Onvoorwaardelijke straf: betekenis, uitvoering en beroep

Witte justitie bus geparkeerd

Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026

Een onvoorwaardelijke straf is een straf die daadwerkelijk wordt uitgevoerd zodra het vonnis onherroepelijk is. Dat is anders bij een voorwaardelijke straf (artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht): die wordt alleen uitgevoerd als u zich tijdens de proeftijd niet aan de voorwaarden houdt, en de rechter combineert beide vaak in één vonnis.

Onvoorwaardelijk zegt dus iets over de uitvoering, niet over de soort of de zwaarte van de straf. Hieronder leest u wanneer de rechter een straf voorwaardelijk mag opleggen, hoe voorarrest wordt verrekend, wie de straf uitvoert en wat u kunt doen tegen een onvoorwaardelijke straf.

Wat betekent onvoorwaardelijk precies?

Dat de straf hoe dan ook wordt uitgevoerd, zonder dat uw gedrag in een proeftijd daar nog invloed op heeft. Een geldboete van 200 euro kan onvoorwaardelijk zijn, en een gevangenisstraf van twee jaar volledig voorwaardelijk.

Bij een voorwaardelijk deel legt de rechter de straf wel op, maar bepaalt hij dat die niet wordt uitgevoerd. Dat verandert alleen als u binnen de proeftijd een nieuw strafbaar feit pleegt of een bijzondere voorwaarde overtreedt. Het voorwaardelijke deel werkt zo als stok achter de deur.

Een vonnis wordt pas onherroepelijk als er geen rechtsmiddel meer openstaat of de termijn daarvoor is verstreken. Een straf die op de zitting wordt uitgesproken, wordt dus niet meteen uitgevoerd. Alleen wie in voorlopige hechtenis zit, blijft vastzitten. Dat is geen straf, maar vrijheidsbeneming in afwachting van de zaak. Meer leest u in ons artikel over voorlopige hechtenis en uw rechten.

Wanneer mag de rechter een straf voorwaardelijk opleggen?

Een gevangenisstraf van maximaal twee jaar mag geheel voorwaardelijk zijn, en bij een straf tot en met vier jaar mag maximaal twee jaar voorwaardelijk zijn. Legt de rechter meer dan vier jaar op, dan is de hele straf onvoorwaardelijk.

Die grenzen staan in artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht. Aan het voorwaardelijke deel hangt altijd een proeftijd. Volgens artikel 14b is die proeftijd maximaal drie jaar. Bij bepaalde misdrijven tegen het lichaam, waarbij een serieus risico op herhaling bestaat, kan de proeftijd oplopen tot tien jaar. Dat komt vooral voor in gewelds- en zedenzaken.

Naast de algemene voorwaarde dat u geen nieuw strafbaar feit pleegt, kan de rechter volgens artikel 14c bijzondere voorwaarden stellen. Denk aan een contactverbod, een locatieverbod, een meldplicht bij de reclassering, een verplichte behandeling, een alcohol- of drugsverbod of een gedragstraining. Vaak geeft de rechter de reclassering dan de opdracht om toezicht te houden.

Die voorwaarden horen bij het voorwaardelijke deel. Aan een straf die volledig onvoorwaardelijk is, kunnen zij niet worden gekoppeld. Meer leest u in ons artikel over de voorwaardelijke straf en de gevolgen.

Welke straffen kunnen onvoorwaardelijk worden opgelegd?

Alle hoofdstraffen: gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete. Ook bijkomende straffen, zoals een ontzegging van de rijbevoegdheid, kunnen onvoorwaardelijk zijn.

Daarnaast kent de wet maatregelen, zoals de onttrekking aan het verkeer, de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en de schadevergoedingsmaatregel. De keuze is geen automatisme. De rechter weegt de ernst van het feit, de omstandigheden, uw persoon en eventuele eerdere veroordelingen. Voor veelvoorkomende delicten gebruikt de rechtspraak oriëntatiepunten als vertrekpunt, maar de rechter mag daar gemotiveerd van afwijken. Hoe die afweging verloopt, leest u in ons artikel over de keuze tussen taakstraf, geldboete en gevangenisstraf.

