Gepubliceerd op 18 december 2020 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Uw bedrijfsinformatie is beschermd als bedrijfsgeheim als zij geheim is, handelswaarde heeft en u redelijke maatregelen heeft genomen om haar geheim te houden (artikel 1 Wet bescherming bedrijfsgeheimen). De belangrijkste uitzondering: onthult een klokkenluider het geheim om een misstand aan het licht te brengen, dan wijst de rechter uw vordering af (artikel 4 Wbb). De Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb) geldt sinds 2018. Zij geeft uitvoering aan een Europese richtlijn en biedt u als ondernemer voor het eerst een zelfstandig wettelijk recht om op te treden tegen wie uw bedrijfsgeheim onrechtmatig verkrijgt, gebruikt of openbaar maakt. Daarvoor moest u terugvallen op geheimhoudings- en non-concurrentiebedingen, onrechtmatige daad of strafrecht.
Hieronder leest u wanneer informatie een bedrijfsgeheim is, wanneer sprake is van een inbreuk, wat u kunt vorderen — en waar de grenzen van die bescherming liggen.
Inhoudsopgave
Wat is een bedrijfsgeheim?
Geheim. Volgens artikel 1 van de Wbb is de informatie niet algemeen bekend of gemakkelijk toegankelijk, ook niet voor deskundigen die gewoonlijk met dit type informatie werken.
Handelswaarde. De informatie heeft waarde juist omdat zij geheim is: onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken zou uw zakelijke, financiële of strategische positie of concurrentiepositie schaden.
Redelijke maatregelen. U heeft redelijke maatregelen genomen om de informatie geheim te houden, zoals wachtwoorden, encryptie en beveiligingssoftware, en geheimhoudings- en non-concurrentiebedingen in arbeids- en samenwerkingscontracten. Deze bedingen blijven dus van belang: zij dragen bij aan het bewijs dat u aan deze derde voorwaarde voldoet.
Voldoet uw informatie aan alle drie de eisen? Dan is zij automatisch beschermd; een aanvraag of registratie is niet nodig. De definitie is ruim. Denk aan productieprocessen, formules en recepten, maar ook aan concepten, onderzoeksgegevens en klantenbestanden.
Wanneer is sprake van inbreuk?
Artikel 2 van de Wbb noemt het zonder toestemming verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van uw bedrijfsgeheim onrechtmatig. Hetzelfde geldt voor het produceren, aanbieden of in de handel brengen van goederen die op dat bedrijfsgeheim zijn gebaseerd.
Ook schending van een geheimhoudingsovereenkomst of een andere contractuele beperking op het gebruik van het bedrijfsgeheim geldt als onrechtmatig gebruik. Artikel 3 van de Wbb noemt daarnaast uitzonderingen op de onrechtmatigheid.
Zo is geen sprake van onrechtmatig verkrijgen bij een onafhankelijke ontdekking, of bij reverse engineering: het observeren, onderzoeken, demonteren of testen van een product dat publiek beschikbaar is of dat u rechtmatig heeft verkregen.
Een voorbeeld ter illustratie. Een productiebedrijf ontdekt dat een vertrokken werknemer een klantenbestand en een receptuur heeft meegenomen naar een nieuwe werkgever. Zijn de gegevens niet algemeen toegankelijk, hadden zij handelswaarde en had het bedrijf ze beveiligd met toegangsbeperkingen en een geheimhoudingsbeding, dan is sprake van een bedrijfsgeheim in de zin van artikel 1 van de Wbb. Het gebruiken van die gegevens door de nieuwe werkgever kan dan onrechtmatig zijn op grond van artikel 2 van de Wbb.
Wat kunt u doen bij een vermoeden van inbreuk?
Vermoedt u dat iemand uw bedrijfsgeheim heeft verkregen, gebruikt of openbaar gemaakt? Leg dan eerst vast waarop uw vermoeden is gebaseerd en verzamel het bewijs dat beschikbaar is, zoals toegangslogs, e-mailverkeer of getuigenverklaringen. Zorg dat u kunt aantonen dat de informatie geheim was, handelswaarde had en dat u redelijke maatregelen had genomen: zonder dat bewijs staat u zwak in een procedure.
Vaak is een schriftelijke sommatie de eerste stap: u sommeert de vermeende inbreukmaker het gebruik te staken en de informatie en eventuele kopieën te retourneren of te vernietigen. Blijft nakoming uit of is spoed geboden, dan kunt u de voorzieningenrechter vragen om voorlopige maatregelen op grond van artikel 5 van de Wbb. Voor verdergaande maatregelen, zoals schadevergoeding of het definitief uit de handel nemen van inbreukmakende goederen, is een bodemprocedure nodig.
Wat kunt u vorderen bij inbreuk op een bedrijfsgeheim?
De Wbb geeft u als houder van het bedrijfsgeheim een uitgebreid instrumentarium, met één beperking die in de praktijk vaak verkeerd wordt ingeschat.
