Scheiden is al ingewikkeld genoeg. Maar wanneer beide ex-partners na verloop van tijd een nieuwe relatie aangaan en er kinderen komen uit die nieuwe verbintenis, wordt de vraag wie voor welk kind opdraait voor de kosten er niet eenvoudiger op. In samengestelde gezinnen kunnen meerdere personen tegelijkertijd onderhoudsplichtig zijn voor verschillende kinderen. Hoe verdeelt de rechter die last? En wat betekent dat concreet voor uw portemonnee?
Dit artikel legt uit hoe kinderalimentatie werkt in samengestelde gezinnen, wie naast de biologische ouder nog meer onderhoudsplichtig kan zijn, en hoe de draagkracht wordt verdeeld als er meerdere onderhoudsplichtigen in beeld zijn.
Wie is onderhoudsplichtig voor een kind?
De wet legt de primaire verantwoordelijkheid voor de kosten van verzorging en opvoeding bij de ouders. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar ‘ouder’ is in juridische zin breder dan alleen de biologische of juridische ouder. Op grond van artikel 1:404 BW zijn beide ouders naar draagkracht verplicht bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Die verplichting loopt door totdat het kind 21 jaar is.
Maar ook stiefouders kunnen onderhoudsplichtig worden. Artikel 1:395 BW bepaalt dat degene die met de ouder samenleeft en de opvoeding van het kind op zich neemt, als stiefouder onderhoudsplichtig is gedurende het samenleven. Die verplichting eindigt in beginsel als de relatie met de ouder wordt verbroken. Wanneer iemand samen met de ouder het gezag uitoefent over een kind, geldt de onderhoudsplicht zelfs totdat het kind 21 jaar is (artikel 1:253w BW).
In de praktijk van samengestelde gezinnen kan dit betekenen dat een kind meerdere onderhoudsplichtigen heeft: de biologische vader, de biologische moeder, en de stiefouder die samenleeft met de verzorgende ouder. Elk van hen draagt bij naar draagkracht, en dat leidt tot een berekeningsvraagstuk dat in de rechtszaal regelmatig voor discussie zorgt.
Hoe wordt de draagkracht verdeeld?
Het evenredigheidsbeginsel als uitgangspunt
Wanneer meerdere personen onderhoudsplichtig zijn voor dezelfde of verschillende kinderen, bepaalt artikel 6:10 BW dat ieder naar evenredigheid van zijn aandeel in de schuld bijdraagt. Vertaald naar kinderalimentatie: de beschikbare draagkracht wordt over alle kinderen verdeeld naar rato van hun behoefte. Heeft u drie kinderen – twee uit uw eerste huwelijk en één uit uw huidige relatie – dan heeft elk van die kinderen in beginsel een gelijk recht op een deel van uw draagkracht.
De Hoge Raad bevestigt dit uitgangspunt en stelt dat de beschikbare draagkracht van een onderhoudsplichtige in beginsel gelijkelijk over alle kinderen uit verschillende relaties wordt verdeeld, tenzij bijzondere omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen (ECLI:NL:PHR:2026:112; ECLI:NL:HR:2023:1480). Die bijzondere omstandigheden moeten dan wel concreet worden onderbouwd.
De verhoudingenmethode in de praktijk
Rechters passen bij samengestelde gezinnen steeds vaker de zogeheten verhoudingenmethode toe. Daarbij wordt eerst de behoefte van elk kind vastgesteld. Vervolgens worden alle beschikbare inkomens van de onderhoudsplichtigen bij elkaar opgeteld en de kosten naar evenredigheid verdeeld. De rechter betrekt daarbij niet alleen de inkomens van de biologische ouders, maar ook die van eventuele stiefouders die juridisch onderhoudsplichtig zijn (ECLI:NL:RBGEL:2025:10842; ECLI:NL:GHAMS:2025:2989)
Zijn de inkomensgegevens van een onderhoudsplichtige niet beschikbaar – omdat een ex-partner niet meewerkt of de gegevens niet overlegt – dan mag de rechter schatten of uitgaan van een standaardverdeling. Het ontbreken van gegevens is dus geen vrijbrief.
Wat als uw nieuwe partner ook kinderen heeft?
