Gepubliceerd op 26 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een misdrijf is een zwaarder strafbaar feit dan een overtreding. Misdrijven staan in het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht, overtredingen in het derde boek of in een bijzondere wet die het feit zo noemt. De belangrijkste uitzondering: de meeste verkeersboetes zijn helemaal geen strafrecht, maar een administratieve sanctie op grond van de Wet Mulder.
Het onderscheid bepaalt veel meer dan de hoogte van de straf. Het beslist of u in voorlopige hechtenis kunt worden genomen, welke rechter uw zaak behandelt, hoelang het Openbaar Ministerie mag vervolgen en of, en hoelang, het feit op uw strafblad staat.
Inhoudsopgave
Misdrijf en overtreding naast elkaar
| Gevolg | Misdrijf | Overtreding |
|---|---|---|
| Vindplaats | Boek 2 Sr of als misdrijf aangemerkt in een bijzondere wet | Boek 3 Sr, bijzondere wetten, APV |
| Opzet of schuld bewijzen | Meestal wel | In de regel niet |
| Poging en medeplichtigheid strafbaar | Ja (art. 45 en 48 Sr) | Nee (art. 45 en 52 Sr) |
| Voorlopige hechtenis | Mogelijk bij feiten uit art. 67 Sv | Niet mogelijk |
| Rechter | Politierechter of meervoudige strafkamer | In de regel kantonrechter |
| Verjaring vervolging | 6, 12 of 20 jaar, of geen verjaring (art. 70 Sr) | 3 jaar (art. 70 Sr) |
| Strafblad | Altijd geregistreerd | Alleen onder voorwaarden, zoals een boete vanaf € 130 |
| Bewaartermijn strafblad | In beginsel 20 of 30 jaar (art. 4 Wjsg) | In beginsel 5 of 10 jaar (art. 6 Wjsg) |
Hoe ziet u in uw stukken of het om een misdrijf gaat?
De wetgever bepaalt bij elke strafbepaling of het een misdrijf of een overtreding is. U leidt het dus af uit het wetsartikel dat wordt toegepast, niet uit hoe ernstig het feit voelt. Kijk eerst naar het artikelnummer in de dagvaarding, de strafbeschikking of de oproeping.
Het Wetboek van Strafrecht bestaat uit drie boeken: de algemene regels, de misdrijven en de overtredingen. Daarnaast bevatten bijzondere wetten strafbepalingen, zoals de Wegenverkeerswet 1994, de Opiumwet, de Wet wapens en munitie en de Wet op de economische delicten. Die wetten zeggen telkens zelf welke feiten misdrijven zijn en welke overtredingen.
Wanneer is iets een misdrijf?
Een feit is een misdrijf als de wet het zo noemt. In de regel gaat het om ernstiger gedrag waarbij opzet of schuld moet worden bewezen. De officier van justitie moet dan niet alleen bewijzen dat u de gedraging verrichtte, maar ook dat u dat met opzet deed of dat het aan uw schuld lag, bijvoorbeeld door grove onvoorzichtigheid. Dat bestanddeel staat in de omschrijving van het delict zelf.
- Misdrijven tegen het leven: doodslag (art. 287 Sr) en moord (art. 289 Sr).
- Geweld en bedreiging: mishandeling (art. 300 Sr en verder) en bedreiging (art. 285 Sr).
- Zedenmisdrijven, zoals verkrachting en aanranding.
- Vermogensmisdrijven: diefstal (art. 310), afpersing (art. 317), verduistering (art. 321), oplichting (art. 326) en vernieling (art. 350 Sr).
- Valsheid in geschrifte (art. 225), witwassen (art. 420bis tot en met 420quater) en mensenhandel (art. 273f Sr).
Bij misdrijven heeft de politie ook zwaardere bevoegdheden. Voor de misdrijven die art. 67 van het Wetboek van Strafvordering noemt, zijn inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis mogelijk. Dat zijn onder meer misdrijven waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat. Bij een overtreding kan de rechter u niet in voorlopige hechtenis nemen. Meer leest u in ons artikel over voorlopige hechtenis.
Misdaad is spreektaal en geen juridisch begrip. De wet kent alleen misdrijven en overtredingen. Wie het over een misdaad heeft, bedoelt meestal een ernstig misdrijf.
Wanneer is iets een overtreding?
Een overtreding is een lichter feit, dat meestal al strafbaar is door de gedraging zelf. Opzet of schuld hoeft de officier van justitie in de regel niet te bewijzen. Voorbeelden zijn openbare dronkenschap, wildplassen, geluidsoverlast, het niet kunnen tonen van een identiteitsbewijs en veel regels uit gemeentelijke verordeningen, zoals de APV. De straf is doorgaans een geldboete; hechtenis is mogelijk, maar komt weinig voor.
Dat opzet niet bewezen hoeft te worden, betekent niet dat verwijtbaarheid nooit een rol speelt. Treft u werkelijk geen enkel verwijt, dan kunt u een beroep doen op afwezigheid van alle schuld. Dat is een ongeschreven strafuitsluitingsgrond. Het beroep slaagt niet snel: u moet aannemelijk maken dat u alle zorg heeft betracht die redelijkerwijs van u kon worden gevraagd.
