Gepubliceerd op 18 december 2020 · Laatst bijgewerkt op 7 september 2026
Sinds 2018 geldt in Nederland de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb). Daarmee wordt de uitvoering gegeven aan de Europese Richtlijn inzake de harmonisatie van de regels betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie. Met de invoering van de Europese Richtlijn wordt beoogd om een versnippering van regelgeving in alle lidstaten te voorkomen en daarmee rechtszekerheid te bewerkstelligen voor de ondernemer. Voor die tijd bestond namelijk ook in Nederland geen specifieke regeling teneinde de niet openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie te beschermen en moest de oplossing met name in contractenrecht, of meer specifiek in geheimhoudings- en non-concurrentiebedingen worden gezocht. Onder omstandigheden bood ook het leerstuk van onrechtmatige daad of de weg van het strafrecht een oplossing.
Met de inwerkingtreding van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen krijgt u als ondernemer een wettelijk recht om juridische procedures te starten wanneer uw bedrijfsgeheimen onrechtmatig worden verkregen, openbaar worden gemaakt of worden gebruikt. Wat precies onder bedrijfsgeheimen wordt verstaan en wanneer en welke maatregelen u tegen een inbreuk op uw bedrijfsgeheim kunt ondernemen, leest u hieronder.
Inhoudsopgave
Wat is een bedrijfsgeheim?
Geheim. Gelet op de definitie van artikel 1 van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen moet de bedrijfsinformatie allereerst niet algemeen bekend of gemakkelijk toegankelijk zijn. Ook niet voor deskundigen die zich gewoonlijk met dergelijke informatie bezighouden.
Handelswaarde. Daarnaast bepaalt de Wet bescherming bedrijfsgeheimen dat de bedrijfsinformatie handelswaarde moet hebben omdat zij geheim is. Met andere woorden, onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken daarvan zou schadelijk kunnen zijn voor de zakelijke, financiële of strategische belangen of de concurrentiepositie van de ondernemer die rechtmatig over die informatie beschikt.
Redelijke maatregelen. Tenslotte moet de bedrijfsinformatie onderworpen zijn aan redelijke maatregelen teneinde deze geheim te houden. In dit kader valt bijvoorbeeld te denken aan de digitale beveiliging van uw bedrijfsinformatie door middel van wachtwoorden, encryptie of beveiligingssoftware. Onder redelijke maatregelen vallen eveneens de geheimhoudings- en non-concurrentiebedingen in arbeids-, samenwerkingscontracten en werkprotocollen. In die zin verdwijnt blijft deze wijze van bescherming van bedrijfsinformatie van belang. De advocaten van Law & More zijn deskundig op het gebied van contracten- en ondernemingsrecht en helpen u graag bij het opstellen of controleren van uw geheimhoudings- en non-concurrentieovereenkomsten en bedingen.
De hierboven omschreven definitie van bedrijfsgeheimen is vrij ruim. Over het algemeen zullen bedrijfsgeheimen de informatie betreffen, met toepassing waarvan geld kan worden verdiend. Concreet valt in dit kader te denken aan de volgende soorten informatie: productieprocessen, formules en recepten, maar zelfs ook concepten, onderzoeksgegevens en klantenbestanden.
Wanneer is sprake van inbreuk?
Voldoet uw bedrijfsinformatie aan de drie vereisten van de wettelijke definitie van artikel 1 van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen? Dan wordt uw bedrijfsinformatie automatisch als bedrijfsgeheim beschermd. Daartoe is geen (nader) aanvraag of geen registratie vereist. In dat geval is het zonder toestemming verkrijgen, gebruiken of openbaar maken alsmede het produceren, aanbieden of in de handel brengen van inbreuk makende goederen door anderen, onrechtmatig, aldus artikel 2 van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen.
Als het gaat om onrechtmatig gebruiken van bedrijfsgeheimen, dan valt bijvoorbeeld ook te denken aan de schending van de geheimhoudingsovereenkomst die daarop betrekking heeft of van een andere (contractuele) verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim. Overigens kent de Wet bescherming bedrijfsgeheimen in artikel 3 ook uitzonderingen op het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken alsmede het produceren, aanbieden of in de handel brengen van inbreuk makende goederen.
