Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een taakstraf is een hoofdstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid (artikel 22c lid 1 Wetboek van Strafrecht). Voor volwassenen is het maximum 240 uur, maar bij zware geweld- en zedenmisdrijven mag de rechter geen taakstraf als enige straf opleggen (artikel 22b Sr). Wie de uren niet verricht, riskeert vervangende hechtenis: voor elke twee uren ten hoogste een dag.

Inhoudsopgave
Wat is een taakstraf precies?
Het Nederlandse strafrecht kent vier hoofdstraffen: gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete (artikel 9 Sr). De taakstraf neemt in de praktijk de plaats in van de korte vrijheidsstraf. Een korte detentie haalt een veroordeelde uit zijn werk, opleiding en gezin, terwijl onbetaalde arbeid wel een merkbare last oplegt en iets oplevert voor de samenleving.
Voor volwassenen is de taakstraf een werkstraf: onbetaalde arbeid. Gedragstrainingen, een agressieregulatietraining of behandeling bij een verslavingskliniek worden bij volwassenen opgelegd als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf (artikel 14c Sr). Hoe die constructie werkt, leest u in ons artikel over de voorwaardelijke straf.
Een taakstraf is geen lichte tik op de vingers. Het is een veroordeling, met gevolgen voor de justitiële documentatie. In het jeugdstrafrecht kan een taakstraf naast een werkstraf ook een leerstraf omvatten, of een combinatie van beide.
Hoeveel uur taakstraf is mogelijk?
| Situatie | Maximum | Bron |
|---|---|---|
| Volwassene, opgelegd door de rechter | 240 uur | Artikel 22c lid 2 Sr |
| Jongere: werkstraf | 200 uur | Rijksoverheid |
| Jongere: leerstraf | 200 uur | Rijksoverheid |
| Jongere: combinatie werk- en leerstraf | 240 uur | Rijksoverheid |
| Vervangende hechtenis bij niet-uitvoeren | Ten hoogste 1 dag per 2 uur, minimaal 1 dag, maximaal 4 maanden | Artikel 22d Sr |
Bedragen en maxima gecontroleerd op 29 oktober 2026 via de themapagina over taakstraffen van de Rechtspraak en de informatie van de rijksoverheid over straffen voor jongeren.
Wanneer legt de rechter een taakstraf op?
De rechter kiest een straf die past bij de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de verdachte. Een taakstraf komt in beeld bij feiten die te zwaar zijn voor alleen een geldboete, maar waarvoor detentie niet nodig is: vernieling, eenvoudige mishandeling, winkeldiefstal, rijden onder invloed en veel vermogensdelicten.
Zwaar weegt of de verdachte eerder is veroordeeld. Bij een first offender met werk, opleiding of zorgtaken ligt een taakstraf voor de hand, omdat detentie die stabiliserende factoren wegneemt. Bij recidive verschuift het beeld snel naar een vrijheidsstraf. Hoe de rechter kiest, beschrijven wij in ons artikel over de strafkeuze van de rechter.
De rechter kan een taakstraf combineren met een geldboete of een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. Een combinatie met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf kan ook, mits het onvoorwaardelijke deel niet meer dan zes maanden bedraagt (artikel 9 Sr). Een schadevergoedingsmaatregel voor het slachtoffer staat los van de taakstraf.
Voor welke feiten geldt het taakstrafverbod?
Artikel 22b Sr beperkt de vrijheid van de rechter. Een taakstraf mag niet als enige straf worden opgelegd bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van zes jaar of meer staat en die een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer tot gevolg hebben gehad. Hetzelfde geldt bij een aantal met name genoemde zedenmisdrijven en bij herhaling van een soortgelijk misdrijf binnen vijf jaar na een eerdere taakstraf.
Het verbod is geen absoluut verbod op de taakstraf. De rechter mag in die gevallen wel een taakstraf opleggen naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of een vrijheidsbenemende maatregel.
Het verbod geldt sinds 3 januari 2012 en alleen voor feiten die daarna zijn gepleegd. Dat bevestigde de Hoge Raad op 16 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2780). Het hof had gedacht dat artikel 22b Sr in de weg stond aan het omzetten van een voorwaardelijke gevangenisstraf in een taakstraf. Omdat de feiten vóór de inwerkingtreding waren gepleegd, gold het verbod niet; de Hoge Raad vernietigde de beslissing op dat punt.