Verkeersboetes: Mulder-feit, overtreding of misdrijf
Bij verkeersfeiten hangt de afloop af van de manier van afdoen, niet van hoe ernstig het voelt. Er zijn drie routes.
| Route | Voorbeelden | Wie beslist | Strafblad |
|---|---|---|---|
| Administratief (Wet Mulder) | Lichte verkeersovertredingen; te hard rijden tot en met 30 km/u, op de autosnelweg tot en met 40 km/u | CJIB; beroep bij de officier van justitie, daarna kantonrechter | Nooit |
| Strafrechtelijk als overtreding | Harder dan die grenzen; gevaar of hinder veroorzaken (art. 5 WVW 1994) | Openbaar Ministerie via strafbeschikking of dagvaarding | Bij boete vanaf € 130, een ontzegging of andere bijkomende straf |
| Strafrechtelijk als misdrijf | Rijden onder invloed (art. 8), doorrijden na een ongeval (art. 7), zwaar letsel of dood door schuld (art. 6), zeer gevaarlijk rijgedrag (art. 5a), rijden tijdens een ontzegging (art. 9 WVW 1994) | Openbaar Ministerie, politierechter of meervoudige kamer | Altijd |
Bij een Mulder-boete legt het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) een administratieve sanctie op. Er komt geen strafrechter aan te pas en er volgt geen aantekening in de justitiële documentatie. Bent u het niet eens met de sanctie, dan stelt u binnen de termijn op de beschikking beroep in bij de officier van justitie. Wijst die het beroep af, dan kunt u naar de kantonrechter. U moet het bedrag in beginsel eerst als zekerheid betalen. Niet betalen maakt er geen strafzaak van, maar de boete wordt wel verhoogd. Uiteindelijk kan het CJIB dwangmiddelen inzetten, zoals beslag, het innemen van uw rijbewijs of gijzeling.
Bij de zwaardere verkeersfeiten volgt vaak ook een maatregel van het CBR, zoals een educatieve maatregel of een onderzoek naar uw rijvaardigheid. Die staat los van de strafzaak. Meer leest u in onze artikelen over de gevolgen van rijden onder invloed en over doorrijden na een ongeval.

Poging, medeplichtigheid en straffen
Art. 45 Sr stelt alleen poging tot misdrijf strafbaar. Een poging tot een overtreding is dus geen strafbaar feit. Hetzelfde geldt voor medeplichtigheid: volgens art. 52 Sr wordt medeplichtigheid aan een overtreding niet gestraft. Op misdrijven staat doorgaans gevangenisstraf, op overtredingen hechtenis of een geldboete. Bij misdrijven kunnen bovendien bijkomende straffen en maatregelen worden opgelegd, zoals ontzetting uit een beroep of ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het verschil werkt ook buiten het strafrecht door. Bij de aanvraag van een verklaring omtrent het gedrag (VOG), bij de toelating tot bepaalde beroepen en bij vergunningaanvragen weegt een misdrijf zwaarder dan een overtreding.
Welke rechter behandelt uw zaak?
Overtredingen gaan in de regel naar de kantonrechter. Misdrijven komen bij de politierechter of, bij zwaardere en ingewikkelde zaken, bij de meervoudige strafkamer van de rechtbank. De kantonrechter en de politierechter oordelen alleen. De politierechter behandelt eenvoudige zaken waarin de officier van justitie niet meer dan één jaar gevangenisstraf eist. In zwaardere zaken oordelen drie rechters. Een kantonzaak is meestal in één korte zitting afgedaan, vaak met een mondelinge uitspraak direct na afloop. Bij de meervoudige kamer volgt de uitspraak doorgaans twee weken later.
Strafbeschikking, verhoor en dagvaarding
Bij een overtreding krijgt u meestal een strafbeschikking of een boete zonder tussenkomst van de rechter. Een strafbeschikking is een straf die het Openbaar Ministerie zelf oplegt. Bent u het er niet mee eens, dan kunt u binnen twee weken verzet doen (art. 257e Sv). De zaak komt dan alsnog bij de rechter. Wie de strafbeschikking betaalt, legt zich daar in de praktijk bij neer, met de registratiegevolgen die daarbij horen.
Bij een misdrijf wordt u meestal eerst als verdachte verhoord. U heeft dan recht op bijstand van een advocaat. Daarna beslist de officier van justitie of hij de zaak seponeert, een strafbeschikking uitvaardigt of u dagvaardt. Het verschil tussen die routes leest u in ons artikel over de strafbeschikking en de dagvaarding.
Een actualiteit: het nieuwe Wetboek van Strafvordering is aangenomen, maar treedt pas in werking op een datum die bij Koninklijk Besluit wordt bepaald; de streefdatum is 2029. Tot die tijd gelden de huidige artikelnummers, zoals art. 67 en art. 257e Sv.
Wat komt op uw strafblad, en hoelang?
