Artikel 326 Sr

Persoon van achteren achter een laptop in een schemerig thuiskantoor

Artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) stelt oplichting strafbaar: iemand met een bedrieglijk middel bewegen tot afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld, om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. De maximale straf is vier jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie.

Welke bedrieglijke middelen noemt artikel 326 Sr?

De wet noemt vier middelen, en die lijst is limitatief. Niet elke misleiding of leugen is dus oplichting.

  • Het aannemen van een valse naam.
  • Het aannemen van een valse hoedanigheid, zoals zich voordoen als bankmedewerker.
  • Listige kunstgrepen, zoals een vervalste betaalbevestiging.
  • Een samenweefsel van verdichtsels: meerdere leugens die samen een overtuigend verhaal vormen.

Wanneer is iets geen oplichting?

Een contractpartij die gewoon niet betaalt of niet levert, pleegt niet automatisch oplichting. Er moet sprake zijn van een bedrieglijk middel dat het slachtoffer tot afgifte heeft bewogen.

Wat kunt u doen als slachtoffer of verdachte?

Als slachtoffer kunt u aangifte doen bij de politie en u in de strafzaak voegen als benadeelde partij om uw schade te vorderen. U kunt ook een civiele procedure starten.

Als verdachte draait de verdediging vaak om de vraag of een van de vier middelen is gebruikt en of de afgifte daardoor is veroorzaakt. Het verschil met diefstal en verduistering is daarbij belangrijk.

Hoe werkt dit in een concreet geval?

Een particulier verkoopt een laptop via een online platform voor € 900. De koper stuurt een screenshot van een betaling die nooit is gedaan, waarna de verkoper de laptop opstuurt. Het nepbewijs geldt als listige kunstgreep. De verkoper doet aangifte en vordert in de strafzaak de € 900 als schadevergoeding.

Welke straf staat op oplichting volgens het Wetboek van Strafrecht?

Op oplichting staat maximaal 4 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Sinds 1 januari 2026 is die geldboete maximaal 110.000 euro (artikel 23 Sr).

Dat is het wettelijk maximum. Welke straf de rechter in een concreet geval oplegt, hangt onder meer af van het benadeelde bedrag, het aantal slachtoffers en eerdere veroordelingen. De rechter kan ook een taakstraf of een voorwaardelijke straf opleggen.

Welke artikelen over bedrog staan naast artikel 326 Sr?

Artikel 326 Sr staat in Titel XXV van het Wetboek van Strafrecht, met de titel ‘Bedrog’. Die titel bevat meer vormen van bedrog dan alleen oplichting.

Een bekend voorbeeld is flessentrekkerij (artikel 326a Sr): een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen zonder volledige betaling. Daarop staat ook maximaal 4 jaar gevangenisstraf. Wie één keer iets koopt en niet betaalt, valt daar niet onder; de wet vraagt om een patroon.

Wanneer verjaart oplichting?

Oplichting verjaart na 12 jaar. Dat volgt uit artikel 70 Sr: misdrijven met een maximale gevangenisstraf van meer dan 3 jaar verjaren in 12 jaar. De termijn begint op de dag na het plegen van het feit (artikel 71 Sr).

Uw civiele vordering tot schadevergoeding verjaart apart. Die termijn is in beginsel 5 jaar nadat u de schade en de aansprakelijke persoon kent (artikel 3:310 BW).

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen oplichting en fraude?

Fraude is geen wettelijke term maar een verzamelnaam voor bedrog om er financieel beter van te worden. Oplichting is één specifiek delict uit artikel 326 Sr, naast bijvoorbeeld valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr).

Is een poging tot oplichting strafbaar?

Ja. Ook als de ander niets afgeeft, kan een poging strafbaar zijn (artikel 45 Sr). De maximale gevangenisstraf is dan een derde lager: 2 jaar en 8 maanden.

Waar vindt u meer informatie?

Lees verder over het verschil tussen diefstal, verduistering en oplichting, internetoplichting en onze pagina fraude en witwassen. De wettekst staat op wetten.overheid.nl.