Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
De rechter kiest tussen een taakstraf, een geldboete en een gevangenisstraf op basis van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte, binnen het wettelijke strafmaximum. Bij ernstige geweldsmisdrijven en bij herhaling binnen vijf jaar mag hij geen kale taakstraf opleggen (artikel 22b Wetboek van Strafrecht).
Voor een eerste, lichter feit valt de keuze vaak op een taakstraf of geldboete. Bij ernstige misdrijven komt gevangenisstraf in beeld. Hieronder leest u welke factoren de rechter weegt, wat elke straf inhoudt, wanneer het taakstrafverbod geldt en wat u kunt doen als u het niet eens bent met de straf.
Inhoudsopgave
Hoe bepaalt de rechter de straf?
De rechter kijkt naar de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de verdachte. De wet geeft per misdrijf een maximumstraf; daarbinnen heeft de rechter veel ruimte.
Welke factoren wegen mee?
De ernst van het strafbare feit staat voorop. Daarbij telt hoe het feit is gepleegd: met voorbedachten rade of in een opwelling, alleen of in een groep, en met welke gevolgen voor het slachtoffer.
Het strafblad weegt ook mee. Wie voor het eerst met justitie in aanraking komt, krijgt meestal een lichtere straf dan iemand die eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Recente veroordelingen wegen zwaarder dan oude.
De gevolgen voor het slachtoffer zijn belangrijk, zowel lichamelijk als emotioneel en financieel. Een slachtoffer mag op de zitting spreken en een vordering tot schadevergoeding indienen. De rechter neemt dat mee in zijn oordeel.
Welke richtlijnen gebruikt de rechter?
Voor veelvoorkomende feiten gebruiken rechters de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Die geven een vertrekpunt voor de straf bij een gemiddeld geval.
De officier van justitie baseert zijn eis op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie. De rechter is niet aan de eis gebonden: hij kan lager of hoger uitkomen. Oriëntatiepunten zijn geen wet, maar zorgen ervoor dat vergelijkbare zaken ongeveer gelijk worden bestraft. Wijkt de rechter er sterk van af, dan moet hij dat motiveren.
Welke rol spelen persoonlijke omstandigheden?
De rechter kijkt naar werk, opleiding, gezinssituatie, gezondheid en eventuele verslaving. Vaak adviseert de reclassering daarover, na een gesprek met de verdachte.
Een gevangenisstraf kan iemands leven flink ontwrichten: baan, woning en relaties kunnen verloren gaan. Dat vergroot soms het risico op nieuwe feiten. Daarom kiest de rechter bij een geschikte verdachte vaker voor een straf die hem in de samenleving laat. Berouw en pogingen tot herstel, zoals het vergoeden van de schade, kunnen de straf verlagen.
Welke rol speelt de leeftijd van de verdachte?
Voor minderjarigen geldt het jeugdstrafrecht, met eigen straffen en maxima. Toch kan de rechter een verdachte van 16 of 17 jaar volgens artikel 77b Sr in bijzondere gevallen volgens het volwassenenstrafrecht berechten.
Andersom kan de rechter bij jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar het jeugdstrafrecht toepassen als hij daartoe aanleiding ziet in de persoon van de verdachte of de omstandigheden (artikel 77c Sr). Dit heet het adolescentenstrafrecht.
Welke straffen kan de rechter opleggen?
De drie hoofdstraffen voor volwassenen zijn de gevangenisstraf, de taakstraf en de geldboete. Bij overtredingen kan ook hechtenis worden opgelegd.
Wat houdt een taakstraf in?
Een taakstraf bestaat uit een werkstraf, onbetaald werk voor de samenleving. Volgens artikel 22c Sr duurt een taakstraf ten hoogste 240 uur.
De reclassering zoekt een passend werkproject, bijvoorbeeld onderhoud van openbaar groen, schoonmaakwerk of hulp bij een maatschappelijke instelling. Het werk moet binnen een door de rechter bepaalde termijn worden afgerond. Voert de veroordeelde de taakstraf niet of niet goed uit, dan volgt vervangende hechtenis: voor elke twee uur taakstraf één dag.
Een taakstraf heeft als voordeel dat de veroordeelde zijn werk, woning en sociale netwerk behoudt. Ook een taakstraf komt wel op de justitiële documentatie, het zogenoemde strafblad.
Wat houdt een geldboete in?
Bij een geldboete betaalt de veroordeelde een bedrag aan de Staat. Artikel 23 Sr deelt de maximale boetes in zes categorieën in; per strafbaar feit staat in de wet welke categorie geldt.
De bedragen worden periodiek geïndexeerd. Volgens artikel 24 Sr houdt de rechter bij het bepalen van de hoogte rekening met de draagkracht van de verdachte. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) int de boete. Wordt niet betaald en kan de boete ook niet worden verhaald, dan kan vervangende hechtenis volgen.