Samengestelde gezinnen zijn zelden simpel. Het komt regelmatig voor dat beide nieuwe partners kinderen meenemen uit eerdere relaties en ook samen kinderen krijgen. In zo’n situatie kan de draagkrachtberekening uitgroeien tot een puzzel met veel variabelen. Elk kind heeft zijn eigen behoefte, elke ouder zijn eigen draagkracht, en de rechter moet dat alles in balans brengen.
De rechtspraak laat zien dat rechters in zulke gevallen alle relevante onderhoudsplichtigen en hun inkomens in de berekening betrekken (ECLI:NL:RBDHA:2025:26691). Het systeem is erop gericht dat kinderen uit eerdere en nieuwe relaties gelijk worden behandeld. Een kind mag er niet op achteruitgaan omdat zijn ouder een nieuwe gezinssituatie heeft opgebouwd.
Wanneer kan kinderalimentatie worden gewijzigd?
Kinderalimentatie is geen vaststaand gegeven. De wet biedt ruimte om een vastgesteld bedrag te wijzigen of in te trekken als de omstandigheden veranderen. Dat kan gaan om een inkomensverandering, een gewijzigde zorgsituatie, of de komst van nieuwe kinderen die ook aanspraak maken op de draagkracht van de onderhoudsplichtige.
Op grond van artikel 1:401 BW kan een rechterlijke uitspraak over kinderalimentatie worden gewijzigd als deze door een wijziging van omstandigheden niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet. De drempel is een ‘relevante’ wijziging: niet iedere kleine inkomensfluctuatie rechtvaardigt een procedure. De rechter heeft bovendien beleidsvrijheid bij het bepalen van de ingangsdatum van de wijziging en zal terughoudend zijn als partijen al lange tijd op basis van de bestaande regeling hebben geleefd.
Wettelijke indexering van kinderalimentatie geldt automatisch per 1 januari volgend op de uitspraak; terugwerkende kracht op eerdere perioden is niet mogelijk (ECLI:NL:HR:2025:1165).
Wanneer eindigt de verplichting?
De onderhoudsplicht jegens kinderen eindigt van rechtswege wanneer het kind 21 jaar wordt. Voor kinderen jonger dan 18 jaar kan de alimentatie ook eerder eindigen als het kind een eigen inkomen verwerft dat voorziet in zijn levensonderhoud. Na het bereiken van de 18-jarige leeftijd kan het meerderjarige kind zelf een verzoek indienen bij de rechter als zijn ouders niet vrijwillig bijdragen.
Bijzonder is de verjaringsregeling voor de invordering van kinderalimentatie: op grond van artikel 1:408 BW kan invordering worden gestaakt als tien jaar na het bereiken van de 21-jarige leeftijd van het kind geen invordering heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat achterstallige kinderalimentatie in beginsel nog tot tien jaar na de 21ste verjaardag van het kind kan worden ingevorderd.
Praktische tips
Als u verwikkeld raakt in een discussie over kinderalimentatie in een samengesteld gezin, is het allereerst van belang dat alle relevante financiële gegevens beschikbaar zijn: uw inkomen, dat van uw ex-partner, en – waar van toepassing – dat van uw nieuwe partner en diens eventuele onderhoudsverplichting jegens andere kinderen. Hoe transparanter de financiële situatie, hoe betrouwbaarder de berekening.
Kom er onderling niet uit, dan kunt u bij de rechter om vaststelling of wijziging van de kinderalimentatie verzoeken (artikel 1:406 BW). Overweeg ook mediation: bij samengestelde gezinnen is een duurzame, onderling gedragen oplossing vaak meer waard dan een rechterlijke uitspraak die partijen tegenover elkaar blijft stellen.
Heeft u vragen over uw situatie?
Heeft u vragen over kinderalimentatie in uw specifieke gezinssituatie, of wilt u weten wat uw rechten en verplichtingen zijn in een samengesteld gezin? De familierechtadvocaten van Law & More helpen u graag verder. Neem contact op via lawandmore.nl.
Relevante wetgeving: art. 1:395 BW • art. 1:404 BW • art. 1:253w BW • art. 1:401 BW • art. 1:406 BW • art. 1:408 BW • art. 6:10 BW