Het evenredigheidsbeginsel houdt in dat de nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het doel dat ermee wordt gediend. Het is een van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en is voor de bestuursrechter uitgegroeid tot een van de belangrijkste toetsingsmaatstaven.
Inhoudsopgave
Wettelijke basis
Artikel 3:4 lid 2 Awb bevat de norm. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de toepassing ervan grondig herzien in de uitspraak van 2 februari 2022 over de sluiting van een woning in Harderwijk. Sindsdien wordt de toetsing uitgevoerd langs drie lijnen, ontleend aan het Europese recht: geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid. De intensiteit van de toets hangt af van de aard van de bevoegdheid, het gewicht van de betrokken belangen en de mate waarin grondrechten in het geding zijn. Een wetsvoorstel tot versterking van de waarborgfunctie van de Awb, dat onder meer gebonden bevoegdheden onder deze toets wil brengen, was medio 2026 nog niet bij de Tweede Kamer ingediend.
Hoe het in de praktijk werkt
Het beginsel speelt vooral bij handhaving en bij sluitingsbevoegdheden. De rechter kijkt of het middel het doel daadwerkelijk dient, of een lichter middel hetzelfde had bereikt en of het nadeel voor de betrokkene in verhouding staat tot het bereikte resultaat. Wie zich hierop beroept, doet er goed aan het nadeel concreet te maken: omzetverlies, de gevolgen voor inwonende kinderen, het verlies van een vergunning die niet opnieuw kan worden verkregen. Een algemene stelling dat het besluit hard uitpakt, is zelden voldoende.
Waar het misgaat
Bestuursorganen leunen te vaak op beleidsregels met vaste categorieën zonder te motiveren waarom in dit geval geen aanleiding bestond af te wijken. Artikel 4:84 Awb verplicht daar juist toe wanneer de gevolgen wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn. Aan de andere kant beroepen betrokkenen zich op het beginsel zonder feitelijke onderbouwing, waardoor de rechter niets heeft om te wegen.
Verwante begrippen
Het beginsel wordt vooral getoetst bij de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete, en komt aan de orde in bezwaar en beroep.
Pakt een besluit onevenredig hard uit? Onze specialisten bestuursrecht onderbouwen het nadeel en voeren het verweer.