Zo wordt als het onrechtmatig verkrijgen van een bedrijfsgeheim bijvoorbeeld niet beschouwd het verkrijgen door middel van een onafhankelijke ontdekking of middels ‘reverse engineering’ oftewel observatie, onderzoek, demontage of testen van een product of voorwerp dat ter beschikking van het publiek is gesteld dan wel op een rechtmatige manier is verkregen.
Maatregelen tegen inbreuk op bedrijfsgeheimen
De Wet bescherming bedrijfsgeheimen biedt de ondernemers mogelijkheden om tegen inbreuk op hun bedrijfsgeheimen op te treden. Een van de mogelijkheden, beschreven in artikel 5 van de genoemde wet, betreft een verzoek aan de voorzieningenrechter tot het treffen van voorlopige en bewarende maatregelen. De voorlopige maatregelen zien bijvoorbeeld op een verbod a) op het gebruik of de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim dan wel b) om inbreuk makende goederen te produceren, aan te bieden, in de handel te brengen of te gebruiken, of om die goederen voor die doelen in te voeren, uit te voeren of op te slaan. De bewarende maatregelen houden op zijn beurt de beslaglegging op of aangifte van goederen waarvan een verdenking van inbreuk bestaat in.
Een andere mogelijkheid van de ondernemer is volgens artikel 6 van de Wet op bescherming bedrijfsgeheimen gelegen in het verzoek aan de bodemrechter om de rechterlijke beven en de corrigerende maatregelen te gelasten. Daaronder valt bijvoorbeeld het terugroepen van de inbreuk makende goederen van de markt, het vernietigen van zaken die bedrijfsgeheimen bevatten of toepassen en de teruggave van deze informatiedragers aan de houder van het bedrijfsgeheim. Verder kan op grond van artikel 8 van de Wbb schadevergoeding van de inbreukmaker door de ondernemer worden gevorderd. Hetzelfde geldt voor de veroordeling van de inbreukmaker in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de ondernemer als in het gelijkgestelde partij heeft gemaakt, maar dan via artikel 1019ie Rv.
Bedrijfsgeheimen zijn voor ondernemers aldus een belangrijk goed. Wilt u weten of bepaalde bedrijfsinformatie tot uw bedrijfsgeheim behoort? Heeft u voldoende beschermingsmaatregelen genomen? Of heeft u al te maken met inbreuk op uw bedrijfsgeheimen? Neem dan contact op met Law & More. Bij Law & More begrijpen wij dat inbreuk op uw bedrijfsgeheim vergaande gevolgen voor u en uw onderneming kan hebben en dat adequaat handelen zowel vooraf als achteraf geboden is. Daarom hanteren de advocaten van Law & More een persoonlijke doch heldere aanpak. Samen met u analyseren zij de situatie en zetten de te nemen vervolgstappen uit. Indien nodig staan onze advocaten, die deskundig zijn op het gebied van ondernemings- en procesrecht, u verder ook graag bij in de eventuele procedure.
Wat u kunt vorderen — en wat niet
De Wet bescherming bedrijfsgeheimen geeft de houder een uitgebreid instrumentarium, maar met één opvallende beperking die in de praktijk vaak verkeerd wordt ingeschat.
Voorlopige en definitieve maatregelen
In kort geding kan de rechter op grond van artikel 5 van de wet een staking of verbod opleggen, het produceren en verhandelen van inbreukmakende goederen verbieden, en afgifte of beslag bevelen. De inbreukmaker kan die maatregelen afwenden door zekerheid te stellen.
In de bodemprocedure biedt artikel 6 meer: naast staking en verbod ook terugroeping van de markt, het ontdoen van goederen van hun inbreukmakende hoedanigheid, vernietiging of uit de handel nemen, en vernietiging of overhandiging van documenten, bestanden en materialen waarin het geheim is vastgelegd. Dat gebeurt op kosten van de inbreukmaker.
Artikel 7 bevat de tegenhanger: de rechter toetst aan evenredigheid, bepaalt de duur van een verbod, en kan een maatregel intrekken. Hij kan de maatregel bovendien vervangen door een geldelijke vergoeding, die ten hoogste het bedrag beloopt aan royalty’s dat verschuldigd zou zijn geweest bij een licentie.
Schadevergoeding, maar géén winstafdracht
Artikel 8 geeft recht op schadevergoeding van de inbreukmaker die wist of had moeten weten dat hij onrechtmatig handelde. In passende gevallen mag de rechter de schade forfaitair vaststellen.
