Een gezagsbeëindigende maatregel is de zwaarste kinderbeschermingsmaatregel: de rechter ontneemt een ouder het gezag over zijn kind. Het gezag gaat daarna over op een voogd, meestal een gecertificeerde instelling of een pleegouder.
Inhoudsopgave
Wettelijke basis
Artikel 1:266 BW geeft twee gronden. De eerste is dat een kind zodanig opgroeit dat het in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van het kind aanvaardbaar te achten termijn. De tweede is misbruik van gezag. Het verzoek wordt gedaan door de Raad voor de Kinderbescherming of door het openbaar ministerie; artikel 1:267 lid 2 geeft ook de pleegouder die het kind ten minste een jaar verzorgt die mogelijkheid als de raad niet optreedt. De maatregel is definitief, maar artikel 1:277 BW maakt herstel van het gezag mogelijk wanneer de ouder duurzaam de verantwoordelijkheid weer kan dragen en dat in het belang van het kind is.
Hoe het in de praktijk werkt
De maatregel volgt vrijwel altijd op een langer lopende ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing. Het begrip aanvaardbare termijn is daarbij beslissend: hoe jonger het kind, hoe korter die termijn wordt geacht. De ouder krijgt een advocaat toegevoegd. Verweer richt zich meestal op de vraag of de ouder wel voldoende hulp is geboden en of de perspectiefbeslissing te snel is genomen.
Waar het misgaat
Ouders werken niet mee aan onderzoek in de veronderstelling dat de maatregel dan niet kan worden opgelegd; het tegendeel is waar. Een tweede fout is het pas op de zitting bestrijden van feiten uit oude rapportages die al jaren worden herhaald. Ten derde blijft na de maatregel de omgang ongeregeld, terwijl daarover een aparte beslissing kan worden gevraagd.
Verwante begrippen
De maatregel volgt op de ondertoezichtstelling, leidt tot voogdij en raakt aan het ouderlijk gezag.
Loopt er een verzoek tot gezagsbeëindiging? Onze familierecht advocaten voeren het verweer.