Welke maatregelen kan de rechter treffen?
In kort geding kan de voorzieningenrechter op grond van artikel 5 van de Wbb een verbod opleggen op het gebruik of de openbaarmaking van uw bedrijfsgeheim, het produceren of verhandelen van inbreukmakende goederen verbieden, en afgifte of beslag bevelen. De inbreukmaker kan die maatregelen afwenden door zekerheid te stellen.
In de bodemprocedure biedt artikel 6 van de Wbb meer: naast een verbod ook terugroeping van de markt, het ontdoen van goederen van hun inbreukmakende kenmerken, vernietiging of het uit de handel nemen ervan, en vernietiging of afgifte van documenten en bestanden waarin het geheim is vastgelegd, op kosten van de inbreukmaker. Artikel 7 van de Wbb biedt de tegenhanger: de rechter toetst deze maatregelen aan evenredigheid, bepaalt de duur van een verbod en kan een maatregel intrekken of vervangen door een geldelijke vergoeding, tot ten hoogste het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest bij een licentie. Verder kunt u op grond van artikel 8 van de Wbb schadevergoeding vorderen, en op grond van artikel 1019ie Rv een vergoeding van uw redelijke en evenredige proceskosten.
Kunt u schadevergoeding of winstafdracht vorderen?
Schadevergoeding wel, maar de Wbb kent geen zelfstandige vordering tot afdracht van winst.
Artikel 8 van de Wbb geeft u recht op schadevergoeding van de inbreukmaker die wist of had moeten weten dat hij onrechtmatig handelde. De rechter mag de schade in passende gevallen forfaitair vaststellen.
Hier zit een belangrijk verschil met de klassieke intellectuele-eigendomswetten: de Wbb kent geen zelfstandige vordering tot afdracht van de winst die de inbreukmaker heeft genoten. Vordert u dat toch, zoals gebruikelijk is bij een merk of octrooi, dan zult u dit op het algemene vermogensrecht moeten baseren, met de bewijslast die daarbij hoort.
Artikel 9 van de Wbb maakt het ten slotte mogelijk de uitspraak op kosten van de inbreukmaker te laten publiceren — in reputatiegevoelige zaken vaak waardevoller dan het schadebedrag zelf.
Krijgt u uw proceskosten volledig vergoed?
Niet automatisch: de rechter mag een volledige proceskostenveroordeling uitspreken, maar hoeft dat niet.
Bij inbreuk op intellectuele eigendom is een volledige proceskostenveroordeling gebruikelijk. Bij bedrijfsgeheimen ligt dat anders: artikel 1019ie Rv bepaalt dat de rechter de verliezende partij kan veroordelen in de redelijke en evenredige gerechtskosten, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.
De Hoge Raad heeft dit in 2020 bevestigd als een bevoegdheid van de rechter, geen verplichting (ECLI:NL:HR:2020:830). In die zaak wees de Hoge Raad de gevorderde volledige proceskostenvergoeding af. Reken bij het inschatten van een procedure dus niet op automatische vergoeding van uw advocaatkosten.
Wanneer verjaart een vordering wegens inbreuk?
Een vordering wegens inbreuk op een bedrijfsgeheim verjaart, net als een gewone vordering tot schadevergoeding, vijf jaar nadat u bekend bent geworden met de schade en de aansprakelijke partij, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte. Dit volgt uit artikel 3:310d van het Burgerlijk Wetboek.
Hoe verhoudt de Wbb zich tot arbeidsrechtelijke bedingen?
De Wbb en uw contractuele bedingen werken naast elkaar: de wet beschermt het bedrijfsgeheim zelf, een beding kan verder reiken.
Wat voegt een geheimhoudingsbeding toe?
De wet en het contract versterken elkaar. Artikel 2 van de Wbb merkt het gebruiken of openbaar maken in strijd met een geheimhoudingsovereenkomst uitdrukkelijk aan als onrechtmatig. Een geheimhoudingsbeding blijft daarnaast zinvol om twee redenen: het kan ook informatie bestrijken die niet aan alle drie de wettelijke voorwaarden voldoet, en het bestaan ervan draagt bij aan het bewijs dat u “redelijke maatregelen” heeft genomen — de derde voorwaarde uit artikel 1 van de Wbb, en in procedures vaak het struikelblok.
Raakt de Wbb het concurrentiebeding?
De Wbb raakt het concurrentiebeding van artikel 7:653 van het Burgerlijk Wetboek niet. Zij geeft geen grondslag om een ex-werknemer te beletten zijn algemene kennis en ervaring elders in te zetten: beschermd is alleen het bedrijfsgeheim zelf. Artikel 3 van de Wbb bevestigt dat door onafhankelijk ontwerp, reverse engineering van een rechtmatig verkregen product en de informatierechten van werknemers uitdrukkelijk als rechtmatig aan te merken.