Kan het Openbaar Ministerie zelf een taakstraf opleggen?
Ja. De officier van justitie kan bij een reeks feiten een strafbeschikking uitvaardigen met daarin een taakstraf van ten hoogste 180 uur (artikel 257a Sv). Daarmee wordt de zaak buiten de zitting afgedaan.
Veel mensen accepteren zo’n beschikking zonder te beseffen dat zij daarmee een justitiële aantekening krijgen. Bent u het er niet mee eens, dan doet u binnen veertien dagen verzet (artikel 257e Sv). Laat u die termijn verlopen, dan wordt de beschikking onherroepelijk. Wat een strafbeschikking inhoudt, leest u in ons artikel over de strafbeschikking van het Openbaar Ministerie.
Hoe verloopt de uitvoering van een taakstraf?
Zodra het vonnis onherroepelijk is, neemt de reclassering contact op. Na een intakegesprek zoekt zij een werkplek bij een niet-commerciële instelling: een gemeente, een zorginstelling, een natuur- of sportorganisatie of een kringloopbedrijf. U kiest de werkplek niet zelf, maar de reclassering houdt rekening met uw werk, opleiding en zorgtaken. Het werk vindt vaak plaats op vaste dagdelen of in het weekend.
De gemaakte uren worden bijgehouden. De reclassering houdt toezicht en meldt onregelmatigheden. Te laat komen, werkweigering, agressie of onder invloed verschijnen leidt tot een waarschuwing en bij herhaling tot afmelding. De uren moeten binnen de gestelde termijn zijn verricht; verlenging is mogelijk, maar geen recht. Meer praktische informatie staat in ons artikel over de werkstraf voor veroordeelden en hun familie.
Wat gebeurt er als u de taakstraf niet uitvoert?
Wordt een door de rechter opgelegde taakstraf niet of niet naar behoren verricht, dan volgt geen nieuwe strafzaak. Het OM laat dan de vervangende hechtenis uitvoeren die de rechter al in het vonnis heeft bepaald. De rekenregel staat in artikel 22d Sr: voor elke twee uren taakstraf ten hoogste een dag hechtenis, met een minimum van een dag en een maximum van vier maanden.
Een voorbeeld ter illustratie. Bij een taakstraf van 120 uur kan de vervangende hechtenis oplopen tot 60 dagen. Heeft u een deel van de uren al gewerkt, dan wordt de hechtenis naar rato verminderd.
Tegen de beslissing om de vervangende hechtenis uit te voeren, kunt u binnen een korte termijn bezwaar maken bij de rechter. Dat bezwaar moet inhoudelijk zijn: een medische oorzaak, een fout in de planning, een verhuizing die niet is verwerkt of een onterechte afmelding. Na het verstrijken van de termijn staat de tenuitvoerlegging vast.

Hoe werkt de taakstraf in het jeugdstrafrecht?
Voor jongeren van twaalf tot achttien jaar geldt een eigen sanctiestelsel, waarin opvoeding en gedragsverandering zwaarder wegen dan vergelding. De taakstraf kan daar bestaan uit een werkstraf (maximaal 200 uur), een leerstraf (maximaal 200 uur) of een combinatie (maximaal 240 uur).
De Raad voor de Kinderbescherming is bij jeugdtaakstraffen betrokken. Jeugddetentie is de zwaarste jeugdsanctie en duurt voor jongeren van twaalf tot en met vijftien jaar maximaal een jaar en voor zestien- en zeventienjarigen maximaal twee jaar. Wanneer een jongvolwassene toch volgens het volwassenenstrafrecht wordt berecht, of andersom, beschrijven wij in ons artikel over het jeugdstrafrecht.
Welke gevolgen heeft een taakstraf na afloop?
Een taakstraf wordt geregistreerd in de justitiële documentatie. Dat kan in de weg staan aan een verklaring omtrent het gedrag (VOG), die nodig is voor werk in het onderwijs, de zorg, de kinderopvang, de beveiliging en de financiële sector. Justis weegt het feit af tegen de functie waarvoor de VOG wordt gevraagd; een taakstraf betekent dus niet automatisch een weigering.
Ook voor reizen kan de registratie gevolgen hebben, omdat sommige landen bij een visumaanvraag naar strafrechtelijke antecedenten vragen. Hoe lang gegevens blijven staan, leest u in ons artikel over het strafblad en de justitiële documentatie. Speelt er een sollicitatie of aanvraag, kaart dat dan al tijdens de strafzaak aan: de rechter kan die gevolgen meewegen.
Wat betekent een taakstraf voor het slachtoffer?
Een taakstraf richt zich op de samenleving en niet op het individuele slachtoffer. Het slachtoffer kan zich in het strafproces voegen als benadeelde partij (artikel 51f Wetboek van Strafvordering). Wijst de rechter de vordering toe, dan legt hij doorgaans ook een schadevergoedingsmaatregel op (artikel 36f Sr). Het Centraal Justitieel Incassobureau int het bedrag dan bij de dader.
Bij ernstige feiten heeft het slachtoffer spreekrecht op de zitting (artikel 51e Sv). Wat daar wordt gezegd, kan meewegen in de vraag of een taakstraf nog passend is. Voor de verdachte loont het om vóór de zitting werk te maken van herstel, zoals een aanbod tot schadevergoeding of deelname aan herstelbemiddeling.
Wat wij doen bij een (dreigende) taakstraf
- Wij brengen uw werk, opleiding en zorgtaken onderbouwd in, zodat de rechter een taakstraf kan afwegen tegen een vrijheidsstraf.
- Wij toetsen of het taakstrafverbod van artikel 22b Sr in uw zaak werkelijk van toepassing is, ook naar de pleegdatum.
- Wij beoordelen een strafbeschikking met een taakstraf en doen binnen veertien dagen verzet als dat zinvol is.
- Wij maken bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis en onderbouwen dat met stukken.
Taakstraf in vijf punten
- Een taakstraf is onbetaalde arbeid van ten hoogste 240 uur voor volwassenen (artikel 22c Sr).
- Bij zware geweld- en zedenmisdrijven en bij herhaling binnen vijf jaar mag geen taakstraf als enige straf worden opgelegd (artikel 22b Sr), voor feiten vanaf 3 januari 2012.
- Het OM kan via een strafbeschikking een taakstraf tot 180 uur opleggen; daartegen doet u binnen veertien dagen verzet.
- Voert u een door de rechter opgelegde taakstraf niet uit, dan volgt vervangende hechtenis van ten hoogste een dag per twee uur (artikel 22d Sr).
- Een taakstraf komt in de justitiële documentatie en kan een VOG in de weg staan.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.