Niet elke boete komt van de strafrechter. Veel verkeersboetes, zoals voor fout parkeren of te hard rijden, zijn administratieve sancties. Het OM kan voor lichtere feiten ook zelf een strafbeschikking met een geldboete of taakstraf uitvaardigen, zonder rechter.
Wat houdt een gevangenisstraf in?
Bij een gevangenisstraf verliest de veroordeelde zijn vrijheid. Een gevangenisstraf kan alleen voor misdrijven worden opgelegd, niet voor overtredingen.
De wet bepaalt per misdrijf de maximale straf. Voor eenvoudige diefstal is dat vier jaar (artikel 310 Sr); voor moord levenslang of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaar (artikel 289 Sr). In de praktijk blijft de opgelegde straf meestal ver onder het maximum. Tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten, wordt in beginsel van de gevangenisstraf afgetrokken.
Wat is een voorwaardelijke straf?
Een voorwaardelijke straf hoeft u alleen uit te zitten of uit te voeren als u zich niet aan de voorwaarden houdt. De algemene voorwaarde is dat u geen nieuw strafbaar feit pleegt.
Volgens artikel 14a Sr kan een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar geheel voorwaardelijk worden opgelegd. Bij een straf van twee tot vier jaar kan ten hoogste twee jaar voorwaardelijk zijn. De rechter kan bijzondere voorwaarden stellen, zoals een contactverbod of behandeling. Meer daarover leest u in ons artikel over de voorwaardelijke straf en over een onvoorwaardelijke straf.
Wanneer kiest de rechter voor een taakstraf?
De rechter kiest voor een taakstraf als het feit niet te ernstig is en de verdachte geschikt is voor onbetaald werk. Het taakstrafverbod mag niet van toepassing zijn.
Bij welke feiten en verdachten past een taakstraf?
Een taakstraf komt vooral in beeld bij lichtere misdrijven, zoals winkeldiefstal, vernieling, eenvoudige mishandeling of rijden onder invloed zonder ernstige gevolgen. Bij iemand zonder strafblad ligt die keuze sneller voor de hand.
De verdachte moet het werk ook lichamelijk en mentaal aankunnen. Heeft hij ernstige verslavings- of psychische problemen, dan kan de reclassering adviseren eerst een behandeling als bijzondere voorwaarde op te leggen. In de praktijk vraagt de rechter op de zitting vaak of de verdachte bereid is een taakstraf uit te voeren.
Kan een taakstraf samengaan met andere straffen?
Een taakstraf kan worden gecombineerd met andere straffen. Volgens artikel 9 Sr kan de rechter naast een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden ook een taakstraf opleggen.
Een veelvoorkomende combinatie is een taakstraf met een voorwaardelijke gevangenisstraf. De voorwaardelijke straf werkt dan als stok achter de deur. Ook een taakstraf met een geldboete komt voor, bijvoorbeeld als de rechter vindt dat het feit ook financieel voelbaar moet zijn.
Welke straf volgt vaak bij veelvoorkomende feiten?
Een jongvolwassene zonder strafblad die een bushokje vernielt, krijgt vaak een taakstraf, soms met een voorwaardelijke straf erbij, en moet daarnaast de schade vergoeden. Een automobilist die met te veel alcohol op rijdt maar niemand in gevaar brengt, krijgt meestal een geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid, soms met een taakstraf.
Iemand die voor de derde keer in korte tijd voor winkeldiefstal terechtstaat, loopt een groter risico op een korte gevangenisstraf. Hier kan bovendien het taakstrafverbod bij herhaling gelden. Deze voorbeelden zijn illustraties: de uitkomst hangt altijd af van alle omstandigheden van de zaak.
Wanneer geldt het taakstrafverbod?
Het taakstrafverbod van artikel 22b Sr verbiedt de rechter om voor bepaalde ernstige misdrijven en bij herhaling alleen een taakstraf op te leggen. Een taakstraf mag dan alleen samen met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Wanneer geldt het taakstrafverbod bij geweldsmisdrijven?
Volgens artikel 22b lid 1 Sr wordt geen taakstraf opgelegd voor een misdrijf waarop zes jaar gevangenisstraf of meer staat en dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer tot gevolg had. Denk aan een mishandeling waarbij zwaar lichamelijk letsel is ontstaan.
Het verbod geldt daarnaast voor de misdrijven die in de artikelen 181, 252 en 253 Sr worden genoemd. Het gaat om de combinatie van het wettelijk strafmaximum en de gevolgen voor het slachtoffer; een zware strafbepaling zonder ernstig letsel valt er niet onder.
Wat geldt bij herhaling binnen vijf jaar?
