Artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) stelt valsheid in geschrift strafbaar: het vals opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd is om als bewijs van een feit te dienen, met het oogmerk het als echt te gebruiken. De maximale straf is zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie.
Inhoudsopgave
Wat regelt artikel 225 Sr?
Het eerste lid stelt het vals opmaken of vervalsen van een geschrift met bewijsbestemming strafbaar. Het tweede lid stelt met dezelfde straf strafbaar wie opzettelijk gebruik maakt van zo’n vals of vervalst geschrift.
Welke documenten vallen eronder?
Het moet gaan om een geschrift met bewijsbestemming; niet elk onjuist document valt eronder. Denk aan facturen, loonstroken, jaarrekeningen, contracten, diploma’s en kasboeken.
Ook een document dat inhoudelijk onjuist is, kan vals zijn als het is opgemaakt om een onjuist feit te bewijzen. Een rechtspersoon kan net als een natuurlijk persoon dader zijn, bijvoorbeeld bij een onjuiste boekhouding van een bv.
Hoe verloopt een zaak in de praktijk?
Zaken beginnen vaak met een melding van een bank, verzekeraar of de Belastingdienst, of met een aangifte. Politie of FIOD onderzoekt de stukken, waarna de officier van justitie beslist over een strafbeschikking, een schikking of een dagvaarding.
In de verdediging gaat het vaak om de bewijsbestemming van het stuk en om de vraag of u wist dat het vals was. Daarnaast kunnen civiele gevolgen spelen, zoals een opgezegde financiering.
Hoe werkt dit in een concreet geval?
Een zelfstandige past zijn jaaropgave aan om een hogere hypotheek te krijgen en stuurt die naar de bank. De bank ontdekt de wijziging en doet aangifte. Het Openbaar Ministerie vervolgt voor het vervalsen van de jaaropgave en voor het gebruik ervan. Daarnaast kan de bank de lening opeisen.
Waar vindt u meer informatie?
Lees verder bij het begrip valsheid in geschrifte, ons artikel over liegen over uw diploma en de pagina fraude en witwassen. De wettekst staat op wetten.overheid.nl.