Hier zit het verschil met de klassieke intellectuele-eigendomswetten: de Wet bescherming bedrijfsgeheimen kent geen zelfstandige vordering tot afdracht van de door de inbreukmaker genoten winst. Wie in een dagvaarding standaard winstafdracht vordert alsof het om een merk of octrooi gaat, vordert iets wat deze wet niet biedt. Een dergelijke vordering zou op het algemene vermogensrecht moeten worden gebaseerd, met de bewijslast die daarbij hoort.
Artikel 9 maakt het ten slotte mogelijk de uitspraak te laten publiceren op kosten van de inbreukmaker — in reputatiegevoelige zaken vaak waardevoller dan het schadebedrag zelf.
Proceskosten: kan, moet niet
Bij inbreuk op intellectuele eigendom is een volledige proceskostenveroordeling gebruikelijk. Bij bedrijfsgeheimen ligt dat anders. Artikel 1019ie van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat de rechter de verliezende partij kan veroordelen in de redelijke en evenredige gerechtskosten, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.
De Hoge Raad heeft in 2020 uitdrukkelijk bevestigd dat dit een bevoegdheid is en geen verplichting. In die zaak werd de gevorderde volledige proceskostenvergoeding afgewezen en het gewone liquidatietarief toegepast. Reken bij het inschatten van een procedure dus niet op automatische vergoeding van uw advocaatkosten.
Verjaring
Een vordering verjaart vijf jaar nadat de houder bekend is geworden met de inbreuk en met de inbreukmaker, en in ieder geval twintig jaar na aanvang van de inbreuk. Die termijn staat in artikel 3:310d van het Burgerlijk Wetboek.
De verhouding tot arbeidsrechtelijke bedingen
Geheimhoudingsbeding
De wet en het contract versterken elkaar. Artikel 2 merkt het gebruiken of openbaar maken in strijd met een geheimhoudingsovereenkomst uitdrukkelijk aan als onrechtmatig. Een geheimhoudingsbeding blijft daarnaast om twee redenen zinvol: het kan ook informatie bestrijken die niet aan alle drie de wettelijke voorwaarden voldoet, en het bestaan ervan draagt bij aan het bewijs dat u “redelijke maatregelen” hebt genomen — de derde voorwaarde uit artikel 1, en in procedures vaak het struikelblok.
Concurrentiebeding
De wet raakt het concurrentiebeding van artikel 7:653 van het Burgerlijk Wetboek niet. Zij geeft geen grondslag om een ex-werknemer te beletten zijn algemene kennis en ervaring elders in te zetten — beschermd is alleen het bedrijfsgeheim zelf. Artikel 3 bevestigt dat door onafhankelijk ontwerp, reverse engineering van een rechtmatig verkregen product en de informatierechten van werknemers uitdrukkelijk als rechtmatig aan te merken.
Voor de volledigheid: er wordt gewerkt aan een modernisering van het concurrentiebeding, met een maximale duur van een jaar, een verplichte geografische afbakening, een motiveringsplicht en een vergoeding bij inroeping. Dat voorstel lag medio 2026 bij de Raad van State en is dus nog geen geldend recht.
Klokkenluiders gaan voor
Dit is de belangrijkste grens aan de bescherming. Artikel 4 verplicht de rechter de vordering af te wijzen wanneer het bedrijfsgeheim is onthuld in het kader van de vrijheid van meningsuiting en informatie, bij het onthullen van wangedrag, fouten of illegale activiteiten ter bescherming van het algemeen belang, of bij openbaarmaking door werknemers aan hun vertegenwoordigers.
De Wet bescherming klokkenluiders versterkt dat nog. Artikel 17f ontheft de melder van aansprakelijkheid voor een inbreuk op een beperking van openbaarmaking — geheimhoudingsbedingen daaronder begrepen — als hij redelijke gronden had de melding noodzakelijk te achten. En artikel 17h verklaart elk beding nietig voor zover dat het recht beperkt om een vermoeden van een misstand te melden.
Praktisch gezegd: een geheimhoudingsbeding of een beroep op deze wet houdt een rechtmatige melding niet tegen. Wie een klokkenluider op die grond aanspreekt, verliest niet alleen de zaak maar vergroot het probleem.