Strafblad is spreektaal voor de justitiële documentatie. Gegevens over een misdrijf worden opgenomen zodra het Openbaar Ministerie het proces-verbaal in behandeling neemt (art. 2 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens). Dat geldt dus ook bij een sepot of een vrijspraak.
Overtredingen worden alleen geregistreerd in de gevallen die het Besluit noemt (art. 3 tot en met 5). Bij een afdoening door de rechter is dat onder meer bij een vrijheidsstraf, een taakstraf, een geldboete van € 130 of meer of een bijkomende straf, zoals een ontzegging van de rijbevoegdheid. Een strafbeschikking met alleen een geldboete onder € 130 en een sepot zonder voorwaarden worden niet geregistreerd. Voor een aantal overtredingen, onder meer uit de Wegenverkeerswet, de Wet wapens en munitie en de Alcoholwet, geldt die ondergrens niet: die worden al vanaf het proces-verbaal geregistreerd (art. 4 Besluit).
Ook de bewaartermijnen verschillen. Volgens art. 6 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens worden gegevens over overtredingen in beginsel na vijf jaar verwijderd, en na tien jaar als een vrijheidsstraf of een taakstraf is opgelegd. Voor misdrijven geldt volgens art. 4 in beginsel twintig jaar, en dertig jaar bij misdrijven waarop zes jaar gevangenisstraf of meer staat. Voor zedenmisdrijven en zeer lange straffen gelden langere termijnen, en nieuwe veroordelingen kunnen de bewaring van oudere gegevens verlengen.
De registratie weegt mee als u een VOG aanvraagt. Justis beoordeelt of het feit relevant is voor het doel waarvoor u de verklaring nodig heeft. Voor een kantoorbaan speelt een verkeersovertreding zelden een rol; voor chauffeurs en koeriers wel. Een aantekening laten verwijderen voordat de bewaartermijn is verstreken, kan in beginsel niet. Het moment om uw belang te verdedigen ligt dus vóór de afdoening. Meer leest u over het strafblad en de justitiële documentatie en over de gevolgen van een strafblad voor werk en sollicitatie.
Hoelang kan het Openbaar Ministerie nog vervolgen?
| Strafbaar feit | Verjaringstermijn |
|---|---|
| Alle overtredingen | 3 jaar |
| Misdrijven met geldboete, hechtenis of maximaal 3 jaar gevangenisstraf | 6 jaar |
| Misdrijven met meer dan 3 jaar gevangenisstraf | 12 jaar |
| Misdrijven met 8 jaar gevangenisstraf of meer | 20 jaar |
| Misdrijven met 12 jaar gevangenisstraf of meer, en een aantal zedenmisdrijven tegen minderjarigen | Geen verjaring |
Elke daad van vervolging stuit de verjaring (art. 72 Sr). Daarna begint een nieuwe termijn te lopen.
Kan hetzelfde gedrag een misdrijf én een overtreding zijn?
Ja. Soms bepaalt de wet dat dezelfde gedraging een misdrijf is als u opzettelijk handelt en een overtreding als dat niet zo is. Het duidelijkste voorbeeld staat in art. 2 van de Wet op de economische delicten: een economisch delict, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, is een misdrijf als het opzettelijk is begaan en anders een overtreding. In het verkeer is gevaar of hinder veroorzaken (art. 5 WVW 1994) een overtreding, terwijl opzettelijk zeer gevaarlijk rijgedrag (art. 5a) een misdrijf is. Kijk dus naar het wetsartikel dat het Openbaar Ministerie noemt, en laat de tenlastelegging beoordelen voordat u betaalt of instemt.
Hoe Law & More helpt bij een strafzaak
- Wij lezen het wetsartikel in de oproeping, strafbeschikking of dagvaarding en leggen uit of het om een misdrijf of een overtreding gaat.
- Wij bereiden het politieverhoor met u voor en staan u daarbij bij.
- Wij beoordelen een strafbeschikking en doen zo nodig binnen twee weken verzet.
- Wij controleren of het recht op vervolging is verjaard en verdedigen u op de zitting.
Meer over onze werkwijze leest u op de pagina strafrechtadvocaat.
Misdrijf en overtreding in vijf punten
- Het wetsartikel bepaalt of iets een misdrijf of overtreding is, niet de ernst zoals u die ervaart.
- Alleen bij misdrijven zijn poging, medeplichtigheid en voorlopige hechtenis aan de orde.
- De meeste verkeersboetes zijn Mulder-boetes: geen strafrecht en geen strafblad.
- Een strafbeschikking voor een overtreding met een boete onder € 130 wordt niet geregistreerd; een misdrijf altijd.
- Overtredingen verjaren na drie jaar, misdrijven na zes tot twintig jaar of helemaal niet.
Heeft u een advocaat nodig bij een overtreding?
Bij een eenvoudige boete vaak niet. Een advocaat is wel verstandig als er meer op het spel staat dan het bedrag: als registratie gevolgen kan hebben voor uw werk of uw VOG, als uw rijbewijs in het geding is of als u de feiten betwist en er een zitting bij de kantonrechter volgt.