In de praktijk is een gecombineerde straf de meest voorkomende uitkomst: een onvoorwaardelijk deel dat wordt uitgevoerd en een voorwaardelijk deel met een proeftijd. Zo kan de rechter de ernst van het feit tot uitdrukking brengen en tegelijk een prikkel inbouwen om herhaling te voorkomen. Voor de verdediging is het onvoorwaardelijke deel daarom zelden een kwestie van alles of niets, maar van verhouding.

Wanneer is een taakstraf alleen niet toegestaan?

Bij ernstige geweldsmisdrijven en bij herhaling binnen vijf jaar mag de rechter geen taakstraf zonder onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Dat verbod staat in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht.

De eerste situatie betreft misdrijven waarop zes jaar gevangenisstraf of meer staat en die een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer hebben veroorzaakt, en een aantal misdrijven die de wet apart noemt. De tweede situatie is herhaling: kreeg u in de vijf jaar ervoor al een taakstraf voor een soortgelijk misdrijf, dan is opnieuw een taakstraf zonder meer uitgesloten.

In beide gevallen mag de rechter nog wel een taakstraf opleggen, maar alleen samen met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of een vrijheidsbenemende maatregel. De achtergrond leest u in ons artikel over het Nederlandse systeem van taakstraffen.

Hoe wordt voorarrest verrekend?

De tijd die u in verzekering of in voorlopige hechtenis hebt gezeten, gaat volledig van uw straf af. Dat bepaalt artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Die aftrek geldt niet alleen bij gevangenisstraf. Ook bij een taakstraf of een geldboete wordt het voorarrest verrekend, volgens een omrekening in de wet. Bij een taakstraf staat één dag voorarrest gelijk aan twee uur taakstraf.

Dat verklaart iets wat op zittingen vaak verwarring wekt. Een verdachte die wordt veroordeeld tot zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf terwijl hij al vijf maanden vastzit, hoeft daarna nog maar kort te zitten. Soms komt iemand zelfs direct vrij, omdat het voorarrest de straf al overtreft. De straf is dan wel onvoorwaardelijk opgelegd, maar grotendeels al ondergaan.

Wie voert de straf uit en wanneer?

De uitvoering begint pas als het vonnis onherroepelijk is. Sinds 2020 is de minister van Justitie en Veiligheid daarvoor verantwoordelijk, en loopt de uitvoering in de praktijk via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

Gaat u in hoger beroep of cassatie, dan schuift de uitvoering op. Alleen als de rechter de voorlopige hechtenis laat voortduren, blijft u in de tussentijd vastzitten. Dat is een aparte beslissing met eigen criteria.

Met de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen is de uitvoering van straffen verplaatst van het Openbaar Ministerie naar de minister. De regels staan in Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering, te beginnen bij artikel 6:1:1. Het CJIB stuurt u de oproep om u te melden voor detentie, het betalingsverzoek voor de boete en de informatie over de taakstraf.

Na het vonnis is uw post dus belangrijk. Negeert u een oproep om u te melden, dan kunt u worden aangehouden. Een betalingsregeling voor een boete moet u op tijd aanvragen. Wie in die fase niets doet, verliest de ruimte die er wel is.

Moet u een onvoorwaardelijke gevangenisstraf helemaal uitzitten?

Niet altijd. Bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan één jaar kunt u eerder vrijkomen via de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.).

Bij een straf tot en met twee jaar zit u eerst het eerste jaar uit, plus een derde van de rest. Bij een langere straf komt u op zijn vroegst vrij na twee derde van de straf. De v.i. duurt sinds de Wet straffen en beschermen (1 juli 2021) ten hoogste twee jaar. De regels staan in de tweede titel van Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering, vanaf artikel 6:2:10.

De v.i. is geen automatisme. Het Openbaar Ministerie beslist erover en kijkt daarbij onder meer naar uw gedrag tijdens de detentie. Tijdens de v.i. geldt de algemene voorwaarde dat u geen strafbaar feit pleegt, vaak aangevuld met bijzondere voorwaarden. Houdt u zich daar niet aan, dan kan de v.i. worden teruggedraaid en moet u het restant alsnog uitzitten.

