Artikel 2:19 BW somt op welke gronden een rechtspersoon wordt ontbonden, waaronder een besluit van de algemene vergadering. Ontbinding betekent niet dat de rechtspersoon direct ophoudt te bestaan: hij blijft voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen nodig is. Zijn er op het moment van ontbinding geen baten meer, dan houdt de rechtspersoon onmiddellijk op te bestaan en wordt hij uitgeschreven; dat is de zogenoemde turboliquidatie. Het bestuur doet daarvan opgave aan het handelsregister.
Wettelijke basis
Artikel 2:19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, Titel 1 (algemene bepalingen). Het artikel benoemt de ontbindingsgronden, waaronder het besluit van de algemene vergadering, bepaalt dat de rechtspersoon na ontbinding blijft voortbestaan voor zover nodig voor de vereffening, en regelt het geval dat er op het tijdstip van ontbinding geen baten meer zijn.
Waarom dit telt
Turboliquidatie is voor een ondernemer een snelle manier om een lege vennootschap te beëindigen, maar juist die snelheid trekt aandacht van schuldeisers. Zijn er nog schulden en verdwijnt de vennootschap zonder vereffening, dan kan de route worden aangevochten en kan het bestuur persoonlijk worden aangesproken. De beoordeling of er werkelijk geen baten meer zijn, vraagt om een onderbouwde vastlegging, inclusief vorderingen die nog inbaar zouden kunnen zijn. Wie twijfelt of de vennootschap leeg is, kiest beter voor een reguliere vereffening of beziet of een faillissementsaanvraag passender is. De keuze tussen die routes bepaalt het aansprakelijkheidsrisico achteraf.