Er wordt gewerkt aan een modernisering van het concurrentiebeding: een maximale duur van een jaar, een verplichte geografische afbakening en een vergoeding voor de werknemer wanneer u als werkgever een beroep op het beding doet. Dit wetsvoorstel ligt sinds medio 2026 voor advies bij de Raad van State en is dus nog geen geldend recht.
Wat geldt als een klokkenluider uw bedrijfsgeheim onthult?
Dan gaat de bescherming van de klokkenluider voor; dit is de belangrijkste grens aan de bescherming. Artikel 4 van de Wbb verplicht de rechter uw vordering af te wijzen wanneer het bedrijfsgeheim is onthuld met een beroep op de vrijheid van meningsuiting en informatie, bij het onthullen van wangedrag, fouten of illegale activiteiten ter bescherming van het algemeen belang, of bij openbaarmaking door werknemers aan hun vertegenwoordigers.
De Wet bescherming klokkenluiders versterkt dat nog. Artikel 17f ontheft de melder van aansprakelijkheid voor een inbreuk op een beperking van openbaarmaking — een geheimhoudingsbeding daaronder begrepen — als hij redelijke gronden had om de melding noodzakelijk te achten. Artikel 17h verklaart een beding nietig voor zover dat het recht beperkt om een vermoeden van een misstand te melden.
Praktisch betekent dit: een geheimhoudingsbeding of een beroep op de Wbb houdt een rechtmatige melding niet tegen. Wie een klokkenluider op die grond aanspreekt, verliest niet alleen de zaak maar vergroot het probleem.
Veelgestelde vragen
Moet ik mijn bedrijfsgeheim ergens registreren?
Nee. Voldoet uw informatie aan de drie eisen van artikel 1 van de Wbb, dan is zij automatisch beschermd. Een registratie of aanvraag, zoals bij een octrooi, is niet nodig.
Kan ik een oud-werknemer verbieden zijn kennis elders te gebruiken?
Nee, niet op grond van de Wbb. Die wet beschermt alleen het bedrijfsgeheim zelf, niet de algemene kennis en ervaring die een werknemer heeft opgedaan. Wilt u verdergaande beperkingen, dan heeft u een concurrentiebeding nodig.
Krijg ik mijn volledige advocaatkosten vergoed als ik win?
Niet automatisch. Artikel 1019ie Rv geeft de rechter de bevoegdheid om de redelijke en evenredige proceskosten toe te wijzen, maar geen verplichting. De Hoge Raad heeft dat in 2020 bevestigd (ECLI:NL:HR:2020:830).
Wat als een werknemer misstanden meldt die mijn bedrijfsgeheim raken?
Dan gaat de bescherming van de klokkenluider voor. Artikel 4 van de Wbb verplicht de rechter uw vordering af te wijzen als de melding aan de voorwaarden voldoet, en de Wet bescherming klokkenluiders vrijwaart de melder bovendien van aansprakelijkheid.
Wat kunnen wij voor u doen bij de bescherming van bedrijfsgeheimen?
Wij helpen u uw bedrijfsgeheimen vooraf goed te beschermen en treden op als iemand er inbreuk op maakt.
- Wij toetsen of uw informatie aan de drie eisen van artikel 1 Wbb voldoet en welke beschermingsmaatregelen nog ontbreken.
- Wij stellen geheimhoudings- en concurrentiebedingen op of controleren ze (artikel 7:653 BW).
- Wij sommeren de inbreukmaker om het gebruik te staken en de informatie en kopieën terug te geven of te vernietigen.
- Wij vorderen in kort geding een verbod, afgifte of beslag (artikel 5 Wbb) en in een bodemprocedure correctieve maatregelen en schadevergoeding (artikelen 6 en 8 Wbb).
- Wij beoordelen bij een melding van een werknemer of de klokkenluidersbescherming van artikel 4 Wbb en de Wet bescherming klokkenluiders van toepassing is.
Samengevat
- Informatie is een bedrijfsgeheim als zij geheim is, handelswaarde heeft en u redelijke beschermingsmaatregelen heeft genomen (artikel 1 Wbb).
- Bij inbreuk kunt u voorlopige maatregelen (kort geding, artikel 5 Wbb), corrigerende maatregelen (bodemprocedure, artikel 6 Wbb) en schadevergoeding (artikel 8 Wbb) vorderen, maar geen winstafdracht.
- Een volledige proceskostenveroordeling is mogelijk (artikel 1019ie Rv), maar geen automatisme (ECLI:NL:HR:2020:830).
- Een geheimhoudingsbeding blijft naast de wet nuttig; het concurrentiebeding wordt door de Wbb niet geraakt, al staat een modernisering daarvan op stapel.
- Meldt een werknemer te goeder trouw een misstand, dan wijkt uw bedrijfsgeheim voor de bescherming van de klokkenluider.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.