Wat gebeurt er als u de straf niet nakomt?

Voert u een taakstraf of geldboete niet uit, dan kan vervangende hechtenis volgen. Betaalt u een schadevergoedingsmaatregel niet, dan kan gijzeling volgen, en de schuld blijft daarna bestaan.

Voor een taakstraf die u niet of niet goed uitvoert, bepaalt de rechter vooraf de vervangende hechtenis. Volgens artikel 22d van het Wetboek van Strafrecht is dat één dag hechtenis per twee uur taakstraf, met een maximum van vier maanden. Hebt u een geldige reden om niet te verschijnen, zoals ziekte, meld dat dan direct en onderbouw het.

Ook bij een geldboete die u niet betaalt, kan vervangende hechtenis volgen. Bij de schadevergoedingsmaatregel is dat anders: daar geldt gijzeling. De rechter bepaalt in het vonnis hoelang de gijzeling ten hoogste mag duren, met een maximum van één jaar. Het grote verschil met vervangende hechtenis is dat gijzeling de betalingsplicht niet opheft. Na de gijzeling staat de schuld aan het slachtoffer er nog steeds.

Wat is de schadevergoedingsmaatregel?

Een verplichting om een bedrag aan de staat te betalen voor het slachtoffer (artikel 36f Wetboek van Strafrecht). De staat int het bedrag en keert het uit, zodat het slachtoffer niet zelf achter de dader aan hoeft.

Heeft de dader acht maanden na de uitspraak nog niet betaald, dan kan de staat het bedrag als voorschot aan het slachtoffer uitkeren. Bij gewelds- en zedenmisdrijven gebeurt dat volledig; bij andere misdrijven tot maximaal 5.000 euro. De staat verhaalt het bedrag daarna op de veroordeelde.

De maatregel staat naast de vordering van de benadeelde partij, die zich in het strafproces kan voegen. In de praktijk wijst de rechter die vordering toe en legt hij voor hetzelfde bedrag de maatregel op. Hoe die voeging werkt, leest u in ons artikel over schadevergoeding in de strafprocedure.

Voor de veroordeelde is de maatregel financieel ingrijpend, juist omdat de schuld ook na gijzeling blijft bestaan. Verweer tegen de hoogte en de onderbouwing van de schade voert u daarom op de zitting, niet pas als de incasso begint.

Hoe gaat u in beroep tegen een onvoorwaardelijke straf?

Met hoger beroep bij het gerechtshof, dat u binnen veertien dagen na de uitspraak moet instellen. Na het gerechtshof staat cassatie bij de Hoge Raad open.

De termijn van veertien dagen staat in artikel 408 van het Wetboek van Strafvordering en is hard. Laat u hem verstrijken, dan verliest u de mogelijkheid, ook als uw bezwaren inhoudelijk sterk zijn. Het gerechtshof behandelt de zaak volledig opnieuw en kan de straf verlagen, verhogen of gelijk laten. Wanneer beroep zinvol is, leest u in ons artikel over hoger beroep in strafzaken.

De Hoge Raad toetst alleen of het recht juist is toegepast en of de beslissing begrijpelijk is gemotiveerd. De feiten worden daar niet opnieuw beoordeeld. Is de zaak onherroepelijk, dan blijven er twee bijzondere routes over. Herziening is mogelijk bij een nieuw gegeven dat het ernstige vermoeden wekt dat de rechter anders zou hebben beslist. Bij gratie gaat het niet om de veroordeling, maar om de uitvoering van de straf.

Is er nog geen zitting geweest, dan zijn er andere mogelijkheden om een onvoorwaardelijke straf te voorkomen, bijvoorbeeld verzet tegen een strafbeschikking. De verschillen leest u in ons artikel over de transactie, de strafbeschikking en de dagvaarding.

Welke rol speelt de strafeis van de officier van justitie?

De officier van justitie vraagt op de zitting om een bepaalde straf, maar de rechter is daar niet aan gebonden. De rechter kan lager uitkomen, maar ook hoger.

Wel geeft de eis de verdediging houvast. Hij laat zien welke feiten en omstandigheden het Openbaar Ministerie zwaar laat wegen, en dus waar verweer nodig is.

