voorziening blijft gelden tot de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Waar kijkt de rechter naar bij het uitsluitend gebruik?
Vragen beide echtgenoten om het uitsluitend gebruik, dan maakt de rechter een belangenafweging waarin alle omstandigheden van het geval meewegen. Er is geen vaste rangorde en geen automatisme ten gunste van de eigenaar. De rechter beoordeelt wie de woning het hardst nodig heeft en wie het redelijkerwijs kan missen.
In de praktijk wegen vooral de volgende omstandigheden mee: bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben, wie de meeste mogelijkheden heeft om op korte termijn elders onderdak te vinden, of een van beiden voor werk of onderneming aan het adres gebonden is, en of de woning bijzondere voorzieningen bevat in verband met een handicap of ziekte. Ook de financiële draagkracht speelt een rol: wie de hypotheeklasten alleen kan dragen, staat sterker.
Onderbouw uw verzoek daarom concreet. Een verklaring van de huisarts, een werkgeversverklaring, een overzicht van uw zoektocht naar vervangende woonruimte of een berekening van de woonlasten doet meer voor uw positie dan de stelling dat de sfeer thuis onhoudbaar is. Blijft u tijdens de procedure noodgedwongen onder één dak, lees dan onze uitleg over samenwonen met uw ex tijdens de scheiding.
Birdnesting: de kinderen blijven, de ouders wisselen
Een alternatief dat in de praktijk vaker voorkomt, is birdnesting. De kinderen blijven dan in de echtelijke woning wonen en de ouders verblijven om en om in het huis, volgens het schema van de zorgregeling. Op de dagen dat een ouder niet in de woning is, verblijft die elders, bijvoorbeeld in een kleine tweede woonruimte die beide ouders delen.
Het voordeel is dat de kinderen hun vaste basis, school en vriendenkring behouden en dat niet zij maar de ouders heen en weer reizen. Financieel is het vaak eenvoudiger om samen één extra woonruimte te betalen dan twee volwaardige gezinswoningen. Het nadeel is dat birdnesting veel onderling vertrouwen en duidelijke afspraken vergt over schoonmaak, boodschappen, post en kosten.
Birdnesting is geen wettelijke regeling en de rechter kan het niet zomaar opleggen aan onwillige ouders. Het werkt alleen als u het samen afspreekt, bij voorkeur schriftelijk in het ouderschapsplan en het echtscheidingsconvenant, met een einddatum en een terugvaloptie voor het geval het niet werkt.
Voortgezet gebruik van de woning na de echtscheiding
De voorlopige voorziening eindigt zodra de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Daarmee is de discussie niet altijd voorbij, want de woning is dan vaak nog niet verdeeld of verkocht. Voor die tussenperiode bestaat een aparte regeling in artikel 1:165 BW.
De echtgenoot die ten tijde van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de woning bewoont, kan de rechter verzoeken het gebruik gedurende zes maanden voort te zetten, met uitsluiting van de ander. Die termijn begint te lopen op het moment van inschrijving. De regeling ziet niet alleen op de woning zelf, maar ook op de inboedel die daarbij hoort. Vraagt u dit niet op tijd, dan hebben na de echtscheiding beide ex-echtgenoten in beginsel weer recht op gebruik van een gemeenschappelijke woning.
Na afloop van die zes maanden vervalt het exclusieve gebruiksrecht. Is de woning dan nog gemeenschappelijk, dan kunt u een regeling over het gebruik vragen op grond van de gemeenschapsbepalingen in Boek 3 BW. Verhuizen tijdens of vlak na de procedure roept vaak aparte vragen op; die behandelen wij in ons artikel over verhuizen tijdens de echtscheiding.
Wanneer moet u een gebruiksvergoeding betalen?
Wie in een gemeenschappelijke woning blijft wonen terwijl de ander vertrekt, gebruikt meer dan zijn aandeel. Daar staat in de regel een vergoeding tegenover. De grondslag is artikel 3:169 BW: iedere deelgenoot is bevoegd de gemeenschappelijke zaak te gebruiken, mits dat gebruik met het recht van de andere deelgenoot te verenigen is. De rechter kan bepalen dat de blijvende partner een redelijke vergoeding betaalt aan de vertrekkende partner.
De hoogte staat niet in de wet. Rechters gaan vaak uit van een rendement over het aandeel in de overwaarde van de vertrekkende partner, waarbij zij verrekenen dat de blijvende partner intussen de volledige hypotheekrente, de eigenaarslasten en het onderhoud draagt. Betaalt u alle woonlasten alleen, dan kan de vergoeding daardoor laag uitvallen of zelfs op nihil worden gesteld.
Maak hierover bij voorkeur zelf afspraken en leg vast vanaf welke datum de vergoeding loopt, wie welke lasten betaalt en hoe dat bij de uiteindelijke verdeling wordt verrekend. Zonder afspraak ontstaat later een discussie met terugwerkende kracht over soms jaren.
Wie krijgt de eigendom van de koopwoning?
Het gebruiksrecht zegt niets over de eigendom. Behoort de woning tot de huwelijksgemeenschap, dan hebben beide echtgenoten recht op de helft van de waarde (artikel 1:100 BW). Bent u na 1 januari 2018 getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden, dan geldt de beperkte gemeenschap: een woning die een van beiden al voor het huwelijk had, blijft in beginsel privé, al kan er wel een vergoedingsrecht ontstaan voor investeringen uit de gemeenschap.
