Artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht regelt valsheid in geschrifte.
Wettelijke basis
Strafbaar is het vals opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Het tweede lid stelt daarnaast het opzettelijk gebruikmaken van zo’n vals of vervalst geschrift strafbaar.
Waarom dit telt
Het gaat om een geschrift met bewijsbestemming; niet elk onjuist document valt eronder. Zie het begrip valsheid in geschrifte.