Het Openbaar Ministerie werkt met richtlijnen voor strafvordering, die per soort delict een uitgangspunt geven en omstandigheden noemen die de straf verzwaren of verlichten. Kent u die uitgangspunten, dan kunt u gericht aanvoeren waarom uw zaak afwijkt. Denk aan een kleine rol, veel tijd die sinds het feit is verstreken, een behandeling die al loopt of schade die al is vergoed.

Een voorbeeld uit de praktijk: een verdachte die sinds het feit een behandeling volgt en een positief reclasseringsrapport heeft, kan de rechter een concreet voorwaardelijk kader aanbieden. Dat vergroot de kans dat een groter deel van de straf voorwaardelijk wordt. De ruimte daarvoor ontstaat vooral in de fase vóór de zitting.

Wat kunnen wij voor u doen bij een dreigende onvoorwaardelijke straf?

Of een straf onvoorwaardelijk wordt en hoe groot dat deel is, wordt op de zitting bepaald. Wij bereiden die beslissing met u voor:

  • Wij beoordelen de tenlastelegging en de kwalificatie van het feit, omdat die de strafmaat en de ruimte voor een voorwaardelijke straf bepalen (artikel 14a Wetboek van Strafrecht).
  • Wij zetten uw rol, het tijdsverloop en uw persoonlijke omstandigheden af tegen de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de oriëntatiepunten van de rechtspraak.
  • Wij overleggen met de reclassering over een rapport en een haalbaar voorwaardelijk kader, zoals een behandeling of een meldplicht.
  • Wij voeren verweer tegen de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Wetboek van Strafrecht).
  • Wij controleren of het voorarrest volledig is verrekend (artikel 27 Wetboek van Strafrecht).
  • Wij stellen zo nodig binnen veertien dagen hoger beroep in (artikel 408 Wetboek van Strafvordering).

Samengevat

  • Een onvoorwaardelijke straf wordt uitgevoerd zodra het vonnis onherroepelijk is.
  • Tot twee jaar gevangenisstraf mag geheel voorwaardelijk zijn; tot vier jaar mag maximaal twee jaar voorwaardelijk zijn; daarboven is de straf volledig onvoorwaardelijk.
  • Voorarrest gaat volgens artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht volledig van de straf af.
  • Het CJIB voert de straf uit namens de minister; reageer op tijd op oproepen en betalingsverzoeken.
  • Hoger beroep moet binnen veertien dagen na de uitspraak.

Veelgestelde vragen over de onvoorwaardelijke straf

Betekent onvoorwaardelijk altijd gevangenisstraf?

Nee. Ook een taakstraf, een geldboete of een ontzegging van de rijbevoegdheid kan onvoorwaardelijk zijn. Onvoorwaardelijk zegt alleen dat de straf wordt uitgevoerd zodra het vonnis onherroepelijk is.

Kan een straf van vijf jaar deels voorwaardelijk zijn?

Nee. Artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht laat een geheel voorwaardelijke straf toe tot en met twee jaar gevangenisstraf en een gedeeltelijk voorwaardelijke straf tot en met vier jaar. Bij meer dan vier jaar is de straf volledig onvoorwaardelijk.

Wordt de tijd in voorarrest van uw straf afgetrokken?

Ja. Volgens artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht gaat de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis volledig van de straf af. Bij een taakstraf of geldboete gebeurt dat via een omrekening. Overtreft het voorarrest de straf, dan komt u na de uitspraak direct vrij.

Wat gebeurt er als u de schadevergoedingsmaatregel niet betaalt?

Dan kan gijzeling volgen, voor maximaal één jaar. Anders dan bij vervangende hechtenis vervalt uw betalingsplicht daarmee niet: de schuld blijft na de gijzeling bestaan.

Blijft een onvoorwaardelijke straf op uw strafblad staan?

Elke veroordeling voor een misdrijf wordt geregistreerd in de justitiële documentatie, of de straf nu voorwaardelijk of onvoorwaardelijk was. De bewaartermijn hangt af van het delict en de straf. De registratie speelt onder meer een rol bij de aanvraag van een verklaring omtrent het gedrag. Meer leest u in ons artikel over de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.