Volgens artikel 22b lid 2 Sr wordt ook geen taakstraf opgelegd als de veroordeelde in de vijf jaar voor het nieuwe feit al een taakstraf kreeg voor een soortgelijk misdrijf. Het verbod geldt als hij die taakstraf heeft uitgevoerd of als de vervangende hechtenis is bevolen.
Wat soortgelijk is, beoordeelt de rechter per geval. Twee vermogensdelicten, zoals diefstal en heling, zullen vaak soortgelijk zijn; een diefstal en een verkeersmisdrijf niet.
Wanneer mag de rechter toch een taakstraf opleggen?
Volgens artikel 22b lid 3 Sr mag de rechter toch een taakstraf opleggen als hij daarnaast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel oplegt. In de praktijk is dat soms een korte gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft gezeten.
Een voorbeeld: een verdachte heeft twee weken in voorarrest gezeten. De rechter legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op, die met het voorarrest al is ondergaan, en daarnaast een taakstraf. Zo voldoet hij aan de wet en kan de verdachte toch zijn werk behouden.
Welke plannen zijn er om het taakstrafverbod aan te scherpen?
Een eerder wetsvoorstel om het taakstrafverbod uit te breiden naar elke vorm van geweld tegen hulpverleners en handhavers, is op 18 oktober 2022 door de Eerste Kamer verworpen. Op 19 december 2025 heeft het kabinet een nieuw voorstel voor advies naar de Raad van State gestuurd.
Volgens de rijksoverheid bevat dat voorstel vier wijzigingen: uitbreiding naar geweld tegen onder meer politie, brandweer en zorgmedewerkers die acute hulp verlenen; ook geen losse geldboete waar het taakstrafverbod geldt; een taakstraf naast een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf; en een hardheidsclausule bij herhaling van minder ernstige feiten. Zolang het voorstel niet door beide Kamers is aangenomen en in werking is getreden, is het geen geldend recht. Over agressie tegen hulpverleners leest u meer in ons artikel over agressie tegen hulpverleners.
Welke doelen weegt de rechter af?
Een straf dient meerdere doelen tegelijk: vergelding, afschrikking, beveiliging van de samenleving en het voorkomen van herhaling. Welk doel zwaarder weegt, verschilt per zaak.
Wat betekent vergelding bij de strafkeuze?
Vergelding betekent dat de straf in verhouding staat tot het leed dat is veroorzaakt. Het laat het slachtoffer en de samenleving zien dat het gedrag niet wordt geaccepteerd.
Bij ernstige geweld- en zedenmisdrijven speelt vergelding een grote rol. De rechter kiest dan meestal voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, ook bij een verdachte zonder strafblad. Bij lichtere feiten kan een taakstraf of geldboete volstaan om het feit te vergelden.
Wat betekent afschrikking bij de strafkeuze?
Afschrikking heeft twee kanten. Algemene afschrikking richt zich op anderen: de straf moet duidelijk maken wat er gebeurt als iemand zo’n feit pleegt. Speciale afschrikking richt zich op de veroordeelde zelf.
Een voorwaardelijke straf is een typisch voorbeeld van speciale afschrikking: pleegt de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit, dan moet hij de straf alsnog ondergaan. Een veroordeling heeft bovendien gevolgen voor werk en reizen, bijvoorbeeld bij een aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag.
Hoe weegt resocialisatie mee in de strafkeuze?
Resocialisatie betekent dat de veroordeelde weer gewoon aan de samenleving kan deelnemen. Een lange gevangenisstraf maakt dat soms moeilijker, omdat werk, opleiding en woning verloren gaan.
De rechter kijkt daarom naar de persoonlijke omstandigheden: toont de verdachte inzicht in zijn gedrag, werkt hij aan zijn problemen en is zijn thuissituatie stabiel? Bijzondere voorwaarden, zoals reclasseringstoezicht of een behandeling, kunnen helpen herhaling te voorkomen. Voor jonge verdachten zonder strafblad weegt dit doel vaak zwaar.
Hoe kunt u de strafkeuze beïnvloeden?
U kunt de rechter informatie geven over uw persoon en omstandigheden, en uw advocaat kan een strafmaatverweer voeren. Dat werkt het best als het goed is voorbereid.
Denk aan stukken over uw werk of opleiding, een verklaring van een werkgever, bewijs dat u de schade hebt vergoed of dat u hulp hebt gezocht. De reclassering kan op verzoek een voorlichtingsrapport opstellen. U mag op de zitting zwijgen; dat mag op zichzelf niet tot een zwaardere straf leiden, maar u mist dan wel de kans om uw kant toe te lichten.
Uw advocaat kan ook wijzen op de oriëntatiepunten en op vergelijkbare uitspraken. Is de zaak lang blijven liggen, dan kan overschrijding van de redelijke termijn tot strafvermindering leiden.
Kunt u in hoger beroep tegen de straf?