Bij de verdeling zijn vier punten bepalend: de waarde waartegen wordt toegedeeld, de verdeling van de overwaarde of de restschuld, de vraag of de geldverstrekker meewerkt aan ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, en de termijn waarbinnen dat rond moet zijn. Dat laatste is geen formaliteit: zonder medewerking van de bank blijft u aansprakelijk voor de hele hypotheekschuld, ook als de woning aan uw ex is toegedeeld. Aan de fiscale kant gelden bovendien eigen regels voor de hypotheekrenteaftrek na vertrek uit de woning; laat u daarover door een fiscalist adviseren.
Komt u er niet uit, dan kan de rechter op grond van artikel 3:185 BW de wijze van verdeling vaststellen: toedeling aan een van beiden tegen een door de rechter bepaalde waarde, of verkoop aan een derde met verdeling van de opbrengst. Wij gingen eerder uitgebreid in op de eigen woning bij echtscheiding en op de verdeling van de woning bij scheiding.
Wie mag in een huurwoning blijven wonen?
Bij een huurwoning speelt het eigendomsvraagstuk niet, maar het huurrecht wel. Is een van beide echtgenoten huurder, dan is de ander van rechtswege medehuurder zolang de woning hun hoofdverblijf is (artikel 7:266 BW). Beide echtgenoten zijn dan hoofdelijk aansprakelijk voor de huur, ongeacht wie er feitelijk woont.
Bij de echtscheiding kan de rechter op verzoek bepalen wie van beiden huurder van de woning wordt. Wie het huurrecht niet krijgt, verliest zijn positie als huurder op de door de rechter bepaalde datum. Ook hier telt de belangenafweging: de zorg voor de kinderen, de binding met de buurt en de mogelijkheid om elders te huren. Vraagt u dit niet in de echtscheidingsprocedure, dan blijft u medehuurder en dus aansprakelijk voor de huur van een woning waar u niet meer woont.
Wat u kunt doen als u er samen niet uitkomt
Begin met een tijdlijn. Zolang de echtscheiding nog niet is ingeschreven, is de voorlopige voorziening het aangewezen middel; daarna is dat het verzoek op grond van artikel 1:165 BW. Die twee routes lopen niet door elkaar, en het moment waarop u iets vraagt bepaalt welke grondslag geldt.
Verzamel vervolgens het bewijs dat uw belang onderbouwt: de hypotheekakte of huurovereenkomst, een taxatie of recente waardebepaling, een overzicht van de woonlasten, gegevens over school en zorg van de kinderen en documentatie van uw zoektocht naar vervangende woonruimte. Leg daarnaast alle tussentijdse afspraken schriftelijk vast, ook de tijdelijke.
Schakel op tijd een advocaat in. Voor de echtscheiding en voor de voorlopige voorzieningen is vertegenwoordiging door een advocaat verplicht, en de termijnen zijn kort. Wat een advocaat bij een echtscheiding precies voor u doet, leest u in dat artikel.
Veelgestelde vragen
Mag ik mijn partner uit huis zetten omdat het huis van mij is?
Nee. Zolang het huwelijk duurt, heeft uw echtgenoot recht op gebruik van de echtelijke woning, ook als u de enige eigenaar bent. Alleen de rechter kan dat gebruik ontnemen, via een voorlopige voorziening. Eigenmachtig de sloten vervangen levert een ontruimingskortgeding op.
Hoe snel heb ik een beslissing over de woning?
De mondelinge behandeling van het verzoek om voorlopige voorzieningen begint niet later dan in de derde week na de week van indiening (artikel 821 Rv). De beschikking volgt doorgaans kort daarna, zodat u binnen enkele weken duidelijkheid heeft.
Kan ik in hoger beroep tegen de toewijzing van de woning aan mijn ex?
Tegen een voorlopige voorziening staat in beginsel geen hoger beroep open. Wel kunt u de rechtbank om wijziging of intrekking vragen als de omstandigheden zijn gewijzigd of als de beslissing op onjuiste of onvolledige gegevens berustte (artikel 824 Rv).
Geldt de termijn van zes maanden ook voor een huurwoning?
Ja, het voortgezet gebruik van artikel 1:165 BW ziet op de woning die de echtgenoten bewoonden, ongeacht of die gehuurd of gekocht is. Bij een huurwoning is daarnaast de vraag wie huurder blijft van belang (artikel 7:266 BW).
Moet ik blijven meebetalen aan de hypotheek als ik vertrek?
Zolang u hoofdelijk aansprakelijk bent, kan de bank u aanspreken voor de volledige schuld. Vertrek uit de woning verandert daar niets aan. Maak daarom afspraken over de lasten en over het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, en leg die vast.
Advies over de echtelijke woning
De woning is bij een echtscheiding vrijwel altijd het onderwerp met de grootste financiële en emotionele lading. Wie het uitsluitend gebruik krijgt, wie welke lasten draagt en tegen welke waarde wordt verdeeld, hangt af van feiten die u zelf moet aandragen. De wettelijke grondslagen vindt u in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, in Boek 3 BW en in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Heeft u discussie over het gebruik of de verdeling van de echtelijke woning? Neem contact op met de familierechtadvocaten van Law & More in Eindhoven. Wij beoordelen uw positie, bepalen welke route het snelst tot duidelijkheid leidt en voeren de procedure voor u.