Afstandseis

De afstandseis houdt in dat wie het Nederlanderschap door naturalisatie verkrijgt, in beginsel al het mogelijke moet doen om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen. De eis volgt uit artikel 9, eerste lid, onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Wat regelt artikel 9 van de Rijkswet?

Op grond van artikel 9, eerste lid, onder b, wordt een naturalisatieverzoek afgewezen als de verzoeker met een andere nationaliteit niet het mogelijke heeft gedaan om die nationaliteit te verliezen. Het derde lid van dat artikel bevat uitzonderingen op deze regel.

Voor wie geldt de afstandseis niet?

De afstandseis geldt onder meer niet voor onderdanen van staten die partij zijn bij het Tweede Protocol van Straatsburg uit 1993. Ook zijn uitgezonderd: wie in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is geboren en daar hoofdverblijf heeft, de echtgenoot van een Nederlander en erkende vluchtelingen.

Welke uitzonderingen in uw situatie gelden, leest u in ons artikel over naturalisatie en de afstandseis.

Wat betekent dit in de praktijk?

De afstandseis is een inspanningsverplichting die wordt begrensd door het recht van het andere land: sommige staten laten afstand niet of alleen onder zware voorwaarden toe. Of dubbele nationaliteit mogelijk is, moet dus per nationaliteit worden nagegaan.

Valt u niet onder een uitzondering, dan verklaart u bij de naturalisatie bereid te zijn afstand te doen. Na de naturalisatie moet u die afstand ook daadwerkelijk regelen bij de autoriteiten van uw land van herkomst.

Hoe werkt dit in een concreet geval?

Een vrouw met de nationaliteit van een land buiten de EU woont acht jaar in Nederland en is niet getrouwd. Zij vraagt naturalisatie aan en valt niet onder een uitzondering. Na de beslissing moet zij afstand doen van haar oorspronkelijke nationaliteit. Was zij getrouwd met een Nederlander, dan had zij die nationaliteit mogen houden.

Zie ook onze pagina over naturalisatie.