Ja. U kunt tegen een vonnis van de rechtbank binnen veertien dagen hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Ook het OM kan in hoger beroep gaan.
Het hof behandelt de zaak opnieuw en kan de straf bevestigen, verlagen of verhogen. Tegen een arrest van het hof kunt u binnen veertien dagen cassatie instellen bij de Hoge Raad; die toetst alleen of het recht juist is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. Meer daarover leest u in ons artikel over hoger beroep in strafzaken.
Hebt u van het OM een strafbeschikking gekregen, dan staat geen hoger beroep open maar verzet. Dat moet binnen veertien dagen. De zaak komt dan alsnog bij de strafrechter.
Wat kunnen wij voor u doen bij een taakstraf, geldboete of celstraf?
Onze strafrechtadvocaten bereiden met u de zitting voor, zodat de rechter ook uw kant van het verhaal kent.
- Wij bespreken vóór de zitting welke straf in vergelijkbare zaken gebruikelijk is volgens de oriëntatiepunten van de rechtspraak.
- Wij verzamelen stukken over uw persoonlijke omstandigheden, zoals werk, opleiding en zorgtaken, en overleggen met de reclassering over een rapport.
- Wij toetsen of het taakstrafverbod van artikel 22b Sr in uw zaak geldt en of de uitzondering van lid 3 bruikbaar is.
- Wij pleiten op de zitting voor een straf die past bij het feit en bij uw situatie, bijvoorbeeld een taakstraf in plaats van gevangenisstraf.
- Wij beoordelen na het vonnis of hoger beroep zinvol is; dat moet binnen 14 dagen worden ingesteld (artikel 408 Sv).
Samengevat
- De rechter kiest de straf op basis van de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de verdachte, binnen het wettelijke maximum.
- Een taakstraf duurt ten hoogste 240 uur; niet uitvoeren leidt tot vervangende hechtenis van één dag per twee uur.
- Het taakstrafverbod (artikel 22b Sr) geldt bij ernstige geweldsmisdrijven en bij herhaling binnen vijf jaar; een taakstraf mag dan alleen naast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
- Een voorstel om het taakstrafverbod uit te breiden ligt sinds december 2025 bij de Raad van State en is nog geen geldend recht.
- Tegen een vonnis kunt u binnen veertien dagen hoger beroep instellen.
Veelgestelde vragen
Op basis van welke criteria bepaalt de rechter de straf?
De rechter kijkt naar de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd, de gevolgen voor het slachtoffer en de persoon van de verdachte, waaronder zijn strafblad.
Voor veelvoorkomende feiten gebruikt hij de oriëntatiepunten van de rechtspraak als vertrekpunt. De wettelijke maximumstraf is de bovengrens.
Hoe wordt de hoogte van een geldboete bepaald?
De wet deelt de maximale boetes in zes categorieën in (artikel 23 Sr). Binnen dat maximum bepaalt de rechter het bedrag.
Volgens artikel 24 Sr houdt hij rekening met uw draagkracht. Het CJIB int de boete; bij niet betalen kan vervangende hechtenis volgen.
Welke regels gelden voor een taakstraf?
Een taakstraf duurt ten hoogste 240 uur (artikel 22c Sr) en bestaat uit onbetaald werk voor de samenleving. De reclassering zoekt een passend project.
Bij ernstige geweldsmisdrijven en bij herhaling binnen vijf jaar mag de rechter geen kale taakstraf opleggen; dan moet er een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf naast.
Hoe beïnvloedt uw strafblad de uitspraak?
Wie voor het eerst met justitie in aanraking komt, krijgt meestal een lichtere straf. Eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten wegen zwaarder, zeker als ze recent zijn.
Een taakstraf voor een soortgelijk misdrijf in de afgelopen vijf jaar kan bovendien het taakstrafverbod in werking zetten.
Hoe weegt de ernst van het feit mee bij de keuze van de straf?
De wet geeft per misdrijf de maximumstraf. Hoe ernstiger het feit, hoe eerder de rechter kiest voor gevangenisstraf.
Ook de manier waarop het feit is gepleegd telt: een vooraf beraamd feit wordt zwaarder bestraft dan een feit in een opwelling. Lichtere feiten eindigen vaak met een geldboete of taakstraf.
Kunt u in beroep tegen een opgelegde straf?
Ja. Tegen een vonnis van de rechtbank kunt u binnen veertien dagen hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Het hof kan de straf bevestigen, verlagen of verhogen.
Daarna is cassatie bij de Hoge Raad mogelijk, maar die gaat alleen over rechtsvragen. Laat u daarbij bijstaan door een strafrechtadvocaat.
Law & More staat verdachten bij in strafzaken, van het eerste verhoor tot en met het hoger beroep; meer over onze praktijk leest u op de pagina strafrecht.